Essay 8

 

    Symbolen van de ziel, week 8

De ziel als spiegel, hoofdstuk 17 van Mysteriën en symbolen van de ziel

 

Ben je op zoek naar iemand die je duurzaam gelukkig kan maken? Kijk dan eens in de spiegel! Onze cultuur houdt ons voor dat we ons geluk uitsluitend kunnen vinden in dingen en mensen die zich buiten onszelf bevinden. Als je daarop vertrouwt, kom je bedrogen uit want duurzaam geluk is alleen te vinden in je binnenste, in de ziel die met de geest verbonden is. De werkzame geestziel is de prins op het witte paard die je duurzaam geluk kan schenken.

Natuurlijk hebben we als fysiek lichaam en als persoonlijkheidsziel ook de buitenwereld met de vier ons bekende natuurrijken – mineralen, planten, dieren en mensen – nodig. Niet alleen voor de instandhouding van ons stoffelijke lichaam, maar vooral ook voor onze persoonlijkheidsziel. Contact met medemensen is essentieel voor onze groei als menselijk individu en voor ons welbevinden. Via interactie met soortgenoten en het ervaren van de schepping doen we kennis op, ontwikkelen we vaardigheden en leren we onszelf kennen. Onze medemensen en ook de schepping fungeren voor ons dus als een spiegel. Ook onze ziel is te zien als een spiegel.

In de avonturenroman ‘Tarzan van de apen’ uit 1912 van Edgar Rice Burroughs en de vele verfilmingen daarvan ontwikkelt de beroemde jungle-held Tarzan zich geleidelijk van een mensdier tot een gentleman. In werkelijkheid is dat niet mogelijk, want een mensenkind dat wordt gezoogd door een zoogdier zoals een aap of een wolf en zich daarna in de natuur in leven weet te houden kan niet opgroeien tot een normale persoonlijkheid. Zo’n mens gaat zich gedragen als een dier en loopt een grote achterstand op in de psycho-sociale, linguïstische en cognitieve ontwikkeling die nooit meer in te halen is. Dat blijkt uit de circa honderd gevallen van zogeheten wolfskinderen of wilde kinderen die in de afgelopen honderd jaar zijn gerapporteerd.

Van nature is de mens geneigd om zijn medemensen na te doen. Iets leren begint vaak met imiteren, met na-apen of spiegelen. De hersenen blijken daar zelfs helemaal op gemaakt te zijn.
Halverwege de jaren negentig ontdekten onderzoekers van de universiteit van Parma via proeven met aapjes dat bepaalde gebieden in de hersenen niet alleen geactiveerd worden tijdens het uitvoeren van handelingen, maar ook bij het zien van diezelfde handelingen.

Als een onderzoekster bijvoorbeeld haar tong uitsteekt naar een baby-aapje, vuren in haar brein bepaalde neuronen die zich op dezelfde plek bevinden als neuronen in het brein van het aapje die dan ook vuren, waardoor het aapje zijn tong ook uitsteekt. Aangezien de betreffende neuronen ervoor zorgen dat gedrag van een mens of dier worden gespiegeld door een ander mens of dier wordt er gesproken over spiegelneuronen.

Spiegelneuronen  

De werkzaamheid van spiegelneuronen maakt ook duidelijk waarom mensen zo gefascineerd kunnen zijn door te kijken naar bijvoorbeeld sportwedstrijden en films. De toeschouwers leven dan mee met de spelers omdat ze min of meer dezelfde gedachten en gevoelens ervaren als zij. Ons vermogen om ons in te leven in anderen, empathie, hebben we te danken aan spiegelneuronen. Zij maken het ook mogelijk om bepaalde handelingen innerlijk te oefenen. Zo kun je bijvoorbeeld een betere boogschutter worden als je de handelingen voor boogschieten vaak visualiseert.

Spiegeleuronen vuren namelijk niet alleen bij fysiek zien, maar ook bij innerlijk zien. Als we gewelddadige en verdrietige beelden zien, roept dat bij ons via de spiegelneuronen pijnlijke emoties op. Toch wordt er veel gekeken naar gewelddadige films en komt er via nieuwsmedia
een onophoudelijke stroom van beelden over verdriet, angst en ellende miljoenen huiskamers binnen. Een belangrijke reden daarvoor is dat er grote astrale en etherische krachtwerkzaamheden zijn die via onder andere de media levenskrachten aan de mensheid onttrekken om zichzelf in stand te houden. In het evangelie van de Pistis Sophia worden die archonten en eonen genoemd.

Mensen die geestziele-ontwikkeling nastreven kunnen zich beter niet teveel openstellen voor al dat astrale beweeg omdat ze daardoor minder ontvankelijk worden voor goddelijke krachten die hun hele wezen in gnostieke zin kunnen vernieuwen. Immers: alles waar we onze aandacht op richten groeit. Daarom is het ook geen wonder dat je je depressief, machteloos en ellendig gaat voelen, wanneer je voortdurend gericht bent op pijn, verdriet en lijden waar je niets aan kunt doen.

Hoe is het mogelijk dat zoveel mensen zich laten fascineren door beelden, gevoelens en gedachten die samenhangen met pijn, verdriet en lijden? Volgens Eckhart Tolle is één van de belangrijkste reden dat bijna iedereen in zijn energieveld een opeenhoping van oude pijn in zich meedraagt. Hij spreekt in dit verband over het pijnlichaam dat is ontstaan doordat negatieve emoties uit het verleden niet volledig onder ogen zijn gezien, aanvaard en losgelaten. In zijn boek ‘Een nieuwe aarde’ schrijft hij daarover:

‘Het pijnlichaam is een semi-autonome energievorm die in de meeste mensen leeft, een uit emoties bestaande entiteit. Het heeft een eigen primitieve intelligentie, zoals van een slim dier, en zijn intelligentie is hoofdzakelijk gericht op overleving. Net als alle levensvormen moet het zich regelmatig voeden – nieuwe energie opnemen – en het voedsel dat het nodig heeft om de voorraden aan te vullen bestaat uit energie die overeenkomt met zijn eigen energie, dat wil zeggen, energie met een vergelijkbare frequentie. Voor het pijnlichaam is elke emotioneel pijnlijke ervaring bruikbaar voedsel. Daarom gedijt het zo goed op negatief denken en op drama in relaties. Het pijnlichaam is een verslaving aan ongelukkig zijn.’

Het begin van de bevrijding van het pijnlichaam ligt allereerst in het besef dat je een pijnlichaam hebt. Dan, belangrijker, in je vermogen tegenwoordig genoeg, alert genoeg, te blijven om het
pijnlichaam in jezelf op te merken als een zware instroom van negatieve emoties wanneer het actief wordt. Als het herkend wordt, kan het zich niet meer voor jou uitgeven en door jou leven en zich vernieuwen.

Je kunt vrij komen van vereenzelviging met je pijnlichaam door gewaarzijn, zoals beschreven in hoofdstuk 1. Als je je er niet mee identificeert, kan het pijnlichaam geen macht meer uitoefenen over je denken en kan het zich dus niet meer voeden met je gedachten. Het pijnlichaam lost in de meeste gevallen niet onmiddellijk op, maar als je de verbinding ervan met je denken hebt verbroken, begint het pijnlichaam energie te verliezen. Dat leidt ook tot veranderingen in het brein: bepaalde neurale verbindingen worden zwakker of verdwijnen terwijl nieuwe verbindingen ontstaan en worden versterkt.

Zijn wij ons brein?  

Leren is neurologisch gezien het maken en versterken van nieuwe verbindingen tussen hersencellen waardoor bepaalde gedachten, gevoelens en handelingen tot stand kunnen komen. Ieder mens is uniek en heeft een persoonlijk verleden. De hersenen van iemand zijn dan ook zeer individueel van aard en weerspiegelen de betreffende persoon. Sommigen gaan zelfs zo ver dat zij zich geheel met hun brein identificeren. De hersenonderzoeker Dick Swaab schreef bijvoorbeeld het populair wetenschappelijke boek ‘Wij zijn ons brein’. Die titel drukt een materialistisch wereldbeeld uit waar Swaab zich helemaal in kan vinden.

Vooralsnog hangen de meeste wetenschappers de visie aan die zegt dat het menselijke bewustzijn het resultaat is van hersenactiviteit. Volgens het spirituele uitgangspunt is het precies andersom: bewustzijn ligt ten grondslag aan alle manifestatie en alle hersenactiviteit is dus het gevolg van bewustzijn. Dit uitgangspunt is in overeenstemming met onderzoek naar bijna dood-ervaringen door de cardioloog Pim van Lommel.

Het onderzoek naar bijna bijna-dood ervaringen laat zien dat er wel degelijk helder bewustzijn mogelijk is terwijl het hart stil staat en er geen meetbare hersengolven zijn te constateren. Het is dan ook een misverstand te menen dat bewustzijn is gelokaliseerd in de hersenen. Hersenen faciliteren ons bewustzijn.

Als we oplettend zijn kunnen we in ons dagelijks leven soms ervaren dat ons bewustzijn zich niet beperkt tot onze schedel, maar zich ver uitstrekt in ruimte en tijd. Velen herkennen bijvoorbeeld het verschijnsel dat bekend staat als telefoontelepathie. Je denkt dan aan iemand, de telefoon gaat en je hebt de persoon aan wie je dacht aan de lijn.

Soms kun je in een flits een impressie krijgen van een situatie die korter of langer daarna werkelijkheid blijkt te worden. De Britse bioloog Rupert Sheldrake deed onderzoek naar dit soort fenomenen en concludeerde dat deze tamelijk algemeen zijn. Ook stelde hij met camera’s vast dat huisdieren als honden en katten vaak weten wanneer hun baas thuis komt zonder dat ze dat zintuiglijk kunnen waarnemen.

De bovengenoemde bijzondere verschijnselen waren al bekend bij ingewijden in het oude India, die in dit verband spraken over akasha. Daarmee bedoelen zij de kosmische ether, de draagster van alle leven en geluid die de hele ruimte doordringt. Het verleden, het heden en volgens sommigen ook de toekomst liggen in akasha in één machtige en allesomvattende gelijktijdigheid bewaard.

Lynne McTaggart schrijft in haar boek ‘Het veld – de zoektocht naar de geheime kracht van het universum’ dat het zogeheten nulpuntenergieveld (zero point field) van natuurkundigen – dat samenhangt met minuscule vibraties op kwantumniveau – misschien wel akasha is. Zij stelt een plausibele wetenschappelijke theorie voor die alle verschijnselen verklaart, van de werking van DNA tot communicatie tussen cellen en van homeopathie tot buitenzintuiglijke ervaringen.

Het paleis van de spiegels  

De mens wordt een microkosmos of kleine wereld genoemd omdat het heelal zich in hem weerspiegelt. Verschijnselen van weerspiegeling vinden plaats in alle dimensies en op alle niveaus van het universum. De maan weerspiegelt het licht van de zon. De ogen van een mens weerspiegelen zijn of haar psychische en fysieke gesteldheid. Bij telefoontelepathie weerspiegelt een gedachte aan een vriend of vriendin zich in het bewustzijn van de betreffende persoon. Soefi-dichters noemden de wereld van het denken Aina Khana, wat het paleis van de spiegels betekent.

De wijze waarop we de wereld ervaren is een weerspiegeling van ons innerlijk. We zien de wereld niet zoals deze is, maar zoals wij zijn. Als we blij zijn, ervaren we de buitenwereld over het algemeen op een andere manier dan wanneer we verdrietig zijn.

De grote Perzische dichter Nezami vertelt in zijn geschrift ‘Schatkamer van de mysteriën’ een verhaal waarin Jezus en zijn discipelen door een steeg wandelen en daar een dode hond in een staat van ontbinding aantreffen. De discipelen walgen ervan, zien alleen een lelijk kadaver en benadrukken de stank ervan. Jezus kijkt echter alleen naar het schone in het kadaver: hij ziet de witte tanden en prijst die. De moraal is hier dat we niet te vroeg moeten oordelen en dat onder al het ogenschijnlijk lelijke iets moois verborgen ligt. Nu is het de kunst om steeds weer die schoonheid in alles te ontdekken en te ervaren want daardoor kan de ziel zich in de wereld openbaren.

Als we schoonheid, vrede en vreugde ervaren, weerspiegelen we die Inayat Khan (1882-1927), de belangrijkste verbreider van het soefisme in het westen, scheef: ‘Een mens wiens hart vreugde weerspiegelt, zal overal waar hij komt, mensen gelukkig maken. De bedroefden, de bezorgden, de teleurgestelden, de gebrokenen van hart, zullen zich allen voelen herleven, zij zullen voedsel voor hun ziel ontvangen, omdat die persoon vreugde weerspiegelt.’

Waterkristallen

Onze gemoedstoestand weerspiegelt zich in ons lichaam en in onze directe omgeving. De Japanse onderzoeker Masaru Emoto bracht het verschijnsel van energetische weerspiegeling op een verrassende wijze in beeld via onderzoek naar kristallen in water. Hij vroor watermonsters in die tevoren waren blootgesteld aan negatieve of positieve woorden, gedachten, emoties of verschillende soorten muziek. Daarna maakte hij via een microscoop foto’s van kleine waterkristallen in het smeltwater. Afbeelding 20 toont zes van zulke foto’s.

Masaru Emoto stelde vast dat de positief beïnvloede watermonsters mooie en perfect gevormde kristallen opleveren, terwijl negatieve woorden, gedachten en emoties resulteren in lelijke, misvormde stolsels. Water dat was blootgesteld aan muziek van Bach leverde schitterende, heldere en symmetrische waterkristallen op, terwijl in water dat was blootgesteld aan heavy metal music doffe amorfe stolsels ontstonden.

Als we de resultaten van de experimenten van Masaru Emoto goed tot ons laten doordringen, hebben we de sleutel in handen om grote veranderingen te bewerkstelligen, zowel op persoonlijk vlak als op collectief en mondiaal niveau. De onderzoeken van Masaru Emoto kunnen we zien als een duidelijke indicatie dat de kwaliteit van onze gedachten en gevoelens bepalend is voor de kwaliteit van het leven.

In zijn boek Metafysica vergelijkt Inayat Khan de ziel van de mens met een heldere transparante glasplaat. Wanneer één van de twee kanten van het glas wordt bedekt, wordt het een spiegel. De uiterlijke ervaringen weerspiegelen zich in de ziel wanneer de binnenkant bedekt is. De mens die innerlijke kennis wil verwerven dient de buitenkant van zijn ziel te bedekken om in plaats van de uiterlijke wereld de geest te aanschouwen. Dat is mogelijk als hij zich in zichzelf inkeert, in zijn innerlijke burcht.

Mensen bevinden zich in verschillende stadia van ontwikkeling. Dat houdt onder andere in dat nog niet iedereen geschikt is om het geestelijke licht te weerspiegelen. Het volgende zen-verhaaltje illustreert dat.

Op een dag ziet Huai-jang zijn leerling Ma-tsoe in meditatie verzonken zitten. Hij vraagt hem naar het doel van zijn meditatie-oefeningen. Ma-tsoe antwoordt onmiddellijk: ‘Ik wil een boeddha worden’.

Huai-jang zegt niets maar pakt rustig een dakpan en begint die te schuren langs een rots. Ma-tsoe kan zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en vraagt:
‘Waarom schuur je die dakpan langs de rots?’
Huai-jang antwoordt: ‘Ik slijp hem tot een spiegel’.
Ma-tsoe vraagt: ‘Maar hoe kun je een spiegel maken door een dakpan langs een rots te schuren?’
Huai-jang antwoordt: ‘Hoe kun jij verlicht worden door in meditatie te zitten?’

Verantwoordelijkheid nemen  

De omstandigheden die je om je heen ervaart zijn voortdurend een weerspiegeling van je innerlijk. Als je dus de ervaring van je uiterlijke omstandigheden wilt veranderen, zul je dus je innerlijk moeten aanpassen. Wanneer dit beseft, kun je geen slachtofferrol meer aannemen omdat je steeds zelf verantwoordelijkheid neemt voor wat je ervaart. Je kunt altijd kiezen, en door steeds meer bewust keuzes te maken en te volgen groei je als mens.

De wijze waarop een mens zich ontplooit wordt sterk bepaald door zijn aangeboren eigenschappen (nature) en door de omgeving waarin hij wordt gevoed (nurture). Sinds de opkomst van de erfelijkheidsleer gaan de meeste wetenschappers ervan uit dat de genen die we bezitten bepalend zijn voor onze zijnstoestand en ons gedrag.

Uit onderzoek van de celbioloog Bruce Lipton blijkt echter dat DNA-blauwdrukken die via de genen worden doorgegeven bij de geboorte niet in steen staan gebeiteld.  Onze genen zijn niet bepalend voor ons gedrag want, zo blijkt uit onderzoek, genen worden aan- en uitgezet door externe factoren. Genen bepalen niet ons lot, maar worden getriggerd door onze waarnemingen, gevoelens, gedachten en overtuigingen. Lipton toonde aan dat onze overtuigingen, of ze nu waar zijn of niet, positief of negatief, de activiteit op genetisch niveau beïnvloeden en zelfs onze genetische code kunnen veranderen. Dat betekent dat we zelf gezonde meningen en overtuigingen kunnen scheppen en daardoor een zinvol en waardevol leven kunnen leiden.

Op de gnostieke weg is het doel om een door de geest bezielde persoon te worden, om de geest in symbolische zin verticaal te ontvangen en horizontaal uit te stralen. Van nature is de mens vooral gericht op zijn lichaam en zijn persoonlijkheidsziel. Dat is ook nodig omdat er een geïndividualiseerde persoonlijkheidsziel tot stand moet komen in relatie tot anderen. Daarom stelt de ik-gerichte mens steeds de vraag ‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is het mooiste in het land’. We hebben bevestiging nodig om te groeien en als het goed is, krijgen we die van ons geweten en van onze omgeving, van onze spiegels dus.

Als de ziel echter is ontwaakt, komen de verhoudingen anders te liggen. Op de vraag wie het mooiste is van het land antwoordt de spiegel dat de vragenstelster mooi is, maar dat Sneeuwwitje, symbool voor de ziel, duizend maal mooier is dan zij. Dan is het tijd om de focus te verleggen van de persoonlijkheidsziel naar de ziel. Als dat niet gebeurt, betekent dat uiteindelijk het einde van de persoonlijkheidsziel.

De Engelse kunstschilder John William Waterhouse (1849-1917) maakte in 1903 een fraai schilderij over de mythe van Echo en Narcissus uit het oude Griekenland dat een vergelijkbaar idee uitdrukt (zie afbeelding 21). In een mooi natuurlandschap ligt een knappe jongeman op zijn buik om goed in het kristalheldere water van een vijver te kunnen kijken. Hij is helemaal gefascineerd door de weerspiegeling van zijn gezicht in het water en heeft geen enkele aandacht voor Echo, de mooie nimf die naast hem zit en die smoorverliefd op hem is.

Volgens de mythe van Ovidius kon Narcissus zichzelf er niet meer toe brengen om weg te kijken van het water. Hij dacht niet meer aan eten en drinken, of aan rust, en ging helemaal op in de verschijning in het water. Hij probeerde ermee te spreken, maar kreeg geen antwoord. Hij begon te huilen maar zijn tranen verstoorden het beeld. Narcissus begon af te takelen: hij verloor zijn kleur, zijn levenskracht en zijn schoonheid die eens zo betoverend was voor de nimf Echo. Uiteindelijk kwijnde Narcissus weg en het enige wat van hem overbleef was een bloem, geel van binnen en omringd met witte blaadjes.

Van de naam Narcissus is de term narcisme afgeleid. Met dit begrip uit de psychologie wordt een vorm van gedrag bedoeld waarbij iemand helemaal vervuld is van zichzelf en nauwelijks rekening houdt met anderen. Narcisten hebben meestal onbewust een laag gevoel van eigenwaarde en compenseren dat door zichzelf als beter en belangrijker te beschouwen dan anderen.

In symbolische zin kunnen we Narcissus zien als de oorspronkelijke geestziel die zichzelf moet leren kennen door zijn weerspiegeling, de persoonlijkheidsziel. De geestziel vergeet zichzelf helemaal omdat hij zich identificeert met het spiegelbeeld, waardoor er geen aandacht is voor de ziel, voor Echo. Het enige wat er van Narcissus overblijft is de narcis in een knop. Als die bloemknop of roos des harten zich openvouwt in het licht van de geestelijke zon, ontspruit daaruit nieuwe wording. Dan wordt de geschonden microkosmos geheeld waardoor deze de geestelijke zon weer zuiver kan weerspiegelen.

Een gedachte over “Essay 8

  1. Jes Jespers

    We zijn door onze opvoeders op een toeristische route naar het geluk gezet alsof duurzaam geluk buiten ons te vinden zou zijn. Zodra je beseft dat je geluk ‘in je’ ervaart en je de buitenwereld alleen gebruikt om geluk te beleven kan je er toe aanzetten geluk niet langer in het opdoen van ervaringen te zoeken doch in wie jij echt bent. Om te ontdekken wie je echt bent zal je los moeten laten wie je niet bent, zoals je pijnlichaam en alles waar je je mee geïdentificeerd hebt.

    Alles wat geboren is zoals onze psyche die in de geest huist, zal ook weer sterven en dat al kun je niet zijn, immers als de geest stilvalt verdwijnt ze compleet met haar inhoud. Er worden voorbeelden aangedragen waaruit blijkt dat alles met alles verbonden is alsof het heelal bestuurd wordt vanuit een grote quantumcomputer en nonduaal is.

    Onze geest is in aanleg heel grof en duaal, en lijkt daarmee in feite een sta in de weg om de nondualiteit van je diepste wezen te kunnen ervaren. Bovendien kun je niet zijn waarop je kunt toekijken, zoals je lijf en wat er in je geest omgaat. De bron van het misverstaan lijkt zijn oorsprong te hebben in de identificatie vanuit de geest met je lichaam en met het denken en voelen in de geest zelf.

    In de realiteit van nondualiteit zijn er geen spiegels meer en daarmee geen persoonlijke realiteit doch ervaren we de hele fysieke en geestelijke schepping als ons lichaam. We zijn dan bewust dat we een instrument van waarneming zijn, wetend dat we horen, zien, ruiken proeven en voelen. In heldere tegenwoordigheid waarbij de geest tot zwijgen is gebracht is er die ontvankelijkheid om inzichten te kunnen ontvangen. Daar heb je me weer met de aanbeveling om ‘arm van geest te worden en zo het koninkrijk der hemelen te beërven’.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *