Zaligspreking ‘Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien’ toegelicht door Catharose de Petri

Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een vaste Geest (Psalm 51:12)

Het is u bekend dat van het zielecentrum vele werkingen uitgaan. Wil daarom het zielecentrum zien als tegelijkertijd het centrum van het hoofdheiligdom en van het hartheiligdom . Enerzijds belevendigt het zielecentrum het willen en het denken, anderzijds ook het begeren en/of het verlangen.

Willen, denken, begeren en verlangen spelen vaak een verwoestend spel in ons leven. Wanneer wij slechts de chaos overzien van ons gevoelsleven, dan weten wij dat ons hart onrein is, en dan weten wij – daar het hart de toegangspoort voor de gnosis is tot ons levensstelsel – dat wij in de eerste plaats hebben te streven naar de reinheid van het hart. 

Hoe reiner en zuiverder ons hart is, hoe beter en duidelijker de roepende stem van de gnosis in ons. Reinheid des harten is absolute voorwaarde voor onze leerlingenstaat.

Zuiverheid van onze verlangens,
zuiverheid van onze motieven,
zuiverheid van ons geloof, onze hoop en onze liefde,
zij vormen voor ons de allergrootste eis. 

En iedereen die nog maar nauwelijks begonnen is de eerste, aarzelende stappen op het pad te plaatsen, kan ook daar een begin mee maken. Dit wordt ons mogelijk gemaakt door de roos des harten. Die roos is namelijk niet slechts gevoelig voor gnostieke impulsen die vna buiten komen, doch zij is ook gevoelig voor de noodkreten van onze zielekern. 

Wanneer het bewustzijn zijn nood ervaart en naar bevrijding zucht, en zijn kreet in het onbestemde uitvibreert, dan ontvangt de roos als het ware een magnetische schok, waardoor zij als een soort reflex de nagalm vna de noodkreet van de ziel uitzend naar het sternum.

De kracht van de roos breekt dan een opening in het heiligdom van het hart. Zo ziet u, dat het eerste antwoord van de gnosis tot stand komt met behulp van de roos. 

Op dat begin nu dient ieder mensenkind voort te bouwen en allereerst te streven naar reiniging van het hart. Want door deze reiniging openen wij steeds beter ons stelsel voor het verdere proces van het heil.  

Daarom wordt in alle heilige taal zo bijzonder de nadruk gelegd op deze reiniging en redding van het hart. ‘Schep mij een rein hart, o God’, is de kreet van de waaarlijk hunkerende ziel die begrijpt. De muur van de onheilige ikcentrale verlangens moet doorbroken worden.

Wie deze reinigingsprocedure zonder ophouden toepast, wie nimmer zelf-tevreden is, zal ervaren dat deze reiniging van het hart gevolgen heeft voor de hele levensstaat. Zij werkt wils- en denkbeteugelend. Zij verandert volledig ons handelingsleven en begeleidt aldus zeer ten goede de werkzaamheid van de eerste straal van de Heilige Geest, dat is: de bron van het eeuwigheidsleven, de bevrijder uit de vorm.  

‘Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.’

Zo blijkt dat de leerling die reeds van de eerste schrede bezig is de reinheid van het hart deelachtig te worden tegelijkertijd het zo noodzakelijke Bergredeleven bewijst en het in toepassing brengt. Zo een gaat met kracht en heerlijkheid zijn lichtgeboorte tegemoet: de dageraad van het God ‘zien’. En het eeuwige lichtboortefeest neemt een aanvang. 

Bron: Catharose de Petri in ‘Gedenkschrift gewijd aan aan Catharose de Petri, grootmeesteres van de geestesschool van het Gouden Rozenkruis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *