Beschouwing over ‘De stem van de stilte’, zoals opgenomen in Symposionreeks 23: Stemmen van de stilte

BESTEL STEMMEN VAN DE STILTE

De eerste twee van de drie voordrachten van het symposion Stemmen van de stilte in 2009 op het landgoed Renova in Bilthoven waren gewijd  aan George Mead en het boek Zegezangen van Hermes’ Gnosis met opnieuw vertaalde teksten van Mead. Mead maakte begin vorige eeuw een Westerse wijsheidsschat, die meer dan vijftien eeuwen door de gevestigde theologie was vergeten of verdrongen, weer beschikbaar voor het grote publiek. Hij hoopte dat de inhoud van die bronnen ‘hen die tot nu niets gehoord hebben over de Gnosis, de weg moge wijzen naar een hoger leven’. De laatste voordracht, die hieronder integraal is weergegeven – samen met het woord vooraf en de inhoudsopgave , was gewijd aan het boekje De Stem van de Stilte van Helena Blavatsky

DE STEM VAN DE STILTE – BESCHOUWINGEN VAN J. VAN RIJCKENBORGH OVER HET LITERAIRE KLEINOOD ‘DE STEM VAN DE STILTE’ VAN H.P. BLAVATSKY – JOSÉ VAN HOREN

De Stem van de Stilte geeft iedereen die werkelijk een begin maakt met zijn zoektocht naar het ware leven de volgende raad mee: ‘Wees rein van hart; leer, voor u de eerste schrede doet, het werkelijke van het valse, het steeds voorbijgaande van het steeds blijvende te onderscheiden.
Leer vooral verschil te zien tussen verstandelijke kennis en ziele-wijsheid, tussen de ‘leer van het oog’ en die van het ‘hart’. . .’

Jan van Rijckenborgh (fakkeldrager van het Rozenkruis 21) heeft dit bijzondere geschrift, door Mead indertijd gekenschetst als ‘het meest grootse in onze hele theosofische literatuur’ in een aantal conferenties diepgaand besproken. Zijn benadering is in die zin bijzonder, omdat deze de oorspronkelijke zielegestalte, en niet de biologische ik-natuur tot uitgangspunt neemt. Deze commentaren dienen als basis voor deze voordracht.

Laten we nog eens in gedachten terugkeren naar de tijd van George Mead, naar dat voorjaar van 1889, als hij secretaris is van de legendarische madame Blavatsky. In dat jaar schreef HPB aan haar Franse vrienden: ‘Mijn arts verlangt dat ik tenminste veertien dagen rust neem. Ik heb verandering van omgeving nodig.’ In dat verband had ze een uitnodiging gekregen om naar Fontainebleau te komen, niet ver van Parijs. Het aanbod kwam van een Amerikaanse vriendin uit Boston, de vrouw van een senator van de Verenigde Staten, Ida Candler, die daar met haar dochter verbleef. HPB bleef er drie weken. Kort na aankomst schrijft ze in twee opgewekte brieven aan haar zus Nadja dat de verandering haar veel goed doet. Zij, die anders in een rolstoel wordt geduwd, wandelt veel ‘op mijn eigen ongeleende benen!’ zoals ze het uitdrukt, tussen ‘reusachtige eiken en Schotse sparren en ze hebben allemaal historische namen. Ik heb eenvoudig hele dagen in het bos gewoond.’

Het bezoek aan Fontainebleau is evenwel in de esoterische geschiedenis niet zo zeer opmerkelijk omdat HPB erheen ging voor een verandering van omgeving, maar vooral omdat ze daar het grootste deel van De Stem van de Stilte schreef. Misschien droeg de ontsnapping aan de mistige, vervuilde atmosfeer van Londen ertoe bij dat zij dit kostbare werk kon schrijven.
Mevrouw Annie Besant (fakkeldrager van het Rozenkruis 14) maakte van haar bezoek aan Fontainebleau melding in haar autobiografie, waar ze het ontstaan van De Stem van de Stilte beschrijft:

‘Ik werd naar Parijs weggeroepen om […] het grote arbeidscongres bij te wonen, dat daar van 15 tot 20 juli werd gehouden, en bracht een 31 dag of twee door in Fontainebleau bij Blavatsky, die voor een paar weken rust naar het buitenland was gegaan. Daar vond ik haar bezig met het vertalen van de prachtige fragmenten uit ‘Het boek van de gulden voorschriften’, dat nu algemeen bekend staat onder de naam De Stem van de Stilte. Ze heeft het snel geschreven, zonder enige tastbare kopij voor zich; ’s avonds liet ze het me hardop lezen om te zien of het ‘Engels aanvaardbaar was’.

Herbert Burrows was daar en mevrouw Candler, een loyale Amerikaanse theosofe; en we zaten om HPB heen terwijl ik las. De vertaling was in volmaakt en prachtig Engels, vloeiend en muzikaal; we konden maar een paar woorden vinden om te veranderen en ze keek naar ons als een verrast kind, verwonderd over onze loflof die ieder met literair gevoel, die dat voortreffelijke gedicht zou lezen, zou onderschrijven.’

BESTEL DE STEM VAN DE STILTE

Over De Stem van de Stilte is heel veel geschreven. De bekende zen-boeddhistische geleerde doctor Suzuki legde getuigenis af van de echtheid van dit bijzondere werkje. Hij schreef over De Stem van de Stilte: ‘Ongetwijfeld was Mw. Blavatsky tot op zekere hoogte ingewijd in de diepere mahayana-leringen en bracht daarna als theosofie naar buiten wat ze voor de westerse wereld geschikt achtte.’

En George Mead, de man waaraan we al zoveel aandacht hebben gewijd gedurende dit symposion, vertelt ons dat HPB hem uitnodigde om het manuscript van De Stem door te lezen. Hij bericht:

‘Ik zei haar dat het het meest grootse in onze hele theosofische literatuur was; en in tegenstelling tot mijn gewoonte, probeerde ik in woorden iets van het enthousiasme uit te drukken dat ik voelde. Maar HPB was niet tevreden met haar werk en gaf uitdrukking aan haar grote bezorgdheid, dat ze in haar vertaling er niet in was geslaagd recht te doen aan het origineel. . . Dit was een van haar voornaamste karaktertrekken. Ze was nooit zeker van haar eigen literaire werk en luisterde opgewekt naar alle kritiek, zelfs van personen die zonder meer hun mond hadden moeten houden. Vreemd genoeg was ze altijd het meest bezorgd over haar beste artikelen en werken, en had ze het meeste vertrouwen in haar polemische geschriften.’

De Stem van de Stilte bevat in feite drie opstellen, die zijn gebaseerd op het ‘Boek van de Gulden Voorschriften’. Het eerste is het titel hoofdstuk, het tweede heeft als naam De Twee Paden – die van het oog en die van het hart – en het derde is De Zeven Poorten. Bij het verschijnen stelde H.P. Blavatsky: ‘Het Boek van de Gulden Voorschriften’ bevat de wijsheid, die verplicht is in elke school, die het universele leven van de geest wil naderen’.

Toen Jan van Rijckenborgh en de zijnen, na de wereldoorlog helemaal opnieuw begonnen met het werk van het Lectorium Rosicrucianum – immers een School voor de Geest – was het dan ook De Stem van de Stilte dat hij als eerste voor het bewustzijn van de toenmalige strevende leerlingen plaatste. En hij zegt van dit werk: ‘Het Boek van de Gulden voorschriften is een boek, waarvan de gehele inhoud slechts bekend gemaakt werd en wordt aan de leerlingen van de serieuze innerlijke scholen. Vandaar dat het extract daaruit, De Stem van de Stilte, slechts kon worden opgedragen aan ‘de zeer weinigen’.

De zeer weinigen, dat zijn die mensen, die er alles aan willen doen, om het Licht, het oorspronkelijke rijk, of de Gnosis te naderen, zoals we gedurende deze dag al meer hebben gehoord. Het zijn zij, die om dat te bereiken bereid zijn hun ‘ik’ te verliezen, ten dienste van de hogere en goddelijke mens, door de geboorte van de ziel. Wij willen nu pogen u in de bijzondere schoonheid en het wezen van De Stem van de Stilte binnen te voeren.

‘Hij die de stem van Nada, ‘het geluidloze geluid’, zou willen horen en begrijpen, moet de aard van dharana leren kennen. . .’

Dharana is een volkomen concentratie van de ziel, uitsluitend het hogere door God bedoelde denken, op een of ander innerlijk onderwerp, waarbij alles wat tot het uiterlijke heelal of de wereld van de zinnen behoort, volkomen wordt losgelaten. De goddelijke Andere kan in ons leven gaan spreken door de scheikundige vereniging, door middel van het scheikundige huwelijk, dat eveneens het grote mysterie is van het Rozenkruis.

Deze voorschriften zijn uitsluitend voor hen, aan wie de gevaren van de lagere Iddhi vreemd zijn, dat wil zeggen: ze zijn bestemd voor hen, die het pad van de werkelijk groten willen gaan, en die zich niet in keiharde zelfhandhaving tegen de stroom van het goddelijke bedoelen verzetten.

Als de lerende mens heeft opgehouden het vele (uit de uiterlijke wereld van de zintuigen) op te nemen, dan zal hij het Ene gaan onderscheiden.Dan zal als een machtige lichtstroom die de duisternis van het aardse bestaan doorklieft, een intense verheldering plaats vinden, een innerlijk verlicht worden, waarvan de mystieke wereldliteratuur spreekt. Dan wordt de innerlijke klank vernomen, die de uitwendige volkomen zal teniet doen: de stem van Nada, het geluidloze geluid. Dan richt de Stem van de Vader zich, in het hart, opnieuw tot de Zoon, die het Licht is, die verloren was en opnieuw gevonden is.

Binnen het bestek van deze voordracht kunnen we onmogelijk recht doen aan de gehele inhoud van dit schitterende kleinood. Letterlijk vertaald uit het Sanskriet zou de titel moeten zijn: ‘De stem in het spirituele geluid’. Alleen al het eerste hoofdstuk vat op heldere wijze samen, op welke manier de mens tot kennis en wijsheid komt. Drie hallen zal hij doortrekken, om te komen tot de ‘vallei der zaligheid’: de hal van smart, de hal van lering en loutering en ten derde de hal van wijsheid. En alleen al aan dit eerste hoofdstuk heeft J. van Rijckenborgh indertijd meerdere conferenties gewijd. Enkele regels van hem kunnen ons wellicht nog een goede indruk geven van de diepgang van De Stem van de Stilte.

‘Wij mensen spreken met elkaar en tot elkaar door middel van ons tijd-ruimte gebonden bewustzijn. Wanneer wij er evenwel in slagen, door toegewijd streven en ver- langen, de ziel vrij te maken, dán kan het eigen goddelijke Zelf weer in haar klinken, en dan, eerst dan, is er sprake van werkelijk denken, dat is: het bedoelen, het goddelijke plan schouwen en ervan kunnen getuigen. Dan eerst kan van de mens worden gezegd dat hij één is, een naar geest, ziel en lichaam. Nu pas ontvouwt zich voor de discipel het pad.’

Het Boek van de Gulden Voorschriften richt zich nu tot het innerlijke oor van de leerling:

‘Indien uw ziel glimlacht, discipel, al badend in het zonlicht van uw leven; indien uw ziel weent, gevangen binnen haar kasteel van schijn; Indien uw ziel het zilveren snoer, dat aan de meester haar verbindt, al worstelend wil verbreken, weet dan, o leerling, dat uw ziel van de aarde is.’

Wanneer nu de leerling zó op het Pad staat hoort hij voor het eerst de Stem van de Stilte.
Het is de stem van de ineigen God die tot hem spreekt, de ineigen God; Krishna bij de oude hindoes, die door de vroege gnostici de ‘Christos’ werd genoemd. Deze stem van de Christos is de indalende Geest die zich via de ziel gaat verbinden met de in en door onze natuur geworden mens! Niets en niemand zal iets voor de mens kunnen doen wanneer deze Stem niet tot hem spreekt. De ziel heeft hier dus een sleutelpositie.

Wanneer de stem van de Stilte wordt vernomen – doordat er een ziel is die haar kan verstaan – zal die Stem steeds als gids optreden voor de Ziel. En alleen wanneer die Gids wordt gevolgd en gehoorzaamd zal een gevaarlijke eerste fase kunnen worden afgerond, want de Stem spreekt van een praktijk die ons zeer goed bekend is. Want is het niet zo dat in het stoffelijke leven zich vele op- en neergangen voordoen?

Wanneer een mens jong is, gezond en sterk en hij, zoals dat wordt gezegd, de wind in de zeilen heeft, en hij ‘ baadt in het zonnelicht van het leven’ , dan zingt hij in zijn lijf van stof; en wie zou hem dat niet gunnen? Maar dan komen de momenten dat men zich gevangen weet in zijn kasteel van schijn.Het ene moment gaat de mens volkomen op in het rumoer van de wereld, het andere moment luistert hij naar de bulderende stem van de grote begoocheling.

En hij wordt getroffen door de hete tranen van het lijden en als ver- doofd door de vele kreten van nood en de tragiek van de ellende die zich aan hem opdringen. Zo is het ene ogenblik reden om vol optimisme het leven opnieuw tegemoet te treden en het volgende ogenblik is men als verpletterd vanwege de grote verschrikking. Wie zal dat ontkennen? En dan zegt de Stem van de Stilte, de innerlijke Stem van de Christos, tot de mens die aan het begin van zijn Pad staat, tot de ziel:

‘Laat uw ziel niet treden in en niet meegaan met al die wisselende stemmingen van de zintuiglijke mens!’

Treed niet in de vreugden van het moment en niet in de smarten van het ogenblik. Wanneer men zich laat meezuigen in die onafgebroken reeks bewogenheden, hoe zou men dan van de eeuwigheid kunnen zijn? Schrijf dit in uw hart: wanneer uw ziel meedeint met de onafgebroken stroom van bewogenheden en daar van moment tot moment door getroffen wordt, dan verbreekt zij zelf ‘het zilveren’ snoer dat haar aan de Meester verbindt. Dan kán zij niet met hem in de stilte staan.

Zonder onverschilligheid voor de gang van de mens door de hal der leringen en ondervinding – want hoe zou de ziel dat kunnen? – dient de Ziel zich niettemin vrij te maken van iedere bewogenheid, van zowel vreugden als droefheid, steeds gericht op de verheven binding met het Licht, met de Christos, wetende dat zij, de ziel, zó het allerbeste kan helpen om de Geest, de Ziel en het Lichaam tot een eenheid te smeden. En slechts dan is het woord waar, waarmee wij deze voordracht willen besluiten:

‘Maar, discipel, tenzij het hoofd koel, het vlees passief en de ziel zo zuiver en vast als schitterend diamant, zal deze zonneschijn het hart niet verwarmen, de glans zal niet de kamer binenntreden, noch zullen de mystieke klanken die uit de hoogten van Akasha komen, het oor bereiken.’

Want als de ziel haar nieuwe lied in u kan zingen, herkent u in De Stem van de Stilte de klanken en structuur ‘van het spirituele geluid’, een taal en een sprake, die uit de ene bron van wijsheid en leven naar boven welt.

‘Zie! U bent het licht geworden, u bent de klank geworden, u bent uw meester en uw god. U bent zelf het voorwerp van uw zoeken: de ononderbroken stem die door de eeuwigheid weerklinkt, vrij van verandering, vrij van zonde, de zeven klanken in één, de stem van stilte.’

WOORD VOORAF

In de wereldliteratuur die handelt over de vrijheid van de onsterfelijke ziel neemt de stilte een bijzonder plaats in – we kunnen wel zeggen dat de grote leraren en dienaren van het Licht haar een sleutelpositie toekennen. Niet alleen het uiterlijke stil zijn, maar het geheel tot rust en stilte kunnen komen van het gevoelsleven, het denkleven en het willen, zo stellen zij, zijn voorwaarde voor een weg, waarop de ziel groeit en tot waarneming kan komen.

Tijdens het Renova-symposion van 28 november 2009, dat gewijd was aan beschouwingen over de stilte, liet het Lectorium Rosicrucianum binnen haar bijzondere atmosfeer bezoekers en belangstellenden iets ervaren van ‘de wijsheid die in de stilte denkt’ (Hermes Trismegistus). Tegelijkertijd presenteerde de Rozekruis Pers tijdens dit symposion een bundel van vier teksten van George Mead, Zegezangen van Hermes Gnosis.

Het is de bijzondere verdienste van George Mead, dat hij rond 1906 wat er nog te vinden was aan oorspronkelijk gnostiek bronmateriaal bijeenbracht, en daarmee een Westerse wijsheidsschat opdiepte waar de mensheid gedurende meer dan vijftien eeuwen niet meer naar had omgezien, ‘in de hoop dat hun inhoud hen, die tot nu toe niets gehoord hebben over de Gnosis, de weg moge wijzen naar een hoger leven’.

Twee voordrachten, de eerste over het leven van deze auteur, en de tweede gewijd aan de ‘Gnosis van het Gemoed’, waren aan hem gewijd. In de derde (bovenstaande) voordracht ging de spreekster in op de ontstaansgeschiedenis van ‘De Stem van de Stilte’, geschreven door H.P. Blavatsky, en de commentaren daarop die Jan van Rijckenborgh indertijd heeft gewijd. Zijn benadering is in die zin bijzonder, omdat deze de oorspronkelijke zielegestalte, en niet de biologische ik-natuur tot uitgangspunt neemt.

De uitgever

INHOUDSOPGAVE

  • Woord vooraf
  • ‘Wijsheid, die in de Stilte denkt’ | een fragment
  • Een leven in dienst van het Woord, Een biografische schets van G.R.S. Mead – Peter Huijs
  • Twaalfde boek van Hermes | een fragment
  • Echo’s uit de Gnosis, George Robert Stowe Mead en zijn herontdekking van de Westerse Gnosis – Esther Ritman
  • Daodejing, Hoofdstuk 14 van boek I en hoofdstuk 35
  • De Stem van de Stilte, Beschouwingen van J. van Rijckenborgh over het literaire kleinood ‘De Stem van de Stilte’ van H.P. Blavatsky – José van Horen
  • Het Boek van Mirdad | een fragment
  • Mead en de Echo’s uit de gnosis, Van onderzoek naar zoektocht – Cis van Heertum
  • Hermes Trismegistus, Henry Wadsworth Longfellow
  • Catalogus

Bron: Stemmen van de stilte, Symposionreeks 23

BESTEL STEMMEN VAN DE STILTE

BESTEL DE STEM VAN DE STILTE

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *