Twee gouden paden – podcast 6 van 6 in de serie ‘Taoïsme en Rozenkruis’

 

PODCAST 1PODCAST 2PODCAST 3PODCAST 4PODCAST 5PODCAST 6

In het najaar van 2022 verzorgde de schrijfster Elly Nooyen een serie van zes inloopochtenden in Haarlem over Taoïsme en Rozenkruis, twee gouden paden. De tekst van de lezing publiceerde zij steeds op het blog van tijdvoortao.nl . Na elke bijeenkomst sprak zij een podcast in die gaat over het onderwerp. Hierboven is de zesde podcast de beluisteren die opgenomen is na de zesde lezing. De volgende inloopochtend is een toegift van Elly Nooyen. Zij vertelt dan over haar belevenissen en gesprekken tijdens haar bezoek aan de taoïstische Witte Wolken tempel in Beijing.  Die inloopochtend wordt gehouden op dinsdag 6 december  2022, 10.00 – 11.30 uur (inloop vanaf 9.30 uur), Zakstraat 2, Haarlem

Door de verschillende verzen van de Daodejing loopt een verborgen draad. Deze is bedoeld als een handreiking voor degene die de weg tot Tao wil gaan. In deze podcast staan daarom een aantal verzen uit de Daodejing centraal. Tussendoor zal steeds een muzikaal intermezzo te beluisteren zijn.

De vorige podcast eindigde met de dringende vraag die Lao Zi ons stelt in vers 10 van de Daodejing:

Je hemelse en aardse zielen omarmen en één maken,
zodat ze niet uit elkaar gaan: kun je dat?

Wij zijn mensen van twee naturen: een tijdloze en een tijdelijke. Beide naturen hebben hun eigen aard. Deze drukt zich in ons uit als kracht. Dit wordt ook wel ‘ziel’ genoemd. We hebben dus zowel een aardse als een hemelse ziel.
Wanneer beide zielen in ons samenwerken, worden we wat in het Taoïsme genoemd wordt: een authentiek mens. Een mens zoals we bedoeld zijn.
Maar op welke manier kunnen we beide dan één maken? Het ligt voor de hand te denken dat de twee zielen alleen één kunnen worden door een enorme inspanning van onze kant, want de vraag ‘kun je dat’ in het citaat lijkt immers tot ons gericht te zijn?
Lao Zi waarschuwt ons hiervoor in vers 29:

Als de mens de wereld wil volmaken met actie,
zie ik dat hij niet slaagt.
De wereld is heilig gereedschap,
Dat mag je niet geforceerd bejegenen.

Nu zouden we in verwarring kunnen raken, want in vers 10 wordt ons gevraagd of we iets kunnen, terwijl in vers 29 wordt gesteld dat iets doen juist tot niet slagen zal leiden.
De Daodejing is in compacte taal geschreven. De zin uit vers 10 mag ook zo gelezen worden:

Onderhoud je hemelse en aardse ziel.
Omarm Het Ene.
Zijn we in staat om deze niet van elkaar te scheiden?

Het begrip ‘omarmen’ slaat zowel op de twee zielen, als op het Ene. Er wordt ons dus aangeraden om beide zielen te onderhouden, dus ervoor te zorgen, en tegelijkertijd het Ene te omarmen.
Dit brengt ons terug bij de vraag: hoe doen we dit?
We zijn gewend om dingen te doen die ons voordeel opleveren. Daarbij gaan we van onszelf uit. Dit wordt in het Taoïsme genoemd: ‘hebbende handelen’, ofwel ‘bezittende handelen’. Het houdt in: handelen vanuit eigenbelang. De Chinese term ervoor is: you wei.

In vers 53 zegt Lao Zi hierover:

De grote Weg is uitermate vlak,
maar de mensen houden van kronkelige zijpaadjes.
Ze kleden zich met weelderig kleurige zijde.
Maar aan hun riem dragen ze scherpe zwaarden.
Ze gaan zich te buiten aan drank en spijzen.
Er is een overvloed aan luxe goederen.
Dit is diefstal, extravagantie en gestolen luxe;
dit is zeker in strijd met Tao!

Hoe zou Lao Zi gekeken hebben naar onze moderne westerse wereld waarin extravagantie in vele opzichten ‘normaal’ is geworden? De moderne Franse filosoof Philippe Muray spreekt over het kudde-egoïsme van de westerse mens die hij als Homo festivus typeert. Het ‘ik’ staat centraal en Tao is vergeten.

MUZIEK

Met you wei wordt een manier van leven bedoeld die tegengesteld is aan het bekende wu wei. Heel algemeen gezien wordt onder wu wei verstaan: egoloos handelen.
De levenshouding van een mens die de Weg gaat, verandert geleidelijk aan van you wei, ofwel onze ego-gerichte, aardse natuur, naar wu wei, ofwel naar onze ego-loze, hemelse, natuur.
Hoe dit mogelijk is wordt in vers 5 van de Daodejing besproken:

De ruimte tussen hemel en aarde,
hoezeer gelijkt zij op een blaasbalg.
Zij wordt geledigd zonder uitgeput te raken.
Zij wordt in beweging gezet
en brengt steeds meer voort
Een veelheid van woorden is spoedig uitgeput
Beter is het om het midden te behouden.

Onder ‘hemel’ wordt het tijdloos veld van zijn bedoeld en onder ‘aarde’ onze wereld. Deze zijn met elkaar verbonden door een oneindig lege ruimte, een ademruimte. Daarmee wordt verwezen naar de kracht die van Tao uitgaat: de Teh.
Deze ‘ruimte’ is grenzeloos, eindeloos, tijdloos en vormloos, maar is vol potentie en creativiteit. Het is een transformerende, transmuterende en transfigurerende kracht.

In het Taoïsme geldt: wat in het groot is, is ook in het klein. De open ruimte tussen hemel en aarde bevindt zich dan ook in ons zelf. In ons zijn drie centra, drie werkplaatsen van transformatie:
Een in het hoofd; deze staat voor de hemel.
Een in het bekken; deze staat voor de aarde.
En een in het hart.
Wanneer wij onszelf vergeten, vanuit wu wei leven, wordt het hart langzaam maar zeker een open ademruimte.
In deze betekenis wordt ons dan ook aangeraden om het midden te behouden.
Hierover wordt in vers 11 van de Daodejing als volgt gesproken:

Dertig spaken komen samen in een naaf
Juist in zijn niets zit de functie van de wagen.
Door klei te kneden wordt vaatwerk gemaakt.
Juist in zijn niets, zit de functie van het vaatwerk.

Daarom: het voordeel van het iets,
berust op de functie van het niets.

Het ‘niets’ resoneert in ons hart, als een vonk van Tao.

Keren we opnieuw terug tot vers 10 waar aan ons het volgende gevraagd wordt:

Onderhoud je hemelse en aardse ziel.
Omarm Het Ene.
Zijn we in staat om deze niet van elkaar te scheiden?

Het Ene staat zeer dicht bij Tao-Teh. Het is een wereld waarin nog geen concrete dingen zijn. Het Ene is de oerchaos vol creatieve energie. In de oerchaos bevinden zich de oerbeelden van alles dat ooit in de vorm zal komen. Er is dus ook een oerbeeld van ons, maar dan gezien als potentie, als mogelijkheid om te worden zoals we bedoeld zijn. Dat houdt in dat we in staat zijn om een mens te worden die, doordat hij in contact is gekomen met de Eenheid die in en rondom hem is, zich heeft ontdaan van een ego, van een gekunsteld zelfbeeld.

Wij zijn voorgekomen uit de tijdloze natuur en we hebben ons ontwikkeld in de natuur van deze wereld. Daarin zijn we tot een uiterste grens gekomen: homo festivus.
Deze viert het feest van het ‘ik’, maar dat ik is losgeraakt van zijn oerbeeld. Wat ons nu te doen staat is terug te keren naar de lege ruimte tussen hemel en aarde.

MUZIEK

Een mens wordt ‘leeg’ wanneer hij de daad stelt van de niet-daad, het doen van het niet-doen; wu wei. Of zoals de School van het Gouden Rozenkruis het noemt: het endura. Dan vindt iets ongelofelijks plaats: het wordt in hem gedaan.
In vers 48 van de Daodejing wordt gezegd:

Wie zich toelegt op studie, wordt dagelijks meer.
Wie zich toelegt op Tao, wordt dagelijks minder.
Minder en minder.
Tot niet-doen wordt gedaan.
Wanneer niet-doen wordt gedaan
blijft niets ongedaan.

Vers 48 wordt gezien als het meest belangrijke vers van de Daodejing, want daarin wordt de kernwaarde van het Taoïsme duidelijk gemaakt.

Wanneer niet-doen wordt gedaan blijft niets ongedaan.

Wie zich toelegt op studie, wordt dagelijks meer in de betekenis van hebbende handelen, you wei. Wie zich toelegt op Tao, wordt dagelijks minder in de betekenis van ego-loos handelen, wu wei, of endura.
Niet-doen ‘doen’ we door ons tot het onbeweeglijk Midden in ons te richten. Daardoor ontstaat in ons een lege ruimte. Daarin wordt de kracht van Tao, de Teh, geactiveerd. Deze verbindt al hetgeen dat verbonden moet worden.

Een pad van niet-doen, wu wei, ofwel ‘endura’ wordt een GOUDEN PAD genoemd.
Een gouden pad is een eenvoudig pad omdat het enige dat de mens hoeft te doen is in zelfovergave te blijven staan aan het tijdloos midden in zijn hart.
Maar niet-doen vinden we nu juist heel ongewoon. We zijn gewend om zélf iets te doen wanneer we iets willen bereiken.

Lao Zi zegt in vers 70:

Mijn woorden zijn buitengewoon gemakkelijk te begrijpen;
buitengewoon gemakkelijk in praktijk te brengen.
Maar niemand in de hele wereld kan ze begrijpen;
niemand kan ze in praktijk brengen.

Er wordt mee bedoeld dat niemand hoeft te denken dat het mogelijk is om met zijn persoon de Gouden Weg te gaan. Toch is paradoxaal genoeg bij het gaan van de Weg onze medewerking onmisbaar. Wu wei vraagt om bewustworden van wat ons drijft en hoe we handelen.
De kern van ieder Gouden Pad bestaat hieruit: we nemen onszelf objectief waar, maar doen vervolgens niet. Hierdoor wordt de ademruimte in het Midden geactiveerd.

Maar niet doen vinden we het moeilijkste dat er is. Want we merken niet meteen resultaat en zijn dan misschien geneigd om het op te geven en een andere weg te zoeken. Dan zijn we echter van het Gouden Pad afgedwaald en een van de vele zijwegen ingeslagen.

In deze situatie bemoedigt Lao Zi ons in vers 37:

Tao betracht permanent het niet-doen
en niets blijft ongedaan.
Indien vorsten en koningen het kunnen handhaven,
zullen de tienduizend dingen zich vanzelf transformeren.

Transformeren, maar verlangens rijzen op,
dan zullen we ze kalmeren met de eenvoud van het naamloze.

Indien we de eenvoud van het naamloze betrachten,
welnu, dan zullen we eveneens zonder begeerten zijn.

Niet verlangen en daardoor stil.
Dan zal de hele wereld zichzelf corrigeren.

BESTEL INLEIDING TAOïSTISCHE FILOSOFIE