11 Rozenkruis nu! Ik dacht mij een eenzaam mensenkind

Rozenkruis nu! – online jaarprogramma 2024 – week 11
Ik dacht mij een eenzaam mensenkind
16 maart 2024

 

WEEK 1 – WEEK 2WEEK 3 – WEEK 4WEEK 5WEEK 6 – WEEK 7 – WEEK 8 – WEEK 9WEEK 10

 – WEEK 11

‘Ik, Johannes, uw deelgenoot en broeder in de verdrukking en in het Koninkrijk en in de volharding in Jezus, was op het eiland Patmos genaamd, om het woord Gods en het getuigenis van Jezus. Ik kwam in vervoering des geestes op de dag des Heren, en ik hoorde achter mij een luide stem als van een bazuin ‘ (Openbaring 1:9-10).

Klaar en helder schouwende wat het vrijmakende pad van hem wilde, kwam Johannes aan op Patmos. Patmos wil zeggen: het niets, de eenzaamheid, de volkomen isolatie absolute distantiëring. Zo was Johannes door de drie fasen van de tweede siderische geboorte gegaan: de aanraking, de wording en de vervulling. Aldus kwam het moment van zijn volkomen verheffing in het licht, het moment van mede-erfgenaam Gods worden.

Uit: Het Levende Woord
Hoofdstuk 5: Johannes op Patmos

BESTEL HET LEVENDE WOORD

Voor het kind was het leven in de wereld vreemd.
Het voelde zich daarin vaak als ontheemd.
Dan was daar dat teder en beklemmend verlangen
Dat het kind soms deed huilen en verbangen

Eenzaamheid werd de grondtoon voor het kind.
Toch werd het door anderen geliefd en bemind.

Dat gaf het een gevoel van rust en bescherming
En soms, onverwacht, hoorde het; De Melodie van Grote Pracht.
Dat was als een zacht lied van verre,
dat fluisterde over de wonderlijke weg der sterren.
Dat te horen maakt het kind minder vreemdeling

Maar, het kind groeide op en paste zich aan.
Het leerde het leven gewoon te accepteren,
Door als mens in de wereld te participeren.
En het stille lied leek niet meer te bestaan.
Ging het bij de mens vandaan?

Nu, als volwassene, door het lange leven getekend
Weet ik wat het betekent,
te verbangen én te verlangen
Naar het lied van verre, dat fluistert over die weg der sterren.

Het is als een weg naar binnen, die door een teder beminnen
opent de deur in het hart.

En daar hoor ik de zachte liefdevolle stem,
die zingt van Het Licht.

Ik dacht mij een eenzaam mensenkind.
Nu weet ik dat ik word bemind.

 

TEMPELLIED 45

Diep in mij woelt en spreekt een stem
van ’t Hemelse Jeruzalem,
de Woon van ’t Licht, de Bron van Kracht,
waaruit het Al werd voortgebracht,
en reeds eonen wordt gewacht,
in liefde en trouw,
of ’k komen zou.

’t Zwaard van de preherinnering
graaft nu geheel mijn wezen in,
geeft mij geen rust, bij dag noch nacht.
’k Weet dat er op mij wordt gewacht
in Gods oneind’ge hemelpracht,
in liefde en trouw,
of ’k komen zou.

’k Dacht mij een eenzaam mensenkind.
Nu weet ik dat ik word bemind,
dat er ontelb’re broeders zijn
en zusters die mijn vrienden zijn,
die al zo heel lang wachtend zijn,
in liefde en trouw,
of ’k komen zou.

Ja, ik ga op tot ’t Heilig Vuur.
Kom, ik wil gaan nog in dit uur.
Ga met mij mee naar ’t Vaderland,
en volgen wij de Liefdehand,
in ’t licht van vuurge liefdebrand:
Het pad van ’t Kruis,
naar ’t eeuwig Thuis.

Amen.

LEES OVER DE BOVENSTAANDE BOEKEN VAN CATHAROSE DE PETRI