In het teken van de driebond van het licht – 18 toespraken Ussatconferenties Gouden Rozenkruis 2001, 2006 en 2012

BESTEL IN HET TEKEN VAN DE DRIEBOND VAN HET LICHT

Iedere eeuw kenmerkt zich door een eigen, geheel nieuwe atmosfeer met daarin de werkzaamheid van nieuwe spirituele energieën. En aan het einde van een eeuw worden daaruit de zaden gezaaid die in de volgende eeuw – als nieuwe mogelijkheden – zullen ontkiemen, groeien en bloeien. Met het verschijnen van het boek In het teken van de Driebond van het Licht publiceert de Geestesschool van het Gouden Rozenkruis de toespraken van de conferenties van 2001, 2006 en 2012 in Ussat (Zuid-Frankrijk). Zij richt daarmee een nieuwe oproep aan de mensheid zich bewust te worden dat er in het midden van een geschokte samenleving nieuwe perspectieven verschijnen, die zich als een ondersteunend veld manifesteren, en waaruit allen licht en kracht kunnen putten.

WOORD VOORAF

God heeft gewild, mijn zoon, dat de geestbinding door alle zielen zou worden verkregen, echter als prijs voor de wedloop. Hij heeft een groot mengvat, gevuld met de krachten van de geest, omlaaggezonden, en een boodschapper aangewezen met de opdracht aan de harten van de mensen te verkondigen: ‘Dompel u onder in dit mengvat, u zielen die dit kunt; u die gelooft en vertrouwt dat u zult opstijgen tot hem die dit mengvat omlaag gezonden heeft; u die weet tot welk doel u geschapen bent.’ Allen die aan deze verkondiging gehoor gegeven hebben en door onderdompeling in de krachten van de geest gezuiverd zijn, kregen deel aan de Gnosis, de levende kennis Gods, en werden, daar zij de geest ontvangen hadden, volmaakte mensen.
Hermes Trismegistus, Corpus Hermeticum, boek 7

Het is een volstrekte waan te veronderstellen dat de huidige mensheid de top van de evolutie heeft bereikt of zich zelfs maar in de voorste wagon van die oneindige sterrentrein  van ontwikkeling bevindt. Deze trein doorkruist de onmetelijke ruimte in een spiraalvormige dans van grote schoonheid, maar de mens bevindt zich ergens in het midden van dit voertuig, precies daar waar geest en materie, energie en stof bijna in evenwicht zijn. En omdat een precies evenwicht in feite de dood betekent, bevindt de mens zich steeds op de rand van de afgrond.

Degenen die in de voorste wagon zijn, zijn volop bezig om de mensheid in deze moeilijkste fase van de evolutie te helpen, zoals ook zij op hun beurt vroeger door nog verder ontwikkelde mensen werden geholpen. Zo vormt de mensheid als universele levensgolf een keten, een broederschapsketen, en zij die een stap vooruit zijn op de evolutieboog voelen zich verplicht degenen die na hen komen, verder te helpen. 

Van spiritueel oogpunt gezien bevindt de mensheid zich momenteel in een spannende strijd die als inzet heeft door te breken naar een hogere spiraal van ontwikkeling. Maar de aanwezige energie schiet vaak te kort, en in veel gevallen blijkt de zuigkracht van de materie te sterk. Er is een streven naar Licht, naar Levensenergie, naar Lichtkracht in iedere mens. Maar het is absoluut zeker dat hij als eenling met zijn huidige mogelijkheden die sprong naar omhoog niet kan volbrengen.

Al vanaf de dageraad van onze beschaving bereiken ons regelmatig ‘boodschappers’ van het Licht. Zij komen om zo te spreken ‘uit onze toekomst’ om ons duidelijk te maken, hoe en in welke richting wij onze evolutie kunnen voortzetten. En zij doen dat stap voor stap, al naar gelang de mate waarin wij als mensheid zelf onze schreden in de enig juiste richting zetten. Want een dergelijke hulp kan nooit onze eigen inspanningen vervangen. 

Deze boodschappers komen en gaan, want in onze levenssfeer kan nu eenmaal niets blijvend zijn. Zeker zullen zij in de toekomst nog een keer terugkomen. En met hun optreden gaat annex het omlaag zenden van ‘het mengvat dat met de krachten van de heilige geest is gevuld’.

Zo heeft zich in de loop van de tweede helft van de twintigste eeuw weer een gemeenschap van de jonge gnosis gevormd, waarin het ‘mengvat’ opnieuw is neergedaald. En sindsdien werkt het Lectorium Rosicrucianum onafgebroken in dienst van hen, die dit mengvat naar beneden zonden. De School van het moderne Rozenkruis kent geen andere opdracht dan alle zielen uit te nodigen: ‘Dompel u onder in dit mengvat, u zielen die dit kunt!’  Want hoewel deze zielemensen zeker met intelligentie begiftigd zijn, ontbreekt hen de geestbinding. Geest is een zeer hoge energie. Het is een supra-luminische stroom, die alles met alles verbindt, in ieder ogenblik. Deze stroom komt voort uit de ene, uit het Goede, het middelpunt van alles. Deze Ene is het universele ‘point of view’ van waaruit alles begrepen kan worden.

Pas wanneer een mens met een levende ziel de binding met deze bovenzinnelijke lichtbron tot stand brengt, ontstaat er een nieuwe waarneming, een nieuw bewustzijn, een allesomvattend wetenen een diep doordringend begrijpen van de zin van al het leven. Maar tot dat moment moeten we het stellen met mogelijkheden, interpretaties en een toenadering tot de waarheid, die gebaseerd zijn op vermoedens. 

Geest is alom tegenwoordig. Om daarmee een verbinding te realiseren is een organische ontvangstmogelijkheid in het eigen wezen een voorwaarde. En als we dit ontvankelijk orgaan in onszelf hebben gevormd, hebben we een nieuwe intelligentie nodig om de boodschap ervan te begrijpen, want zonder een jusite innerlijke vertaling kan men de inhoud van deze boodschap niet in de praktijk van het leven uitdragen en verwerkelijken. 

Het streven van de Geestesschool van het Gouden Rozenkruis is erop gericht mensen te helpen bij de opbouw van dit nieuwe bewustzijnsorgaan en ondersteuning te bieden bij de ontwikkeling van deze nieuwe spirituele intelligentie, geheel in afstemming op het ritme van de in de keten omhoogwervelende spiralen van spirituele evolutie. 

Om dit werk te mogen en te kunnen doen, moest de jong-gnostieke broederschap, die met het Lectorium Rosicrucianum was gevormd, een opdracht uit die keten van de broederschappen ontvangen en als nieuwe schakel in deze keten erkend worden. De overdracht van de vurige fakkel van de spirituele traditie vond plaats tijdens twee bijzondere momenten, in 1946 en 1957, in het dal van de Ariège. Daar in de Sabartez, ontvingen de stichters van de moderne Gnosis, Jan van Rijckenborgh (fakkeldrager van het Rozenkruis 21) en Catharose de Petri (fakkeldrager van het Rozenkruis 22) deze opdracht (via met name Antonin Gadal). Het is om die reden dat het Lectorium Rosicrucianum gedurende tientallen jaren, in een ritmisch verloop, op die gewijde plaats bijzondere conferenties heeft gehouden, en wel met een drieledig doel:

  • een bekrachtiging van de band met de broederschappelijke keten, die gestalte kreeg in de Driebond van het licht, gevormd door de voorgaande broederschappen van de Graal, de Katharen en het Rozenkruis;
  • het verkrijgen van inzicht in de voor ons liggende ontwikkelingen en
  • het laten weerklinken van een nieuwe roep, gericht aan alle mensen met een levende, hunkerende of ontwakende ziel. 

Sindsdien is de mensheid een nieuwe eeuw en een nieuw millennium binnengegaan. Iedere eeuw kenmerkt zich door een eigen, geheel nieuwe atmosfeer met daarin de werkzaamheid van nieuwe energieën. En aan het einde van een eeuw worden daaruit de zaden gezaaid die in de volgende eeuw – als nieuwe mogelijkheden – zullen ontkiemen, groeien en bloeien. 

In dit licht gezien klonk de Ussatconferentie van 2001 als een eerste bazuinstoot voor de nieuwe ontwikkeling van de jonge Gnosis, en voor de gehele mensheid. En de conferentie van 2012 vormde de bekroning van een periode van voorbereiding. Want vanaf dat moment is een nieuw hoofdstuk in de wereldbevrijdende arbeid van de jong-gnostieke broederschap begonnen. 

Met het verschijnen van dit boek, waarin de toespraken van de Ussatconferenties van 2001, 2006 en 2012 zijn opgenomen, wil de geestesschool van het Gouden Rozenkruis van deze nieuwe impuls getuigen – en tegelijk een nieuwe oproep richten aan de gehele mensheid met de aankondiging dat het met de krachten van de geest gevulde mengvat, als een nieuwe graalbeker opnieuw in het midden van ons levensveld is verschenen, en op het punt staat zich als een kracht- en lichtveld in de samenleving te manifesteren. En zij nodigt alle mensen uit (volgens het zevende boek van het Corpus Hermeticum) :

‘Dompel u onder in dit mengvat, u zielen die dit kunt; u die gelooft en vertrouwt dat u zult opstijgen tot hem die dit mengvat omlaag gezonden heeft; u die weet tot welk doel u geschapen bent. Want allen die aan de gaven van God deel krijgen, zijn geen sterfelijke mensen meer, maar goddelijke mensen, die alles wat op de aarde en in de hemel is en misschien wel boven de hemel is, met de geestziel omvatten.’

Mogen zeer velen deze boodschap horen en met hun innerlijk verbinden.

Namens de internationale spirituele leiding,

Francisco Casanuova

 

INHOUDSOPGAVE

Steenhoop der getuigenis, een woord van Catharose de Petri

Woord vooraf door de internationale spirituele leiding

Deel I – De broederschap van het Rozenkruis – De Fraternitas Universalis – Conferentie Ussat 8-12 september 2001 

  1. Praktische magie
  2. De zevenvoudige Adem Gods
  3. De wetenschap van de Grote Adem
  4. Het gnostieke rijk in Europa                                                                                      

Deel II – De broederschap van de Katharen – Brood, water en zout – Conferentie Ussat 9-13 september 2006

  1. De vleugels van Hermes
  2. De dag des heren
  3. Het boek van Henoch
  4. De zeven zegels
  5. De kracht van velen
  6. Het moederveld van de heilige geest
  7. De werkzaamheid van de zeven stralen van de geest

DEEL III – De broederschap van de Graal – De gemeenschap – Conferentie Ussat 15-18 september 2012

  1. Lux lucet in tenebris
  2. Naar boven, naar binnen en naar buiten
  3. De nieuwe ethers
  4. De zeven brieven aan de gemeenten van Asia
  5. Wat is een erfenis?
  6. Formatie, reformatie, transformatie
  7. Bericht aan de toekomst

Verantwoording van de illustraties

BESTEL IN HET TEKEN VAN DE DRIEBOND VAN HET LICHT

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *