Roos en Kabbalah: inleiding, eerste hoofdstuk en inhoudsopgave van een boek van Benita Kleiberg

BESTEL ROOS EN KABBALAH VAN BENITA KLEIBERG

INLEIDING

Binnen de religieuze stelsels van zowel westerse als oosterse culturen is er sprake van een godsbeginsel, een goddelijke vonk, verborgen in de mens. Dit goddelijk oerprincipe kent verschillende benamingen. De Geestesschool van het Gouden Rozenkruis, representant van de moderne, westerse Gnosis, spreekt in dit verband over de zevenvoudige Roos des Harten, of het geestvonkatoom. Andere mysteriescholen en religies noemen dit oerprincipe de lelie, de lotus of de graankorrel Jesu. Alle duiden met deze verschillende namen slechts op één en hetzelfde: het latente godsprincipe in het menselijk hart.

Zo kent de Joodse Gnosis ook de Roos des Harten. Zij spreekt zelfs over twee rozen: de dertienvoudige Shoshanah, die twee kleuren draagt, en de Chabathseleth, de oerroos die kleurloos is.

Al deze rozen kunnen op het eerste gezicht verwarring oproepen. Wie zich echter gaat verdiepen in deze boeiende materie, zal ontdekken dat er geen tegenspraak verborgen ligt in de verschillend samengestelde rozen. De rozen in de Joodse Gnosis die in dit boekje besproken worden, kunnen tot een dieper inzicht leiden in de Roos des Harten van het Gouden Rozenkruis. De Gnosis is immers universeel, onafhankelijk van cultuur- en tijdverschillen!

In het tweede deel wordt de relatie gelegd tussen Esther, Shoshanah, Chabathseleth en het bijbelse Hooglied: de ontwikkelingsgang van de menselijke ziel. Het aanhangsel behandelt Het verband tussen getal en taal in het Hebreeuws. Dit kan men voor een goed begrip ook voorafgaand aan de tekst van het boekje lezen.

HOOFDSTUK 1: De Roos des Harten der zevenvoudige openbaring Gods

In de moderne, westerse esoterie wordt het godsbeginsel in het menselijk hart verbeeld als een gestileerde roos, weergegeven door zeven in elkaar grijpende cirkels, die tezamen een gemeenschappelijk hart vormen. De Roos des Harten verzinnebeeldt op deze wijze de werking van de Goddelijke Logos die door middel van haar stralen alle leven beïnvloedt.

Zoals het zonlicht zevenvoudig gebroken wordt en uiteenvalt in het kleurenspectrum, zo spreidt het Liefdelicht van Christus zich in zeven stralen, via de zeven planeten. De scheppende stralen, uitgaande van de planeten, vormen zeven grondprincipes, zeven hoedanigheden. Zij geven echter uitdrukking aan één Licht en aan één Leven. Al deze planeten zijn met elkaar verbonden en zijn van elkaar afhankelijk. Hun krachten en energieën vormen één grote wervelende beweging rondom het zonnehart, hetgeen zo mooi tot uitdrukking komt in de gestileerde zevenvoudige roos.

Wanneer men over de Roos des Harten spreekt, wordt er soms een onderscheid gemaakt tussen de Witte, de Rode en de Gouden Roos. Alle vertegenwoordigen hetzelfde principe, echter geplaatst in verschillende stadia van ontwikkeling. Een uitspraak van de klassieke Rozenkruisers luidt:

Ex Deo nascimur
In Jesu morimur
Per Spiritum Sanctum reviviscimus.

Het ‘Ex Deo nascimur’ wordt verzinnebeeld door de Witte Roos. Het is de werkzaamheid van de vaderkracht. Wij allen zijn als mens uit één en dezelfde Bron voortgekomen, allen hebben wij nog een fractie van dit oorspronkelijke Leven in ons besloten liggen. Daarom, zo kunnen wij zeggen, is de Witte Roos aan ieder overhandigd. Belangrijk hierbij is nu het feit, of men zich dat bewust is en of deze roos daadwerkelijk wordt aanvaard. Er moet namelijk wel iets gedaan worden met deze roos. Slechts dán heeft het zin, zich van goddelijke afkomst te weten. Door de roos bewust aan te nemen, plaatst men zich in een bepaalde ontwikkeling, die de cirkelgang der gewone natuur kan doorbreken. Deze ontwikkeling zal een spiraalgang naar omhoog kunnen betekenen.

Wanneer men deze Witte Roos bewust heeft aanvaard en men de betekenis ervan tracht te doorgronden, wordt zij door ervaring en offering rood gekleurd. Dan bereikt men de fase: ‘In Jesu morimur’. De krachten van de Zoon worden werkzaam. De roos wordt rood gekleurd door de bittere ervaringen die men in het leven ondergaat. Vele malen zal men zich ‘dodelijk’ aan zijn doornen verwonden, want slechts zo kan men tot inzicht en bewustzijn komen. We denken in dit verband aan het diepzinnige sprookje van Doornroosje:

Hoog in de toren van het paleis slaapt de mooie prinses en wacht in stilte op haar verlossing. Vele prinsen trachten tot de torenkamer door te dringen, maar zij verwonden zich aan de doornen en komen jammerlijk aan hun einde. Na100 jaar lukt het een prins, de prinses wakker te kussen uit haar doodsslaap. En zie, de doornen zijn veranderd en vormen nu een bloeiende rozenhaag….

De ziel, verlangend naar vereniging met de geest, vindt haar bestemming als de tijd daar is; dan pas kan het vuur van vernieuwing zich een weg banen naar omhoog en ontstaat er een volkomen nieuw leven.

Deze transfiguristische weg komt tenslotte uit in het ‘Per Spiritum Sanctum reviviscimus’, de geestkracht wordt nu werkzaam. De door offering en lijden rood gekleurde roos, verkrijgt dan haar gouden glans, doordat zij door een geheel vernieuwde aura wordt omhuld. Zij gaat deel uitmaken van een geheel nieuw leven: het is iín haar en óm haar heen. De Roos van den beginne ontplooit zich nu als de Gouden Roos der overwinning.

INHOUD

Inleiding

  1. De Roos des Harten der zevenvoudige openbaring Gods
  2. De Roos des Harten in verband met ruimte en tijd 
  3. De getallen twaalf en dertien
  4. De Chabathseleth
  5. De hoeksteen Christi en de Roos des Harten
  6. Het verhaal van de roos
  7. De getalsmatige structuur van het verhaal van de roos
  8. De relatie tussen Esther en Shoshanah
  9. Shoshanah en Chabathseleth

Verband tussen getal en taal in het Hebreeuws Geraadpleegde literatuur

BESTEL ROOS EN KABBALAH VAN BENITA KLEIBERG

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *