Essay 5

  Symbolen van de ziel, week 5

De ziel als burcht, hoofdstuk 14 van Mysteriën en symbolen van de ziel

Kastelen spreken nog steeds sterk tot de verbeelding. Deze versterkte bouwwerken voor de adel komen voor in beroemde verhalen met een diepere betekenis zoals de sprookjes van Assepoester en Doornroosje, de legenden van koning Arthur en de ridders van de tafelronde, de Parcival-legende en de graalburcht, het mysteriegeschrift over de alchemische bruiloft van Christiaan Rozenkruis en de boeken over Harry Potter.

Burchten staan symbool voor met name veiligheid, rijkdom, macht en roem. Ze kunnen voor vele doeleinden worden gebruikt. Teneinde ons verder te verdiepen in de spirituele symboliek van kastelen kan het zinvol zijn om verschillende functies ervan als volgt te koppelen aan de karakteristieken van het chakrasysteem van de persoonlijkheidsziel.

7.  Kruinchakra: tempel en oratorium
6.  Voorhoofdchakra: tekenkamer en observatorium
5.  Keelchakra: atelier en concertzaal
4.  Hartchakra: conferentiezaal en auditorium
3.  Miltchakra: werkplaats en laboratorium
2.  Heiligbeenchakra: eetzaal en theater
1.  Stuitchakra: fort en woning

Hieruit volgt een scala van activiteiten die in een kasteel kunnen plaatsvinden: celebreren, lofzingen, bidden, ontwerpen, waarnemen, creëren, musiceren, verbinden, uitwisselen, vervaardigen, eten, spelen, verdedigen en wonen. Deze werkwoorden zijn van toepassing op het dagelijkse leven en zijn tevens van belang voor het spirituele pad.

Kaartspel en schaakspel  

Als we een globale indruk willen krijgen van de bewoners van een burcht of vesting hoeven we alleen maar te kijken naar het kaartspel en het schaakspel. Dan ontdekken we koningen, koninginnen, krijgslieden (de boeren en pionnen), hofnarren (de jokers), priesters (de lopers) en paarden met ruiters. Dit zijn allemaal inhouden van het collectieve onbewuste die Carl Gustav Jung archetypen noemt, en die, samen met vele andere, ook werkzaam zijn in de persoonlijkheidsziel en de ziel.

Op de spirituele weg verkrijgt de leerling van de ziel een uitgebreider en hoger bewustzijn. Dat wordt mogelijk als koning-ik van de persoonlijkheid zijn macht afstaat aan de zielekoning, als de
schijnpriester plaats maakt voor de priester van de ziel, en als de joker van de persoonlijkheid zijn grappen en grollen ondergeschikt maakt aan de waargenomen waarheden die de hofnar van de ziel zonder vrees en onverbloemd aan het hof verkondigt.

In het oude testament worden burchten en vestingen op meerdere plekken geassocieerd met God en de ziel.

  • God, mijn steenrots, bij u kan ik schuilen, mijn schild, kracht die mij redt, mijn burcht, mijn toevlucht, mijn redder, u redt mij van het geweld. (2 Samuël 22:3)
  • Zijn taak is zwaar, want de burcht die hij moet bouwen is niet voor de mens bestemd, maar voor God. (1 Kronieken 29:1)
  • HEER, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder, God, mijn steen rots, bij u kan ik schuilen, mijn schild, mijn kracht die mij redt, mijn burcht. (Psalm 18:3)

Theresa van Avila

Waarschijnlijk heeft de Spaanse mystica Theresa van Avila (1515 – 1582) bij het schrijven van haar beroemde geschrift ‘De innerlijke burcht’ of ‘Het kasteel van de ziel’ zich niet alleen laten inspireren door haar persoonlijke mystieke ervaringen, maar ook door de bovenstaande bijbelteksten. In het genoemde boek schrijft de karmelietes onder andere het volgende.

‘Onze ziel is te beschouwen als een burcht, helemaal gemaakt uit slechts één diamant of uit een heel helder kristal. Het omvat veel vertrekken, net zoals er veel woningen zijn in de hemel. Hoe ons dan de verblijfplaats voorstellen, waar zo’n machtig, wijs en zuiver koning die alle goed in Zich bezit, zijn genoegen vindt ? Ik zie niets waarmee de grote schoonheid en de ruime ontvankelijkheid van de ziel zich laat vergelijken. Werkelijk, ons verstand, hoe scherp ook, kan daar nauwelijks bij, evenmin als het in staat is God te kennen.  

Bedenken we dus dat er in deze burcht een groot aantal verblijven zijn, boven, beneden en ter zijde. In het centrum, te midden van allen, bevindt zich het voornaamste. Daar voltrekken zich de meest geheime dingen tussen God en de ziel. We moeten kijken hoe er binnen te geraken.

Het is net of ik een dwaasheid zeg. Het is immers duidelijk dat de ziel de burcht niet hoeft binnen te gaan, daar ze de burcht zelf is. Het lijkt al even dwaas, als tegen iemand die zich in een plaats bevindt te zeggen dat hij er moet binnentreden. Maar, begrijp me wel, er zijn verschillende manieren om er te “zijn”. Velen bevinden zich op het plein van de burcht, daar waar de wachters zich ophouden. Ze stellen geen belang in het naar binnen gaan. Ze beseffen niet wat er in die kostbare plaats te vinden is, ook niet wie er woont en evenmin hoeveel zalen er zijn.  

Een groot geleerde zei me onlangs, dat wie niet bidt te vergelijken valt met een verlamd of gebrekkig lichaam. Het heeft handen en voeten maar is niet in staat ze te richten. Zo bestaan er zielen, welke in die mate ziek zijn en gewend bij het uiterlijke te vertoeven, dat er niets aan te verhelpen valt. Ze kunnen blijkbaar niet in zichzelf keren.  

Keren we terug naar onze burcht met zijn vele verblijven. Stel je niet het ene verblijf achter het andere voor, als op een rij, maar richt je blik op het centrum. Daar is de plaats, het paleis, waar de koning zich bevindt. Talrijke zalen liggen rond en boven die ene. De dingen van de ziel kunnen altijd ruim, wijd en groots beschouwd worden, zonder gevaar voor overdrijving. De ziel is tot veel meer in staat dan wij kunnen denken en de zon binnen het paleis straalt tot in alle verblijven door.’

De zon in het centrum van de burcht die Theresa noemt is de geestvonk in het hart van de microkosmos. Voor haar staat de burcht vooral voor inkeer, zelfonderzoek, bezinning en gebed. Die zijn volgens haar essentieel en daarin is zij niet uniek. Deze staan ook voorop in een spirituele beweging binnen de middeleeuwse katholieke kerk die aan het einde van de veertiende eeuw in Nederland begon met Geert Grote (1340 – 1384) in Deventer en bekend staat als de Moderne Devotie.

In deze hervormingsbeweging binnen de kerk en de maatschappij streefden geestelijken en leken naar praktische levenswijsheid en persoonlijke levensheiliging. Deze beweging kan worden gezien als een reactie op de misstanden onder de geestelijkheid en in de kerkelijke leiding in die tijd.

Geert Grote stichtte de eerste woongemeenschappen van de Zusters des Gemenen Levens
en iets later ook van de Broeders des Gemenen Levens. Binnen deze christelijke groeperingen ging men gezamenlijk een innerlijke weg en zette men zich in voor onderwijs aan de jeugd en verbetering van de leefomstandigheden van de bevolking.

Thomas a Kempis  

De Moderne Devotie is wereldwijd vooral bekend geworden door het boek ‘De Imitatione Christi’ (De navolging van Christus) dat geschreven is door de kanunnik, kopiist en mysticus Thomas a Kempis (1380 – 1471), en waarover gezegd wordt dat het na de bijbel het meest gelezen drukwerk ter wereld is. Het is geschreven voor kloosterlingen, maar juist ook buiten de kloostermuren werden en worden de praktische aanwijzingen in het boek gewaardeerd. Als het gaat over de burcht als symbool van de ziel, sluiten de volgende twee citaten uit ‘De navolging van Christus’ daar goed op aan.

‘Wees dikwijls de spreuk indachtig: “Het oog wordt nooit verzadigd van zien, het oor heeft nooit genoeg van het horen.” Streef er dus naar, uw hart te onttrekken aan de liefde voor zichtbare dingen, en uzelf te keren tot dat wat onzichtbaar is. (1:5)
In uw cel zult ge vinden hetgeen ge daarbuiten dikwijls verliezen zult. Wanneer ge voortdurend verblijft in uw cel, dan wordt zij u zoet; wanneer ge haar zelden bezoekt, dan baart zij verveling.
Indien ge in het begin van uw kloosterleven geregeld en lang verblijft in uw cel, dan zal hij u later worden tot een geliefde vriendin en allerweldadigste troost. In stilte en rust gedijt de godvruchtige ziel en leert zij doorzien de verborgenheden van de schriften. Al wie zich dus van bekenden en vrienden terugtrekt: tot hem nadert God met zijn heilige engelen.’ (20:5-6)

Thomas a Kempis benadrukt steeds het grote belang van stilte, rust, bezinning en gebed. Dit advies doet ook denken aan de school van Pythagoras, waar de mysterieleerlingen de eerste vijf
jaar moesten zwijgen. Zo’n regel gaat voor de mens van de 21e eeuw erg ver, maar de oproep tot regelmatige inkeer kunnen we ons wel ter harte nemen in de huidige hectische en seculiere maatschappij waarin talloze fysieke en virtuele prikkels over ons worden uitgestort. Als je jezelf regelmatig terugtrekt in je innerlijke burcht gaat daar een weldadige werking van uit.

Belangwekkend aan de beweging van de Moderne Devotie is haar aandacht voor het geschreven woord. Geert Grote vond dat het lezen en herlezen van inspirerende teksten voor ieder toegewijd mens dagelijks voedsel moest zijn. In die tijd waren boeken nog handgeschreven en vaak uiterst fraai met de hand gekopieerd. Die manuscripten gingen op twee manieren een belangrijke rol spelen in de gemeenschappen van de moderne devoten.

Ten eerste stond het boek centraal in wat collatie werd genoemd. Dit was een georganiseerd opbouwend kringgesprek waardoor je geestelijk werd gevoed. In de kringen van ‘het gemene
leven’ werd dit gesprek doorgaans gevoerd rond een bijbeltekst. Het gesprek in zo’n gesprekskring ging over de vraag hoe die tekst kon dienen tot opbouw van het individu en van de gemeenschap.

Ten tweede was er het zogeheten rapiarium. Dat is een persoonlijk notitieboekje waarin je opschrijft wat je raakt om het voor jezelf te bewaren en steeds weer te overdenken. De gesprekken die men had met anderen, bijvoorbeeld in de kringgesprekken, leverden soms een enkele zin of redenering op die men wilde bewaren.

Ook bij het voorgeschreven dagelijks lezen in de heilige schrift stuitte de lezer soms op een passage die een nieuw licht wierp op een situatie alsof een steen het stille water beroerde. Ook dat werd vastgelegd in zo’n rapiarium. Geert Grote meende dat schrijven de beste manier van leren was. Ook vandaag de dag zijn gesprekskringen en het rapiarium nog heel effectieve instrumenten voor bewustwording en vernieuwing.

Postmoderne rapiaria vinden we op social media. Op facebook, instagram en pinterest bijvoorbeeld vliegen de wijsheden, aforismen, citaten en oneliners je om de oren. Internet en social media bieden geweldige mogelijkheden om mensen aan te sporen tot verinnerlijking, maar daarbij is het wel van belang te beseffen dat innerlijke groei niet online plaatsvindt, maar offline in de stilte en de rust van het eigen innerlijk.

Gevaren van digitale media

Uit de klinische praktijk en uit allerlei wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat digitale media een sterk verslavende werking hebben en op lange termijn schadelijk zijn voor ons lichaam (stress, slapeloosheid en overgewicht) en vooral ook voor ons denkvermogen. In dit verband wordt er wel gesproken over digitale dementie. Overmatig gebruik van digitale media bevordert een niet te bevredigen honger naar triviale stukjes informatie waardoor de aandacht wordt versnipperd en het niet mogelijk is om diep te denken en alert te zijn. Wanneer we online zijn, vergeten we vaak wat er om ons heen gebeurt. We zijn dan gefascineerd door de beelden op het scherm en er is nauwelijks sprake van gewaarzijn. De echte wereld verdwijnt naar de achtergrond, terwijl we de stortvloed aan symbolen en prikkels verwerken die uit onze apparaten komt. De interactiviteit van het net versterkt dit effect.

Neurale verbindingen in de hersenen van mensen die heel veel internetten en/of online berichtjes versturen degenereren omdat die niet meer op een uitdagende wijze worden belast. Stress vernielt de hersencellen en nieuw aangemaakte hersencellen overleven niet omdat ze niet worden gebruikt.

Een reeks van psychologische onderzoeken heeft aangetoond dat mensen blijk geven van veel meer aandacht, een sterker geheugen en een verbeterde cognitie wanneer ze een tijdje in een
landelijke omgeving hebben doorgebracht. Hun bewustzijn wordt kalmer en scherper. Op internet is er geen vredige plek waar concentratie, meditatie en contemplatie hun wonderbaarlijke heilzame werking kunnen verrichten. Daar vinden we alleen maar de eindeloze hypnotiserende drukte van de winkelstraat.

Meester Eckehart  

Juist in deze tijd waarin alles razendsnel gaat kun je er veel baat bij hebben als je jezelf regelmatig terugtrekt in je innerlijke burcht. Ook de beroemde mysticus meester Eckhart (1260 – 1320) vergelijkt de ziel met een burcht. Bij sommige mystici zien we een vlucht uit het aardse leven vanuit een onblusbaar verlangen naar hemelse gelukzaligheid.

De mystiek van meester Eckehart is daarentegen heel geaard omdat hij vindt dat een hoog gebouw een stevig fundament moet hebben. De juiste levenshouding is volgens hem niet een focus op ‘gene zijde’, maar een innerlijke gerichtheid op het hier en nu in het dagelijkse leven. Meester Eckehart raadt ons aan het leven lief te hebben met al zijn openbaringen en altijd en overal het goede te zien en te verwerkelijken. Hij schrijft:

‘Midden in de dingen moet de mens God grijpen en zijn hart eraan wennen Hem te allen
tijde als een tegenwoordige te bezitten in zijn gemoed, in zijn denken en in zijn willen. Sla er acht op hoe u zich bezint op uw God wanneer u in uw binnenkamer bent. Houdt diezelfde gemoedstoestand vast en draag haar met u mee in het gewoel van alledag, en behoed haar ook tijdens de arbeid. Indien u aldus voor een altijd gelijke God-gerichte levenshouding zorgt, zal niemand die altijddurende aanwezigheid van God bij u kunnen onderbreken’.

Een voorbeeld van zo’n levenshouding en de resultaten daarvan geeft hij in de parabel van de geleerde die lang vergeefs naar een mens zocht die hem de weg tot God zou kunnen wijzen, totdat een innerlijke stem hem op een nacht aanspoorde zich naar de kerk te begeven; daar zou hij voor de deur een mens aantreffen die kennis heeft over de weg tot voleinding.

De geleerde ging erheen en vond tot zijn verbazing een mens in armoedige kleren en barrevoets. Toch begroette hij de arme man, gehoor gevend aan de innerlijke aanwijzing, en sprak:
‘God schenke u een goede morgen!’
De arme antwoordde vriendelijk: ‘Ik heb nog nooit een slechte morgen gehad.’
‘God schenke u gelukzaligheid!’
‘Ik ben nooit ongelukzalig geweest.’
De geleerde vroeg daarop: ‘Verklaart u mij dit toch, ik begrijp het niet.’

En de arme man antwoordde vriendelijk: ‘Met genoegen. U wenste mij een goede morgen. Ik heb nog nooit een slechte morgen gekend. Want als ik honger heb, loof ik God; heb ik het koud, regent het of sneeuwt het, ik loof God; en daarom heb ik nooit een slechte morgen gehad. U wenste mij dat God mij geluk zou geven. Ik heb nog nooit ongeluk gekend, want ik leef met God en weet: wat hij doet, is het beste; en wat God mij schenkt of over mij beschikt, hetzij lief of leed, dat neem ik dankbaar van God aan, als het allerbeste; en daarom heb ik nog nooit ongeluk gekend. Tenslotte wenst u mij dat God mij zalig zou maken. Ik ben echter nog nooit onzalig geweest, want ik begeer niets anders dan in Gods wil te zijn, en ik heb mijn wil zo geheel en al aan Gods wil overgegeven dat hetgeen God wil, ik ook wil.’

Toen vroeg de geleerde: ‘Waar komt u vandaan?’
‘Van God.’
‘En waar hebt u God gevonden?’
‘Daar waar ik alle schepselen verliet.’
De geleerde was verheugd omdat hij iets van de waarheid begon te beseffen en riep uit: ‘Wat bent u voor een mens!’
‘Ik ben een koning.’
‘En waar is dan uw rijk?’
‘In mijn ziel; want ik kan mijn innerlijke en uiterlijke zinnen dusdanig besturen dat al mijn begeerten en krachten slechts aan de ziel onderdanig zijn. En dit rijk is groter dan enig ander koninkrijk op aarde.’
‘En wat heeft u tot deze volmaaktheid gevoerd?’
‘Mijn stil-zijn, mijn evenwichtigheid, mijn geheel en al op-God gericht zijn en mijn eenwording met God. Zo heb ik God gevonden en heb ik in God eeuwige vrede.’

Opnieuw verbinden  

Religie betekent ‘opnieuw verbinden’ en heeft in de visie van meester Eckhart niets te maken met theologische leerstellingen. Volgens hem is religie geen vermoeden, maar zeker weten, geen eenmalige historische openbaring, maar de eeuwige zelf-openbaring van het goddelijke in de mens en in het Al, die in principe altijd door iedereen kan worden ervaren. De weg tot het kosmische bewustzijn waarlangs Eckehart ons leidt, telt tien treden, tien op elkaar volgende rijpingsstadia van de ziel die helder worden besproken in het boek ‘Meester Eckeharts weg tot kosmisch bewustzijn. Een leidraad voor praktische mystiek’ van Karl Otto Schmidt. De stadia corresponderen goed met de tien sefiroth van de levensboom van de kabbalah (zie afbeelding 14). Zij gaan steeds weer bijna onmerkbaar in elkaar over en kunnen duidelijk als treden van het pad herkenbaar blijven dankzij de aanwijzingen van meester Eckehart.

De eerste vier treden hangen samen met de persoonlijkheidsziel en hebben betrekking op achtereenvolgens levenshouding, verinnerlijking, concentratie en beschouwing. Bij de drie volgende treden – contemplatie, overgave en verlichting – speelt ook de ziel een belangrijke rol. De geestziel is met name actief op de drie hoogste treden in de vorm van schouwen, éénwording en Al-onmiddellijkheid.

Geloofsrichtingen zijn mensenwerk en gaan over vormen die in de tijd zijn ontstaan en onderhevig zijn aan verstarring. Werkelijke religie verwijst naar de altijd durende werkzaamheid van de ineigen godheid, zij blijft altijd nieuw en kent geen einde. Geloofsrichtingen verhullen de waarheid en religie is de kern ervan. En om die kern, om die innerlijke burcht in het midden, gaat het.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *