Het boek van wijsheid, 11 levenslessen van mijn grootvader Mahatma Gandhi – boek van Arun Gandhi

BESTEL HET BOEK VAN WIJSHEID – 11 LEVENSLESSEN VAN MIJN GROOTVADER

Arun Gandhi werd liefdevol opgevoed en opgeleid door zijn grootvader, totdat die in 1948 werd vermoord. Nu is Arun over de hele wereld bekend als activist, spreker en verspreider van het gedachtegoed van Mahatma Gandhi. Hij is de laatste die de intieme, persoonlijke verhalen over deze spirituele icoon kan vertellen. Arun Gandhi groeide op in de beroemde ashram van Mahatma Gandhi. De grondlegger van het moderne India, geliefde filosoof en invloedrijke mensenrechtenactivist was voor Arun gewoon zijn opa. Een meester die zijn leerlingen handvatten gaf om een rijk en betekenisvol leven te leiden. 

Mahatma’s adviezen zijn krachtig, tijdloos en praktisch en Arun weet ze naadloos aan te laten sluiten bij de moderne tijd. Sterker nog: in het huidige politieke en maatschappelijke klimaat zijn deze lessen waardevoller dan ooit. Daarnaast is ‘Het boek van wijsheid’ een portret van Mahatma Gandhi als man, leider en opa. Kleinzoon en grootvader delen persoonlijke verhalen, die tegelijkertijd universeel zijn: over jezelf ontdekken, vriendschap en familie. Hieronder volgen het voorwoord en de inhoudsopgave.

VOORWOORD: LESSEN VAN MIJN  GROOTVADER

We gingen op bezoek bij mijn grootvader. Voor mij was hij niet de grote Mahatma Gandhi die door de hele wereld werd vereerd, maar gewoon ‘Bapuji’, de vriendelijke opa over wie mijn ouders het vaak hadden. We woonden in zuid-Afrika, dus het was een lange reis naar India. Vanuit Mumbai moesten we verder over het spoor en we hadden net een treinreis van zestien uur achter de rug, dicht op elkaar gepakt in een propvolle derdeklas-coupé die geurde naar sigaretten, zweet en de rook van de stoomlocomotief. We waren allemaal moe, en toen de trein puffend bij station Wardha tot stilstand kwam, vonden we het heerlijk om aan het kolengruis te ontsnappen, het perron op te lopen en onze longen vol te zuigen met frisse lucht. 

Hoewel het nog maar negen uur was, brandde de ochtendzon al aan de hemel. Het station bestond enkel uit een perron, een kamertje voor de stationschef, maar mijn vader slaagde erin een kruier met een lang rood hemd en een lendendoek te vinden, die ons met de koffers kon helpen en ons kon wijzen waar de paard-en-wagens wachtten (die in India tonga’s heten). Papa tilde mijn zesjarige zusje Ela in een wagen en vroeg mij naast haar te gaan zitten. Mama en hij zouden achter de wagen lopen. 

‘Dan ga ik ook lopen,’ zei ik.
‘Het is wel ver, hoor,’ zei papa. ‘Wel twaalf of dertien kilometer.’
‘Dat maakt niet uit,’ hield ik vol.
Ik was twaalf en wilde groot en stoer overkomen.
Al snel had ik spijt van mijn beslissing. In de zon werd het steeds heter en na een kleine twee kilometer hield de verharde weg op. Binnen de kortste keren was ik moe, bezweet en bedekt met stof en vuil, maar ik wist dat ik nu niet meer in de wagen kon stappen. Wie a zegt, moet ook b zeggen, was de regel bij mij thuis. Het deed er niet toe dat mijn benen zwakker waren dan mijn ego – ik moest gewoon doorlopen.

Eindelijk kwamen we bij Bapuji’s ashram, die Sevagram heette. Na onze lange reis stonden we op een afgelegen plek in hartje India, in het armste deel van het toch al zo arme land. Ik had zoveel gehoord over de schoonheid en de liefde die grootvader de wereld had geschonken, dat ik misschien wel uitbundige bloemen en klaterende watervallen had verwacht. In plaats daarvan leek het een vlak, droog, stoffig, onopvallend dorpje te zijn, met wat lemen hutten rond een gemeenschappelijke open plek. Had ik daarvoor dat hele eind gereisd? Voor dit kale, allesbehalve indrukwekkende oord? Ik had gedacht dat er op zijn minst wel wat mensen naar ons toe zouden komen om ons te begroeten, maar niemand schonk enige aandacht aan onze komst. ‘Waar is iedereen?’ vroeg ik aan mijn moeder.

We gingen naar een eenvoudige hut, waar ik een bad nam en mijn gezicht schoonschrobde. Ik had Bapuji één keer gezien, toen ik vijf was, maar daar kon ik me niets van herinneren en ik was een beetje zenuwachtig voor onze tweede ontmoeting. Mijn ouders hadden gezegd dat we ons goed moesten gedragen als we grootvader begroetten, omdat hij een belangrijk man was. Zelfs in Zuid Afrika had ik mensen eerbiedig over hem horen praten, en ik stelde me zo voor dat er ergens op het terrein van deze ashram een landhuis stond waarin Bapuji woonde, omringd door een grote groep bedienden.

Het was dus een schok voor mij toen we naar een andere eenvoudige hut wandelden en over een lemen veranda een kamer van hooguit drie bij vier meter binnen liepen. Daar zat Bapuji op zijn hurken in een hoek, op een dunnen katoenen matras. Later hoorde ik dat de staatshoofden die de grote Gandhi bezochten op matten naast hem hurkten om hem te kunnen spreken en raadplegen. Maar nu liet Bapuji ons zijn prachtige, tandeloze glimlach zien, en hij wenkte ons.

Mijn zusje en ik volgden het voorbeeld van mijn ouders, die op de traditionele Indiase manier hun respect betoonden en aan zijn voeten knielden. Daar wilde hij niets van weten, dus trok hij ons vlug naar zich toe om ons warm te omhelzen. Hij kuste ons op beide wangen, wat Ela een blije, verraste kreet ontlokte.

‘Is de reis goed verlopen?’ vroeg Bapuji.
Ik had zoveel ontzag voor hem dat ik begon te stotteren.
‘Bapuji, ik heb de hele weg vanaf het station gelopen.’
Hij lachte en zijn ogen twinkelden.
‘Echt waar? Ik ben heel trots op je.’
Hij gaf me nog een paar dikke kussen op mijn wangen.

Ik voelde onmiddellijk dat hij onvoorwaardelijk van me hield, en aan die zegening zou ik al genoeg hebben gehad. Er zouden echter nog vele zegeningen volgen. Mijn ouders en Ela bleven slechts een paar dagen in de ashram voordat ze naar andere delen van India vertrokken om mijn moeders grote familie te bezoeken, maar ik zou twee jaar bij Bapuji blijven. Ik woonde bij hem, reisde met hem en veranderde van een naïef twaalfjarig kind in een veel wijzere jongeman van veertien. In die periode heb ik lessen van hem geleerd die de richting van mijn leven voorgoed zouden bepalen.

Bapuji zat vaak met een spinnewiel naast zich, en ik vergelijk zijn leven graag met een gouden draad van verhalen en lessen, die zich nog altijd met de generaties vervlechten en het weefsel van al onze levens sterker maken. Veel mensen kennen mijn grootvader inmiddels alleen nog maar uit films, of ze herinneren zich at hij geweldloze bewegingen oprichtte die uiteindelijk ook naar de Verenigde Staten kwamen en bijdroegen aan de invoering van burgerrechten.

Maar ik kende hem als een warme, liefhebbende grootvader, die altijd mijn goede kanten zag en op die manier het beste in mij naar boven wist te halen. Hij inspireerde mij en talloze anderen om betere mensen te zijn dan we ooit hadden gedacht. Hij hechtte aan politieke gerechtigheid – niet vanuit een hoogdravend theoretisch gedachtegoed, maar omdat hij zich het lot van ieder individu aantrok, het beste leven dat we konden krijgen. We hebben Bapuji’s lessen tegenwoordig harder nodig dan ooit. De diepgewortelde woede in de wereld van vandaag zou mijn grootvader verdriet doen, maar hij zou nooit de moed verliezen

De mensheid is één grote familie

Keer op keer vertelde hij me: ‘de mensheid is één grote familie.’ Tijdens zijn leven trof hij haat en gevaren op zijn pad, maar zijn praktische filosofie over geweldloosheid hielp India bevrijden en stond over de hele wereld model voor de verbetering van de mensenrechten.

We zouden weer moeten ophouden elkaar te bevechten om de gevaren die ons werkelijk bedreigen het hoofd te kunnen bieden. Grote schietpartijen en dodelijke bomaanslagen zijn in de Verenigde Staten onderdeel van de dagelijkse realiteit geworden. Politiemensen en vreedzame betogers zijn in koelen bloede vermoord. Op straat en op school worden kinderen gedood, en sociale media zijn forums voor haat en vooroordelen geworden. Politici zoeken niet naar overeenkomsten tussen mensen, maar wakkeren geweld en woede aan.

De geweldloosheid die mijn grootvader predikte, was nooit bedoeld als passiviteit of zwakte. Sterker nog, hij zag geweldloosheid als een manier om jezelf moreel en ethisch sterker te maken en dichter bij het doel van een harmonieuze samenleving te komen.

Toen hij nog maar net aan zijn campagnes voor geweldloosheid begon, vroeg hij mensen hem te helpen een naam voor zijn nieuwe beweging te bedenken. Een van zijn neven stelde het woord sadagraha voor, Sanskriet voor ‘vastberadenheid met een goede reden’. Bapuji vond het een mooie suggestie, maar besloot het woord iets aan te passen tot satyagraha, ‘vastberadenheid voor de waarheid‘. Later werd het soms vertaald als ‘kracht van de ziel’, wat ons er duidelijk aan herinnert dat we bij ons verlangen de maatschappij te veranderen uit de juiste waarden ware kracht kunnen putten.

Wat we op dit moment in mijn optiek nodig hebben, is naar mijn grootvaders satyagraha, de kracht van de ziel. Hij richtte ene beweging op die tot een grote politieke ommekeer leidde en honderden miljoenen inwoners van India zelfbestuur gaf. Maar wat nog belangrijker is: Bapuji probeerde ons te laten zien dat we onze doelen met liefde en waarheid kunnen realiseren, en dat we het meest bereiken als we ons wantrouwen terzijde leggen en kracht zoeken in positiviteit en moed.

Mijn grootvader geloofde niet in etiketten of onderverdelingen tussen mensen, en al was hij zeer spiritueel, hij had bezwaren tegen religie als die mensen verdeelde in plaats van verbond. In de ashram stonden we elke ochtend om halfvijf op om ons voor te bereiden op de gebeden van vijf uur. Bapuji had de heilige boeken van elk geloof gelezen, en hij putte voor zijn universalistische gebeden uit alle religies. Hij was van mening dat elk geloof wel een kern van waarheid bevat, en dat problemen beginnen als wij denken dat zo’n kern de enige, volledige waarheid is.

Bapuji sprak zich uit tegen de overheersing van de Britten en wilde autonomie voor iedereen. Voor die gedachte werd deze man, die alleen maar liefde en vrede wilde prediken, bijna zes jaar lang in Indiase gevangenissen opgesloten. Zijn ideeën over vrede en eenheid waren voor veel mensen zo bedreigend dat hij, zijn vrouw en zijn beste vriend en vertrouweling Mahadev Desai allemaal achter de tralies verdwenen.

Desai kreeg een hartaanval en stierf in 1942 in de gevangenis, en grootvaders geliefde echtgenote, Kasturbai, bezweek uiteindelijk op 22 februari 1944, met haar hoofd op zijn schoot. Drie maanden na haar dood kwam grootvader als enige overlevende uit de gevangenis. Het jaar daarna nam hij mij in huis en werd het zijn doel om mij te leren hoe ik een beter leven kon leiden.

De twee jaren waarin ik bij Bapuji woonde, waren voor ons allebei heel belangrijk. Toen ik bij hem was, ging zijn wens – een onafhankelijk India – in vervulling, maar het geweld en de verdeeldheid die ermee gepaard gingen, hoorden niet bij zijn droom. Terwijl de wereld veranderde, leerde ik mezelf te veranderen. Ik leerde mijn vaak onbeheerste emoties te beteugelen, het beste uit mezelf te halen en de wereld met nieuwe ogen te bekijken. Terwijl Bapuji me eenvoudige, praktische dingen leerde om mijn persoonlijke doelen te bereiken, was ik getuige van historische ontwikkelingen. Het was een intensieve leerschool in zijn filosofie: ‘Wees zelf de verandering die je in de wereld wilt zien’.

Wees zelf de vernadering die je in de wereld wilt zien. 

Die verandering hebben we momenteel hard nodig, want over de hele wereld gaan de haat en het geweld alle perken te buiten. dat zouden de mensen dolgraag anders zien, maar ze voelen zich hulpeloos. Enorme economische ongelijkheid zorgt ervoor dat vijftien miljoen kinderen in de Verenigde Staten en honderden miljoenen kinderen wereldwijd niet genoeg te eten hebben, terwijl rijke mensen denken dat ze hun overvloed mogen verkwisten. Toen ultra-rechtse fascisten op een stadsplein in het noorden van India onlangs een standbeeld van mijn grootvader beschadigden, beloofden ze daarbij: ‘Jullie krijgen een spoor van terreur te zien’. We moeten onze levens veranderen als we aan die waanzin een einde willen maken.

Mijn grootvader vreesde voor dit punt in onze geschiedenis. Een week voordat hij werd vermoord, vroeg een journalist hem: ‘Wat gebeurt er volgens u met uw filosofie als u er niet meer bent?’ Bapuji antwoordde met grote droefheid: ‘Tijdens mijn leven zullen de mensen me vereren, maar ze zullen zich niet blijven inzetten voor mijn gedachtegoed.’ Dat laatste moeten we nu juist wél doen. Zijn alledaagse wijsheid kan ons helpen de problemen op te lossen waarmee we nog altijd worstelen. We hebben mijn grootvader nog nooit harder nodig gehad dan nu.

Bapuji gebruikte allesovertreffende en praktische adviezen om de loop van de geschiedenis te veranderen. Nu wordt het tijd dat wij al die wijze lessen gaan toepassen. De lessen die ik van Bapuji heb geleerd, hebben mijn leven veranderd, en ik hoop dat ze jou zullen helpen meer rust en betekenis in je leven te vinden.

INHOUDSOPGAVE

Voorwoord: Lessen van mijn grootvader

  1. Doe iets goeds met je woede
  2. Wees niet bang om je mond open te doen
  3. Geniet van het alleen-zijn
  4. Weet wat je waard bent
  5. Van leugens heb je alleen maar last
  6. Verspilling is geweld
  7. Kastijd je kinderen niet
  8. Nederigheid is kracht
  9. De vijf zuilen van geweldloosheid
  10. Je wordt op de proef gesteld
  11. Lessen voor ons huidige leven

Epiloog
Dankwoord

Bron: ‘Het boek van wijsheid, 11 levenslessen van mijn grootvader Mahatma Gandhi’ door Arun Gandhi

BESTEL HET BOEK VAN WIJSHEID – 11 LEVENSLESSEN VAN MIJN GROOTVADER

1 thought on “Het boek van wijsheid, 11 levenslessen van mijn grootvader Mahatma Gandhi – boek van Arun Gandhi

  1. Lyonne Meerkerk

    Het Boek van Wijshed,.. . Al vele mensen met dit prachtig, Liefdevol en eenvoudig geschreven boek mogen verrassen. Jammer dat het zo snel uit de winkel was gehaald??? Fijn het hier weer zien!!!!

    Dank hiervoor, Lyonne

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *