Het ‘niet van de wereld zijn’ is geen wereldontvluchting, geen wereld- en levensvijandigheid doch, in de wereld staande, de wereld dienende, dwars door de gnostieke mysteriën heen de wereld innerlijk te boven komen door zielegeboorte en nieuwe bewustzijnsstaat. En zó, door een nieuwe toestand-van-zijn, de geest onbeweeglijk te houden voor dialectische aantasting en overheersing.
Zulk een mens is zonder vrees. Hij is in gnostieke zin tot mensheidsdienst geadeld. Hij kan zich rustig in de wereld bewegen, want Lees verder →
Gij moet, o Ziel, ware Kennis verkrijgen over uw eigen wezen, en van zijn vormen en aanzichten. Meent niet dat ook maar één der dingen, waarover ge kennis zoekt te verkrijgen, buiten u zou zijn! Neen, alles waarover u kennis zoudt moeten bezitten, is in uw bezit, is binnenin u!
Hoedt u dan voor de misleiding, die u de dingen die in uw bezit zijn, elders doet zoeken. Velen vergéten waar deze dingen gevonden moeten worden en zoeken ernaar buiten zichzelf en worden daardoor tot fouten verleid. Maar later, later komen zij opnieuw tot de ontdekking, dat dit alles in hen en niet buiten hen is. Lees verder →