De zwarte magiër Klingsor en zijn toverslot Schastel Marveil in de Parzival-legende van Wolfram von Eschenbach

BESTEL ‘HET GRAALMYSTERIE VAN PARZIVAL’

De zwarte magiër Klingsor in het elfde avontuur van de zestien avonturen in de graalvertelling van Wolfram von Eschenbach schijnt een historische persoon geweest te zijn wiens invloed nog steeds doorwerkt in de samenleving. Benita Kleiberg beschrijft dat in paragraaf 7.3 van haar boek Het graalmysterie van Parzival. Hieronder volgt de betreffende tekst. 

De magiër Klingsor berust op een historische figuur. Rudolf Steiner (fakkeldrager van het Rozenkruis 16) verbindt zijn wezenheid met de hertog van Capua. Oorspronkelijk kwam Klingsor uit Terre de Labor waar Terra di Lavoro , ten oosten van Napels mee bedoeld wordt. Hier genoot hij een hoog aanzien bij de mensen en was erg geliefd. Zijn lot ondergaat een grondige wijziging wanneer hij naar Sicilië vertrekt. Sicilië wordt geregeerd door koning Ibert en zijn vrouw Iblis die op de burcht Kalot Emblot, het slot Calta Bellota bij de zuidwest kust hun verblijfplaats hebben.

Klingsor treedt in dienst bij koning Ibert en er ontstaat een verhouding tussen Klingsor en de vrouw van de koning. Iblis is de dochter van Eblis en deze Eblis wordt in de Mohammedaanse traditie gezien als Lucifer. Deze Iblis is in feite de vrouwelijke vorm van de Luciferische gestalte. Lucifer, zo verhaalt een oude kosmische mythe, is uit de hemel gestoten door Michaël. Niet altijd is Lucifer de tegenstander van God geweest. 

Jacob Böhme (fakkeldrager van het Rozenkruis 7) zegt hierover dat onder het gezag van de goddelelijke Drie-eenheid, God drie verheven vorsten schiep: de aartsengelen Michaël, Lucifer en Uriël. Michaël heerst als vertegenwoordiger van de goddelijke Vader in de kracht. Lucifer, ook wel Lichtdrager genoemd, werd geschapen naar de kwaliteit, de aard en de schoonheid van de goddelijke Zoon en was oorspronkelijk in liefde met hem verbonden. Zijn hart stond in het centrum van het goddelijke Licht en zijn schoonheid was boven alles verheven. Uriël tenslotte is genoemd naar de stromende liefdekrachten van dit Licht en vertegenwoordigt de Heilige Geest en de wijsheid. 

Lucifer echter verachtte de geboorte van de goddelijke Zoon en snoerde door eigenmachtig optreden zichzelf af van de goddelijke wereld. Hij werd tenslotte door Michaël uit de hemel verstoten en op aarde geworpen waar hij in de onderwereld tot een slang, tot een draak werd. De gevallen engelenschare van Lucifer trachtte vanaf dat moment de mens te beïnvloeden en zij greep drasisch in zijn ontwikkeling in.   

Lucifer moedigde de mens aan te eten van de Boom der Kennis en zodoende kon hij afdalen tot in het slangenvuurstelsel van de mens. We hebben al gezien hoe fundamenteel dit spinale stelsel in de mens is. Van belang is: leeft de mens uit de Boom des Levens, een spinaalstelsel ontstoken in God óf leeft de mens uit de Boom der Kennis, ontstoken in Lucifer. Doordat Lucifer kon indalen in het ruggenmergsysteem van de nog jonge mensheid ketende hij haar aan de stof en ging de mensheid haar weg van leed, ziekte en dood tegemoet. Dit is de diepere achtergrond van het verhaal van Adam en Eva die door de slang verleid worden om tenslotte uit het paradijs te worden verdreven om hun lijdensweg in de fysieke natuur te gaan. 

Het Luciferische principe dat een grote rol speelt binnen het Parzival-verhaal staat dus in verband met koningin Iblis, waarmee Klingsor zich verbond. Iblis is ook verwant aan Eblis en ook in de mythologie van de islam wordt hij uit de hemel verstoten gelijk Lucifer. 

Wanneer koning Ibert achter de verhouding van Klingsor en Iblis komt, wordt hij woedend en straft haar minnaar door middel van ontmanning. Deze bijzondere straf kan niet los gezien worden van het feit dat Klingsor zich tot een zwartmagiër ontwikkelt, wat in relatie staat met de geslachtsfunctie. Een onnatuurlijke ascese, voortgekomen uit een geforceerde houding de natuurlijke driften te onderdrukken, kan aanleiding geven tot een ontwikkeling die naar zwarte magie voert. 

In hoofdstuk 3.18 werd beschreven hoe een geforceerd opwekken van de kundalinikracht in de meeste gevallen krachten aantrekt die enerzijds tot hoge begaafdheid leiden en anderzijds buitensporige trots en eerzicht opwekken. Hoedanigheden die bij uitstek aansluiten bij de zielegesteldheid van Klingsor. Volgens Steiner behoort de verbinding van de zwartmagiër Klingsor met de wezenheid van Iblis, die we als een Luciferisch geestwezen kunnen zien, tot het allerschadelijkste element binnen de gehele aardeontwikkeling. In het dertiende avontuur in de graalvertelling vertelt Arnive daarover aan Gawan:

‘Als ik u zijn geheim vertellen moet, is het nodig dat ik daar uw toestemming voor verkrijg, want eigenlijk is het ongepast voor mij om te vertellen hoe hij een tovenaar is geworden: met een snede werd Klingsor tot een kapoen gemaakt.’ – Daar moest Gawan erg om lachen, maar zij vertelde hem nog meer: Op Kalot-Embolot (Calta Bellota), een burcht die bekend staat als een sterke vesting, werd hij voor de wereld tot een spot. De koning vond hem bij zijn vrouw: Klingsor sliep in haar armen. Lag hij daar warm – hij heeft er wel een pand voor moeten geven: de hand van de koning maakte hem glad tussen de benen. De burchtheer meende daartoe het recht te hebben. Hij besnoeide hem zo het lichaam, dat geen enkele vrouw meer dienstig kon zijn in haar spel. En dat heeft vele mensen leed gebracht.

 Het is niet het land Persia, maar een stad die Persida heet waar het toveren het allereerst werd uitgedacht. Daar ging hij heen en van daar heeft hij het vermogen, door toverkunst alles tot stand te brengen wat hij wil. Om de smaad die hem werd aangedaan, heeft hij nooit meer enige goede wil wensen te tonen ten opzichte van man of vrouw die, laat ik zeggen, nobelheid bezitten. Het doet zijn hart goed hen alle vreugde te ontnemen die hij kan.’

Dan vertelt Arnive verder hoe hij aan het toverslot gekomen is en hoe hij alle mensen in de omgeving van de burcht in de ban heeft. 

‘Er was een koning van Roche Sabins die Irot heette, en die vreesde dat ook hem dat kwaad zou overkomen, Hij bood Klingsor aan hem van zijn bezittingen alles te geven wat hij wilde, opdat hij hem met vrede zou laten. Zo ontving Klingsor uit zijn hand deze berg, bekend om zijn sterkte, en acht mijl er omheen. Vervolgens wrocht Klingsor op deze berg het wonderbare bouwwerk dat u hier ziet. Er bevinden zich hier machtige wonderen van alle soorten rijkdom. Zou men de burcht willen belegeren, er zou hier menigerlei voedsel zijn voor dertig jaar. Ook heeft hij macht over allen, les mauvais et les belles gens, die wonen tussen de grenzen der aarde en het firmament, behalve over hen die God beschermen wil.’

Naast het Luciferische gegeven dat verbonden is met de wezenheid van Klingsor verwijst ook het toverslot naar duistere krachten. In de voorgaande hoofdstukken werd geduldig over het magische slot van Klingsor gesproken. Pas nadat Gawan als overwinnaar uit de strijd was gekomen, kwam het slot onder zijn heerschappij te staan en werd de duistere tovenaar verdreven. 

De witte graalburcht, op Mont Salvat, gesticht door koning Titurel vindt haar tegenhanger in het slot Schastel Marveil van Klingsor. De berg Mont Salvat werd een oord vanwaar machtige geestelijke krachten over de wereld werden uitgezonden. Maar ook het slot van de tovenaar Klingsor verspreidde haar krachten: dit zijn de verderfelijke impulsen die tegen de Graal gericht zijn en nog steeds hun nawerking hebben in de huidige maatschappij.

Als Wolfram de vesting van Klingsor Kalot-Embolot noemt, verwijst hij naar een burcht in het zuid-oosten van Sicilië, Calta Bellota. Sinds de zevende eeuw werd Sicilië aangevallen door de Arabieren. In het jaar 840 trokken de Arabieren tenslotte in de burcht, hoog op de berg Calta Bellota gelegen, waarvan Wolfram verhaalt dat Klingsor hier 400 vrouwen gevangen hield. Het toverslot van de magiër kunnen we als de antigraalburcht beschouwen. Haar negatieve krachten staan in verband met de ontwikkelingen die vanuit de Arabische wereld sinds de negende  eeuw ook vanuit het eiland Sicilië naar het westen vloeiden (en die verband houden met de academie van Gondishapur in Perzië).   

Bron: ‘Het graalmysterie van Parzival – verborgen lichtader uit een ver verleden van haar bedekking ontdaan’ van Benita Kleiberg

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *