Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen – nieuwe uitgave over Jacob Böhme door Boudewijn Koole

BESTEL EENVOUD EN DIEPGANG IN EN VOORBIJ ALLE TEGENSTELLINGEN

Op 24 juli 2020 bracht uitgeverij De Morgenster een nieuw boek uit met de titel ‘Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen. Het is een inleiding in het denken van Jacob Böhme (1575-1624) die geschreven is door Boudewijn Koole, die eind 2019 een Nederlandse vertaling van Böhme’s Theoscopia uitbracht bij Rozekruis Pers. Theoscopia is het laatste werk dat Böhme schreef en verwoordt daarin de essentie van zijn filosofie en spiritualiteit. 

Jacob Böhme heeft een diepgaande invloed gehad op alle gebieden van het cultureel-religieuze en esoterische leven. Over de gehele wereld zijn talrijke groeperingen van rozenkruisers, piëtisten en vrijmetselaars schatplichtig aan zijn genie. Nu is zijn invloed niet eenvoudig samen te vatten: wat maakt er de kern van uit? Is dat niet vooral zijn meest bekende aandachtspunt: zijn gerichtheid op innerlijke verandering? 

In deze studie vergelijkt Boudewijn Koole het denken van Böhme met dat van denkers uit de oudheid, (Herakleitos, Philo van Alexandrië), de Middeleeuwen (Cusanus), van denkers uit Böhmes eigen tijd (Descartes, Spinoza) en uit de eeuwen daarna (Kant, Nietzsche, Hegel, Marx). Maar ook twintigste-eeuwse denkers als Margaret Baker en zenboeddhist Dogen Kigen vormen onderdeel van zijn beschouwingen. Hieronder volgen het eerste deel van het woord vooraf en de volledige inhoudsopgave.

WOORD VOORAF (BEGIN)

De titel verdient toelichting. Bij het woord ‘inleiding’ denkt u al gauw aan een manier waarop u al lezend toegang krijgt tot de geboden ‘stof ’ die in dit geval bestaat uit ‘het denken van Jacob Böhme’. Nu zijn er velen die hem niet allereerst als denker typeren maar als brenger en leraar van spiritueel inzicht. Een geestelijk leraar die zijn lezers en toehoorders, kortom zijn leerlingen, inleidt in hun geestelijke wereld en daarin vorderingen helpt maken (wie eerst met zijn persoon, omgeving en werk wil kennismaken, verwijs ik naar deel 1; dit Woord vooraf leidt de vragen rondom zijn plaats en betekenis in de ideeëngeschiedenis in). 

Dat roept mogelijk al uw vraag op of die geestelijke wereld alleen de persoonlijke van de leerling is, of van leerling en leraar samen, of van die samen met alle mogelijke leerlingen, en wellicht met alle mogelijke leermeesters. Voordat we die vraag behandelen, moet hier duidelijk worden dat Jacob Böhme ook een diepe denker was, wiens denkpatronen een grote invloed hebben uitgeoefend (overigens nadat hij ook zelf door ideeën van denkers voor hem was beïnvloed). Dat leidt er onder meer toe dat we Böhmes ideeën kunnen lezen binnen de context van zijn eigen teksten en de daarin voorkomende ontwikkeling van ideeën. 

Zowel de ontwikkeling van Böhmes ideeën als de plaats ervan in grotere contexten wordt nog volop bestudeerd. Want sinds het begin van de moderne tijd waarin de zogeheten moderne wetenschap domineerde waren spirituele schrijvers zoals Böhme alleen in zwang buiten die hoofdstroom: bij dichters, romanschrijvers, kunstenaars en spirituele auteurs, vaker romantici dan rationalisten. 

Dat past overigens bij het feit dat die net als Böhme niet slechts één vorm van ratio hanteren (wat de moderne wetenschappen poogden te doen, althans in de zin dat de ratio’s die men vond, slechts geldig geacht werden zolang ze pasten binnen het moderne ‘rationele’ wereldbeeld…) maar oog hebben voor het voorkomen van allerlei soorten verbanden en tegenstellingen waarvoor ook telkens aparte soorten van verstaan en verwoording gelden. Die moderne rationaliteit hield niet van die andere vaak meeromvattende soorten ‘denken’. 

Böhmes denken werd dan ook vaak verfoeid door moderne filosofen omdat hij geen moderne logica zou hanteren. Men noemde hem duister, en herleidde dat tot zijn eenvoudige herkomst en beroep: hij zou nauwelijks opleiding gehad hebben, en was ‘slechts’ (!) schoenmaker. Böhme zelf hielp daar een handje aan mee door zijn inspiratie naar voren te brengen: hij schreef op wat hij ontving van de inspiratie door de geest van God, en niet wat hij uit boeken had gelezen en bij elkaar fantaseerde. Toch weten wij dat hij weliswaar de middelbare school (de Latijnse school in Görlitz) niet lang bezocht. 

Maar ook dat hij een zeer goed geheugen had en niet alleen vlekkeloos uit de Luthervertaling van de bijbel citeerde maar ook alles onthield wat hij in gesprekken met vrienden en gelijkgezinden en leerlingen tegenkwam, inclusief de inhoud van de geschriften die door hen gelezen werden en die hij kennelijk bij hen thuis las. Hij noteerde dan ook dat hij de geschriften van vele ‘hoge meesters’ had gelezen; aan zelfbewustzijn ontbrak het hem niet maar meestal benadrukte hij ‘slechts ontvanger en doorgever’ te zijn. 

Zo blijkt uit zijn eigen geschriften dat hij goed op de hoogte van de toen actuele discussies over de betekenis van de christelijke heilige maaltijd door Lutheranen en Calvinisten (het avondmaal, eerder de rooms-katholieke mis). Met andere woorden als het om filosoferen ging was hij een reus die even gemakkelijk grote en belangrijke verbanden zag als de zwakheden in de betogen van anderen. 

Men wees Böhme echter ook af omdat hij naast deze exoterische ook esoterische bronnen serieus nam, er althans naar verwees: van alchemie tot kabbala, van paracelsistische natuurgeneeskunde tot hermetische bronnen. Dat heeft precies ook met zijn filosofische benadering te maken: hij zag de hele wereld (God, mens en kosmos) als één geheel, en wilde tegelijk met zijn spirituele onderwijs ook de zijns inziens onmiskenbare samenhang van alles verduidelijken. 

Daaruit kan zonder meer de conclusie getrokken worden dat Böhme behalve geestelijk leraar ook systematicus wilde zijn en was. Die systematische kant is echter – vooral bij die lezers die vooral op spirituele ontwikkeling uit waren – veel minder bekend dan zijn spirituele boodschap. Kortom, ook al voelde Böhme zich allereerst spiritueel leraar, ook het onderricht in de samenhang van alles viel voor hem daaronder (ja van álles). Willen we hem begrijpen dan is het nodig te weten hoe voor de moderne tijd die samenhang (ook het meervoud ervan) beleefd en begrepen werd. 

Het bijzondere van Böhmes grote lijnen is dat daarin een aantal zaken centraal stonden, althans belangrijk en tevens nog breed erkend waren, die dat in de moderne tijd niet meer waren. Speciaal de spiegeling van mens en kosmos te weten als respectievelijk micro- en macrokosmos; en het herkennen van en zoeken naar de parallellen tussen alle horizontale en verticale niveaus van (alle onderdelen van heel) de werkelijkheid. Waar parallellen waren, werden verbanden ofwel analogieën gezien. 

Dat Böhme behalve spiritueel leraar ook denker is die streeft naar het verduidelijken van de samenhangen tussen alle verschijnselen, dus precies ook systeemdenker is, vormde een rode draad bij het maken van deze inleiding. Dat hij een denker is op een heel eigen wijze, is mij daarbij niet ontgaan. Zo ontdekte ik samenhangen met eerdere en latere denkwijzen, ideeën en verwoordingen ervan en met de eraan gerelateerde (voorafgaande, gelijktijdige of volgende) ervaringen. 

Met inleiding bedoel ik uitdrukkelijk niet een samenvatting. Eerst zocht ik een overzicht van Böhmes kernthema’s en naar de manier waarop hij die ontdekte. Vervolgens naar de manier waarop hij die ontvouwt. Daarbij zocht ik naar de verwante thema’s en ideeën in de ideegeschiedenis van het Westen, en onvermijdelijk (minder uitvoerig maar wel fundamenteel) ook van het Midden-Oosten en Verre Oosten. 

Ten slotte distilleerde ik uit dit alles hoe de ‘eenheid van de tegendelen’ het verbindende element is, en stelde ik vervolgens de samenhang tussen een aantal van die elementen (zoals de relatie met de ‘eenheid van man en vrouw’ en speciaal die met de ‘eenheid van talige en niet-talige werkelijkheid’, uitmondend in het besef van de eenheid van ‘dualiteit en niet-dualiteit’). Daarbij kwam naar voren hoe belangrijk het thema van het ‘scheiden (splitsen)’ en het ‘onderscheid maken’ is, speciaal ook bij Böhme. Het zorgvuldig weergeven van die thema’s was een zo uitvoerige taak, dat ik daarna nog niet aan een zodanige afronding toe kwam dat ik van een samenvatting durf te spreken. 

Ik bied de lezer via deze inleiding inzicht in belangrijke vragen en thema’s, eerder door ze te noemen en naar de bronnen erover te verwijzen dan om de thema’s zelf al uitputtend systematisch uiteen te zetten. Overigens is een hoofdprobleem waarop ik ben gestuit, of dat überhaupt kan! Zelfs al zien lezers van Böhme talrijke verwantschappen tussen zijn ideeën en die van velen voor en na hem, dan is het vervolgens de vraag of die verwanten even diep dachten als hij (en vice versa!) en wat even- tuele verschillen zijn, die tot verdere vragen aanleiding geven. Daarom vindt u hier kernthema’s, verwante thema’s, verwantschappen, verschillen, en vragen daarbij. En verwijzingen naar de literatuur die ik erover vond. 

Naar ik hoop biedt deze opzet u en anderen de kans uw eigen mening te vormen of ook zelf verder te gaan met het formuleren van samenhangen, misschien wel een samenvatting ervan te schrijven. Zodoende biedt deze inleiding niet de definitieve samenvatting van alle patronen en hun samenhangen maar hopelijk wel zoveel inzicht in de kernpatronen en daarmee samenhangende kernvragen dat er uitzicht op die samenvatting is. Speciaal omdat een belangrijk uitgangspunt daarvoor, te weten de verhouding van systematiek en verandering, is verhelderd. 

De aanleiding tot deze inleiding vormde een vraag om een inleiding te schrijven die de actualiteit van Böhmes ideeën – in samenhang met die ervaringen – voor onze tijd duidelijk maakt. En om een korte uitleg van de belangrijkste begrippen die Böhme gebruikt, op een rijtje te zetten. Voor dat laatste vond ik het een beetje te vroeg in mijn leerproces aangaande die begrippen: het suggereert dat ik ze net zo precies zou kunnen begrijpen als hij ze bedoelde en dat is geen sinecure. 

Hij is niet uit op consistent gebruik van woorden (wel van voorstellingen en ideeën!) maar op het leren kennen van alle verschijnselen in hun directe en tevens in hun uiteindelijke context. En daarover zou je bij elk van zijn begrippen een uitvoeriger tekst kunnen, misschien wel moeten schrijven. Naast de verbanden die ik zonder meer al diende toe te lichten, leek mij dat te ver te voeren. Bovendien is er al zo’n uitleg van de belangrijkste begrippen: de Clavis van Böhme zelf. 

Toen de toelichting op die verbanden (nu deel 2) begon uit te dijen, heb ik er een eenvoudige samenvatting van gemaakt (nu deel 1) om de toegang te vergemakkelijken. Achteraf vind ik het trouwens een van de meest bijzondere eigenschappen van zijn teksten hoe hij taal hanteert: tegelijkertijd als middel tot spirituele leiding (bewustwording, opwekking) en tot systematische uitdieping en vorming van inzicht. En nooit twijfelend aan de waarde en de duidelijkheid van zijn beelden en teksten, zodat hij de samenhang ook wel invult met een zelf bedacht begrip of zelf bedachte uitleg van een bestaand begrip. En dat zonder enige scrupule: hij ‘zag’ de samenhang eerst en doelde met de nieuwe uitleg slechts op wat hij zelf al als samenhang ‘gezien’ had. 

Ik heb dan ook steeds gepoogd recht te doen aan die eenheid in zijn werk tussen enerzijds spirituele processen en anderzijds processen van de hele natuur en kosmos (die van God en mensen in beide inbegrepen!) door die processen steeds in één perspectief en dus als één geheel te beschrijven, bespreken en waarderen. Wat betekent dat naar mijn besef (dat naar ik vermoed het besef van iedere congeniale lezer van Böhme is) de processen die in de tekst aan de orde zijn, zowel de uiterlijke als de innerlijke, altijd samen aan de orde zijn. Dus altijd zowel persoonlijk (meer subjectief) als systematisch (objectief). Daarmee vraag ik van u als lezer dat u bereid bent het gangbare absolute onderscheid tussen objectieve en subjectieve informatie op zijn merites (of tekorten!) te beoordelen. 

Dat heeft ook gevolgen voor uw lezen van deze inleiding. Die kan zonder twijfel (zo heb ik dat bedoeld, en gepoogd mogelijk te maken) gelezen worden met een objectieve maatstaf, zeg maar rationeel en technisch, maar … (en dat kan onwennig zijn voor wie daar niet op verdacht is, maar juist weer een goede mogelijkheid voor wie die dimensie wil leren kennen) is tegelijkertijd net als de teksten van Böhme zelf (al wil ik de mijne op geen enkele wijze met de zijne op een vergelijkbare hoogte plaatsen) ook altijd een tekst die ‘spiritueel’ gelezen wenst te worden; overigens zal diegene die geen antenne voor die spirituele dimensie heeft dan wel er zich niet diepgaand voor interesseert, de objectieve inhoud nog steeds kunnen volgen. 

Omgekeerd is het zo dat wie de spirituele dimensie tot uitgangspunt heeft of neemt, in deze inleiding ook de rationele verbanden expliciet zal tegenkomen. Zo is deze inleiding opgezet. Welke elementen voor u het belangrijkst zijn, kunt u zelf bepalen met dien verstande dat u de voor u minder belangrijke niet helemaal kunt ontlopen. Dat kan extra moeite kosten, maar is hoop ik ook in zekere mate leerzaam. Hoe dat zo is en (niet anders) kan, is eveneens onderwerp van deze inleiding maar zal ongetwijfeld door elke lezer op eigen wijze uitgelegd of uitgewerkt worden, of weersproken. 

Al schrijvende werd mij erg duidelijk dat aan dit proces eigenlijk geen einde is. Alleen al niet omdat na deze inleiding – waarin ik mijn eigen filosofische en spirituele ontdekkingen bij het begrijpen en verwerken van de teksten van Böhme heb geprobeerd te verduidelijken – nog vele andere mogelijk en wenselijk blijven, maar eenvoudig ook omdat spiritueel gezien ieder van ons steeds ook een eigen weg gaat, van begin tot einde en vice versa, inclusief hoogte- en dieptepunten. 

Tot zover iets over de bijzondere combinatie van spirituele en filosofische, persoonlijke en meer algemeen toepasbare aspecten. Het afronden en afsluiten van deze inleiding voelt dan ook niet als een definitief einde. Maar het schrijven ervan heeft mij wel geleerd dat aan het gebruiken van de taal en de begrippen van eerdere denkers, dus zeker ook van Jacob Böhme, nooit alleen een objectief aspect zit maar altijd ook een sterk subjectief aspect. En over zowel het ene als het andere leg ik dan ook graag verantwoording af. Wetend en hopend dat u lezeres en lezer uw eigen weg al gaat, en zult blijven gaan. Wellicht hier en daar elkaar en mij tegenkomend, zeker als het over de eenheid van de tegenstellingen gaat die het centrale thema van deze inleiding vormt. 

Daarbij geef ik bij voorbaat toe dat ik gedurende het werken aan deze inleiding ook persoonlijk lessen diende te leren en heb geleerd die er op neer komen dat woorden (welke dan ook, ook wetenschappelijke of filosofische; en net als welke andere vorm van gedrag of bewustzijn ook) niet af mogen leiden van, dus ook alleen toe mogen leiden naar, het ontdekken van en verantwoordelijkheid nemen voor de essentie van ons zich steeds vernieuwende bestaan zoals wij dat ervaren en leren kennen. U gelieve zelfs alles wat daarbij in deze inleiding niet past, tenzij u er iets anders nuttigs mee kunt doen in en vanuit uw context (die net als alles in de context van alles staat), onmiddellijk te vergeten! 

Dit ontdekken en dit verantwoordelijkheid nemen is ieder moment opnieuw, in nieuwe contexten en nieuwe vormen, aan de orde; en vraagt permanent ieders aandacht, allereerst de onze: de mijne en de uwe. Toen ik ooit in diepe twijfel was of er een grond bestaat om te vertrouwen in mijn en ons bestaan, en later in ‘het’ bestaan, ervoer ik dat althans het bestaan van de idee van het goede een grond in ons biedt dat wij ook in de richting van verwerkelijking ervan (door ontvangen en doorgeven) hoop mogen blijven koesteren; en wij bestaan nu eenmaal niet alleen, wij leven niet geïsoleerd maar oneindig verbonden én innerlijk vrij. 

Overigens bestaat dat idee van het goede, zoveel dient ook gezegd, dus nooit zonder het idee van zijn tegendeel; zoals Böhme eenvoudig verklaart dat zonder pijn en lijden er helemaal niets zou zijn. Waaraan we kunnen toevoegen dat er zonder de mogelijkheid en werkelijkheid van kwade ook geen goede bedoelingen kunnen zijn. En in deze inleiding zal bovendien een volgende ‘tegenstelling’, namelijk de verhouding van ideeën (van vermoedens tot in taal gegoten begrippen) tot de concrete werkelijkheid, aan de orde dienen te komen. Tot zover wat allereerst gezegd diende te worden. 

Goede wijn behoeft geen krans. De voor u liggende tekst is niet louter bedoeld als een krans voor de goede wijn van de geschriften van Jacob Böhme, maar tevens als een analyse van enkele aspecten ervan in de context van de ideeëngeschiedenis, uiteraard vooral van het Westen maar ook deels van het Oosten. 

Om dat toe te lichten begin ik met te zeggen dat Böhme er op uit is ons hart te beroeren, open te maken voor het wonder dat wij samen met de werkelijkheid ‘buiten ons’ zijn. Tegelijk biedt hij inzichten in de patronen van de hele werkelijkheid (inclusief ons). In hoe alles samenhangt, de systematiek ervan, en hoe alles verandert. En herkennen wij zijn vrije taalgebruik in de combinatie van filosofisch duiden en persoonlijk ervaren van die veranderende patronen, de oneindige en gelijktijdige opeenvolging van innerlijke en uiterlijke verbondenheid van alles inclusief onszelf. Hartstochtelijk geraakt door, en permanent op zoek naar de verschillen tussen essentie en uitwerkingen, eenheid en veelheid, eenvoud en diepgang, persoonlijke en gemeenschappelijke, geestelijke en materiële weg.

Böhme wist zich geraakt door de kern, diep ermee verbonden; en tegelijk steeds opnieuw genoodzaakt om die kern opnieuw te vinden, als steeds zich vernieuwende eenheid van alle denkbaarheden en werkelijkheden (die bij hem niet los van elkaar staan, maar in elkaars dienst). 

De voor u liggende inleiding heeft betrekking op de systematische kant van zijn werk. We zullen zien dat die bij hem niet los staat van gerichtheid op verandering van ons hart, en in welke zin dat zo is. Ik zeg vooraf met nadruk dat de uitkomst is dat de ‘systematiek in verandering’ aan het wonder ervan niets afdoet. Sterker, het aspect van verwondering en van ‘verandering’ in de meest omvattende betekenis zal veel fundamenteler blijken dan dat van de rationeel te traceren veranderingen van meer concrete processen. 

Leven van verwondering naar verwondering, dat is bij Böhme het geval. En wel tot in de grootste diepte, en tegelijk in de grootste eenvoud. Bij alle aandacht voor (idee)historische details en systematische vragen blijft voor mij het belang van verwondering vanwege haar inhoud en betekenis voorop staan. Verwondering omvat altijd het kleinste en het grootste, hoe diep zij ook gaat. En ook het feit ‘dat’ die beide er ‘zijn’. Evenals de vraag of de verwondering ook de mogelijkheid of werkelijkheid van een fundament (‘grond’) of kern van de werkelijkheid omvat. En of we daarover kunnen spreken, en, zo ja of zo nee hóe dan (niet). Sprekend en denkend kunnen we ons zo iets als ‘niets’ en ‘on-grond’ voorstellen, maar beantwoorden aan die begrippen werkelijkheden en zo ja, welke? 

Voor Jacob Böhme waren dit zijn leven lang belangrijke vragen. En hij ‘zag’ (ervoer en beschreef) ook antwoorden op die vragen. Dat zijn de zaken die in deze inleiding verkend worden. 

Zo ‘helder’ mogelijk maar altijd in het besef dat de werkelijkheid meer omvat dan onze ‘tijdelijke’ woorden en ideeën ervoor (wat niet wil zeggen dat ik niet gestreefd heb naar de daarbij voor mij en in het algemeen hoogst mogelijke graad van begrijpelijkheid). Het zijn niettemin zaken waarvan Böhme ervaren en gezien had, en zo ‘wist’, dat in alle gevallen hun tijd en hun eeuwigheid als elkaar opgevat kunnen worden (waarbij tijd voor onze ervaring staat en eeuwigheid voor het alomvattende, altijddu-rende). Daarvoor zal heel wat inleiding en uitleg nodig blijken. 

Ik hoop heel erg dat u zo inzicht krijgt, en dat u vervolgens (opnieuw) deelt in verwondering (die groter is). Want verwondering staat open voor alles, ook voor het nieuwe, zelfs aan (beperkte) taal voorbij.

INHOUDSOPGAVE VAN EENVOUD EN DIEPGANG

Woord vooraf

  • Böhme is naast spiritueel leraar ook een groot filosoof 
  • Bestaande en nieuwe vragen en inzichten bij het denken van Böhme
  • Eenvoud en diepgang: voorproefjes
  • Welke rol speelt taal
  • Over eenvoud gesproken.
  • Eenvoud vergeleken met complexiteit: in en buiten de taal
  • Het belang van de subtiliteit van wijsheid
  • Enkele persoonlijke noten

Deel 1
Pijn en vreugde: hoe vind ik mijn weg in het leven tussen alle tegenstellingen door? De visionaire filosoof Jacob Böhme als geestelijk leraar en als denker

  • Böhmes Theoscopia: “het zien van / als God” en “waarom pijn en lijden?” 
  • Leven
  • Geschriften
  • Doorwerking
  • Woorden en beelden: wanneer kennen we de hele olifant?
  • Ontstaanstijd van de Theoscopia 
  • Verlicht inzicht en terugkeer naar de eenheid
  • Bijzonder taalgebruik: meer horen dan op het eerste gehoor
  • Bijzonderheid van de Theoscopia: het diepste verstaan omvat ‘ratio’ en ‘magie’ beide
  • Praktische aanwijzingen voor het lezen van de Theoscopia
  • Kinderen van de Wijsheid (Sophia) worden

Deel 2
De eenheid van de tegenstellingen bij Jacob Böhme in ideehistorische context. Systematiek en veranderlijkheid; evenwicht en proces; taal en (on)eindigheid in West en Oost

  • De diepte van Böhmes boodschap: complexiteit en eenvoud
  • Wijsheid in visionaire tradities
  • Böhme en de pansofen: spiegeling van micro- en macrokosmos en rol van de tegenstellingen
  • Doordringen tot de kern van de werkelijkheid om alle tegenstellingen te omvatten en te overstijgen
  • De analoge eenheid van God, mens en wereld bij Böhme, de Rozenkruisersgeschriften en hun pansofische verwanten
  • Wereldbeeld en de eenheid van kennisgebieden: (hoe) is samenhang veronderstelbaar? Het bijzondere van Böhmes Theoscopia
  • De levende kosmos en zijn eenheid: her(be)tovering?
  • De eenheid van alle kennisgebieden: wetenschappen en wijsheid
  • Eenheid van kennisgebieden, transcendentie en immanentie: Böhmes poging tot een systematische samenvatting in zijn Theoscopia
  • Verabsolutering, niet-dualisme en meervoudige logica: zijn rust en beweging in eenzelfde systeem voorstelbaar?
  • Böhme in vergelijking: de moderne Descartes en Spinoza, de late en vroege dialectische denkers, en Dogen Kigen Böhme, Descartes, Spinoza en de rol van ‘het’ verstand en de systematiek
  • Herakleitos, Cusanus, Hegel, Marx en de oude vragen van de dialectiek: Eenheid van tegenstellingenen de grond van ons bestaan
  • ‘Niemand stapt tweemaal in dezelfde rivier’ of: wat is de ‘eenheid van tegenstellingen’?
  • ‘Eenheid van de tegenstellingen’ bij Hegel en Marx is afkomstig van Böhme
  • Waarom is de opheffing van de tegenstellingen bij Hegel en Marx een wetmatig patroon?
  • Wat heeft de dialectiek van de eenheid der tegendelen met die van de ‘eenheid van man en vrouw’ van doen?
  • Welke rol is daarbij voor een – resp. ‘de’ – vrije wil?
  • Welke kennis is nog meer mogelijk dan de objectieve volgens Descartes? En welke rol kan de wil daarbij hebben?
  • Lijden en vergankelijkheid, taal en verlichting bij Böhme en Dogen
  • Lijden/vergankelijkheid versus verlichting, aarde versus hemel
  • Jacob Böhme: de hemel is niet ver weg
  • Alles is inclusief (hoe ‘exclusief’ tegelijk ook)
  • Inclusiviteit en de taal van ‘verlichting’
  • De taalspelen van Böhme en Dogen en het zogeheten non-dualisme
  • Volledig bewustzijn via de weg van leven en dood als grondmotief
  • Mogelijkheid, rol en betekenis van volledig inzicht op ieder moment
  • Böhme en Nietzsche en de grenzen van de moderne tijd
  • Böhmes eenheid van tegenstellingen als een open systeem
  • Waarmee wil Böhme zijn lezers helpen?
  • Het hart van de werkelijkheid – en vrede in het hart – vinden
  • Een wereldbeeld waarin hemel en aarde bijeen horen
  • Spel en systeem verbinden
  • Eenheid van man en vrouw als voorbeeld van de eenheid van alle tegenstellingen
  • Welk van deze beide ‘eenheden’ is de fundamentele? Hoe illustreren zij elkaar?
  • De herontdekte rituelen en -voorstellingen van de pré-exilische Hebreeuwse religie: nieuw licht opde androgyne Adam, de verbinding van hemel en aarde, en het evenwicht in natuur en samenleving
  • Nieuwe schakels tussen Böhme en de oude bronnen
  • Het christendom is gebaseerd op de oude Hebreeuwse tempeltradities
  • Waaruit bestond de Hebreeuwse tempelgodsdienst?
  • De verhalen over de androgyne Adam en de schepping, over de Wijsheid (Sophia) en de Heilige Geest horen in de context van de tempel thuis: het paradijs is het heilige der heiligen en tegelijk de sleutel tot ofwel kern van de hele wereld
  • De grenzen van Böhmes systematiek en taalgebruik, speciaal met het oog op het lezen van zijn Theoscopia 
  • Böhmes filosofische systematiek in relatie tot zijn taalgebruik
  • Spelend taalgebruik, en de logica van these-antithese-synthese in verband met Böhmes analogische wereldbeeld: vele werkelijkheidsniveaus die elkaar beïnvloeden, zowel materieel als via ingeving (intuïtie) en ‘magie’
  • Inzicht en persoonlijke verantwoordelijkheid
  • Leven te midden van de tegenstellingen
  • Tegenstellingen en hun omvattende eenheid in permanente verandering
  • Kennen en liefhebben, vrijwillig offer en nieuw begin; enkele verwante beelden uit de tradities van de Hebreeuwse tempel en van Jezus en zijn volgelingen
  • Gevolgtrekkingen op individueel – en groepsniveau in de contexten (!) van onze tijd en cultuur
  • Kerninzichten van Jacob Böhme, enkele zoekontwerpen
  • De clou in termen van de Westerse cultuur: Sophia, de wijsheid, als onze moeder en als de ons geschonken innerlijke en praktische gave op weg naar de permanente eenheid die begin en einde (v.v.) van alle permanente verandering omvat en zo tijd en eeuwigheid (v.v.) in elkaars perspectief ziet
  • Persoonlijk slot; over het laatste woord

Deel 3
Verdere studie en literatuur

  • Verdere studie: wat is minimaal nodig en maximaal mogelijk?
  • Beredeneerde literatuuropgave
  • Nederlandse vertalingen van Jacob Böhme (recent)
  • Duitse tekstuitgaven (recent)
  • Böhme-literatuur algemeen
  • Recente studies in verband met Böhme
  • Meer verwanten van Böhme
  • ‘Eenheid van de tegenstellingen’ in West en Oost, en niet-dualisme
  • Hebreeuwse tempeltradities (oorsprong en doorwerking)
  • De Wijsheid
  • De levensboom
  • Engelen
  • Henochitische traditie
  • Kabbala en andere Joodse mystieke bronnen

Deel 4
Lijst van namen, begrippen en bronnen 

Bron: ‘Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen – inleiding in het denken van Jacob Böhme’ door Boudewijn Koole

 

BESTEL EENVOUD EN DIEPGANG IN EN VOORBIJ ALLE TEGENSTELLINGEN

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *