Doorlopen en stilstaan – Henk Smeijsters over het zoeken naar het goede leven

BESTEL DOORLOPEN EN STILSTAAN

‘Met de kloktijd heeft de mens zichzelf tot een machine gemaakt. Kies ook voor langzame tijd.’ Iedereen heeft drie opties. Of je bent altijd druk bezig: het actieve leven. Of je keert de drukte bewust de rug toe: het contemplatieve leven. Maar je kunt ook activiteit en contemplatie met elkaar in balans brengen. Dan loop je door én sta je stil. Volgens cultuurfilosoof Henk Smeijsters slaat de maatschappij tegenwoordig door naar constante drukte en actie. In ‘Doorlopen en stilstaan’ maakt hij zich sterk voor meer balans. Die zijn we met zijn allen namelijk kwijtgeraakt. Deze balans maakt je gelukkiger. En is ook nog eens goed voor de aarde. ‘Doorlopen en stilstaan’ brengt je een stap dichterbij het goede leven.

INLEIDING

In dit boek, dat behoort tot de filosofie van de levenskunst, staat de vraag centraal hoe we het vita activa en vita contemplativa met elkaar in evenwicht kunnen brengen. Ik stuitte op deze begrippen in het boek Vita activa van Hannah Arendt. Vita activa verwijst naar actief zijn in de wereld, vita contemplativa naar je uit de wereld afzonderen om tot bezinning te komen. Een absoluut onderscheid maken tussen beide is niet mogelijk omdat actief zijn reflectie vereist en contemplatie een vorm van (geestelijke) actie is. Het belangrijkste verschil is dat het vita activa ingrijpt in de wereld en uit uiterlijke acties bestaat en het vita contemplativa zich in het innerlijk afspeelt. De stelling die ik zal verdedigen en die in de titel van het boek tot uitdrukking komt, heb ik ontleend aan het wandelen.

Als je wandelt moet je doorlopen om verder te komen, maar ook regelmatig stilstaan om de dingen om je heen nauwkeurig te bekijken en goed tot je door te laten dringen. In principe heeft een mens tijdens zijn leven drie opties. De eerste is dat hij zich gedurende zijn hele leven in de actie stort en nooit achter de geraniums gaat zitten.

De tweede optie, radicaal tegengesteld aan de vorige, is dat hij zich gedurende zijn hele leven volledig afzondert en zich, zoals een kloosterling, niet op de wereld richt, maar op het transcendente: dat wat de wereld overstijgt. De derde optie is Welt-Bejahung (ja-zeggen tegen de wereld, actief zijn in de wereld) en Welt-Verneinung (nee-zeggen tegen de wereld, in afzondering contempleren) met elkaar in evenwicht brengen.

In de huidige maatschappij lijkt de eerste optie de overhand te hebben, terwijl de derde optie – het bestaan van het vita contemplativa naast het vita activa – in ere moet worden hersteld. Het gebrek aan evenwicht tussen actie en contemplatie is niet alleen slecht voor de aarde en het fysieke voortbestaan van de mens, maar vooral ook voor zijn geestelijk welzijn.

Aristoteles huldigde in zijn deugdethiek de deugd van de matigheid. Het gebrek aan evenwicht tussen actie en contemplatie is het gevolg van het feit dat te weinig matigheid betracht wordt. Deze conclusie vraagt om een onderbouwing die zaken aanwijst die hiervoor verantwoordelijk zijn.

Umberto Galimberti schreef een boek over de mythen van onze tijd die volgens hem ontmaskerd moeten worden. Je kunt ook zeggen dat we ons de houding van Socrates eigen moeten maken. Sophie van Balen wijst erop dat de ‘verwondering’ van Socrates een pathos is, een zowel cognitieve als emotionele gemoedstoestand die je overvalt. ‘Verwondering is tegelijkertijd een eyeopener én iets wat je de afgrond induwt.’ Van belang zijn ook het zoeken naar morele betekenis en de esthetische soberheid die de houding van Socrates kenmerken.

De zoektocht naar morele betekenis vereist dat wat gangbaar is aan een morele toets te onderwerpen. De esthetische soberheid benoemt het gegeven dat het Socrates in zijn zoektocht naar morele betekenis niet te doen was om het verwerven van geld, bezit, macht, status of genot. Onafhankelijk van dergelijke externe opbrengsten die het eigenbelang dienen wilde hij – in de latere woorden van Immanuel Kantinteresselos (belangeloos) denken. De socratische mentaliteit kan helpen bij het analyseren hoe het hedendaagse vita activa het vita contemplativa in de weg staat.

Cultuurkritische filosofen, wetenschappers, schrijvers en kunstenaars moeten het enerzijds opnemen tegen de vooruitgangsoptimisten, die ervan overtuigd zijn dat het tijdperk van de bevlogen politieke ideologieën ten einde is en technologische innovatie en vrijemarkteconomie alle problemen zullen oplossen (al heeft Francis Fukuyama ingezien dat zijn optimistische voorspelling inmiddels gefalsifieerd is).

Anderzijds moeten cultuurcritici ervoor waken niet terecht te komen in de zuigkracht van rechts-radicale, conservatieve politici die à la Oswald Spengler de vooruitgangsfeiten negeren, bestaande angsten en onzekerheden opkloppen en met veel aplomb de ondergang van het Avondland verkondigen. Filosofen, wetenschappers, schrijvers en kunstenaars, die zowel het door velen gedeelde vooruitgangsoptimisme als het door veel anderen gedeelde ondergangspessimisme aan kritiek onderwerpen, mythes doorprikken, de keerzijde van ideologieën en stellige overtuigingen tonen, zijn de waarachtige luis in de pels.

Wie zich autonoom opstelt en niet vereenzelvigt met dat wat gangbaar is, loopt het risico gelabeld te worden als iemand die ‘niet met zijn tijd meegaat’. George Steiner wijst in zijn boek Gedanken dichten deze stereotypering resoluut af. Hij schrikt er niet voor terug zichzelf ouderwets en technofoob te noemen en doet dit uit volle overtuiging omdat hij niet wil dat het geesteswetenschappelijke door het natuurwetenschappelijke denken aan de kant geschoven wordt.

Steiner kiest er nadrukkelijk voor zichzelf ‘ouderwets’ en ‘technofoob’ te noemen omdat hij aan de geesteswetenschap vasthoudt, niet omdat hij a priori tegen natuurwetenschappelijke en technologische vooruitgang is. Hij herbevestigt expliciet de waarde van het geesteswetenschappelijke denken en voelen dat hij als een geweldig avontuur beschouwt. De geesteswetenschappen, die ons in de duistere oorlogszuchtige twintigste eeuw helaas in de steek hebben gelaten, moeten volgens Steiner opnieuw tot leven gewekt worden. Natuurwetenschap, technologie en de daaruit voortvloeiende productie en consumptie worden dan tot een probleem als zij geen ruimte laten voor de geesteswetenschappelijke reflectie.

Als een politieke ideologie, maatschappelijke orde of wetenschappelijk paradigma eendimensionaal wordt, zijn interesselose cultuurcritici nodig die de trom roeren. Steiner ziet een rebelse zanger of van eenzaamheid dronken filosoof voor zich die met socratische pathos zijn stem verheft tegen de huidige hyperactieve samenleving. Met het eerste deel van dit boek treed ik toe tot het koor van rebelse zangers. In de volgende twee delen ga ik op zoek naar een ander lied dat ons in een hoopvolle stemming kan brengen en de weg wijst naar een levenskunst die het evenwicht van vita activa en vita contemplativa mogelijk maakt.

De kritiek op de hedendaagse maatschappij in het eerste deel van het boek vormt de basis voor de filosofische en kunstzinnige zoektocht naar evenwicht in de daaropvolgende twee delen. In het eerste deel van het boek ben ik een mijnwerker die, verstoken van daglicht, uit het gestolde maatschappelijk gesteente brokken loswrikt die energie kunnen geven. In het tweede en derde deel ben ik een bergbeklimmer die een positief vergezicht probeert te schetsen.

Er is geen gebrek aan op feiten gebaseerde fundamentele kritiek. Ten aanzien van de klimaatverandering zijn verdragen gesloten en (jeugdige) protestbewegingen ontstaan die het lot van de aarde serieus nemen. Ook gaan stemmen op dat we minder vlees moeten eten, minder moeten vliegen, minder auto moeten rijden en minder moeten consumeren.

Deze stemmen wijzen in de richting van een verandering van levensstijl die erop neerkomt dat we de aarde minder onderwerpen en meer beschouwen. Mijn boek gaat hierop door. Ik ga op zoek naar zaken in het hedendaagse vita activa die te weinig ruimte laten voor het vita contemplativa. De uitputting van de aarde en de mens hangt nauw samen met de versnelling van de productie en consumptie en de toegenomen drukte op het werk, in de samenleving en in de persoonlijke levenssfeer.

Versnelling en toegenomen drukte zijn objectief aantoonbaar. Daarnaast komt de subjectieve houding aan bod die mensen ten aanzien hiervan aannemen. Snelheid en drukte zijn een kick voor de een en stress voor de ander. Vragen die aan de orde komen zijn of de mens van nature rusteloos is en wanneer een tempo objectief te hoog ligt. Ik ga in op de ‘versnellingsparadox’ en laat zien dat de objectieve versnelling op velerlei levensgebieden optreedt. Er is sprake van technische en sociale versnelling en de versnelling van het individuele levenstempo. Dat versnelling grenzen heeft, blijkt uit de functionalistische, normatieve en ethische kritiek.

Op diverse terreinen heeft het mechanisme van de concurrentie ingang gevonden. Daarbij wordt zowel de voordelige kant als de schaduwzijde besproken. Concurrentie is de motor van de economische groei, maar leidt ook tot een ongeremde verhoging van de snelheid en drukte. In de sociale levenssfeer biedt de onderlinge competitie de gelegenheid je van anderen te onderscheiden, de maatschappelijke ladder te beklimmen en erkenning te verwerven. Maar deze sociale competitie heeft als nadeel dat zij prestatiestress en competitieve vermoeidheid veroorzaakt.

In de werksituatie leidt de technologische ontwikkeling tot arbeidsverlichting, maar verhogen machines en robots die snel, foutloos en onvermoeibaar werken ook de prestatienormen die voor mensen gelden. De vraag komt aan de orde of de mens kunstmatig van nature is en of dit impliceert dat een ‘mens-machine-mengvorm’, die elke snelheid en drukte aankan, de natuurlijkste zaak van de wereld is. Gaat de robo sapiens de mens vervangen? Moet de mens een cyborg worden die de concurrentie met de lerende computer aankan?

Ik bekijk ook de consumptiemaatschappij vanuit het perspectief van de versnelling en toegenomen drukte. De veranderende mode verfraait ons leven, maar het hoge tempo waarin de mode wisselt is een vorm van ‘creatieve destructie’ die niet alleen leidt tot verspilling en uitputting, maar ook tot de rusteloze jacht op wat in de mode is. Ik bespreek de rol van de reclame die voortdurend onze aandacht trekt, ons manipuleert en onze beleving fragmentariseert.

In dit verband stel ik aan de orde welke rol ons verlangen hierin speelt en of meer geld ons inderdaad gelukkiger maakt. Kunnen we niet evengoed, of nog meer, gelukkig zijn als we ons verlangen matigen? Wat is het verschil tussen natuurlijke behoeften en kunstmatige verlangens? Tenslotte bespreek ik dat uit veel dingen en activiteiten kunnen kiezen onze vrijheid vergroot, maar dat we in de stress raken als we uit teveel moeten kiezen en uit het oog verliezen wat belangrijke en onbelangrijke keuzes zijn.

Onze digitale werkelijkheid kent een communicatie- en informatie-overvloed. Aan de orde komen de fear of missing out (FOMO; de vrees dat je iets mist als je niet voortdurend de smartphone checkt) en wat ik ‘Twitterdemocratie’ zal noemen. De mens staat graag in contact met anderen, maar op elke plek en elk moment berichten versturen en ontvangen, beperkt de tijd om op een andere manier bezig of in rust te zijn.

Ik bespreek studies die aannemelijk maken dat er sprake is van iDisorder, met name de dwanghandeling hoogfrequent naar de smartphone te grijpen. Aan de orde komt waarom de smartphoneverslaving te vergelijken is met de gokverslaving en het feit dat mensen daardoor in hun werk en studie inefficiënt worden. Tot slot bespreek ik hoe de vele, snelle, korte tweets het democratische bestel bedreigen. Door de overvloed aan berichten is er te weinig tijd voor analyse, het zoeken naar samenhang en inhoudelijke dialoog. Impulsief reageren verdringt de bedachtzame reflectie, thinking fast laat geen ruimte voor thinking slow.

Vervolgens ga ik op zoek naar levenswijzen die filosofen, geesteswetenschappers, kunstenaars en romanschrijvers geschetst hebben om het geestelijk leven van de mens veilig te stellen. De uitkomst zal zijn dat doorhollen op dezelfde weg, noch omkeren naar de zogenaamde ‘goede oude tijd’ die nooit bestaan heeft, soelaas biedt. Ik zal laten zien dat de oplossing te vinden is in het realiseren van een goed evenwicht tussen het vita activa en vita contemplativa.

Arthur Schopenhauer was van mening dat de mens zich ascetisch en esthetisch kan bevrijden van de Wille, zijn rusteloze en frustrerende jacht op het vervullen van steeds nieuwe verlangens waarvan hij met zekerheid denkt te weten dat ze wezenlijk zijn, terwijl ze dat in werkelijkheid niet zijn omdat de vervulling slechts van korte duur is. Kan de mens zijn geestelijk leven alleen veilig stellen door te leven als een heremiet? Is hij veel beter af als hij zijn toevlucht neemt tot een leven in de kunst, met name de muziek? Ik leg uit dat Schopenhauer de muziek als ‘analogie’ van de Wille opvat en daarom concludeert dat je aan haar genoeg hebt.

De lezer wordt verleid te geloven dat je beter in de muziek dan in de wereld kunt leven, beter in de muziek dan in de wereld kunt lijden. Schopenhauers visie wordt met behulp van het werk van Antonio Damasio en Daniel Stern geactualiseerd. In zijn esthetische levenswijze gaat het niet om een rationele vorm van kennen, maar om een gevoelsmatig, intuïtief begrijpen van het leven. Aan de hand van Richard Wagner en Gustav Mahler wordt geïllustreerd hoe in hun muziek de terugtrekking uit de wereld – de Entweltlichung – vorm kreeg. De Ring des Nibelungen, Tristan und Isolde en Parsifal van Wagner en de preek van de heilige Antonius van Padua, de posthoornepisode en het Veni creator spiritus bij Mahler komen uitgebreid aan bod. Deze kunstwerken bespreek ik tegen de achtergrond van de tegenstelling tussen individu en samenleving, autonomie en heteronomie. Ik vraag me tevens af of deze werken alleen ‘fantasmagorie’ en wereldvlucht zijn of ook maatschappijkritische potentie hebben.

Tegengesteld aan de visie dat de mens de wereld het beste kan ontvluchten, onderzoek ik of de mens juist beter af is als hij niet in een transcendent geloof of de analoge muziek vlucht, maar zich actief met de wereld bezighoudt. Veel mensen ondervinden immers voldoening in activiteiten waarmee zij in de wereld ingrijpen. Ik ga te rade bij Friedrich Nietzsche, die de mens voorhield dat hij zich van elk transcendent en esthetisch nihilisme moet onthouden en zijn gezicht naar de wereld moet toekeren. Bij hem treffen we geen wereldvlucht en verlossing in het hiernamaals aan, maar ‘willen wat geweest is’. Ik bespreek het passief en actief nihilisme, het christelijk en romantisch nihilisme en de hedendaagse informatieve, consumptieve en wetenschappelijke decadentie.

INHOUDSOPGAVE

Inleiding

Deel 1: Vita activa

I Versnelling en toegenomen drukte
Kick voor de een, stress voor de ander
Op allerlei levensgebieden
Grenzeloos of begrensd?

II Concurrentie
Economische groei en maatschappelijke onrust
Sociale erkenning en competitieve vermoeidheid
Arbeidsverlichting en tempoverhoging

III Consumptie
Modieuze verfraaiing en creatieve destructie
Keuzevrijheid en keuzestress

IV Digitale werkelijkheid
Sociaal contact en FOMO
Directe democratie en Twitterdemocratie

Deel 2: Het kunstwerk als leven óf het leven als kunstwerk

V Het kunstwerk als leven
Muziek als analogie van de Wille bij Arthur Schopenhauer
Höchste Lust bij Richard Wagner
Entweltlichung bij Gustav Mahler

VI Het leven als kunstwerk
Nihilisme en decadentie volgens Friedrich Nietzsche
Dionysos en Apollo
Het leven als muzikale tragedie
Übermensch en Wille zur Macht

VII De zoektocht naar evenwicht door Hermann Hesse
Siddhartha
De Steppenwolf
Narziß en Goldmund
Het Glasperlenspiel

Deel 3: Vita contemplativa

VIII Bronnen van het geestelijke
Het verlangen naar betekenis
Wat ons begrip te boven gaat
Gevoelde betekenis

IX Een Nieuwe Romantiek
Natuurlijk
Autonoom
Authentiek

X In afzondering inwendig luisteren

XI Het goede leven

XII Liefde als zwaartekracht van de ziel

XIII Contemplatief leven

Persoonlijk nawoord
Dankwoord
Bronvermelding
Literatuur

BESTEL DOORLOPEN EN STILSTAAN

LEES OVER DE BOVENSTAANDE BOEKEN VAN HENK SMEIJSTERS