Was William Shakespeare een peudoniem of schrijversnaam van Sir Francis Bacon?

Was William Shakespeare (1564-1616) een pseudoniem of schuilnaam van Francis Bacon (1561-1626)? Het werk dat aan William Shakespeare wordt toegeschreven is volgens velen overduidelijk van de hand van Francis Bacon en zijn Good Pens en tal van cryptische verwijzingen kunnen dat alleen maar onderstrepen. 

Hoewel er veel aanwijzingen zijn dat William Shakspere niet de schrijver van het Shakespeare-oeuvre is, is het toch interessant om deze betekenisvolle naam nader te bekijken. De man uit Stratford-on-Avon heette namelijk eigenlijk niet William Shakespeare, maar Guilielmus Shakspere. Dat kunnen we zien in het geboorte- en overlijdensregister uit die tijd in de Holy Trinity Church in Stratford. ‘Guilielmus’ betekent ‘William’. Over deze William Shakspere zijn heel weinig feiten bekend. Om de biografieën over hem te vullen hebben de schrijvers veel gegevens uit de geschiedenis en het toneel van zijn tijd opgenomen. Over zijn eigen leven worden veel speculaties opgevoerd, overigens netjes voorzien van woorden als ‘waarschijnlijk’ en ‘zal wel’. 

Om onbekende redenen verlaat William, waarschijnlijk tussen 1584 en 1592, zijn vrouw en kinderen in Stratford en duikt hij op in Londen. Als ‘William Shakespeare’ staat hij op een gegeven moment, als acteur van een kleine rol, op de spelerslijst van een toneelstuk. 

De gedachte hierover is dat hij in Londen in dienst kwam als verzorger van de paarden van de bezoekers van het theater The Globe, dat aan de Theems stond. Een toneelgezelschap had in die tijd slechts een beperkt aantal acteurs. De mannen speelden ook de vrouwenrollen en vaak hadden acteurs een dubbelrol. Als ze spelers tekortkwamen, huurden ze mannen in voor de kleinere rollen. Wellicht is William zo gevraagd kleine rolletjes te spelen, zoals de geest in het toneelstuk Hamlet, die niet veel hoefde te zeggen. 

De hoogstwaarschijnlijk werkelijke schrijver van de toneelstukken heeft iets gezien in de naam ‘William Shakspere’ en er ‘William Shake-speare’ van gemaakt, aanvankelijk met een streepje tussen ‘Shake’ en ‘speare’. Zo krijgt de naam een bijzondere betekenis. Van de voornaam ‘William’ is ‘Will’ afgeleid van ‘Gwyl’, de Keltische zonnegod, en een equivalent van de Griekse god Apollo. 

Het tweede gedeelte van de voornaam betekent ‘helm’, denk aan ‘Wilhelm’. Het dragen van een helm betekent symbolisch dat een persoon verlicht is, net als het aureool om het hoofd van een heilige op middeleeuwse schilderijen. De Griekse godin Pallas Athena, de partner van de god Apollo, draagt op afbeeldingen en beelden altijd een helm. Zij is de godin van de goddelijke wijsheid en intelligentie. Pallas, Athena en Apollo wonen op de berg Parnassus, waar ook de tempel van Apollo en het orakel van Delphi staan. Athena betekent letterlijk Shaker of the spear’. Dit is ook de betekenis van ‘Verulam’, de titel die Francis Bacon van koning James I kreeg. Francis 

Bacon draagt op officiële portretten altijd een hoge hoed, hetgeen dezelfde betekenis heeft als de helm. Hij is namelijk ook een ‘spearshaker’ – een ingewijde. De achternaam ‘Shake-speare’ verwijst tevens naar Pallas Athena, de muze van Francis Bacon. Pallas Athena beweegt of zwaait haar lans of speer tegen de draak van onwetendheid, de onwetendheid van de mens van zijn goddelijke af- komst. In zijn geheel betekent de naam ‘William Shakespeare’ dan: ‘De zonnegod die zijn speer zwaait tegen de menselijke onwetendheid’. Dat is precies wat Francis Bacon in al zijn werk beoogt. In het openingsgedicht bij de definitieve uitgave van de Shakespeare-toneelstukken in 1623, de First Folio, wordt Francis Bacon door zijn vriend en medewerker de toneelschrijver Ben Jonson een ‘Apollo’ genoemd. 

In zijn werk The Great Assizes of Parnassus (1645) beschrijft George Wither Francis Bacon, Lord Veru- lam, als de ‘secretaris en leider van de wijzen’, en als de ‘kanselier van Parnassus’. De berg Parnassus is de berg van dichterlijke inspiratie en verlichting en het symbolische huis van Apollo en Athena, waar de Raad van Tien bijeenkomt, en waar de wijzen en dichters zich verzamelen en drinken uit de Helicon-bron. 

Ook de tempel van het rozenkruis is symbolisch gelegen op de Berg Parnassus. Daar wonen ook de kinderen van Apollo en Athena, Aesclepius en Dionysus. Ze zijn net als Apollo en Athena ‘spearshakers’. Dionysus is ook bekend als Bacchus of Orpheus, de god van de mysteriën, toneel en beschaving. De sleutel tot het werk van Bacon en Shakespeare is de Gemini-mythe, ook vertegenwoordigd in de tweelingzuilen van Hercules (Enoch, Atlas, of Salomo). 

De Shakespeare-toneelstukken zouden in veel opzichten zijn ontstaan uit de samenwerking van de twee broers Francis en Anthony Bacon, die kunnen doorgaan voor Dionysus en Aesclepius en de twee sterren in het sterrenbeeld Cassiopeia, Castor en Pollux. Van deze tweeling was Pollux onsterfelijk en Castor ster- felijk. Dit heeft wellicht een diepe betekenis in verband met Francis en Anthony. 

Shakespeare verwijst naar zichzelf als ‘both your poets’, waarmee ook de twee broers Bacon zouden worden aangeduid. In het Shakespearemysterie is er sprake van twee Shakespeares: de sterfelijke toneelspeler en de onsterfelijke auteur. Er zijn ook twee benaderingen van Shakespeare: de exoterische, welke verbon- den is met Stratford-upon-Avon en de esoterische, welke verbonden is met de Francis Bacon Research Trust onder de bezielende leiding van Peter Dawkins. 

De rol van de Good Pens 

De Good Pens waren een groot aantal afgestudeerde jonge mannen, die Bacon hielpen bij het vertalen van werken, het ontwerpen van nieuwe woorden en het schrijven van nieuw werk. In zijn Shakespeare-sonnet 86 noemt Bacon zijn Good Pens: ‘Compeers by night giving him aid’ (metgezellen die hem ’s avonds of ‘s nachts hielpen). In hoeverre de leden van de Good Pens zelf meeschreven aan de Shakespeare-toneelstukken is moeilijk te achterhalen. Wel is bekend dat een van hen, Anthony Munday, als bekend schrijver in 1578 naar Italië ging, ogenschijnlijk als student maar met een missie, een opdracht van de Engelse geheime dienst, om de Engelse katholieken in Rome te bespioneren. Uit zijn ervaringen in Italië ontstond zijn toneelstuk The Comedy of Two Italian Gentlemen – mogelijk de basis voor het Shakespeare-toneelstuk Two Gentlemen of Verona, dat ca 1590-92 geschreven werd. 

Iets vergelijkbaars gebeurde in het korte leven van Christopher Marlowe, een ander lid van de Good Pens. Tijdens zijn studie in Cambridge trok Marlowe de aandacht van de geheime dienst en werd hij als geheim agent in dienst genomen. Het was in die tijd niet ongewoon dat veelbelovende studenten, in het bijzonder diegenen die nog geen vastomlijnde plannen of vooruitzichten hadden, benaderd werden om hun land als geheim agent te dienen.

Tegen alle regels in verliet hij op een gegeven moment de universiteit en ging naar het buitenland, waar hij zich inschreef aan het jezuïetenseminarie in de Franse stad Reims. Dit was een bekend centrum van katholieke intriges tegen koningin Elizabeth I en de protestantse kerk in Engeland. Men dacht dat Marlowe overgelopen was naar de vijand en in Cambridge werd zijn bul daarom niet uitgereikt. De autoriteiten daar veranderden pas van mening toen ze een brief ontvingen van de Persoonlijke Raad van de koningin waarin uiteengezet werd waarom Marlowe in werkelijkheid in Frankrijk was geweest. 

Christopher Marlowe schreef een toneelstuk, The Jew of Malta. In 1589 werd het beroemde Shakespeare-toneelstuk The Merchant of Venice voor het eerst opgevoerd, dat veel op The Jew of Malta lijkt, in ieder geval ook over een Jood gaat. De Jood in The Jew of Malta is Barabas. Hij is echter veel jonger dan de Jood Shylock in The Merchant. Hij geniet van zijn rijkdom en zijn wijnkelder. Hij heeft, net als de koopman Antonio in The Merchant, schepen op zee. 

Shylock leent geld uit tegen woekerrente, hij is oud en onbuigzaam. Beiden staan min of meer vijandig tegenover de christenen, maar Shylock haat ze, omdat ze geld uitlenen zonder daar geld voor te vragen. In het bijzonder haat hij Antonio, die op hem spuugt. Shylock krijgt zijn kans om wraak op hem te nemen, als Antonio geld van hem leent om zijn vriend Bassanio te helpen. In het contract is opgenomen dat Shylock een pond vlees uit het lichaam van Antonio mag snijden als hij het geld niet op tijd terugbetaalt. Dat kan Antonio niet als zijn schepen op zee vergaan. Het gaat er nu om of Shylock genade kan schenken aan Antonio. Met de diepgaande thema’s wraak en genade gaat The Merchant of Venice in feite dus een stap verder dan The Jew of Malta. 

Het bewijs dat beide toneelstukken echter door dezelfde auteur werden geschreven, zegt John Michell, werd min of meer bij toeval ontdekt door dr. Thomas Mendenhall, een bekend natuurkundige en president van de Amerikaanse Bond voor de Vooruitgang van Wetenschap. Hij ontwikkelde op taalgebied een methode om de kenmerken van een schrijver te bepalen, door de frequentie van woorden van een bepaalde lengte in het werk te meten. Hij ontdekte dat elke schrijver, wellicht onbewust, in dat opzicht een bepaald patroon volgt in het gebruik van het aantal twee-, drie- en vierletter- woorden per duizend woorden. Mendenhall was hoogst verbaasd te zien dat Marlowe precies hetzelfde patroon vertoonde in zijn toneelstukken als Bacon-Shakespeare. 

De conclusie van de aanhangers van Marlowe, dat Marlowe ook veel van de Shakespeare-stukken had geschreven, lag voor de hand. Kennelijk kwam niemand op het idee dat het weleens andersom zou kunnen zijn. Het is veel waarschijnlijker dat Francis Bacon ook de Marlowe-toneelstukken heeft geschreven en diens naam als pseudoniem heeft gebruikt. Marlowe wordt verondersteld al heel jong te zijn gestorven en daarna verschenen er nog veel Shakespeare-toneelstukken. 

De toneelstukken die gepubliceerd werden onder de namen van Good Pen-medewerkers van Francis Bacon, zoals Robert Greene, Christopher Marlowe en Robert Peele, kunnen gezien worden als de vroege pennevruchten van Bacon. De Shakespeare-toneelstukken zijn dan onmiskenbaar het hoogtepunt van zijn toneelschrijverswerk. […] The Tempest of De Storm wordt algemeen beschouwd als het laatste Shakespeare-toneelstuk en tevens als het hoogtepunt van alle toneelstukken. […]

Als we in gedachten houden dat de esoterische wijsheidstradities de basis zijn van al het werk van Francis Bacon, dus ook van de Shakespeare-toneelstukken, begrijpen we dat deze stukken na meer dan vierhonderd jaar nog steeds tot de meest opgevoerde toneelstukken behoren. De universele waarheden spreken ons nog altijd op de een of andere wijze aan. Ze houden ons een spiegel voor, ze laten ons als publiek zien hoe wij zijn in al onze aspecten, en ze roepen ons tevens op om zelf te veranderen.

Bron: Het mysterie rond Francis Bacon door Jaap Ruseler

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *