Beschouwing 5

Spirituele Pasen 5: Overgave aan je innerlijke meester
Beschouwing voor donderdagochtend voor Pasen

 

5 overgave aan je innerlijke meester

Voor een mens is het vrijwel onmogelijk om de gnostieke spirituele weg op eigen kracht te gaan. Want de ontwikkeling van de innerlijke mens vraagt specifieke voeding die de leerling van de ziel in eerste instantie niet zelf kan aantrekken of prepareren. Voor zijn spirituele ontwikkeling is hij dan aangewezen op een bron die buiten hemzelf ligt en die sterker is dan hij. Dat is een natuurwet die op alle vlakken van leven geldt en die bij uitstek het kenmerk is van broederschap; want zou er alleen gelijkheid zijn, ontwikkeling en vooruitgang zouden zijn uitgesloten.

Spirituele Pasen citaat.015

Mensen zijn op zichzelf staande individuen maar op een dieper niveau zijn zij allemaal met elkaar verbonden. De mensheid is een eenheid die daarnaast in wisselwerking staat met het mineralenrijk, het plantenrijk, het dierenrijk en met rijken die ‘boven’ ons staan maar waarvan we ons niet bewust zijn.

Een hogere vorm van leven beïnvloedt door zijn doen en laten de hem volgende vormen van leven, ook die waarmee geen bewust contact is. Want een kracht die sterker is en van buiten komt, veroorzaakt altijd een verandering in iets dat minder krachtig is en zich binnen zijn invloed bevindt. Mensen dragen daarom verantwoordelijkheid voor de planten, voor de dieren en voor de mensen in hun omgeving en zo zijn ouders zijn verantwoordelijk voor hun kinderen. En zo is er ook een rijk van levende zielen; zij dragen zorg voor de ziele-ontwikkeling van de mensen op aarde.

Innerlijke ontwikkeling kan niet worden afgedwongen en mag nooit worden geforceerd. Maar zodra de geestvonk in het hart van een mens is ontwaakt en deze persoon op basis van diep verlangen besluit de innerlijke mens in hem tot ontwikkeling te laten komen, dan kunnen vanuit het zieleveld helpende en transformerende krachten worden geschonken. De kracht van buiten wordt dan de kracht van binnen.

In de oudheid waren er in vele landen mysteriescholen. Stichters van dergelijke scholen, geestelijke leiders, zijn mensen die zelf de mysterieweg gingen en trokken leerlingen aan die op basis van innerlijke nood rijp waren voor dezelfde weg. De leiders ontwikkelden zichzelf en hun school zonder ophouden, om zo het innerlijk wezen van hun leerlingen te laten ontwaken en te doen groeien. Want zonder de voortdurende ontwikkeling van hun eigen kracht zou zo’n school al spoedig kristalliseren en uiteenvallen, de leerlingen ontredderd achterlatend.

De krachten die binnen een bonafide mysterieschool worden vrijgemaakt, zijn zeer spirituele energieën van etherische en astrale aard. Zij worden aangeduid als brood en wijn.

De eerste christenen leefden en werkten in groepen als een mysterieschool. Toch zijn er fundamentele verschillen met de mysteriescholen van voor het christendom. Die waren altijd geheim en uitsluitend toegankelijk voor diegenen die uit rijpheid en innerlijke nood klaar waren.

Het bijzondere van het christendom is, dat Jezus de mysteriën openbaar heeft gemaakt, dus toegankelijk voor ieder mens op aarde zonder tussenkomst van priesters, meesters of goeroes. Door de synthese en vernieuwing van bevrijdende waarden uit het verleden heeft de historische Jezus een volkomen nieuwe kosmische mysterieschool gesticht.

Want vanuit de spirituele kern van de aarde, het wereldhart, spreidt zich sinds het mysterie van Golgotha het energieveld dat wij Christus noemen. Dit christusveld spreidt zich uit rondom de gehele aarde, als een lichtende atmosfeer waarin de innerlijke mens kan ademen en leven.

Alle krachten die nodig zijn om de weg van transformatie en ware menswording te gaan, staan sinds het begin van de jaartelling op deze wijze ter beschikking van de mensheid. En ieder die er klaar voor is, waar ter wereld hij of zij ook woont, wordt in liefde toegelaten tot de kosmische mysterieschool. Daarom zegt Jezus in hoofdstuk 75 van Het evangelie van de heilige twaalven:

U noemt mij de Christus van God en dat is juist, want ik ben de weg, de waarheid en het leven. Wandelt op de weg en u zult God vinden. Zoekt de waarheid en de waarheid zal u vrij maken. Leeft in het leven en u zult de dood niet zien.

Het evangelie van de heilige twaalven 75:11-12

De christuskracht, het krachtveld van de Christus, is als een brug tussen twee werelden. Het is de weg waarlangs ieder mens op aarde een levende verbinding kan worden tussen de vergankelijke wereld waarin wij leven en de onvergankelijke bovennatuur, God. Via het wereldhart en de geestvonk in het menselijke hart verbindt zich de eeuwigheid met de tijd, wordt het kruis in de aarde geplant.

Waarheid is het levend innerlijk weten, gnosis, dat voortvloeit uit de ontwaakte geestvonk en de kosmische mysterieschool. Gnosis bestaat niet uit dogma’s of filosofische stelsels en wordt de mens niet gegeven op een presenteerblaadje, in artikelen, boeken of online-modules. De wezenlijke waarheid moet op basis van innerlijk verlangen en intensief zoeken door het menselijke bewustzijn worden herkend en aanvaard.

De kern van het zuivere leven bevindt zich in ons en de christusmysteriën maken het mogelijk deze kern tot een innerlijk veld van hoger leven te ontplooien. Een leven dat we hooguit kunnen aanduiden met woorden als licht, liefde, harmonie, vrijheid en eeuwige wording.

De groei van dit innerlijke levensveld wordt in de evangeliën en andere gnostieke geschriften omschreven als ‘het leven van Jezus’. Alles wat groeit, ook de innerlijke onvergankelijke mens, groeit volgens natuurwetten. In het christelijke inwijdingsmysterie worden zeven fasen herkend waarvan er geen enkele kan worden overgeslagen:

  1. De geboorte en het optreden van Johannes de Doper
  2. De geboorte van Jezus in de grot of stal in Bethlehem (betekenis: broodhuis)
  3. De omwandeling van Jezus op aarde
  4. De uitverkiezing van de twaalf discipelen
  5. De bereiding en viering van het avondmaal
  6. De kruisiging op heuvel Golgotha (betekenis: hoofdschedelplaats)
  7. De opstanding

Johannes de Doper symboliseert die mens die de dorheid van het aardse bestaan heeft doorgrond en zich richt op het innerlijke leven. Jezus kan daardoor geboren worden en groeien. De omwandeling van Jezus, de lichtkracht in onszelf, is de intense voorbereiding op het werk voor wereld en mensheid en wordt besloten met de doop in de Jordaan en de verzoeking in de woestijn.

Citaten Spirituele Pasen met boek.026

In het innerlijke christendom worden de personen in de evangeliën vooral gezien als aspecten van onszelf. Zo worden de discipelen Petrus, Johannes en Jacobus beschouwd als respectievelijk de wil, het gevoel en het verstand van de Johannesmens. Judas symboliseert bijvoorbeeld onze natuurlijke bezitsdrang, geldingsdrang en machtsdrift die een koninkrijk op aarde ambiëren. Jezus benadrukt steeds:

Mijn koninkrijk is niet van deze wereld.

Het evangelie van de heilige twaalven 75:17

De leringen van Jezus, bestemd voor de innerlijke mens, zijn dan ook ‘voeding voor de ziel’, ‘wonderbare spijzigingen’ en geen ‘stenen voor brood’. Binnen de mysterieschool van Jezus veranderen leerlingen naar geest, ziel en lichaam. Want de krachten van het innerlijke leven werken zuiverend als een zuurdesem, als een transformerende kracht die alles verandert.

Dan nadert de tijd om met een rituele maaltijd het Pascha te vieren, het feest van de ongehevelde (ongegiste, hefe = gist) broden. Het laatste avondmaal is niet een jaarlijks terugkerende gebeurtenis, maar een intens innerlijk proces dat zeven fasen kent. Petrus (de wil, dynamiek van de persoonlijkheid) en Johannes (het gevoel, toegewijde liefde aan het ene doel) worden er op uitgestuurd om dat “reine brood” te gaan bereiden. En de aanvang van het avondmaal staat symbool voor het moment waarop het gouden oerpranische licht, als brood en wijn van het leven, voor de eerste maal volkomen zuiver in de stoffelijke mens kan indalen ten dienste van het transformatieproces.

Jezus wenst met zijn discipelen een paasmaaltijd te houden, een laatste maal op de avond voor het einde van zijn aardse leven ‘om het herdenken van deze offerande als dienst en redding voor iedereen in te stellen’. De discipelen zijn mysterie-aanduidingen voor twaalf sturende elementen in de sterfelijke mens, zonder welke uiterlijk noch innerlijk leven mogelijk is.

Het brood en de wijn zijn innerlijke krachten die via de discipelen door het hele stelsel van de mens worden gevoerd. Het brood is de onaardse levenskracht waarmee het nieuwe etherische lichaam, het nieuwe vlees van de innerlijke Jezus, zal worden opgebouwd. En de wijn, het bloed van Jezus, is de nieuwe astrale kracht die ‘zich offert’ tot in het bloed van de leerling van de ziel. Op deze wijze toegerust, kan hij of zij dan zijn weg ‘in Christus’ vervolgen, ten dienste van wereld en mensheid. In die overgave klinken de woorden:

Uw koninkrijk kome tot allen in wijsheid, liefde en gerechtigheid.
Uw heilige wil geschiede te allen tijde in de hemel en op aarde.
Geef ons dagelijks uw heilig brood en de vrucht van de levende wijnstok.

Het evangelie van de heilige twaalven 75:20

En Jezus wast de voeten van zijn discipelen.

De innerlijke meester, Jezus, reinigt cruciale aspecten van de persoonlijkheid, gesymboliseerd door de discipelen, waarmee de bevrijdende weg op een hoger plan kan worden bewandeld. Het wassen van andermans voeten was in principe slavenwerk en verbeeldt de binding van allen die in een mysterieschool zijn opgenomen: de innerlijke weg kan alleen in dienstbaarheid worden gegaan, waarbij het hogere het lagere dient.

Door symbolisch de voeten te laten wassen, geeft iemand aan gereed te zijn om ‘over de drempel te gaan’, om het innerlijk Paasfeest van de opstanding te gaan vieren. Zo iemand weet dat de innerlijke meester sterker is dan hij en geeft zich op dat moment vrijwillig en in vertrouwen over aan diens leiding.

Iedere leerling van de ziel komt vroeg of laat voor deze toetssteen van bereidheid te staan. En wie dan de eigen aardse wil achter zich kan laten en de nieuwe innerlijke meester kan volgen, gaat met ‘schone voeten’ over de drempel. Zo een herkent in het diepst van zijn hart en met groot inzicht:

Zoals in het natuurlijke, zo ook in het geestelijke. Mijn leer en mijn leven zullen spijs en drank voor u zijn, het brood van het leven en de wijn van de verlossing.

Zoals het koren en de druiven omgezet worden in vlees en bloed, moeten uw natuurlijke zielen in geestelijke zielen omgezet worden. Streef naar de omzetting van het natuurlijke in het geestelijke.

Het evangelie van de heilige twaalven 32:7-8

Bron: Spirituele Pasen en Pinksteren

Deze beschouwing is geïnspireerd op de hoofdstukken 75 en 76 van het evangelie van de heilige twaalven 

Spirituele pasen themamiddag in Utrecht 2e paasdag 2017.017

KLIK VOOR MEER INFORMATIE OVER DE THEMAMIDDAG SPIRITUELE PASEN

2 gedachten over “Beschouwing 5

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *