Spirituele leringen, metaforen en symbolen in toneelstukken van William Shakespeare, voordracht van Christoph Steen

BESTEL HET ONZEGBARE IN HET WERK VAN SHAKESPEARE

Tijdens deze voordracht trachten wij vanuit een actueel perspectief een ingang te bieden tot het werk van de beroemdste dramaturg van de westerse wereld. Aansluitend zullen wij een en ander toelichten aan de hand van het in 1597 gereedgekomen toneelstuk De koopman van Venetië.

Onze benadering van het oeuvre van Shakespeare onderscheidt zich waarschijnlijk essentieel van de verklaringen en interpretaties die u mogelijk al ergens hebt gehoord. Natuurlijk gaan wij uit van Shakespeares werk als dichter, theaterman en in eerste instantie als dramaturg. Hij houdt ons indringend een spiegel voor teneinde onszelf te leren kennen; hij wil het begrip mens ken uzelf ten diepste laten doordringen.

In zijn vroege verhalende gedicht ‘Lucretia verkracht’ zegt hij: ‘Hij rukt het masker af van het bedrog en brengt de waarheid aan het licht.’

Rudolf Steiner heeft bijgedragen aan dit gegeven met een veelzeggende verklaring. In Gesamtausgabe 196/147 spreekt Steiner over ‘Shakespearismus’. Hij zegt: ‘Voor hen die in staat zijn het geestelijke leven te bestuderen wijzen het baconisme en het shakespearisme naar dezelfde buitenaardse, maar in het aardse vertegenwoordigde, bron.’ Hij vervolgt: ‘maar uit dezelfde bron waaruit deze inspiratie voortkomt, komt voor Midden-Europa, uitgaand van dezelfde ingewijde persoonlijkheid, de geestesstroming van Jacob Boehme en van de Zuid-Duitser Jacobus Baldus’.

Omdat hun maatschappelijke omgeving en hun onderwerpen nogal uiteenlopen zijn wij eerder geneigd Shakespeare en Böhme te zien als antipoden. Toch vinden zij zich in hun benadering van een nieuwe mens – de Noord-Duitser met zijn compromisloze verdediging van een bevrijdende godsdienst en de Brit met zijn compromisloze verdediging van een integrale deugdzaamheid. Zo gezien wordt het werk van Shakespeare ook wel beschreven als ‘de lekenbijbel’ of ‘het masker van de rozenkruiser’.

Wij laten nu nog een citaat volgen dat zeker toevoegt aan deze gedachtengang. Het komt uit een artikel over overbruggingskunst van Jan van Rijckenborgh, stichter van het Lectorium Rosicrucianum.

‘Ware kunst kan pas gecreëerd en ervaren worden als de mensen door de krachten van het bovenaardse koninkrijk geraakt worden. Zodra een werkelijke auteur begint met schrijven, komt een magische kracht naar buiten. Dikwijls kan men niet zeggen waar het aan ligt, maar zijn hele werk straalt dan die kracht uit. Allen die dit begrijpen en tot het werk toegang vinden, hebben daarover slechts één mening. Zij herkennen dit werk als overbruggingskunst.’

Het vinden van deze brug in de dichtkunst van Shakespeare en deze te onderzoeken zien wij als onze opgave. De ontelbare uitspraken, standpunten en karakteriseringen van de acteurs in de stukken van Shakespeare lopen enorm uiteen. Je zou kunnen zeggen van het schreeuwenste rood tot het hoopvolste groen, van een oneindig triest zwart tot het wit van de onschuldige zuiverheid en van het triomferende geel tot de diepste meditatie in violet.

Wij komen een arsenaal van citaten tegen die als gevleugelde woorden opgenomen zijn in onze omgangstaal. Er is een boek met citaten, A collection of familiar Quotations door John Bartlett (1ste editie 1855), waarin 37 citaten staan uit de Bijbel. De citaten uit het werk van Shakespeare vullen echter 122 bladzijden…

Shakespeare had door zijn universaliteit een grote en directe invloed op de bewustzijnsontwikkeling van het Avondland. Shakespeare is op de meest uiteenlopende manieren confronterend. De ene keer rukt hij ons uit de droom, de andere keer troost hij ons en nog een andere keer haalt hij met de nagel van zijn wijsvinger een gewonde plek open.

Wellicht bevindt u zich momenteel juist in een wat rustige fase. Bent u tamelijk tevreden, mogelijk misschien zelfs met uzelf. Maar dan wordt u plotseling door Puck uit deze Midzomernachtdroom gehaald. Hij stort u in de onmogelijkste avonturen en berooft u bijna of geheel van uw verstand. Pas wanneer u uit de droom ontwaakt, kunt u in uw bewustzijn alles weer ordenen.

Of u ziet uzelf als fan van een of ander idool. U gelooft aan de machten de opdracht van de groten in deze wereld. Dan ontmoet u Shakespeares Marina in Pericles. Het meisje werd op zee geboren en verloor bij de geboorte haar moeder. Later werd zij ook gescheiden van haar vader en moest uiteindelijk worden gered. Het waren lafhartige zeerovers die het leven van Marina redden en haar aansluitend verkochten in een bordeel… In deze tijd van grote nood waren er geen voorname mensen of beroemdheden aanwezig.

Gelooft u nog aan het ‘volmaakte’ ongeluk? Geloof er maar niet in, want juist hier in dit huis van plezier kon Marina, die niet uit haar evenwicht te brengen was, een invloedrijke bezoeker (de heerser over het land) een andere, een nieuwe weg tonen. Op die manier verstrengelen de paden zich bij Shakespeare en mogelijk ook vaak bij ons. Of u heeft door bepaalde gebeurtenissen in uw leven de hoop bijna laten varen en u weet dat u de knoop in het net van het lot onmogelijk zelf kunt ontwarren.

Dan komt u Shakespeare tegen met zijn Viola in zijn stuk As you like it. Viola kan u troosten door de overgave aan uw lot: ‘Ik ben niet wat ik ben. O tijd, jijzelf ontwart dit, niet ik, het is voor mij als een onontwarbare knoop.’

Wij beleven aldus dat er in het hart van Shakespeare plaats is voor allen: koningen en slaven, moordenaars en slachtoffers, gelukkigen en verdrevenen, overwinnaars en verongelukten.
We kunnen ook zeggen: het werk van Shakespeare houdt ons in de ban! Alles en iedereen laat hij optreden. De ene keer verfijnd en waardig, de andere keer grof en ruw. Vandaag ontvangt hij u met een zachte, witte fluwelen handschoen maar morgen met een onverwachte, gevoelige klap.

Eigenlijk brengt Shakespeare een wonder tot stand: hij geeft ons op het toneel een ‘onopzettelijke opvoedkundige les’, zoals H.P. Blavatsky het formuleerde. Wij beseffen niet dat er een opvoedkundig aspect aan de orde is. Het gebeurt diep in ons innerlijk, wat absoluut de beste vorm van opvoeden is.

Shakespeare is derhalve de speler die alles in scène zet. Hij drukt het in As you like it zo uit: ‘De hele wereld is het toneel en alle mannen en vrouwen zijn slechts spelers. Men speelt zijn leven lang veel rollen, gedurende zeven akten.’
Voor ieder werk gaat Shakespeare uit van het algemene principe, dat wij ook lezen in de voorhof van de tempel van Delphi: ‘Mens, ken jezelf’.

Shakespeare, de man van het theater, moet natuurlijk ook deze zin inkleden. Hij zegt in As you like it: ‘De nar denkt dat hij wijs is, de wijze weet dat hij een nar is.’ Hij plaatst ons niet buiten het goede maar ook niet buiten het slechte. Hamlet zegt immers: ‘In hemel en aarde is méér dan waar je wijsbegeerte van durft te dromen.’

Dit alles hoort op zijn toneel thuis. Alle toehoorders hebben een plaats in het grote hart van Shakespeare en hij voert met elk van ons een dialoog. Hij wil niet leerstellig zijn want hij toont ons wat de consequenties zijn van iedere denkbare handeling. Zijn hoofdrolspelers kunnen alles, maar dan ook alles bereiken; ze kunnen hun dood vinden, of hun bruiloft vieren.

Het werk van Shakespeare is vaak moeilijk te doorgronden. Veel is shockerend of verschuilt zich achter schijnbare bijkomstigheden. Voortdurend moet men op zijn hoede zijn dat om geen gedachtegang over het hoofd te zien. Terwijl je leest en herleest word je je bewust wat hij tussen de regels door heeft geschreven. De handeling gaat dikwijls in eerste instantie uit van onbelangrijke vragen die geleidelijk aan essentiële problemen worden. Zij houden conflict en explosiegevaar in. Niemand voelt zich zeker in zijn eigen microkosmos.

In zijn koningsdrama Hendrik VI stelt hij: ‘Rustig stroomt het water waar de bedding van de rivier diep ligt.’ Dat betekent: daar waar men rustig en zeker denkt een trotse vertegenwoordiger van een moreel dogma te zijn, kan Shakespeare ons diep aangrijpen en verwonden in onze zelfverzekerdheid.

Bij Shakespeare zijn veel pareltjes, witte maar nog meer zwarte. Ook deze kunnen zich als edelstenen openbaren maar zij bezorgen ons in eerste instantie meestal pijnlijke gewaarwordingen. Als wij vanuit deze achtergrond het werk van Shakespeare beschouwen, als wij zijn alomtegenwoordige strijd tussen licht en duisternis op het astrale niveau plaatsen, als wij achter het vergoten bloed de emotionele discussies herkennen, dan wordt Shakespeare hoogst actueel.

Daarom mogen wij talrijke handelingen in zijn drama’s niet beschouwen als fysieke gebeurtenissen. Het zijn veeleer zichtbare metaforen van astrale bewogenheden. Wij bedoelen met ‘astraal niveau’ het leven dat eigen is aan de mensheid met zijn wensen, verlangens, dromen, haat en liefde, fanatisme en overgave. Zo bezien vinden zijn conflicten met moord, verraad en intrige dagelijks overal plaats: heden ten dage wat minder met dolk en gif maar eerder voor een lopende camera, goed gekleed en met een glimlach op het gezicht.

Een van zijn smerigste schurken, Richard III zegt ook: ‘Ik hak me een weg vrij met een bloedig zwaard/Glimlachen kan ik en glimlachend moorden/En roepen ‘mooi’ bij wat mij het diepste grieft/En valse tranen uit mijn ogen persen/En mijn gezicht naar elke stemming plooien/’k Verdrink meer zeelui dan de zeemeermin.’

In het werk van Shakespeare staan de ontmaskering van onze dialectische toestand en de zelfhandhaving centraal. Dit wordt ons tot de laatste consequentie voorgespeeld, eventueel zelfs tot wanhopens toe. Het is belangrijk dat als wij ons bezighouden met de drama’s van Shakespeare, wij ons altijd het totale oeuvre voor ogen dienen te houden. Als wij het op die wijze bekijken, treffen wij ook de oplossing voor de problematiek aan. In het bijzonder in zijn laatste werken, de zogenaamde blijspelen, verschijnen de regels waarin gesproken wordt over overwinning en geestvervoering. Prospero bijvoorbeeld drukt het in de The Tempest [De storm] zo uit: ‘Zoals het morgenrood de nacht besluipt en het duister smelt, beginnen nu hun zinnen de troebele dampen te verdrijven die hun heldere rede omhullen.’

Wij zullen ons nu concentreren op Shakespeares toneelstuk De Koopman van Venetië, om daarin de kern van Shakespeares filosofie te achterhalen. In dit stuk wordt het alomtegenwoordige conflict tussen licht en duisternis in een grote verscheidenheid belicht. Veel mensen hebben dit toneelstuk alleen maar geïnterpreteerd als een gedachtewisseling over de joodse en christelijke religie. Het is gedurende enige tientallen jaren na de Tweede Wereldoorlog nog sporadisch opgevoerd, en in 2004 regisseerde Michael Radford het stuk in een film met Al Pacino in de rol van Shylock. Het christendom (dat wat zich zo noemt) komt er echter niet zonder kleerscheuren vanaf.

De geografische basiselementen van dit toneelstuk hebben een veelzeggende betekenis. Het stuk speelt hoofdzakelijk in Venetië, een stad van het bonte leven. De lagunestad wordt de centrale plaats van het dialectische leven, dat wil zeggen de plaats waar voor en tegen, goed en kwaad, trouw en verraad onophoudelijk hun verwarrende spel spelen.

Daarnaast zet Shakespeare een tweede plaats in scène: Belmont. In het Nederlands zou men kunnen zeggen de ‘goede berg’. Wat een beloftevolle naam voor een slot waar het ‘goede, het ware en het mooie’ verblijven! Belmont is de woonplaats van Portia, een verheven vorstin. De namen die Shakespeare gebruikt zijn vaak gecodeerd; zij houden de betekenis van de figuren in. Portia is derhalve de deur, het portaal, waardoor het lichtrijk kan worden binnengegaan.

Portia symboliseert een onoverwinnelijke lichtbron, of zoals haar geliefde over haar zegt: ‘Portia verlicht de nacht als een zon, want de nacht is ‘als een zieke dag’.
Er komen drie aanbidders bij de vorstin die in opdracht van haar vader allemaal een beproeving moeten doorstaan voordat zij een relatie met haar kunnen aangaan. Elk van hen moet een van drie kistjes kiezen, een van goud, een van zilver en een van lood. Deze keuze gaat samen met een devies. Hieruit blijkt dan hun vermogen of onvermogen tot vereniging met Portia.

De eerste aanbidder, een Marokkaanse prins, kiest het gouden kistje waarop de inscriptie staat: ’Wie mij kiest, krijgt wat menig man begeert.’ Natuurlijk interpreteert de prins deze zin volgens zijn bewustzijn en meent naïef: ‘Een gouden geest bukt niet naar laag metaal, en daarom geef en waag ik niets voor lood.’

Maar wat treft de prins in het kistje aan? Een afwijzing: een menselijke schedel, het zinnebeeld van de aardse vergankelijkheid. De volgende woorden zijn bijgevoegd: ‘Al wat blinkt is geen goud, ’t gulden graf meest wormen houdt. Was gij even wijs als boud, deze rol was u niet ontvouwd: Ga, de keus heeft u berouwd’.

De tweede aanbidder is een Spaanse prins uit Aragon. Ook hij keurt de drie opschriften. Op het tweede kistje, het zilveren, staat een tekst die indruk op hem maakt: ‘Wie mij kiest, krijgt zoveel als hij verdient.’ Dit treft hem en van zichzelf overtuigd zegt hij: ‘’t Is goed gezegd. Dat niemand waagt zich een onverdiende waardigheid aan te meten.’ Hij is ervan overtuigd dat hij krijgt wat hij verdient. Maar wat een teleurstelling! Hij heeft het hoofd van de nar dat in het kistje ligt, gekozen en op het papiertje leest hij: ‘Neem wie gij maar wilt tot bruid, ga dus heen, met u is het uit.’

Laten wij ons nu zelf eens testen, zouden wij niet ook eerst goud of misschien zilver kiezen? Dan krijgen wij bij Portia zeker de kous op de kop. Zelf zegt ze erover: ‘Zo was de kaars voor ’t motje wreed. O, die voorzichtige zotten.’

Pas nu verschijnt de derde aanbidder en Portia zegt: ‘Het maakt mij blij die vlugge liefdesheraut te zien bij mij. Cupido, geef, dat het Bassanio is.’
Op slinkse wijze maakt Shakespeare de kwaliteit bekend van Bassanio als hij hem beschrijft als ridder van het Gulden Vlies. Over Portia zegt hij: ‘Haar gouden haar hangt om haar slapen als een gulden vlies. En vele Jasons zoeken haar tot vrouw.’

Wij zien veel overeenkomsten tussen De koopman van Venetië en dat andere mysterieverhaal, de Chymische Hochzeit Christiani Rosencreuz anno 1459 (De alchemische bruiloft van Christiaan Rozenkruis). Ook Christiaan Rozenkruis ontvangt een gulden vlies: ‘Bovendien werd aan elk van ons een ander gulden vlies gereikt, bezet met edelstenen, waarvan velerlei invloeden uitgingen, al naar gelang van elks werkzame kracht.’

Dit gulden vlies dat hij aan een ketting om zijn hals draagt, betekent, door de positie boven het hart, de verwerkelijking van een geheel nieuw stralingsveld van het hart. De vernieuwing van het hart als centraal orgaan is het centrum van elk vernieuwingsproces. Etymologisch gezien betekent ‘gulden vlies’ de gouden stroom’, een nieuwe astrale activiteit derhalve.

Dit is niet alleen maar een mooie poëtische beschrijving. Het is essentieel dat de metamorfose van het hart zich voltrekt in de gekozen kandidaat. Dat is het allereerste en allerbelangrijkste. In hem speelt zich op een bepaalde manier de oerknal af van elke spirituele ontwikkeling.

Bassanio is de langverwachte en langgewenste, en hij kiest het kistje van lood, het kistje van de zelfkennis, het kistje van Saturnus. Als enige van de drie aanbidders was hij bereid door de mystieke poort van Saturnus te gaan. Dat wil zeggen: hij bezat de zielen-adel om de weg naar de mysterieplaneten te gaan. Bassanio leest het veelbetekenende devies: ‘Wie mij kiest, geeft en waagt al wat hij heeft.’ Deze zin is vol van betekenis. Hij brengt de onvoorwaardelijke keuze die aan elk spiritueel proces ten grondslag moet liggen, tot uitdrukking. Hij spreekt niet over goud of zilver, niet over welke schijn ook, alleen het zijn wordt in de waag gesteld. Hij kiest de analogie tussen zijn eigen toestand en het onedele lood, de onvoorwaardelijke zelfkennis. Het is de beslissing van het alles of niets, het zijn of niet zijn, van to be or not to be.

Deze legendarische uitspraak die Shakespeare Hamlet in de mond gelegd heeft, kan Hamlet alleen uitspreken als formule van inzicht. De diepe zin ervan kon hij (nog) niet in zichzelf realiseren. De woorden veroorzaakten bij Hamlet een grote tweestrijd, namelijk de keuze tussen liefde of wraak.

Voor Bassanio betekent het dat hij het ingrijpende besluit moet nemen zijn op zijn ik gerichte wezen geheel en zonder enige reserve te offeren aan de (nieuwe) ziel. Dat wil zeggen dat hij zijn leven aan zijn geliefde schenkt: hij verbindt zich met Portia. Hij ontdekt in het loden kistje, hoe kan het ook anders, de afbeelding van zijn eigen onsterfelijke ziel.

Hij leest op het briefje dat ernaast ligt: ‘Gij wie valse schijn mishaagt, die goed kiest en moedig waagt, geeft het lot wat ge vraagt, later niet om meer geklaagd. Als gij hier tevreden mee zijt, dan dit geluk u verblijdt.’

Bij Bassanio gaat de spirituele ontwikkeling nu verder. Nadat hij eerst naar de hand van Portia heeft gedongen moet hij haar nu op basis van alles of niets trachten te verwerven. Natuurlijk is dat een symbolische daad. Deze houdt in dat Bassanio zijn geliefde waardig bevonden moet worden. Hij moet drieduizend dukaten betalen, wat hij niet kan…

Ten einde raad wendt hij zich tot zijn vriend Antonio, een koopman. Helaas heeft deze het bedrag op dat moment niet beschikbaar, ook niet contant, omdat zijn vermogen juist nu is vastgelegd in schepen die zich op zee bevinden. Hier wordt, zoals wij zullen zien, het oeroude gegeven – de verandering van het aardse lood in het goud van de geest – op dichterlijke wijze weergegeven. Deze alchemische transformatie is mogelijk maar alleen als het oude ondergaat, sterft, als Bassanio zijn zelf offert. Het is het ‘sterf en word’, hetzelfde archaïsche beeld dat ook in de Egyptische mysteriën voorkomt. Het is de phoenix, de nieuwe mens, die uit de as opstijgt naar het eeuwige koninkrijk.

Doordat Antonio op dit moment de drieduizend dukaten niet heeft, komt hij in contact met de beroemde Shylock. Hiermee begint een reeks noodlottige gebeurtenissen. De figuur Shylock was al lang onderwerp van discussie bij veel historici: hij is jood, geldwisselaar en leent geld uit. In de middeleeuwen vervulde hij de functie van een bank. In die periode mochten de joden namelijk geen beroep uitoefenen en waren er velen gedwongen tot de geldhandel. Shakespeare maakt de psychologische situatie heel begrijpelijk voor de toehoorders. ‘Ik ben een jood. Heeft een jood geen ogen? Heeft een jood geen handen, gevoelens, hartstochten? Als een jood een christen zich verongelijkt doet voelen, welke ootmoed betoont die dan? Wraak! En als een christen een jood zich verongelijkt doet voelen, wat voor deemoed moet die dan volgens christelijk voorbeeld betonen? Immers wraak! De boosheid die gij mij leert, zal ik toepassen!’

Na enige aarzeling en vele verwijten omdat hij door de zogenaamde christenen discriminerend wordt behandeld, is Shylock bereid het bedrag uit te lenen. Hij eist echter dat het geld binnen drie maan- den zal worden terugbetaald. Gebeurt dat niet dan dient Antonio een pond van zijn vlees als boete aan Shylock te overhandigen. Natuurlijk gelooft Antonio niet dat het Shylock ernst is met de eis van het pond vlees, totdat echter bekend wordt dat hij zijn vermogen door een storm op zee is verloren. Dan begint er een twistgesprek, want Shylock houdt vast aan de door Antonio ondertekende schuldbekentenis. Een en ander culmineert in de beroemde scène van de rechtszaak onder leiding van de doge van Venetië.

Wat betekent deze rechtszaak overdrachtelijk? De rechtszaal is de louteringsplek. Het is de plaats van de totale overgave en het oplossen van de door het ego gestuurde wil. Want de schijnbaar onontkoombare eis van Shylock dwingt Antonio ertoe zijn leven te geven. Door medelijden gedreven is ook Bassanio bereid zijn leven voor zijn vriend Antonio op te offeren. Hiermee is het ‘kritische punt’ bereikt. Het is overigens interessant dat het Chinese woord voor ‘crisis’ ook ‘kans’ of ‘gelegenheid’ betekent. Het ik-element van de beide vrienden is nu bereid tot overgave. Het hermetische axioma van het alchemische proces wordt verwerkelijkt: ‘alles ontvangen, alles prijsgeven en daardoor alles vernieuwen.’ Daardoor kan alles nu, pas nu, anders worden.

In deze wanhopige en vertwijfelde situatie kan de doge zich gelukkig wenden tot een andere advocaat. Kan deze wellicht een betere oplossing vinden dan het vergieten van bloed? Deze advocaat blijkt de voor allen onherkenbaar verklede Portia te zijn; wat een geniale vondst van Shakespeare! Zij vindt inderdaad een reden om Shylock, die geen genade kent, uit te schakelen. In de schuldbekentenis wordt namelijk niet over bloed gesproken. Echter, omdat vlees en bloed, ook in spirituele zin, niet te scheiden zijn kan de schuldbekentenis niet worden gehonoreerd.

Portia heeft zich al eerder in een rede over genade tot Shylock gericht. Deze rede is een beroemd hoogtepunt in het totale werk van Shakespeare. ‘Het wezen der genade duldt geen dwang; zij drupt als zachte regen van omhoog op wat omlaag is. Dubbel zegent zij: zij zegent wie haar geeft als wie haar krijgt; ze is ’t machtigst van de machtigen. Zij staat de hoge heerser beter dan zijn kroon. De scepter toont zijn wereldlijk gezag, het teken van tucht en majesteit, waarin vrees en schroom voor vorsten troont. Maar de genade is meer dan sceptermacht, zij is gezeteld in des vorsten hart, zij is een zinnebeeld van de godheid zelf.’

Wat is de diepe zin van deze woorden? Het gaat hier om een tegenstelling die fundamenteel is. Wij worden hier geconfronteerd met het essentiële punt van dit toneelstuk. Aan de ene kant treffen wij hier het oudtestamentische devies aan dat door Shylock wordt gesymboliseerd: oog om oog, tand om tand, hand om hand en voet om voet. Het is de rigoureuze voorstelling van een wettelijk voorschrift. Aan de andere kant kunnen wij de woorden van Paulus in zijn brief aan de Romeinen: ‘want Christus is het einde van de wet’ daar regelrecht tegenover stellen.

Deze twee verschillen in opvatting en mentaliteit in aanmerking genomen willen wij de volgende vraag stellen: waar vertegenwoordigt het officiële christendom de nieuw-testamentische levenshouding van de Bergrede? Misschien kunnen wij dit nog sterker uitdrukken: is de tijd van de christelijke vervulling in vergeving, liefde en overwinning die wij vinden in de Bergrede, is die spirituele periode voor ons wellicht nog niet begonnen?

Zijn wij christenen of zijn wij dat helemaal niet? Dat zijn de vragen die in De koopman van Venetië tussen de regels door worden gesteld! In zijn algemeenheid bevindt de mensheid zich als in de ruïne van een oude tempel die bezaaid is met scherven religie. Het heiligdom van lang geleden is er niet meer en niemand is in staat het oneindige mozaïek weer samen te stellen.

Dan verschijnt Shakespeare met de religie van Belmont, de religie van de ‘mooie berg’, met de religie van de Bergrede. Dat is zijn wijsheid! Het is een uitgesproken specialiteit van Shakespeare dat er in zijn toneelstukken steeds twee, drie of meer handelingen met elkaar zijn verbonden. Daardoor zijn zij ook vaak bij de eerste kennisname zo gecompliceerd en niet gemakkelijk te begrijpen.

In de tweede akte verschijnt Jessica, de dochter van Shylock. Als bruid van een vriend van Bassanio is Jessica namelijk weggelopen en zij verblijft in de vriendenkring aan het hof van Belmont. Haar vader betreurt dit zeer en hij heeft in feite nu alles verloren. Dat Shylock alle bezittingen verliest (inclusief alle persoonlijke voorliefdes, relaties en alle macht) is vanuit spiritueel oogpunt gezien het altijd aanwezige stigma van deze natuur. Dit verlies wordt een basiservaring die inhoudt dat het vasthouden aan een genadeloze wet die geen erbarmen kent, uiteindelijk ook tot een oordeel wordt. Jessica echter vertegenwoordigt die ziel die de mystieke verandering naar de wereld van het Licht en waarheid realiseert.

In een gewijde nacht openbaart haar bruidegom Lorenzo zijn bruid in prachtige bewoordingen de harmonie der sferen waarover Pythagoras sprak. ‘Wat slaapt het maanlicht lieflijk op die heuvel! Hier gaan we zitten en laten de klanken van muziek onze oren binnensluipen: de verstilling en de nacht raken ons aan in zoete harmonie. Ga zitten Jessica: Kijk hoe het hemelgewelf is ingelegd met laagjes schitterend goud:

‘Elk hemellichaam, hoe klein ook, dat je ziet, zingt als een engel in zijn baan
bij het koor van de jong ogende cherubijnen. Zo’n harmonie klinkt in onsterfelijke zielen. Maar zolang dit vergankelijke kleed van klei ons omhult, is ze voor ons onhoorbaar.
Wie geen muziek in zich heeft, door harmonie van zoete tonen niet wordt geroerd, die mens is geschikt voor verraad, voor list en roof. Vertrouw zo iemand nooit! O, hoor toch die muziek!’

Verder in het toneelstuk treden Portia en haar dienstmaagd Nerissa op in een laatste schijnbaar speels maar betekenisvol spel. Ook Ne-rissa is weer een diepzinnige en symbolische naam. Het is de naam van een zeenimf. In het eerder genoemde mysterieroman Chymische Hochzeit Christiani Rosencreuz anno 1459 verschijnen op de vijfde dag ook de zeenimfen die in talloze legenden worden genoemd. Zij zingen daar hun zevenvoudige liefdesgezang van de nieuwe levenstoestand: ‘Wat doet alles overwinnen? De liefde. Hoe kan men liefde vinden? Door liefde. Waar laat men goede werken stralen? In liefde. Wie kan de twee verenigen? De liefde.’

In het toneelstuk wordt Nerissa als de dienares van Portia aangeduid. Maar zij is niet alleen dienares, beiden, Portia en Nerissa zijn dienaressen in de lange keten van krachten die de mensheid verlossen. Nerissa is een ware ‘mede’-werkster. Beide vrouwen symboliseren de onverbrekelijke eenheid van hoofd en hart. Aan het einde van het stuk creëren zij hun verloofden met de hen geschonken bruidsringen nog een speciaal leermoment.
Zij zijn nog verkleed als rechter en bode en zij betrappen de twee op een zwak moment. Portia en Nerissa nemen de ringen af waarvoor Bassanio en Graziano hun erewoord hebben gegeven. Wat betekenen deze ringen? Zij zijn het symbool van de alliantie, de eeuwige, onverbrekelijke verbinding van de geest met de ziel. Portia en Nerissa zullen hun verloofden het breken van de ringbelofte vergeven. Zij weten dat alleen onwetendheid de oorzaak van hun handelen was.

Bassanio en Graziano echter zijn tot in hun diepste wezen geschokt nu ze hun onvolmaaktheid onder ogen komen te zien, mede doordat hun bruiden met stalen gezichten zo provocerend optreden. Derhalve wordt het stuk door Graziano met de woorden afgesloten: ‘Zolang ik leef, ben ik voor geen ander ding / zó zeer bezorgd als voor Nerissa’s ring.’

Aldus is de spirituele alliantie van geest en ziel tot volmaaktheid geworden. Uiteindelijk kunnen de drie bruiloften worden gevierd: Bassanio met Portia, Graziano met Nerissa en Lorenzo met Jessica. Allen die de weg van Venetië naar Belmont, uit de aardse wereld naar de levenshouding van de Bergrede hebben gezocht en gevonden, gaan binnen in een nieuwe levensstaat.

Dat is het geniale concept van het toneelstuk De koopman van Venetië van William Shakespeare. En er is nog een handeling die verbonden is met dit toneelstuk, maar niet door Shakespeare op papier is gezet is: het is onze geschiedenis – een persoonlijke zoektocht.

Bron: Het onzegbare in het werk van Shakespeare, symposionreeks 21, voordracht door Christoph Steen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *