Tao en Teh – podcast 1 van 6 in de serie ‘Taoïsme en Rozenkruis – twee gouden paden’

 

In het najaar van 2022 verzorgt de schrijfster Elly Nooyen een serie van zes inloopochtenden in Haarlem over Taoïsme en Rozenkruis, twee gouden paden. De tekst van de lezing zal zij steeds publiceren op het blog van tijdvoortao.nl . Na elke bijeenkomst spreekt zij een podcast in die gaat over het onderwerp. Hierboven is de eerste podcast de beluisteren die opgenomen is na de eerste lezing (thema: Tao en Teh). De tweede inloopochtend gaat over het thema Macrokosmos / Microkosmos en wordt gehouden op dinsdag 27 september 2022, 10.00 – 11.30 uur (inloop vanaf 9.30 uur), Zakstraat 2, Haarlem. 

1 TAO

De weg die gegaan kan worden
Is niet de permanente Weg
De naam die genoemd kan worden
Is niet de permanente Naam

Zo luiden de beroemde openingszinnen uit de Daodejing:
Het boek van Tao en diens Kracht.
De Daodejing wordt toegeschreven aan de Chinese wijze Lao Zi.
Zijn naam betekent: oud kind, of oude wijze.
Hij leefde ongeveer 600 jaar voor onze jaartelling.

Tao betekent in het dagelijks Chinees gewoon ‘een weg’.
Een weg die de ene plek met de andere verbindt.
Een weg heet in China dan ook gewoon ‘een tao’.

In de Daodejing wordt met ‘Tao’ echter geen gewone weg bedoeld.
Deze naam wordt gebruikt om naar een onnoembaar mysterie te verwijzen.

Naar ‘iets’ dat geen ‘ding’ is, maar toch alle dingen omvat.
Tao is niet de ‘schepper’ van de tienduizend dingen.
Maar als niet tijdelijk zijnde, omhult Tao de gehele tijdelijkheid.
Want Tao is alomtegenwoordig. Toch is Tao niet te horen, te zien of te voelen.
Tao is bij geen enkele categorie onder te brengen.
Tao is een mysterie.

Lao Zi zegt over Tao in het 25e vers van de Daodejing:

Er is een gestalte van de niet-gestalte.
Het was er al vóór hemel en aarde tot leven werden gewekt.
Hoe stil !
Hoe leeg !
Hoe vormloos !
Ik ken zijn naam niet.
Alleen een bijnaam
en die is Tao

Hiermee wil Lao Zi zeggen dat Tao buiten het bereik van woorden ligt.
Hij zocht dan ook niet naar een specifieke naam, zoals bijvoorbeeld ‘God’.
Maar koos voor een heel gewone, dagelijkse naam: Weg.
Toch is dit een naam met een diepe betekenis.
Want Tao is een Weg die zich permanent met ons verbindt.
Wanneer wij ons daarvoor openstellen kunnen wij de innerlijke Weg tot Tao gaan.

2 TEH

Alles wat we over het mysterie zeggen doet er afbreuk aan.
Toch mogen we er niet over zwijgen.
Want Tao is zowel het verborgen mysterie achter de dingen,
als de alomtegenwoordige kern ervan.
Tao is dan ook in ons midden.

Driehonderdvijftig jaar voor onze jaartelling verscheen in China een klein geschrift.
Het heet Ney Ye, dat betekent: ‘Innerlijke ontwikkeling’. Daarin staat het volgende:

De Weg is waarmee de vorm zicht vult (. . . . )
Hoe stil !
Niemand kan zijn geluid horen
Hoe vlakbij !
Hij zit warempel in ons hart

(uit: De Chinese fascinatie voor de geest, p. 54)

Dat Tao in ons hart zit is een metafoor voor het wonder dat de tijdloze kracht die van Tao uitgaat, zich in ons tijdelijke hart bevindt.

Tao is en blijft altijd in het verborgene.
Maar er gaat een kracht van uit.
Deze wordt Teh genoemd.
Teh kunnen wij waarnemen.

Lao Zi zegt over Teh in vers 51 het volgende:

Tao is de oorsprong van de dingen
Teh brengt ze groot
De stof geeft ze vorm
De omstandigheden voltooien de dingen

Teh is onlosmakelijk met Tao verbonden. Zoals de zon en haar straling één zijn.
Deze straling doet ons ‘deugd’, want zonder haar zou er geen leven mogelijk zijn.
De Teh wordt dan ook wel vertaald als ‘Deugd ‘.

Teh vormt de verbindingsweg tussen de tienduizend dingen.
Teh schenkt de dingen alles wat ze nodig hebben.
Teh maakt het mogelijk dat de dingen zich via hun eigen ‘weg’
hun eigen Tao, kunnen transformeren.

De omstandigheden voltooien de dingen

Een daar hebben wij invloed op.

3 STILTE

Lao Zi werkte nauw samen met een andere grote Wijze,
Yin Xi de Poortwachter genaamd.
Over wat onze omstandigheden inhouden zei hij het volgende:

Als je niet in jezelf vastzit
dan openbaren de dingen zich vanzelf aan je.
Als ons hart beweegt is het als stromend water.
Door stil te zijn wordt het als een spiegel.
Het weerkaatst alles als een echo.
Eerst is alles chaotisch en onzichtbaar.
Dan komt de stilte en wordt alles helder.
Hij die zich hiermee verenigt, zal het behouden.
Maar wie het wil vasthouden, zal het verliezen.

De kernzin is: het in onszelf vastzitten.
We zitten in onszelf vast wanneer we zodanig in beslag zijn genomen door de tienduizend tijdelijke dingen, dat we ons niet bewust zijn van het altijddurende mysterie.

Zoals wanneer we op een mooie zomerse dag naar zee gaan.
Het is er vol, mensen praten, roepen en lachen.
Kinderen spelen joelend van plezier met zand en water.
Karretjes met allerlei lekkers rijden bellend en toeterend langs de vloedlijn
en in de lucht ronken reclamevliegtuigjes.

Aan het eind van de dag loopt het strand leeg.
Het wordt stil.
Wie is gebleven wordt zich bewust van het ritmisch ruisen van de golven en beseft dat de zee al die tijd, dwars door alle herrie heen, aanwezig was.

Wil de kracht van het mysterie zich in ons kunnen openbaren,
dan is innerlijke rust noodzaak.
In de Taoïstische wijsheid wordt over stil zijn gezegd:

De wijze is stil.
Niet omdat men zegt dat stilzijn goed is,
maar omdat geen van de tienduizend dingen in staat is om zijn hart te beroeren;
daarom is hij stil. (. . . )
De wijze blijft immer in de stilte.
Blijven wil zeggen: leeg zijn
Uit leegte komt volheid, en met volheid komt volledigheid

4 LEEGTE

Stilte en leegte zijn met elkaar verbonden.
Leegte in de zin van het ontbreken van tijdelijke dingen.
Stilte gezien als de oorsprong.

Wanneer leegte en stilte in ons hart zijn wordt het ontvankelijk voor de Teh van Tao.

Wie op deze manier leeg is ervaart een diepe innerlijke stilte.
Zelfs temidden van de overvloed en drukte van de tienduizend dingen.
Stil en leeg worden houdt een proces in.
Dit duurt ons gehele leven.

Leeg worden en stil zijn houdt in het taoïsme geen meditatiepraktijk in, maar een manier van leven.
Loskomen van zelfzuchtige gevoelens en verlangens.
Niet steeds overal over oordelen.
Niet overal tegenstellingen in zien waarbij men voor het één kiest
en het ander met kracht wordt bestreden.

Deze manier van leven houdt in: niet-doen.
De weg ontstaat door hem te belopen.

Wanneer het leeg en stil in ons hart, is de Teh te ervaren.
Niet alleen in onszelf, maar tegelijkertijd in verbondenheid met alle tienduizend dingen.
Leeg en stil zijn heeft een onopzettelijke ruimhartigheid en onpartijdigheid tot gevolg.

In al het bestaande ligt in het Midden de oorspronkelijke natuur.
Als een vonk van Tao. Hierover wordt in de Taoïstische wijsheid gezegd:

Bewaar de hemelse natuur.
Wees voorzichtig en verlies haar niet.
Dat wordt genoemd: Terugkeer tot het waarachtige

5 DE KAMER DER STILTE

Wie niet in zichzelf vastzit, staat in een proces waarin geleidelijk aan alles losgelaten wordt dat de Tao natuur in ons hart in de weg staat.

Een mens heeft echter zijn beperkingen.
Hij kan daarom wel wat hulp gebruiken bij het stil worden.

Taoïsten die zich openstellen voor de tijdloze stilte van Tao, gaan op gezette tijden een speciaal ingerichte stille ruimte binnen, een ‘kamer der stilte’ genaamd.
Er wordt gezegd dat zij dan – ‘de stilte ingaan’.
Hierover wordt in de taoïstische literatuur gezegd:

Reeds in de oudste geschriften van de taoïstische ecclesia
– de zogenaamde Weg van de Hemelse Meester- ,
wordt uitvoerig geschreven over het gebruik en de inrichting
van de ‘kamer der stilte’.

Deze ‘kamer der stilte’ is volledig afgescheiden van andere ruimtes of gebouwen
en is zeer spaarzaam ingericht:
elke vorm van versiering is uitgesloten,
er is zelfs geen plaats voor afbeeldingen van heiligen.
De rituele objecten zijn tot het uiterste gereduceerd.

De kracht van Tao, de Teh is hier zeer sterk en zuiver werkzaam.
Wanneer men gezamenlijk in deze ruimte bijeenkomt, worden door hun verbondenheid de diepe stilte en leegte intenser dan wanneer men alleen zou zijn.

Wanneer zij uiteindelijk – geladen met pure kracht – weer naar buiten treden, stralen zij deze – zonder opzet – weer uit in de wereld.
Want geen mens gaat de Weg voor zichzelf.

Jan van Rijckenborgh was een wijze uit de Rozenkruis traditie.
Hij schreef over het werk in de Tempel het volgende:

In stille blijdschap de opdracht in het hart bewaren.
In een allerfijnste bescheidenheid,
in een zich ten volle wijden aan het oeratoom in het hart.
Want vanuit de Tempel van het oeratoom moet het werk worden verricht.

(uit: De Chinese Gnosis, hoofdstuk 2, p. 39)

LEES OVER DE ONDERSTAANDE BOEKEN WAARUIT WORDT GECITEERD IN DE PODCAST

BESTEL ZHUANG ZI, DE VOLLEDIGE GESCHRIFTEN

BESTEL DE CHINESE FASCINATIE VOOR DE GEEST

BESTEL DE CHINESE GNOSIS HARDBACKBESTEL DE CHINESE GNOSIS E-BOOK