De rede en macht – thema macht 1 – artikel van Frans Spakman in Logon 2021-1

DOWNLOAD LOGON 2021-1 (GRATIS PDF)

Redelijke macht is als een droom. De droom van de koninklijke heerser, de verlichte despoot: het zou toch mogelijk moeten zijn om in de wereld een beheersing en toedeling van macht te bewerkstelligen, die rechtvaardig en menselijk is, zonder dat iemand daaronder hoeft te lijden. Sinds de renaissance en verlichting in Europa zijn meerdere pogingen gedaan om een dergelijk rechtvaardig regime mogelijk te maken. De vraag is wat daarbij allemaal te weerbarstig is gebleken en hoe we in deze eeuw en vooral in de bizarre situatie van dit moment de macht van de wereldse krachten en instituten kunnen doorkruisen in een gnostieke gerichtheid, teneinde het koninkrijk van binnen in glorie te herstellen met behoud van de verheven inzichten en werking van de rede. 

Een oorspronkelijk vermogen 

Macht is vermogen, energie. In oorsprong scheppingskracht, vermogen tot creëren. Kennen we dat oorspronkelijk vermogen nog? Herkennen we in onszelf deze potentie? We herkennen macht aan de buitenkant als uitoefening bij handhaving, of als controlemechanisme. Als we iemand als machthebbend beschouwen, dichten we hem of haar die effectieve uitoefening of die controle volledig toe. En als we het over de oerschepper hebben, dichten we hem/haar almacht toe, het for meren van alle kracht in alle universa.

Goddelijke macht

Toch is het verwonderlijk dat die godheid van den beginne zich behalve via onomstotelijke natuurwetten, niet lijkt te bemoeien met de wereld zoals wij mensen die ervaren, immers dat moeten die – vaak als wreed ervaren – natuurwetten maar ‘regelen’, ‘reguleren’.  De godheid wenst geen macht uit te oefenen over de principiële menselijke vrijheid in de toch beperkte speelruimte. En volgens sommigen kan hij/zij dat niet eens, wat voor een Almachtige behoorlijk paradoxaal is. Zij/hij laat de machtsuitoefening aan de mensen zelf en aan de natuur over. 

Waarom stuurt deze verheven bronkracht niet bij in een wereld die kommert van nood? Dat is een vraag die eeuwen en eeuwen gesteld is en wordt naar aanleiding van de vreselijke gruwelijkheden tijdens oorlogen, of naar aanleiding van het misbruik van de menselijke vrijheid die het voortbestaan van de planeet in de waagschaal stelt door eigenbelang, welvaart en comfort boven alles na te streven. Zo zijn de planeet en de mensen geheel op zichzelf en de natuurwetten aangewezen. En daarmee op de machtsvorming en machtsuitoefening in de wereld. 

Zelfhandhaving en cultuur 

Tot dusverre vullen we die machtsvorming als mensheid in volgens de behartiging van eigen belang, eigen land, eigen groep, eigen ras, eigen stand, eigen sekse, eigendom, alles in een zelfhandhaving die logisch en natuurlijk is en bestaanszekerheid en -continuïteit op het oog heeft. En als dat in redelijkheid en in evenwicht gebeurt, vormt dat cultuur met eventueel uitingen van schone kunsten, alles binnen een raam en gestructureerd met verhoudingen, hiërarchisch, dus in machtsverhoudingen. 

Redelijkheid is zeldzaam 

Het zijn de machtsverhoudingen van deze wereld, met z’n eigen machtswetten die bepalend zijn voor het bestaan – en het leven proberen inhoud, betekenis en zin te geven. Maar het gebeurt bijna nooit in redelijkheid en in evenwicht, want de vorming van macht kent natuurwetmatige grenzen zoals het eigene eerst, het recht van de sterkste. De vorming van macht heeft de overwinning in een strijd nodig, bijna altijd. Alleen wanneer er een machtsvacuüm is, kan natuurlijk leiderschap de doorslag tot machtsvorming geven en is een eventuele machtsstrijd maar ten dele geforceerd of nodig. Voor de vorming van macht in deze wereld is strijd, competitie, concurrentie en het behalen van de overwinning dan ook min of meer noodzakelijk. 

Het kostbaarste bij de vorming van macht wordt wel wijsheid genoemd, want dat verlicht uiteindelijk de nieuwe machthebber het meest bij zijn strijd om de overwinning. Maar bij de strijd om de macht in deze wereld is het vanzelfsprekend de wijsheid van deze wereld die kan verlichten – en is het voorts de vraag of de wijsheid-niet-van-deze-wereld wel nuttig en dienstig kan zijn. Bijvoorbeeld voor het behalen van de overwinning. 

Wijsheidsverlies 

In de momenteel glijdende schaal naar steeds minder echte wijsheid door enerzijds de niet meer te behappen hoeveelheid informatie en anderzijds de vervlakking van het leven tot waar banaal en basaal elkaar versterken, is elke overwinning een zeer tijdelijke, omdat de wijsheid er bijkans is uitgefilterd. In de jaren ’90, het begin van het nieuwe informatietijdperk, werd het zo verwoord:  In knowledge we lose wisdom; in information we lose knowledge.’ In de kale, droge en zakelijke data van informatie verliezen we de kennis die samenhangend is en hanteerbaar voor zielebeleving; in de kennis die min of meer samenhangend is, zijn we de wijsheid van de rede verloren. 

Welke macht dient de overwinning door de rede, die de overwinning van de geest is? In de Chinese wijsheid wordt verwoord dat degene die mensen overwint sterk is, maar dat degene die zichzelf overwint, almachtig is. Met andere woorden dat deze de ‘macht niet van deze wereld’ bezit. 

Machtsvorming en -uitbreiding 

Bekend is dat wanneer wereldse macht gevestigd is, zij zelf haar wetten stelt en niet geleid wordt door de rede of door Tao. Wanneer macht is gevestigd, wil zij zich minimaal handhaven en vaak uitbreiden. En wel met middelen die dat doel volgens de machthebber heiligen. Vaak zijn redelijkheid en evenwicht daarbij opgeofferd aan machtsuitbreiding. 

Wereldse macht wil zichzelf sinds de opkomst van de rede als rationeel instrument in Europa vooral als economische macht doen gelden, waarbij uitbreiding gericht is op verdere monopolievorming. Het middel bij uitstek daartoe is de markt of de handel – waarop en waarin spreekwoordelijk alles is geoorloofd. Die markt en de wereldhandel lijken vrij maar staan in afhankelijkheid direct in verband met monopolies, protecties, machtposities. Daarom is er een onvriendelijke manier om bij handhaving en uitbreiding van machtsposities die vrijheid te nuanceren: men zegt dan dat macht corrumpeert. 

Religie en angst 

Wat er sinds de zogenoemde verlichting met de machtsposities van religieuze instituties is gebeurd, is niet verrassend: deze organisaties van gevestigde machtsinstituten hebben gepoogd met alle geoorloofde en ongeoorloofde middelen, repressief, intimiderend en excommunicerend hun macht veilig te stellen in een hiërarchie, gebruikmakend van zichtbare en onzichtbare energieën. Tenminste, voor zolang de volgzame kudde dat nog liet gebeuren, omdat de ‘angst-methode’ (dreiging met hel en verdoemenis) juist door de bewustwording van het bestaan van de rede, z’n houdbaarheidsdatum ging overschrijden. 

Een van de vruchten van de verlichting was in dit verband de beperking van het machtsterritorium van de religieuze instituties, de scheiding van kerk en staat. Het nadeel daarvan was wel dat de machtspositie van de staat óók een impuls kreeg. Verwonderlijk is dat die scheiding van kerk en staat lang niet overal is doorgevoerd: in Engeland is bijvoorbeeld het staatshoofd (de koningin) tevens hoofd van de staatskerk en wel levenslang. Mede door een dergelijk concentratie van macht heeft zich een wereldwijd machtsimperium kunnen ontwikkelen. 

Het instrument bij uitstek om macht te kunnen handhaven is angst, zowel de eigen angst voor positie- en invloedverlies alsook het voeden van angst bij onderdanen en volgelingen (gelovigen) voor sancties en verliezen, wanneer het ‘gezag’ genegeerd wordt.

Wanneer besmetting met angst voldoende heeft plaatsgevonden, volgt er heel vaak impulsieve, niet met de rede sporende handeling. En dat kan zeer agressief zijn. Psychologisch is al heel lang bekend dat angst en agressie sterk samenhangen. Men spreekt wel van onberedeneerde angst of diffuse angst om aan te geven dat de rede als instrument van de geest volledig is uitgeschakeld. 

Een machtsstructuur 

Ook het bedrijfsleven, de handelsinstituties en ‘company’s’ (afgeleid van het eerste mondiale machtsmonopolie, de Verenigde Oost-Indische Compagnie) doen hun voordeel met de vatbaarheid voor angst en de impulsieve handeling die daarvan het gevolg kan zijn door de consument. De multinationals van nu hebben daarbij voor het behoud en de uitbreiding van hun machtspositie het voordeel dat de natiestaat enorm aan invloed heeft ingeboet. Zij (multinationals) zijn inmiddels vaak machtiger dan afzonderlijke natiestaten. 

Wat die multinationals hebben geleerd van kerk en staat is het opzetten van een machtsstructuur, een patroon van afhankelijkheid naar het niveau van functioneren. Niet alleen de hiërarchie van top-down werken, maar ook het geheimhouden van informatie van en over een hoger niveau voor een lager niveau, binnen een strikte gehoorzaamheidscultuur, zodat de machtsverhouding gewaarborgd kan blijven, met als sleutelbegrippen veiligheid en controle. Zo functioneert ‘the Company’ optimaal. 



Een aflopend stelsel?

Zo hebben instituties nog steeds veel macht in handen en oefenen die macht ook meedogenloos uit, vooral ook omdat de structuur van de geldhandel en de financieringsmethoden dit nog weer versterken. Dat wil zeggen dat het gegroeide dominante kader van aandeelhouderskapitalisme in een neoliberale context elke menswaardige, planeetvriendelijke en diversiteit ondersteunende toekomst als nieuwe werkelijkheid de pas afsnijdt: de voorwaarden zijn onverbiddelijk rendement, groei en dividenduitkering voor aandeelhouders, want dezen hebben de allesbepalende macht. Daartoe steken zij bedrijven, particulieren en overnamefondsen in steeds hogere schulden. De econoom Maarten Schinkel ziet deze werkwijze als ‘een poging om met een steeds langere hefboom het laatste restje rendement te persen uit een economisch systeem dat op z’n einde loopt’. 

De keizer 

Maar we hebben het nog steeds over ‘wereldse macht’, de macht van de caesar, van de keizer, van de oversten van deze wereld zoals deze gegund is aan mensen, omdat mensen in principe vrij zijn de wereldeconomie en de wereldhuishouding naar eigen inzichten in te richten, weliswaar gebonden aan de natuurwetten. 

De slapende koning in ons 

Toch openen we ook graag ons wezen voor die andere macht, de macht van degene die zichzelf overwonnen heeft en daardoor sterker is dan iemand die een stad inneemt, zelfs almachtig is. De macht van de koning die we van binnen zijn, de macht van de koninklijken van geest, zoals Frederik van Eeden dat heeft genoemd. 

Volgens Marten Toonder zit die koning op zijn zetel te dutten, hoewel hij beweert slechts het goud van geest te begeren en het stoffelijk goud niet wenst te bezitten. Maar in het verhaal gebruikt de koning de rede alleen als hij gewekt is door een vrouwelijk element, een jongedame die hem in een wakkere toestand weet te krijgen. Ook in de schaaksport zien we dezelfde verhouding: vergeleken bij de koningin is de koning een passief en vrij onmachtig persoon, die als belangrijkste element van het spel door de tegenstander tot overgave wordt gedwongen of zelfs mat gezet. 

Waarom willen we ons koninkrijk van binnen niet door de rede tot macht laten verheffen?
We hebben het als westerse cultuur wel geprobeerd: mensen als Ficino, Bruno, Spinoza, Comenius (fakkeldrager van het Rozenkruis 9), Boehme (fakkeldrager van het Rozenkruis 7), Von Eckartshausen (fakkeldrager van het Rozenkruis 12), Kierkegaard en vele anderen hebben geprobeerd duidelijk te maken dat het streven naar wereldse macht de ware menselijke rede schaakmat zet en bovendien hebben ze aangegeven – ieder op zijn wijze – hoe de wereld van de geest wél genaderd zou kunnen worden. Toch, ondanks deze reuzen van de geest die erkend en herkend worden in hun bezieling, is de moderne mens blijven vasthouden aan het streven naar macht in de wereld. Zo geeft de Duitse socioloog Hartmut Rosa de moderniteit als volgt weer: ‘De moderniteit stoelt op het idee dat we onze omgeving volledig in onze macht kunnen krijgen, ook de natuur.’ 

Je zou kunnen zeggen: ‘De koning is weer gaan slapen in de verkeerde zelfinkeer.’ Ondertussen ontsnapt onze omgeving meer en meer aan onze macht en dwingt de planeet en de natuur ons tot een nieuwe zelfreflectie. Daarbij kunnen we tot de ontdekking komen dat de geïnstitutionaliseerde dwang, de atmosferische angst, de nog steeds toenemende controle van welk gedrag dan ook, de onmogelijke eis van absolute veiligheid, ons in een onvrije positie hebben gemanoeuvreerd, zodat de ziel geen kant op kan en wij onszelf als in een gevangenis bevinden, slaaf van gewenning, van welvaart, van het ‘scherm’ en van schijnveiligheid. Onmachtig, althans onmachtig de koning tot leven te wekken. 

De ziel als schone vrouwelijke energie 

Toch is dat schijn, het leven heeft meer voor ons in petto dan het conformeren aan een bedenkelijk geworden systeem, maar we moeten wel een scherpe observatie dulden van hoe diep ons slaafzijn zit. Als we ons al kunnen onttrekken aan de bindende macht van onze zintuigen door die macht uit te doven, moeten we niet menen daarmee van de machten van deze wereld verlost te zijn. Daarbij blijft het belangrijk om de ziel (met de schone, vrouwelijke energie) tot aanzijn te roepen, zodat de koning wakker gemaakt kan worden. Maar die ziel moet, zoals de Pistis Sophia beschrijft, wel door alle sferen van eonen heengaan en daarbij komt zij een niet-stoffelijk, groot en dramatisch verleden van de mensheid tegen. Een verleden dat atmosferisch óók in het heden krachtig aanwezig is. 

De Pistis Sophia 

De machtsstructuur van de huidige wereldse machten (religieuze instituten, multinationale bedrijven, staatkundige eenheden) is doortrokken van de archontische ‘hongerigen’. Die archont-krachten zijn namelijk qua voeding sterk afhankelijk van de productie van menselijke ethers, die wij in gehoorzame slaafsheid aan hen kunnen leveren, al sinds Abraham. Het is van belang te onderkennen dat bezit, eigendom, geld en winst maken al sinds diezelfde oudheid de astrale lokkrachten voor die etherproductie kunnen vormen, en dat zich een bovenlaag van menselijke entiteiten heeft gevormd die vanuit wereldse macht een saturnaal systeem in stand kan houden. 

BESTEL DE BOVENBAZEN

Dat wil zeggen, hiërarchisch, top-down, elitair en gebaseerd op puissante rijkdom aan geld, in het bezit van zeer weinigen. Hoe zo’n systeem functioneert, is onder andere beschreven in het (strip)verhaal De Bovenbazen van Marten Toonder. 

Als we de bindende krachten van de zintuigen uitdoven en door de overwinning op onszelf sterk van ziel zijn geworden, is vanuit de rust die in ons is gekomen een groot zelfvertrouwen gegroeid. Het bijzondere licht dat daarmee als genadekracht is verbonden, stelt ons tevens in staat de machtsstructuur van de wereld te doorkruisen. We komen in de bewustzijnsstaat dat we niet willen beheersen en afdwingen maar echt gaan luisteren vanuit het nieuwe zelfvertrouwen. 

Gnostieke lichtkracht 

We herkennen direct de angstgeur, de controledwang, de onvrijheid, de winstdwang van een verdienmodel, de horigheid aan autoriteiten, aan directies, aan de keizer, en kunnen daar met onze zielekwaliteit die gevuld is met gnostieke lichtkracht, helpen. Niet door te strijden, maar door ons aanwezig zijn en onze aandacht en hulpvaardigheid. Zo vormen we een koningskoppel van ziel en geest. Een nieuwe machthebbende treedt naar voren. De rol van de rede is geworden die van de wijsheid die denkt in de stilte.

Het hermetische gegeven van die niet-wereldse wijsheid is het midden, het evenwicht van de ziel op een hoog trillingsniveau, de stilte die wel degelijk leven is. Die rede heeft geen ‘tuchtmeesters’ van de wereld meer (Hermes Trismegistus, Corpus Hermeticum 14:26-37); die rede is de aandoeningen van onredelijke emoties te boven (Ethica, Spinoza). De macht van de rede heeft geen machtsstructuur, geen onderdanen, geen blind geloof nodig, maar is ‘vanzelf’ zoals de Daodejing meldt. Hoofdstuk 27 geeft in het laatste vers weer hoe dat komt: ‘Hij die geen waarde hecht aan macht heeft de alwijsheid verkregen.’

Bron: Logon 2021-1

DOWNLOAD LOGON 2021-1 (PDF, 80 PAGINA’S)

LEES OP ISSUU.COM (BLADEREN)

BESTEL HET TIJDSCHRIFT LOGON 2021-1 OP PAPIER

NEEM EEN (PROEF)ABONNEMENT OP LOGON