4 Ik ben bewustzijn – André Roumen over synchroniciteit en kwaliteit van bewustzijn – boeklancering op 19 april 2024

LEES MEER OVER DE LANCERING VAN ‘IK BEN BEWUSTZIJN’ EN AANMELDEN

BESTEL ‘IK BEN BEWUSTZIJN’

DEEL 1-1 ☆ DEEL 1-2 ☆ DEEL 1-3 ☆ DEEL 1-4 ☆ DEEL 1-5

U bent welkom om de lancering van het boek Ik ben bewustzijn van André Roumen mee te maken. Deze zal plaatsvinden in de zaal bij Pentagram boekwinkel in Haarlem op vrijdagmiddag 19 april 2024. Hieronder volgt een gedeelte over synchroniciteit en kwaliteit van bewustzijn uit hoofdstuk 1. 

Synchroniciteit

Is het nu zo dat de mogelijkheid van verstrengeling van twee elementaire deeltjes model staat voor kennisoverdracht op afstand, zoals bij telepathie of telekinese? Nee. Bij communicatie op kwantumniveau weet de ene kant van de lijn tegelijkertijd wat de andere kant ook weet: die verbinding is er sneller dan de lichtsnelheid. Er vindt dus geen overdracht plaats van de ene kant van de lijn naar de andere. Met andere woorden, er is geen oorzakelijkheid, de informatie bevindt zich tussen beide. Dit is een argument voor het bestaan van het fenomeen bijzonder toeval ofwel synchroniciteit, vooral bekend geworden door het onderzoek van Carl Jung. Samen met Wolfgang Pauli kwam hij tot een model, aangeduid als unus mundus: één wereld, de wereld als eenheid. Ze gaven daarmee een verklaring voor toevallige gebeurtenissen waar het gangbare begrip causaliteit geen antwoord op heeft.

Bij twee samenhangende gelijktijdige gebeurtenissen is het niet zo dat de ene door de andere wordt veroorzaakt. Jolij: ‘Zodra bewustzijn in het spel is, is het alsof kwantumfuncties binnen en buiten het brein op onvoorspelbare wijze gaan samenhangen, en zo zorgen voor bijzonder toeval ofwel synchroniciteit.’ Gelijktijdig en onvoorspelbaar verschijnt er een psychofysische realiteit, wat het bestaan aannemelijk maakt van één onderliggende non-lokale idee. Klassiekers zijn ‘als je het over de duivel hebt…’, het stilstaan van de klok bij overlijden, of de aanwezigheid van een vogeltje in de nabijheid van een overledene dat zich niet laat wegjagen. Synchroniciteit duidt op een non-causale samenhang die niet als toevallig kan worden beschouwd.

Jung: ‘Deze kan niet meer voor zuiver toeval doorgaan, maar moet bij gebrek aan een causale verklaring worden opgevat als ordening volgens een bepaald plan.’ Niet alleen is de oorzaak onbekend, ook is de samenhang met ons bewustzijn niet te begrijpen. Jung: ‘Op zichzelf bestaan ruimte en tijd uit niets. Ze treden pas op als verzelfstandigde begrippen door de discriminerende activiteit van het bewustzijn. Ze zijn dus in wezen van psychische oorsprong.’ Synchroniciteit laat zien dat materie en geest geen afzonderlijke aspecten van de werkelijkheid zijn, maar voortkomen uit een psychofysische diepere orde. Die ervaring is ook ‘materialistische’ wetenschappers niet vreemd. Ook zij verbazen zich over het feit dat ze soms zonder nadenken het juiste boek uit de kast trekken en het op de juiste pagina openslaan.

Kwaliteit van bewustzijn

Hoe verkrijgen we nu inzicht in zoiets abstracts als de kwaliteit van bewustzijn? Aan de vruchten kennen we de boom: aan de mate dat onze gedachten, gevoelens en ervaringen wel of niet onder één regie staan, herkennen we de kwaliteit van de bewustzijnsbron waar ze aan ontspringen, herkennen we de mate waarin bewustzijn en werkelijkheid één zijn. Onder één regie staan betekent dat het bewustzijn tot ik- bewustzijn is ontwaakt: ‘ik’ als principe van eenheid-van-bewustzijn. Naimy: Zoals uw bewustzijn is, zo is ook uw ik. Zoals uw ik is, zo is uw wereld. Als het ik een eenheid is, is uw wereld een eenheid. Als het ik een veelheid is, is uw wereld een veelheid; dan bent u eindeloos in strijd, met uzelf en met ieder schepsel.’

Dat mijn bewustzijnswerkelijkheid van gevoelens, emoties, gedachten en ervaringen niet bepaald een eenheid is, vindt zijn oorzaak in het feit dat dit ‘ik’ nog over meerdere bewustzijnsinhouden verspreid ligt. Het is nog te zwak om heel de psyche in één licht te verenigen. Ik leef nog bij nacht, waar de afzonderlijke en zwakke lichtpunten van gedachten, gevoelens en ervaringen mijn levensweg tegelijk onthullen en verhullen. En al stimuleer ik mijn ervaringsleven, mijn emoties en gevoelens, diep van binnen weet ik dat het dan om kunstlicht gaat.

Het body-mind-complex dat mijn bewustzijn is, blijft zoeken naar vaste ankerpunten, terwijl mijn onrustige monkey-mind een toonbeeld van fragmentatie is, en daarom lijdt aan energieverlies. Eenheid, de essentie van het ‘Ik ben’, is juist een kwaliteit van hoogenergetische aard. Aan een fragmentarisch, laag energetisch bewustzijn kan geen zin en betekenis worden ontleend. Eenheid van willen, denken, voelen en handelen veronderstelt een hoogenergetisch, lichtend bewustzijn en is een absolute voorwaarde voor geestelijke, psychische en lichamelijke gezondheid. Lusteloosheid, depressie en een gevoel van zinloosheid zijn dan ook toonbeelden van weinig energie.

De ontdekking in de kwantummechanica dat bewustzijn een energetisch veld is, zegt niets over de kwaliteit van dat veld. Het is daarom al te voorbarig het wetenschappelijke beeld van het universum – in feite een werkhypothese – te voorzien van spirituele connotaties. Al de literatuur over de relatie tussen kwantumfysica en met name oosterse filosofie ten spijt. Het is nogal grotesk om het begrip ‘veld’ zonder meer te vereenzelvigen met het mystieke ervaren van de unio mystica, de al-eenheid. Ook is het leeg zijn van het kwantumveld niet zonder meer gelijk te stellen aan de ‘leegte’ waar het boeddhisme van spreekt. Terwijl de mysticus ‘leegte’ juist als volheid ervaart, als volledig doorlicht, als bron van ‘wijsheid voorbij alle wijsheid’, is leegte voor de wetenschapper niet meer dan een werkhypothese, een beeld en geen beleving.

Wetenschappelijk onderzoek naar een kwantumbewustzijnsveld heeft niets opgeleverd. Wel leverde de kwantummechanica het bewijs van de onlosmakelijke eenheid van kenner en gekende. De menselijke geest en de wereldorde vertegenwoordigen een en dezelfde natuur en zijn onderhevig aan dezelfde natuurwetten. Binnen- en buitenwereld, bewustzijn en kosmos, spiegelen elkaar.

Genieën hebben deel aan de bijzondere bewustzijnskwaliteit die in de gegeven werkelijkheid bijzondere verbanden onderkent. Niet door ze er zelf in te leggen maar door in het objectieve bestaan ervan door te dringen. Hun intuïtie levert het bewijs dat – als wetenschappelijk bewijs vereist dat de kenner zijn invloed op het meetresultaat uitsluit omwille van de objectiviteit – dit alleen geldt voor de waarneming, en niet voor de interpretatie van de (meet)gegevens. Dat deze gegevens getoetst moeten worden aan een vaste standaard mag dan objectiviteit suggereren, die standaard zelf is een hypothese, in laatste instantie niet te bewijzen en gebaseerd op consensus: een aanname waar men in gelooft.

Ontdekkingen die niet in dit raamwerk (paradigma) passen, worden buitengesloten. Er bestaat echter geen absolute standaard, geen pure objectiviteit zonder subject, zonder kenner. Jiddu Krishnamurti vatte dit samen als ‘ieder geloof bepaalt zijn eigen zogenaamd bewijs.’ In de woorden van Johann Wolfgang von Goethe: ‘Men ziet alleen waar men naar zoekt. Men zoekt alleen wat men weet.’ Ook wetenschap kijkt in een eigen spiegel. Anatomen die voor het eerst lijken gingen openen, verwachtten de leverspier te vinden. En die vonden ze inderdaad. Maar die spier bestaat niet.

De kwaliteit van mijn bewustzijn is dus bepalend voor de mate waarin de werkelijkheid zich ontsluit. Alleen als ik als bewustzijn in staat ben tot een open, belangeloze en liefdevolle aandacht voor ‘wat is’, kan de werkelijkheid letterlijk aan het licht komen. Want bewustzijn is licht. Liefdevolle, belangeloze aandacht is de voorwaarde voor het zich kunnen ontsluiten van een kwalitatief hoger bewustzijnsniveau, een hogere trillingsfrequentie.

Christina von Dreien: ‘Onze trilling wordt automatisch hoger als we dingen zien zoals ze zijn. Door onze trilling te verhogen, gaan er vanzelf steeds meer dingen vanuit ons onderbewustzijn naar ons dagbewustzijn.’ Het brengt ons dichter bij de objectieve werkelijkheid en de wetmatigheden die daar gelden, dichter bij een hoger niveau van eenheid. Kennen heeft meerdere gradaties. Als we in openheid en toewijding het terrein van het leven verkennen, dan kunnen zich wijsheden ontsluiten die we herkennen, en kunnen we erkennen dat ze waar zijn. Ze raken ons. Daarom zullen we ons er ook toe bekennen. Daarmee is het fundament gelegd voor een diep vertrouwen in het leven als heelheid, en daarom als waardevol. En dat is niet iets waar je dan in gelooft: het is een geloof dat innerlijk zijn bewijs heeft gevonden.

BESTEL ‘IK BEN BEWUSTZIJN’

LEES MEER OVER DE LANCERING VAN ‘IK BEN BEWUSTZIJN’ EN AANMELDEN

INHOUDSOPGAVE

1 Het terrein
Bewustzijn, de enige werkelijkheid. Bewustzijn is onderwerp. Ik ben bewustzijn. Hersenonderzoek en boeddhisme. Het Backster-effect. Brainet. Akasha. Ethiek. Synchroniciteit. Kwaliteit van bewustzijn. Geesteswetenschap

2 Eenheid
Ken uzelf. Bewust-zijn. Het Ene. Ik ben. Ik, ‘ik’, ego en persoon. Eerste-persoonperspectief. Ontdekking ‘ik ben ik’. Bewustzijn is licht. Lichtmetafysica. De lichtzuil

3 Uit-een-vallen
Tegenpolen. Twee werkelijkheden. Ik denk, dus ik ben. Materialisme. Geestelijk materialisme. ik-bewustzijn: winst en verlies. Objectbewustzijn. Differentiatie. Dissociatie. Het antahkarana

4 Veel-eenheid
Meerdimensionaal bewustzijn. Transcendent – immanent. Dualiteit, geen dualisme. Het subject. ‘ik’ en persoon. Identiteit. Body-mind. Zelf-herkenning. Vrijheid en lot. Voorzienigheid. Persoon worden

5 Relatie
De buitenstaander. Vrijblijvendheid. Het primaat van bewustzijn. Bewustzijn is een werkwoord. Dialogisch bewustzijn. Context-horizon-betekenis. Gelijk-oorspronkelijk. Relatief en absoluut. Taal. Ontmoeten. De taal van de Ziel. Het symbool. De Naam

6 Het Midden
Levenskunst. De slinger. Pre-/trans-fallacy. De baan. De Getuige. Waarden. Leegte (sunyata). Het wiel. Water en vuur. Hart en hoofd

7 Too far East is West
De spiltijd. De antieke en de klassieke Grieken. Plotinus en het Ene. De drie-ene mens als microkosmos. Verbeelding, ratio en intuïtie. De moderne tijd.Van object naar subject. Het supra-individuele Ik. De evolutie van de Geest. Zelf-bewustzijn

8 Non-dualiteit
Drie assen van oriëntatie. Antwoord op Job. De übermensch. Geest én natuur. Fenomenologie. Zien-wat-is. De spagaat van zelfkennis. Vallen naar jezelf. Verlangen

9 Archetypen en chakra’s
Het archetype. Individuatie en integratie. Psychodynamiek.
Het bipolaire archetype. Het zelf. Alchemie. Archetypus-an-sich. Psychologisme. Onderbewust én bovenbewust. De chakra’s

10 Psyche en ziel
Subject zijn. Een buitengewoon boek. De kracht van het gebeuren. Psychodynamiek. Groeipsychologie. Alles of niets. Psychosynthese. De wil. Vrije wil. De Diamantbenadering

11 Het creatieve Nu
Creativi-tijd. Identiteit. Vrijheid. Kairos. Geestelijke spankracht. Ontwaken in het nu. Kinderen van het ogenblik

12 De bewustzijnparadox
Numen en lumen. Grondstemming. Numineuze reductie. Totaalvereenzelviging. Transformatie. Totaalontkenning als bevestiging. Trillingsfrequentie. Hawkins scale

13 De cirkel, het Oog
Spiegels. Mystiek.Ver-ening of vereniging. De spijker. Ik-loosheid of ik-ontlediging? Nabij-de-dood-ervaring. Morele ruimte. Het Oog

14 Het nieuwe denkvermogen
De omstulping. Manas, Mens, Denker. Waarnemen en denken. Het denken en Ik. Het denkvermogen. Geestwetten. Mundus imaginalis. Ik als getuige. Het Ik als wilskracht. Microkosmos: Oog van Vuur

Literatuur

LEES OVER DE BOVENSTAANDE BOEKEN OVER BEWUSTZIJN