Citaten van Rabindranath Tagore

Rabindranath Tagore, Bengaals dichter en schrijver van romans en toneelstukken, leefde van 1861 tot 1941. Hij werd geboren uit een voorname familie van Brahmanen, maakte talrijke reizen naar Europa – waar hij ook Nederland bezicht – en stichtte in 1901 een school te Santiniketan, die later uitgroeide tot een soort universiteit met een sterk internationaal karakter. 

In 1913 verwierf Tagore de Nobelprijs voor literatuur. Hij is vooral bekend als een dichter wiens eigen vertaling van zijn Gitanjali (1909; Nederlandse prozavertaling Wijzangen, poëzievertaling Geetanjali) grote bewondering oogstte. Zijn werk wordt gekenmerkt door een diep religieus gevoel, een grote liefde voor de natuur en een bewogen mededogen voor de mens.

Tagore realiseerde vernieuwingen op het gebied van onderwijs, muziek, religie en sociale hervormingen. Door te schrijven over sociale en politieke onderwerpen streefde Tagore in zijn wereldbeschouwingen bewust naar een harmonische verbinding tussen de Westerse en Oosterse filosofieën, religies en culturen. Hij had een belangrijk aandeel in de bevrijding van India en zijn naam is met die van Mahatma Gandhi verbonden.

In het boekje ‘Vuurvliegen zijn een groot aantal diepzinnige en dichterlijk e invallen verzameld, die Tagore op zijn reizen naar China en Japan als geschenk voor gastvrijheid heeft neergeschreven op waaiers en staaltjes zijde. De motieven zijn: vriendschap en afscheid, liefde en vergankelijkheid, natuur en kunst, schoonheid, waarheid, God … flonkerende wijsheid, oplichtend als vuurvliegen in het donker. In de onderstaande verzameling citaten van Rabindranath Tagore zijn ook aforismen uit ‘Vuurvliegen’ opgenomen.  

Alle verrukkingen die ik gevoeld heb in de vruchten en bloemen van het leven mag ik U aan het eind van het feest aanbieden in een volmaakte eenwording in liefde. 

Alles wat voor ons bestemd is komt tot wanneer we de mogelijkheid creëren om het te ontvangen.

De begeerte naar de vrucht mist de bloem.

De berg blijft onbewogen onder de schijnbare nederlaag door de mist.

De bloem die eenling is behoeft de doorns niet te benijden, die talloos zijn.

De dood is niet het doven van het licht, maar het uitblazen van de lamp omdat de dag is aangebroken.

De dwalingen van het leven schreeuwen om de barmhartige schoonheid, die hun isolement kan doen veranderen in harmonie met het geheel.

De mens moet voelen, dat wat hij bezit, oneindig meer is, dan wat hij kan wensen en vatten, en dan alleen kan hij gelukkig zijn.

De roos is zeer veel meer dan een blozende verontschuldiging voor de doorns.

De tiran eist vrijheid om de vrijheid te doden en haar toch voor zichzelf te houden. 

De verwelkte bloem zucht dat de lente voor altijd voorbij is.

De voornaamste opdracht van de leraar is niet betekenissen te verklaren, maar te kloppen aan de deur van de geest.

De wereld lijdt het meest onder de onbaatzuchtige tirannie van hen, die het goed met haar menen. 

Door wetenschap bereikt men veel, doch slechts de liefde voert tot volmaaktheid.

Een denkgeest, geheel en al logica, is als een mes dat geheel en al lemmet is. Het doet de hand die het gebruikt bloeden.

Elke roos die mij verschijnt, is mij een groet van de roos van een eeuwige lente.

Er zijn vele feiten, maar er is één Waarheid.

Gelijk een juweel boogt het onsterfelijke niet op zijn lengte van jaren, doch op de fonkeling van zijn ogenblik.

Gelijk een rivier in de zee vindt het werk zijn vervulling in de diepte van de vrije tijd.

God houdt ervan in mij niet zijn dienaar te zien, maar zichzelf, die allen dient.

God zoekt kameraden en eist liefde, de Duivel zoekt slaven en eist gehoorzaamheid.

Het geloof, wachtend in het hart van een zaadje, belooft een wonder van leven, dat het niet terstond bewijzen kan.

Het geschenk van de liefde kan niet gegeven worden, het wacht erop aangenomen te worden.

Het onware kan nooit tot waarheid worden door in macht toe te nemen.

IJver is de openbare vijand van kundigheid.

Het ware doel ligt niet in het bereiken van de grens, doch in een volmaaktheid die grenzeloos is.

Ik ben in staat mijn God lief te hebben, omdat hij mij vrij laat hem te loochenen.

Ik kwam tot uw kust als vreemdeling, ik woonde in uw huis als gast, ik ga van uw deur heen als vriend, mijn aarde.

Ik sliep, en droomde dat het leven vreugde was; ik ontwaakte en zag: het leven is plicht; ik werkte en zie: de plicht is vreugde!

Je kunt de zee niet oversteken door alleen naar het water te staren.

Laten we niet bidden on gevrijwaard te zijn van gevaren, maar om zonder angst te zijn als ze voor ons worden geplaatst.

Mijn innerlijke wereld, afgerond tot een vrucht, gerijpt in vreugde en smart, zal neervallen in de duisternis van de moederbodem tot een nieuw creatief ontwaken.

Mijn invallen zijn vuurvliegen, stippen van levend licht, twinkelend in het donker.

Mijn wolken treurend in het duister, vergeten dat zijzelf de zon verborgen houden.

Ontsteek de lamp van de liefde met je leven!

Richt je niet naar de grond waar je je voetstappen plaatst; alleen wie ver vooruitziet bereikt zijn doel.

Rust behoort bij het werk als de oogleden bij de ogen.

Schoonheid weet te zeggen: ‘Genoeg.’ Barbarisme roept om steeds meer.

Sluit u uw deur voor alle dwalingen, dan sluit u de waarheid buiten.

Sterren zijn niet bang vuurvliegjes te lijken.

Terwijl God wacht op het bouwen van zijn tempel met liefde, slepen de mensen stenen aan.

Tracht niet altijd uw leer te prediken maar geef uzelf in liefde.

Wanneer vrede haar vuilnis gaat opruimen wordt zij storm.

Wat niet met de belangen van de wereld strookt, schaadt ook onze eigen belangen.

We verkrijgen vrijheid wanneer we de volle prijs hebben betaald.

Wie goed doet komt tot de tempelpoort, wie liefheeft bereikt het altaar.

Wie te lang bezig is met goed te doen, vindt geen tijd om goed te zijn.

Zij die veel bezitten hebben veel te vrezen.

BESTEL EEN DRIELUIK VAN RABINDRANATH TAGORE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *