John Dee, Engels wetenschapper, filosoof en hermetist op wie het personage James Bond mede is geïnspireerd

Iemand die een grote invloed op de loop van de beschaving in de elizabethaanse periode had, was John Dee. Hij was op 13 juli 1527 geboren en was van Welshe afkomst. Dee heeft altijd beweerd dat hij afstamde van de Tudors, het Engelse koningshuis. Op vijftienjarige leeftijd werd hij naar het St. John’s College in Cambridge gezonden en hij wierp zich op de studie van het Grieks, de wiskunde en de mechanica. Na afronding van zijn studie vertrok hij in 1548 naar Leuven, een centrum van neoplatonistische, mathematische en kabbalistische studies, wat perfect aansloot bij zijn universele belangstelling voor het hermetisme. 

Toen hij in 1551 naar Engeland terugkeerde, bracht hij een schat aan ideeën en kennis van geografie, navigatie, geometrie, numerologie, mechanica, astrologie, alchemie, Grieks, Hebreeuws, Kabbalah, hermetisme en architectuur mee. Zo was hij een echte renaissance-magus geworden, een man die alle beschikbare kennis tot de zijne had gemaakt. 

Dee kwam ook in contact met de Italiaan Geronimo Cardano, die eveneens een veelomvattende kennis had. Van hem leerde hij diens cryptografische systeem de Cardano Grille, een geheimschrift dat Dee weer aan zijn leerlingen onderwees en dat Francis Walsingham  gebruikte in zijn school voor geheim agenten. Later werd dit geheimschrift door Francis en Anthony Bacon aangepast en toegepast in hun gedrukte werken. 

Dee was zelf ook geheim agent, van wie de codenaam 007 was, een naam die door de Engelse auteur Ian Fleming beroemd is geworden in zijn James Bond boeken en films. Door bemiddeling van William Cecil kwam prinses Elizabeth in contact met Dee en hij correspondeerde met prinses Elizabeth. 007 was ook het teken dat Elizabeth gebruikte voor de privéberichten tussen het hof en Dee. Deze 007, met een verlengde bovenzijde van de 7 boven de 00, had een diepe symbolische betekenis. De twee cirkels symboliseerden Dees ogen, die de geheime ogen waren van de koningin, welke werden beschermd door de verlengde zeven. 

Koningin Elizabeth was zo onder de indruk van John Dee, dat ze met haar hofhouding naar Mortlake afreisde om daar zijn indrukwekkende bibliotheek met meer dan vierduizend boeken en manuscripten te bekijken. Mortlake lag aan de Theems, dicht bij de paleizen waar Elizabeth regelmatig verbleef. 

Charlotte Fell-Smith, die de dagboeken van John Dee nauwkeurig heeft bestudeerd, geeft aan dat Elizabeth hem veelvuldig aan het hof consulteerde en hem ook regelmatig in Mortlake opzocht. Als voorbeeld van hun verbondenheid beschrijft ze de opgewondenheid en schrik van Elizabeth en het hele hof toen ze een vreemd verschijnsel aan de hemel ontwaarden. Dee werd onmiddellijk aan het hof ontboden om uit te leggen wat het verschijnen van deze vurige ster betekende. Het bleek om de komeet te gaan waarvan de Zweedse astronoom Kepler voorspelde dat deze de geboorte van een prins in Noord-Europa aankondigde, die heel Duitsland zou beheersen en die in 1632 zou verdwijnen. Inderdaad werd er in Finland een prins, Gustavus Adolphus, geboren, die heel centraal Europa in de Dertigjarige Oorlog zou storten en die in 1632 overleed. 

In 1583 waren John Dee en zijn medewerker en medium Edward Kelley, zegt Frances Yates,  in Praag, waar Dee keizer Rudolf II voor zijn mysticisme en zijn grote aantal studies op dat gebied trachtte te interesseren. Zo werkte hij aan het tot stand brengen van een nieuwe aanhang in Bohemen, waar hij tot 1589 verbleef.

Tijdens zijn reizen in het buitenland schreef hij het werk Monas Hieroglyphica, een hermetische verhandeling die, naar hij zei, zijn filosofie samenvatte en de universele wijsheid omvatte. In dit werk legde Dee in tachtig stellingen het monas-teken uit, het teken van de ene, de monade. 

Koningin Elizabeth toonde veel belangstelling voor de inhoud van het boek en ze vroeg Dee haar de geheimen ervan uit te leggen. Ze beschermde hem ook tegen de aanvallen van velen die hem niet begrepen. Die bescherming was een noodzaak voor Dee. Via zijn medium Edward Kelley had hij naar zijn zeggen contact met engelen en de aartsengelen Michaël en Gabriël, die hem waardevolle informatie gaven en zijn kennis vergrootten. De voorwaarde voor zulke contacten was wel de ware godsvrucht, het ware geloof, dat Dee moet hebben gehad. Over zulke contacten lezen we ook in de Evangelien of in Het Evangelie van de Heilige Twaalven (verschenen in de negentiende eeuw), waarin de engel Gabriël de maagd Maria mededeelt dat het moederschap van God met haar is. Het algemene idee was echter dat Dee in contact stond met duivelse krachten. Dat was niet vreemd in een tijd van bijgeloof en onwetendheid. Eigenlijk is Dee nooit vrijgekomen van deze verdenkingen. 

John Dee zette een academie op als centrum van universele kennis. Hij stelde daarbij zijn enorme bibliotheek ter beschikking aan Engelse wetenschappers. Werken over poëzie, toneel, architectuur en occulte wiskunde vormden de kern van zijn boekencollectie. Mathematiek en wiskunde is de rationele basis van alle gnosis. Het ligt ten grondslag aan de Hebreeuwse, Griekse en Latijnse bijbels. 

Toen Francis Bacon later, in 1611, op verzoek van koning James I de Engelse bijbel had bewerkt, voldeed deze zogenoemde authorized version ook aan dit criterium. Zeer belangrijk in de bibliotheek van John Dee waren ook de werken van vroege spiritueel-geïnspireerde auteurs als Hermes Trismegistus, Zoroaster, Orpheus, Pythagoras, Plato en andere Griekse filosofen. Ze toonden in hun werken de overlevering van de wijsheidstradities van het oude Egypte naar het christendom en de renaissance. Uit deze boekencollectie en de geschriften van Dee zelf komt hij naar voren als een ‘religieus hermetist’. Dit hield in dat hij dacht dat een wereldreligie gebaseerd moest zijn op liefde en eenheid, welke in de oude wijsheidstradities en het oorspronkelijke christendom centraal staan en die in de innerlijke goddelijke kennis van de mens een essentieel gegeven zijn. Dit religieus hermetisme is ook de basis van het levenswerk van Francis Bacon. 

Hoewel er geen feitelijk bewijs voor is, kan men gevoeglijk aannemen dat Francis Bacon al voor zijn verbanning naar Frankrijk in 1575 in nauw contact stond met John Dee, waarschijnlijk in de verhouding van leerling en leraar. Wel is er een aantekening in het dagboek van Dee van 11 augustus 1582 dat hij Francis Bacon in Mortlake, waar zijn bibliotheek gevestigd was, zou ontmoeten. Bacon was toen 21 jaar en hij werd vergezeld door een Mr. Phillipes, een vooraanstaand cryptograaf, die in dienst was van Sir Francis Walsingham, het hoofd van de Engelse geheime dienst. Ze zouden gesproken hebben over de oude Hebreeuwse kunst van de Gematria, een van de oudst bekende geheimschriften van voor 700 voor Christus. 

Een ander centrum van kennis was Leicester House, het Londense huis van Robert Dudley, dat deze tot centrum maakte voor dichters en intellectuelen. Hij had ook een uitgebreide bibliotheek. Het huis was in feite een soort informele universiteit, die van groter belang was dan de officiële universiteiten in die tijd want in centra als deze ontstonden in feite de elizabethaanse beschaving, de Engelse renaissance en de wetenschappelijke reformatie. 

Bron: Het mysterie rond Francis Bacon door Jaap Ruseler

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *