2 Tweede levensprincipe – zo boven, zo beneden – Hemel en aarde in de wereld van het kind – Ankie Hettema

PRINCIPE 1PRINCIPE 3, PRINCIPE 4, PRINCIPE 5, PRINCIPE 6, PRINCIPE 7

DOWNLOAD HET GRATIS GEDEELTE VAN HEMEL EN AARDE IN DE WERELD VAN HET KIND (PDF)

BESTEL HEMEL EN AARDE IN DE WERELD VAN HET KIND

Ankie Hettema vertelt in de bovenstaande video over het tweede levensprincipe: zo boven zo beneden. Zij legt uit hoe ze dat voor kinderen beleefbaar maakt. Meer over het tweede levensprincipe – en ook over de zes andere levensprincipes – is te lezen in haar recent verschenen nieuwste boek Hemel en aarde in de wereld van het kind – hoe je dichtbij brengt wat veraf lijkt.  

Ieder kind komt met een belofte op aarde. Het kijkt met een open ziel de wereld in en verwondert zich. Het draagt de wereld van het licht nog bij zich. Kinderen moeten aarden, zich de menselijke inzichten en afspraken eigen maken. Maar waar blijft het stukje hemel? Hoe kan de belofte zich waarmaken? Deze week het levensprincipe: Zo boven zo beneden.

Het tweede levensprincipe – zo boven, zo beneden – rust op het eerste, waarover we zeiden dat het ene zich uitstrekt als een oneindige cirkel en zijn middelpunt geeft aan alles wat leeft. Dat zou je nu zo kunnen zien, dat het ene, zich als het ware van boven naar beneden toe stempelt en uitdrukt. 

In de wijsheid van de soefi’s wordt ook gezegd dat de natuur het handschrift is van God. Het ene slaapt in de steen, ademt in de plant, beweegt in het dier en komt tot bewustzijn in de mens. Dat ene, dat middelpunt kunnen we ook zien als een pit, als een kernkracht, als zaad waarin al besloten ligt wat eruit kan komen, en waarin levenskracht is en kiemkracht.

Als ik nu bijvoorbeeld een klein pitje neem van een appel en ik leg het hier op mijn hand – want zo klein is het – dan is het toch ongelofelijk dat daar een appelboom uit komt en die dan ook nog ik weet niet hoeveel appels zal gaan dragen.  

Kinderen zijn gek op zaadjes, of pitten of bolletjes waar iets uit komt. Kinderen zaaddozen laten verzamelen en laten zaaien, laten planten, dat tikt bij kinderen de innerlijke waarde aan van geduld moeten hebben voor wat groeit, ook aandacht hebben en vertrouwen hebben dat wat erin zit, er ook uit komt. 

Mensen dragen het zaad in zich van bewustzijn. Dat is een vonk van licht wat zich natuurlijk ook weer als een groot stralingsveld bolvormig uitspreidt. Dat is ook de reden waarom Hermes zegt: de mens is een microkosmos. Die microkosmos draagt de mens die wij nu zijn. En wie microkosmisch bewustzijn verkrijgt, groeit uit tot alomvattend bewustzijn. Het kleine wordt dan tegelijkertijd het grote. Zoals het in het klein is, zo is het in het groot. 

Voorbeelden uit de natuur

Om kinderen vertrouwd te maken met dit levensprincipe ben ik gaan spiegelen. Spiegelen buiten, met water, is het leukste. Glinsteringen in het water zien van de zon. Wuivende bomen, voorbij drijvende wolken. Maar als je geen water hebt, leg je buiten een spiegel neer. Dat is de voorkant van het boek (Hemel en aarde in de wereld van het kind) geworden. 

Spiegelen werd favoriet bij de kinderen want we gingen niet alleen meer buiten spiegelen, maar ook binnen spiegelen. Tekeningen, geometrische figuren, bouwsels… Alles werd door de kinderen gespiegeld. We gingen ook schaduwen. Schaduwspelletjes buiten spelen, maar ook binnen: met een lamp en dan kijken wat het wordt. Het werd ook getekend. Het leuke was ook dat kinderen op een gegeven moment ontdekten dat de schaduw wel steeds veranderde, waar dat wat er tussen het licht en de schaduw is steeds hetzelfde blijft. Een vogel bleef de vogel. De zeester bleef de zeester. 

Het schone van boven weerspiegelt zich naar beneden en laat zich uitdrukken in de natuur in de regelmatigheden. Vroeger noemde men dat de goddelijke proporties, en daarop werden kerken en kathedralen gebouwd. Maar het komt ook tot uitdrukking in de fibonacci-reeks. De fibonaccireeks is een getallenreeks die begint met dat ene ondeelbare dat zich ook als één naar beneden spiegelt. Dan heb je dus 1 – 1. Maar dat ene neemt zich helemaal mee in het hele veelvoud wat daaruit volgt. En dan krijg je het volgende 1+ 1 wordt 2, dan 1+ 2 wordt 3, dan 2 + 3 wordt 5, daarna 8 enzovoort. Deze getallenverhoudingen kom je dus als gulden snede in de natuur tegen. 

Ik heb hier een plateautje liggen waarin dat zichtbaar wordt: in de getalsverhoudingen van de wendingen van een schelp, in de spiralen van een denneappel en in de rangschikkeing van blaadjes van bijvoorbeeld een roos. Overal kom je die fibonaccireeks tegen. 

De schoonheid van buiten, dat ervaren, spiegelt zich naar binnen in de ziel van het kind. Ik ben gewend om een appel gewoon overlangs door te snijden., maar als ik hem nu eens dwars doorsnijd, dan zie ik daar in het midden een sterretje, een vijfpuntige ster. Een pentagrammetje is het mooiste symbool van de gulden snede, want alle zijden van een pentagram snijden elkaar volgens de gulden snede. En ik zou dan tegen de kinderen kunnen zeggen: julie zijn allemaal sterretjes, jullie zijn sterretjes vanuit de hemel naar de aarde toe gekomen. Dat sterretje is Doride geworden, en dat is Maartje geworden, Hermano. En zo zie je dat je van de hemel bent en van de aarde.

 Zo boven zo beneden, opdat het schone van boven zich beneden in het leven  zal uitdrukken. 

De volgende keer behandelen we het levensprincipe: overal en alles is energie. 

DOWNLOAD HET GRATIS GEDEELTE VAN HEMEL EN AARDE IN DE WERELD VAN HET KIND (PDF)

BESTEL HEMEL EN AARDE IN DE WERELD VAN HET KIND

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *