Beschouwing 7

Mysteriën van geboorte leven en dood, week 7

Beschouwing : Vrij komen van begoocheling (hoofdstuk 7 van het bijbehorende boek)

In logion 7 van ‘Het evangelie van Thomas’ zegt Jezus: ‘Gelukzalig is de leeuw die door de mens wordt gegeten, en de leeuw zal mens worden. En vervloekt is de mens die door de leeuw wordt gegeten en de mens zal leeuw worden.’ Dit is een uiterst merkwaardige uitspraak want het was en is ongebruikelijk dat mensen leeuwenvlees eten. Uiteraard is het ongewenst dat mensen door leeuwen worden verorberd, maar waarom zou het voor een leeuw goed zijn om door een mens te worden gegeten?

Als we dit logion letterlijk nemen kunnen we er niet veel mee. Zodra we beseffen dat de leeuw staat voor het vergankelijk dierlijke in de mens en de mens voor het onvergankelijk menselijke, kan in ons bewustzijn ineens de oplossing van het raadsel oprijzen. We zijn als mens geschapen, maar we zijn nog niet af, nog geen mens zoals bedoeld in het godsplan. We zijn half dierlijk en half menselijk, of zoals Hermes Trismegistus zegt ‘sterfelijk naar het lichaam en onsterfelijk naar de wezenlijke mens’. Die tweevoudigheid wordt treffend weergegeven door de Egyptische sfinx, een mysteriedier met het lichaam van een leeuw en het hoofd van een mens.

Wanneer we leven vanuit het werkelijk menselijke in onszelf, vanuit de geestvonk in het hart, en de god-menselijke natuur in ons de leiding neemt en houdt over ons hele stelsel, dan zal de dierlijke natuur zich daarnaar voegen en zo zijn innerlijke meester dienen. Dan is de leeuw symbolisch door de mens gegeten. Wanneer echter de leeuwenkoning in ons regeert, als hij symbolisch de mens eet, dan kan de goddelijke natuur niet in ons groeien en blijven we een gecultiveerd mens-dier, machtig misschien maar volkomen aards.

Waarom wordt er in de Bijbel en in andere heilige geschriften zoveel overgedragen in de vorm van symbolen, verhalen en gelijkenissen? Waarom schijven de auteurs niet rechtstreeks op wat  ze bedoelen zodat iedereen hun punten direct kan begrijpen? Waartoe dienen al die geheimzinnigheden en versluieringen?

De discipelen denken daarover na en vragen Jezus waarom hij tot de mensen spreekt in gelijkenissen. Hij antwoordt dan: ‘Omdat het u gegeven is de geheimenissen van het koninkrijk der hemelen te kennen, maar aan hen is het niet gegeven.’ (Mattheüs 13:11)

Mensen die een spirituele weg gaan, leren zich af te stemmen op het domein van de ziel. Dat is de reine astrale wereld van de concrete oertypen, die zich in ons bewustzijn kan onthullen in de vorm van met name symbolen, analogieën, correspondenties, mythen en gelijkenissen. Ons innerlijk begrip kan groeien als we in verbinding staan met deze ervaringswereld, die in het boekje De stem van de stilte de hal van lering wordt genoemd. Jezus adviseert daarom ‘Ken dat wat voor je aangezicht is, en wat voor je verborgen is, zal je geopenbaard worden. Want er is niets verborgen dat niet geopenbaard zal worden.’ (Het Evangelie van Thomas, logion 5)

Innerlijk begrip

Velen gaan ervan uit dat ze alles direct kunnen begrijpen wanneer het hun wordt verteld, vooral als het gaat om zogeheten verborgen kennis. Die opvatting is onjuist, want het ontwikkelen van innerlijk begrip en onderscheidingsvermogen vraagt waarneming, beleving, overdenking en tijd. Als je met kinderen wilt spreken over het leven, dan moet je dat doen in eenvoudige beelden en bewoordingen, omdat hun begripsvermogen nog beperkt is. En als  je wetenschappelijke theorieën wilt begrijpen, vraagt dat een jarenlange voorbereiding.

Veel heilige teksten hebben niet alleen een gewone betekenis, die voortvloeit uit de letterlijke interpretatie, maar ook een hogere betekenis, die zich ontsluiert als de mens daarvoor  rijp is. Zo kan de gelijkenis van de talenten ons meer duidelijk maken dan dat we geroepen zijn om onze talenten in te zetten voor iemand voor wie we werken.

Maurice Nicoll betoogt in zijn boek ‘De nieuwe mens’ dat alle heilige geschriften tot doel hebben om hogere kennis en hogere betekenis over te dragen op basis van gewone kennis die het vertrekpunt vormt. Gelijkenissen zijn volgens hem welbewust ontworpen om eerst op het gewone niveau van begrijpen opgenomen te worden en tegelijkertijd zodanig in te werken op het bewustzijn dat later een opheffing van het natuurlijke niveau tot een ander niveau van begrijpen en betekenis mogelijk wordt. Vanuit dit gezichtspunt is een gelijkenis een trede tussen een lager en een hoger niveau in de ontwikkeling van het begrijpen. Nicoll noemt een gelijkenis daarom een betekenis-transformator.

Hoe kunnen we vanuit dit inzicht de gelijkenis over de rijke man en de arme Lazarus duiden? In het verhaal wordt eerst gesproken over een rijke man die gekleed gaat in purper en fijn linnen en met volle teugen van het leven geniet. Daarna wordt de belabberde toestand geschetst van Lazarus: een arme man die melaats is, honger heeft en bedelt om broodresten. Beiden sterven. Lazarus wordt dan door engelen gedragen naar de schoot van Abraham, terwijl de rijke man in het dodenrijk komt en daar pijn lijdt vanwege de aanwezige hitte.

Dit zou inderdaad een juiste schets kunnen zijn van wat twee totaal verschillende mensen na de dood van hun stoffelijke lichaam kunnen ervaren. Na het afleggen van het stofkleed komt de microkosmos in een gebied dat overeenstemt met de innerlijke vibratiesleutel. De arme Lazarus ervaart de hemelse vertroostingen van de spirituele traditie waar hij deel van uitmaakt, en die begonnen is met aartsvader Abraham. Hij bevindt zich nog niet in het koninkrijk der hemelen, maar in een prettig gebied in het dodenrijk dat in de theosofie wordt aangeduid met de benaming ‘devachan’.

In tegenstelling tot Lazarus ervaart de rijke man geen vertroostingen, maar pijnen van een louteringsbrand. Hij bevindt zich in een tussensfeer die in de katholieke traditie bekend staat als het vagevuur of de louteringsberg en in de theosofie het kama loka wordt genoemd.

In de microkosmos die wij nu bewonen, hebben vele bewoners geleefd in allerlei omstandigheden. Misschien wel persoonlijkheden die lijken op de rijke man en de arme Lazarus. Arme en zieke mensen kunnen troost en hoop putten uit de gelijkenis over de rijke man en de arme Lazarus, omdat zij weten dat de dood een einde zal maken aan de ellendige toestand waarin zij nu verkeren, een verlossing uit de nood zal brengen met het vooruitzicht op prettiger ervaringen.

Omgekeerd zou het onjuist zijn als rijke en gezonde mensen naar aanleiding van deze gelijkenis gaan denken dat hen na de dood een verschrikkelijk oordeel te wachten staat, want er is niets mis met genieten, het is prima om rijk te zijn en het is uitstekend om gezond te zijn. Bij de interpretatie van leringen en gelijkenissen is het van groot belang om de context erbij te betrekken. Dan wordt het gemakkelijker om een diepere betekenis te ontdekken.

Schijnmensen

Jezus vertelt de gelijkenis omdat geldzuchtige farizeeën hem beschimpen. De farizeeën vormden een fundamentalistische stroming binnen het jodendom in de tijd van Jezus, die gericht was op het nauwgezet naleven van de regels uit de Thora. Voor veel farizeeën waren de wetten van Mozes geen middel meer, maar een doel. Ze ontleenden hun identiteit en zelfvertrouwen aan hun encyclopedische kennis over de wet en de hoogachting die ze daardoor van medemensen ontvingen. Ze deden alsof ze heilig waren, maar in werkelijkheid waren ze gericht op het verwerven van bezit, macht en roem. In hoofdstuk 23 van het evangelie van Mattheüs lezen we hoe Jezus deze schijnmensen naar aanleiding van hun snerende opmerkingen confronteert met hun gebrek aan authenticiteit en de kwalijke gevolgen daarvan.

‘Wee u, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, want u geeft tienden van de munt, de dille en de komijn, en u laat het belangrijkste van de wet na: het recht, en de barmhartigheid en het geloof. Deze dingen zou men moeten doen en die andere dingen niet nalaten. Blinde leiders, die de mug uitzift maar de kameel doorslikt. Wee u, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, want u reinigt de buitenkant van de drinkbeker en van de schotel, maar vanbinnen zijn ze vol van roofzucht en onmatigheid.

Blinde farizeeër, reinig eerst de binnenkant van de drinkbeker en de schotel, zodat ook de buitenkant daarvan rein wordt. Wee u, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, want u bent als de witgepleisterde graven, die vanbuiten wel mooi lijken, maar vanbinnen zijn ze vol doodsbeenderen en allerlei onreinheid. Zo lijkt u ook wel vanbuiten rechtvaardig voor de mensen, maar vanbinnen bent u vol huichelarij en wetteloosheid.’ (Mattheüs 23:23-28)

De farizeeërs kunnen zichzelf herkennen in de rijke man in de gelijkenis, die overdadig leeft en gekleed gaat in purper en fijn linnen. Wanneer een mens de kleur purper in zijn aura heeft, duidt dat erop dat hij of zij spiritueel, mystiek en harmonisch is.

De farizeeërs hadden dat waarschijnlijk niet, maar om de schone schijn op te houden droegen ze purperen kleding, fijn linnen dat gekleurd was met de dure purperen verfstof, die gewonnen werd uit bepaalde zeeslakken, mode voor hoogwaardigheidsbekleders.

In het ‘Evangelie van Thomas’ zegt Jezus: ‘Als een blinde een blinde leidt, vallen beiden in een gat. Wee hen, de farizeeërs, want zij lijken op een hond die in de voerbak van de ossen slaapt. Want zelf eet hij niet, noch laat hij de ossen eten.’(Het Evangelie van Thomas, logion 102 en logion 34)

We doen er goed aan te beseffen dat in ieder van ons een farizeeër schuilt, en ook een leeuw, die de natuurlijke drang heeft om het waarlijk menselijke in onszelf en in anderen te verslinden. Je kunt de schijnheilige en de leeuw in jezelf de baas blijven door waakzaam te zijn en hen geen macht te geven. Als je dit boek tot nu toe hebt gelezen, kun je ervan uit gaan dat er in jou ook een arme, zieke Lazarus is die gevoed, getroost en genezen wil worden.

Arm aan Geest

De naam Lazarus is afgeleid van het Hebreeuwse Eleazer en betekent: God heeft geholpen. Lazarus is de innerlijke mens die zijn ogen opslaat naar de bergen, vanwaar zijn hulp komen zal. Hij weet van binnenuit dat hij de weg naar het verloren vaderhuis niet op eigen kracht kan gaan, dat zijn hulp komt van de Heer (Psalm 121:1-2). Hij ontvangt hulp van de Broederschap omdat hij luistert naar de fluisteringen die uitgaan van de geestvonk.

Lazarus ervaart dat hij arm is aan Geest. Hij treurt omdat hij voelt dat zijn hele menselijke stelsel zwaar ziek is ten opzichte van de oorspronkelijke mens. Hij is zachtmoedig omdat hij zich vanwege zijn ervaringsvolheid heel goed kan inleven in de moeilijkheden van anderen. Hij hongert naar het brood des levens en werkelijke gerechtigheid. Als een mens met deze signatuur zich ondanks zijn benarde persoonlijke omstandigheden – of misschien wel dankzij – innerlijk verheft, hoort hij hoopgevende zaligsprekingen die vanaf de berg klinken:

‘Zalig zijn de armen van Geest, want van hen is het koninkrijk der hemelen.
Zalig zijn zij die treuren, want zij zullen vertroost worden.
Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.’
(Mattheüs 5:3-6)

Merk op dat hier gesproken wordt in de tegenwoordige tijd en niet in de toekomende tijd. Er staat ‘zalig zijn’ en niet ‘zalig worden’. De schone vertroostingen van Bethlehem, dat zijn de zegeningen van de geboorte van het licht in het hart van de mens, kun je in het hier en nu ervaren. Voorwaarde is wel dat je niet de mammon dient. Als je teveel aandacht schenkt aan deze afgod van het geld, zijn de gevolgen daarvan te vergelijken met die van overspel, zoals Jezus onderwijst in Lukas 16:18.

Er is niets mis met geld. In de economie wordt het wel gedefinieerd als ongedifferentieerde koopkracht die gebruikt wordt als ruilmiddel, betaalmiddel en rekeneenheid. Het is in feite gekristalliseerde astrale kracht die belangrijk is voor de hele samenleving en waarmee mensen hun mogelijkheden kunnen uitbreiden en zichzelf en anderen kunnen ontwikkelen.

In de maatschappij en ook op het spirituele pad wordt geld een probleem als daar alle verlangen en aandacht naartoe gaat. Geldzucht kan ertoe leiden dat een mens overschaduwd of zelfs bezeten wordt door duistere krachten van de astrale sfeer, waar ook het dodenrijk deel van uitmaakt. Onethische praktijken vanuit zelfzucht, die ook schade veroorzaken bij anderen, zijn dan veelal het gevolg.

De afgod van het geld en de krachten die daarmee samenhangen, misleiden de mens en kunnen daarom worden gezien als aspecten van de satan of Mara – de grote verstrikker – die er alles aan doet om mensen te laten leven in illusie en begoocheling, zodat ze slaaf blijven van hun begeerten en het goddelijk potentieel niet in hen tot ontwikkeling kan komen. Helaas is de grote verstrikker actief op alle terreinen van het leven.

Er wordt gesproken over illusie als de misleiding gericht is op de zintuiglijk waarneembare wereld, en over begoocheling als de misleiding betrekking heeft op de astrale wereld. Rudolf Steiner benoemt die krachten als Ahriman en Lucifer. Ahriman is de god van het duister en kwaad binnen het zoroastrisme. Hij zendt dood en ziekten naar de mensen om hen in ellende te storten teneinde zelf machtig te blijven.

Lucifer is de naam van de engel die in opstand komt tegen God, uit de hemel wordt verdreven en daardoor de duivel wordt, de aanvoerder van gevallen engelen of demonen die de mensen misleiden. De Nederlandse dichter Joost van den Vondel (1587 – 1679) schreef daarover het bekende treurspel ‘Lucifer’ (1654) en liet zich daarvoor inspireren door meerdere bijbelteksten en opvattingen van vooraanstaande theologen in zijn tijd.

Ahriman en Lucifer

Ahrimanische krachten bevorderen verstoffelijking en misleiden mensen door ervoor te zorgen dat ze gefascineerd worden door onder andere bezit, geld, materialisme, zintuiglijk genot, technologie, media en systemen. Luciferische krachten bevorderen ontstoffelijking en misleiden mensen door ervoor ter zorgen dat ze gefascineerd worden door bijvoorbeeld roem, kunst, pseudo-religie, pseudo-spiritualiteit, mysticisme en occultisme. Ook de drang tot wereldontvluchting kan worden verklaard door beïnvloeding van luciferische krachten. Zowel Ahriman als Lucifer knopen aan bij het ego van de mens en bewerkstelligen dat de geestvonk wordt ingekapseld als gevolg van fascinaties, onvrijheden, conflicten, verslavingen, depressies, angsten en magische vermogens van het ego.

Ahriman en Lucifer zijn tegenpolen, maar werken ook vaak samen om de levensenergie van mensen te roven en hen als slaaf te exploiteren, bijvoorbeeld via internet en mobieltjes. Ahriman en Lucifer gaan rond als een brullende leeuw om de mensheid te verstrikken in illusie en begoocheling. Zij vermoorden zielen. In de afgelopen eeuwen zien we een verschuiving van de aandacht van theologie naar technologie, dus van luciferische naar ahrimanische krachten.

In de Bijbel staan vele verhalen waarin we ahrimanische en luciferische krachten kunnen herkennen. De farizeeën hielden zich intensief bezig met talloze religieuze voorschriften, maar gingen volkomen voorbij aan dat waar het in het geloof echt om gaat. Dit is luciferisch, omdat hier sprake is van de waan van pseudo-religie. De vermelding dat de farizeeën geldzuchtig zijn, geeft aan dat ze ook beheerst werden door ahrimanische krachten. De krachten van Ahriman en Lucifer worden ook in de Bijbel genoemd, maar dan onder andere namen.

Ahriman en Lucifer zijn te herkennen in de hoofdstukken 40 en 41 van het boek Job. Die gaan over twee monsterachtige dieren die we niet kennen in de natuur en worden aangeduid als Behemot en Leviathan. Sommige bijbelvertalers hebben deze benamingen vanuit onbegrip ten onrechte vervangen door nijlpaard en krokodil, omdat die dieren algemeen bekend zijn en enigszins voldoen aan de karakteriseringen. Die interpretatiefout illustreert hoe succesvol Ahriman (of Behemot) is om mensen te laten geloven dat de materiële wereld de enige werkelijkheid is.

Ook in hoofdstuk 13 van de ‘Openbaring van Johannes’ worden twee afschrikwekkende dieren genoemd waarin we Ahriman en Lucifer kunnen herkennen: het beest uit de aarde met de twee horens en het beest uit de zee met tien horens en zeven koppen. Ahrimanische en luciferische wezens zijn geen monsters in de zintuigelijke wereld, maar in de astrale wereld. Het is belangrijk dat we beseffen dat de astrale wereld zwaar verontreinigd is en dat we daar gemakkelijker kunnen worden geslachtofferd door waan dan in de stoffelijke wereld.

Misleidende krachten maken gebruik van leringen en symbolen uit de universele wijsheidsleer en verdraaien en misbruiken die. In het sprookje van Goethe likken twee zogeheten dwaallichten, symbool voor Lucifer en Ahriman, het goud van de wanden van het huis van de man met de lamp, symbool voor een ingewijde in de gnostieke mysteriën, en gaan op een onverantwoorde manier om met het geestelijke goud.

De astrale wereld weerspiegelt alles wat de mensheid voortbrengt, wenst en verwacht, en wordt daarom ook wel spiegelsfeer of reflectiesfeer genoemd. Daar leven allerlei elementalen, natuurwezens, gestorven menselijke entiteiten, demonen, archonten, eonen en ook engelen. Er kan een scala aan strata worden onderscheiden, van zeer grimmig, haatdragend en verdorven tot schitterend verlicht, liefdevol en verheven.

Spiegelsfeer

Het is belangrijk om te weten dat alles in de spiegelsfeer heel plastisch is. Daar vormen zich razendsnel beelden en impressies die aansluiten bij het bewustzijn van degene die ze ervaart. Tegenwoordig worden er enorm veel teksten gechanneld en verspreid waarbij wordt meegedeeld dat woorden vanuit gene zijde ontvangen zijn van een opgestegen meester of een engel. Doorgaans betreft het algemeenheden in mooie woorden die mensen graag horen of lezen, allemaal imitaties uit de spiegelsfeer. De satan doet zich voor als een engel van het licht (2 Korinthe 11:14), maar is dan een luciferisch wezen dat begoocheling bewerkstelligt.

De aura van een mens biedt een bepaalde bescherming tegen krachten uit de spiegelsfeer die niet passen bij het eigen wezen. Wanneer er echter sprake is van bijvoorbeeld vermoeidheid, irritatie, boosheid en depressie, kunnen lage astrale invloeden in de aura binnendringen, waardoor er een zekere overschaduwing ontstaat. Wie alcoholhoudende dranken of andere drugs gebruikt, maakt zichzelf open voor funeste astrale krachten. Er kunnen dan zelfs gaten in de aura komen waardoor de betrokkene gevangen genomen wordt door astraal en etherisch gespuis, dat dan niet zelden misère veroorzaakt.

Beïnvloeding vanuit de spiegelsfeer vindt plaats op alle niveaus van de samenleving, van de onderkant tot en met religieuze leiders, CEO’s van multinationals, presidenten, vorsten. Zij worden, meestal zonder zich daarvan bewust te zijn, bestuurd door archonten en eonen die de mensheid in hun greep houden en er baat bij hebben dat mensen niet zelf nadenken, en verdeeld, afhankelijk, zwak, ziek en angstig blijven. Als mensen in angst leven, zijn ze gemakkelijk te manipuleren.

Ongetwijfeld heb je de spiegelsfeer al vaak ervaren. Bij de slaap maakt je astrale lichaam zich los van je stoflichaam en je etherlichaam, en doet ervaringen op in het astrale gebied. Soms herinner je die in de vorm van dromen, maar heel veel blijft ook onbewust. De slaap wordt wel de kleine broer van de dood genoemd, omdat ook hier sprake is van een kringloop door de stofsfeer en de spiegelsfeer. Je zult vast wel eens een ruimte binnengelopen zijn waar een onprettige sfeer heerste, terwijl daar geen zintuiglijk waarneembare aanwijzingen voor waren. Dan heb je iets van de etherische en astrale sfeer daar geproefd.

Sommige nabestaanden van een recentelijk overleden levenspartner ervaren dat de overledene op bepaalde momenten nog even bij hen aanwezig is. Dat is meestal geen inbeelding, maar echt, niet fysiek maar astraal. In de Bijbel wordt op meerdere plekken aangeraden om geen contact met de doden te onderhouden. De doden moeten de aardse sferen loslaten en hun reis elders voortzetten in de spiegelsfeer en in enkele gevallen misschien zelfs wel in gebieden die daar bovenuit stijgen.

Afbeelding 7 is een schematische weergave van de kringloop die de microkosmos steeds weer doorloopt door de stofsfeer en de spiegelsfeer: van de wieg tot het graf, van het graf tot de wieg, van de wieg tot het graf enzovoort. De Amerikaanse onderzoekster Sukie Miller deed uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar het menselijke bewustzijn na de dood en onderscheidt op basis daarvan vier stadia: wachten, evalueren (kama loka), rusten of werken (devachan) en voorbereiden op een nieuwe incarnatie.

Valse profeten

Leerlingen van de ziel die een inwijdingsweg gaan, maken deze fasen tot op zekere hoogte al ruim voor hun overlijden mee. Zij staan ten eerste voor de opdracht om hun fascinatie voor de zintuigelijke wereld, ook wel de hal van onwetendheid genoemd, los te laten. Ten tweede is het belangrijk dat zij gevoel ontwikkelen voor mythen en symbolen die deel uitmaken van de reine astrale wereld van de concrete oertypen, zodat ze daar werkzaam kunnen zijn. Daarin schuilt een gevaar omdat op hetzelfde niveau ook de verontreinigde astrale vergaarbak van de aarde aanwezig is, waardoor zij gemakkelijk kunnen worden misleid.

Hoe kun je jezelf behoeden voor begoocheling? Als er wordt ingespeeld op je ego-verlangens en op het creëren van een hemel op aarde, kun je ervan verzekerd zijn dat je te maken hebt met krachten die ver verwijderd zijn van het oorspronkelijke goddelijke levensveld, die licht lijken maar in werkelijkheid duisternis zijn. Paulus schrijft ‘Beproef alle dingen en behoud het goede’ (1 Thessalonicenzen 5:21) en ook in de eerste brief van Johannes herkennen we aanwijzingen.

‘Geliefden, geloof niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn; want er zijn veel valse profeten in de wereld uitgegaan. Hieraan leert u de Geest van God kennen: elke geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en elke geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is niet uit God; maar dat is de geest van de antichrist, waarvan u gehoord hebt dat hij komt, en die nu al in de wereld is.’ (1 Johannes 4:1-3)

Met ‘belijden dat Jezus Christus in het vlees gekomen is’ wordt hier niet bedoeld dat een mens alleen maar gelooft dat Jezus heeft geleefd en dat hij de Christus was. Miljarden mensen en demonen geloven dat ook! Het is heel goed mogelijk dat een mens die niets weet van de christelijke heilsopenbaring ‘uit God is’, want het gaat erom wat hij belijdt, of hij tot een instrument voor de universele Broederschap of Christushiërarchie is herschapen, dat wil zeggen of hij is wedergeboren uit water en geest (Johannes 3:5). Bij valse profeten vormen de persoonlijkheid, de ziel en de geest geen drie-eenheid. Zij zijn niet door de geest bezield en werken vanuit hun ik-gerichte persoonlijkheid. Jezus spreekt daarover in de Bergrede.

‘Wees op uw hoede voor de valse profeten, die in schapenvacht naar u toe komen maar van binnen roofzuchtige wolven zijn. Aan hun vruchten zult u hen herkennen. Men plukt toch geen druif van doornstruiken of vijgen van distels? Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort en een slechte boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen. Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Zo zult u hen dus aan hun vruchten herkennen. Niet ieder die tegen mij zegt: heer, heer, zal binnengaan in het koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van mijn Vader, die in de hemelen is.’ (Mattheüs 7:15-22)

Als een leerling van de ziel innerlijk sterft, dat wil zeggen vrij komt van identificaties en belemmerende aardse gehechtheden, dan sterven ook de invloeden van Ahriman en Lucifer op hem. Dit zou een betekenis kunnen zijn van de twee moordenaars die tegelijk met Jezus worden gekruisigd op Golgotha, op de hoofdschedelplaats. In veel oudere verhalen over Krishna in India en over Horus in Egypte staat geschreven dat zij gekruisigd werden tussen twee dieven.

Leerlingen van de ziel dienen zich te distantiëren van de spiegelsfeer, van de verontreinigde astrale gebieden, want dat is een voorwaarde voor het werkzaam worden en blijven van de geestvonk, voor het open bloeien van de roos in het hart. We kunnen leren van de rijke beeldenschat in de reine astrale wereld van de concrete oertypen, de hal van lering, maar het is niet de bedoeling dat het daarbij blijft.

Als mensheid staan we voor de opdracht om te gaan leven vanuit gebieden die uitstijgen boven de spiegelsfeer. Wij zijn geroepen om de hoge rede te dienen en binnen te gaan in de hal van wijsheid: de reine mentale wereld van de abstracte oertypen. Dit wordt prachtig verwoord in het volgende gedeelte uit het boekje De stem van de stilte:

‘Drie hallen, vermoeide pelgrim, voeren naar het einde van uw zwoegen. Drie hallen, overwinnaar van Mara, zullen u door drie toestanden brengen in de vierde en van daaruit naar de zeven werelden, de werelden van eeuwige rust. Als u hun namen wilt weten, luister dan en onthoud.

De naam van de eerste hal is onwetendheid – avidya. Het is de hal waarin u het levenslicht aanschouwde, waarin u leeft en zult sterven. De naam van de tweede hal is de hal van lering. Daarin zal uw ziel de bloesems van het leven vinden, maar onder iedere bloem een slang gekronkeld zien. De naam van de derde hal is wijsheid, waarachter zich de oeverloze wateren van akshara uitstrekken, de onvernietigbare bron van alwetendheid.

Als u de eerste hal veilig door wilt komen, laat dan niet uw denken de vuren van begeerte, die daarin branden, aanzien voor het zonlicht van het leven. Als u de tweede hal veilig door wilt komen, houd dan niet stil om de geur van haar bedwelmende bloesems op te snuiven. Als u van de karmische ketenen bevrijd wilt zijn, zoek uw goeroe dan niet in die mayavische velden.

De wijzen houden zich niet op in de lusthoven van de zintuigen. De wijzen besteden geen aandacht aan de zoetklinkende stemmen van de begoocheling. Zoek hem die u tot leven zal wekken in de hal van wijsheid, de hal die daar voorbij ligt, waarin alle schaduwen onbekend zijn en waar het licht van waarheid met niet vervagende glorie schijnt.

Dat wat ongeschapen is, discipel, woont in u, zoals het in die hal woont. Als u het wilt bereiken en de twee één laten worden, dan moet u zich van uw donkere gewaden van illusie ontdoen. Breng de stem van het vlees tot zwijgen, sta niet toe dat een beeld van de zintuigen zich tussen het licht van het ongeschapene en uw licht plaatst, opdat de twee kunnen samensmelten.

En heeft u uw eigen ajñana leren inzien, vlucht dan uit de hal van lering. Deze hal is gevaarlijk in haar verraderlijke schoonheid, en is alleen nodig om u te beproeven. Pas op, leerling, dat uw ziel, verblind door een glans van begoocheling, er niet blijft hangen en gevangen raakt in het bedrieglijke licht ervan. Dit licht straalt uit van de edelsteen van de grote misleider (Mara). Deze betovert de zintuigen, verblindt het denken en maakt de onvoorzichtige tot een verlaten wrak.

De nachtvlinder aangetrokken door de verblindende gloed van uw lamp is gedoemd in de stroperige olie om te komen. De onoplettende ziel die nalaat met de spottende demon van illusie te worstelen, zal naar de aarde terugkeren als een slavin van Mara.’ (De stem van de stilte 1:21-35)