Görlitz en Amsterdam in de zestiende en zeventiende eeuw – voordracht Luc Panhuysen over Jacob Böhme en Koenraad van Beuningen

LEES MEER OVER HET SYMPOSIONBOEKJE LEER JACOB BÖHME KENNEN

De zestiende, zeventiende eeuw… Historici noemen de zestiende eeuw de eeuw van de religie. De zestiende eeuw is het tijdperk van de Reformatie: het ontstaan van het protestantisme, de teloorgang van het godsdienstige monopolie van de katholieke kerk. Ieder tijdperk eist en ontwikkelt zijn eigen talenten, want ieder tijdperk heeft zijn eigen noden. En binnen die noden ontwikkelen mensen in die tijd hun vermogens. In de 16e eeuw zien we dat hele oude theologische denkkaders worden doorbroken omdat de gelovige mens nieuwe behoeften heeft. Luther is daar een exponent van, Calvijn ook, maar Böhme ook. 

Jacob Böhme was een zeer geïnspireerd iemand, een groot theologisch genie. Hij heeft nieuwe wegen gebaand, waarvoor hij zijn informatie overal vandaan haalde. Wie vorig jaar de Böhme tentoonstelling in Dresden heeft bekeken, die heeft mee gekregen welk een diepte die spiritualiteit van Böhme had. 

Historici kunnen heel leuk een eeuw op een bepaald kenmerk vastpinnen, zoals de zestiende eeuw op ‘religie’, maar we zullen zien dat het religieuze aanwezig was in iedere maand en dag van de daaropvolgende eeuw. Dat is goed om ons te bedenken, want mijn lezing gaat over Görlitz en Amsterdam in de 17e eeuw. 

Op de afbeelding zien we de toren van Babel. U kent allemaal het verhaal uit Genesis 11. De mens begon met het bakken van baksteen en dacht: Ha, hier kun je mee bouwen en je kunt stenen op elkaar bouwen en als je daarmee doorgaat en hoger en hoger stapelt dan kunnen we wie weet wel de hemel bereiken.

De toren van Babel is de eerste wolkenkrabber uit de geschiedenis van de mensheid en het is een symbool geworden voor hoogmoed: de toren van Babel is nooit afgebouwd want de Godheid greep in. Hij zei: dit is niet goed, ik zal verwarring onder de mensheid zaaien zodat de eenheid onder de mensen verbrokkelt en al die inspanning die tot die hoogmoedige verticale energie leidt wordt verstrooid.

Die toren van Babel is symbool voor een kracht waar ook Jacob Böhme mee te maken kreeg, namelijk het Lutherdom dat begon te stollen. De toren van Babel, zou je kunnen zeggen, staat voor orthodoxie: zo is het en niet anders. Wij hebben de waarheid in pacht. Dit soort van denken kreeg Görlitz in de tijd van Jacob Böhme in zijn greep. Dit leidde tot fragmentatie, want ook daar staat de toren van Babel voor: Babylonische spraakverwarring. God zorgde ervoor dat de mensheid werd verdeeld in groepen die allemaal verschillende talen spraken. 

Het verhaal dat ik voor u ga houden gaat over fragmentatie. Daarbij stel ik het diafragma scherp op twee concrete invloeden die deze fragmentatie hebben veroorzaakt. Allereerst de Reformatie. Ik kom daar straks nog op. Die Reformatie leidde tot oorlog en oorlog is ook een grote fragmentator. Böhme heeft beide krachten aan den lijve ondervonden, maar de Nederlanden van die tijd ook; dat is wat beide gebieden met elkaar verbindt. 

Tegelijkertijd is er in al die fragmentatie ook verbinding en grappig genoeg verbinding in het abstracte, in het opstijgen, laten we zeggen in het opstijgen naar platonische hoogte zodat je vrij kunt opstijgen uit het gestolde, bekrompene van de orthodoxie, waarbij geïnspireerde mensen elkaar kunnen vinden op nieuwe wegen. Dit is de betekenis geweest die Jacob Böhme onder andere in de Nederlandse Republiek van de 17e eeuw heeft gekregen, maar hij niet alleen. De persoon die ik straks naast Böhme zal opvoeren, Coenraad van Beuningen, wilde niets liever dan de Babylonische versplintering van zijn tijd ontstijgen door verheffing, transcendentie. 

Deze kaart van Europa werd gemaakt door Abraham Orthelius, een tijdgenoot van Jacob Böhme. In de ovaal links bevindt zich Amsterdam en omgeving, in de ovaal rechts Görlitz. Het Europa van de 16e eeuw was een leeg continent. Vijftig miljoen inwoners slechts. Europa heeft nu 750 miljoen inwoners. In de 16e eeuw waren er veel en veel meer bomen dan mensen, en vooral wanneer we naar het oosten van Europa gingen, werd het stiller en stiller. Dan kwam je vooral als het winter was groepen wolven tegen op zoek naar verloren reizigers. Het was een gebied waar beren leefden. Het was levensgevaarlijk als je zomaar op reis ging in de uitgestrekte gebieden van Midden-Europa. 

Ging je meer naar het westen dan werd het drukker, dan was het dichter bevolkt. En overal in Europa had je gebieden waar staatsvorming bezig was, ik kom daar zo meteen nog op. Ook zag je overal fragmentatie; krijgsheren in tochtige kastelen lieten handelscolonnes overvallen, maakten buit, namen gijzelaars en voegden niets anders aan de wereld toe dan onveiligheid. Het was dan ook van groot belang dat steden dikke stadsmuren hadden. 

Het gebied van Görlitz is echt een ander gebied dan de Nederlandse Republiek. Gelegen in het veel legere Midden-Europa, waar het christendom nog hele middeleeuwse trekken had. Er werden nog aan begin van de 16e eeuw heksenprocessen gevoerd. In de buurt van Görlitz waren er ook pogroms. Het antisemitisme was alive and kicking. Berlijn, hoofdstad van het hertogdom Brandenburg, had aan begin van de 16e eeuw zo’n 20.000 inwoners en was daarmee een van de grootste steden van de omgeving. Als we dat vergelijken met wat er in de Nederlandse Republiek gebeurde dan is Berlijn een smurfendorp, maar in Midden-Europa was het een heel belangrijke metropool. Görlitz zal zo’n 3000 inwoners hebben gehad en was daarmee beslist een aanzienlijk stadje. 

Berlijn was al snel de hoofdstad van Brandenburg en bleef dus Brandenburgs. Terwijl Görlitz de hele tijd stuivertje wisselde, steeds had het nieuwe landsheren boven zich. In de 13e eeuw was het Brandenburgs geweest, in de 14e eeuw viel het eerst onder het Hertogdom Jawor, viel daarna toe aan het koninkrijk Bohemen en vloeide daarna door naar het keurvorstendom Saksen. In de 15e eeuw viel de stad 30 jaar onder het koninkrijk Hongarije. En van de 15e op de 16e eeuw weer terug naar koninkrijk Bohemen. En in de 17e eeuw viel het onder keurvorstendom Saksen. 

Ik zei het al, fragmentatie. Görlitz is afgeleid van het Slavische woord voor verbrande aarde. Het verbranden van gewas was een snelle manier om de grond vruchtbaar te krijgen, je zou ook kunnen zeggen: staat voor het gebied van strijd. De hele tijd gaat de strijd heen en weer als eb en vloed, zoals de grenzen ook de hele tijd verschuiven. Görlitz, een klein stadje dus, in een grensgebied waar machtsgebieden de hele tijd verschuiven. In de tijd dat Jacob Böhme in Görlitz woonde was het stadje opgehouden te groeien. Wat er was gebeurd was een verschuiving van de internationale handel. Voorheen was Görlitz, net als Berlijn en net als de steden daar omheen aangesloten op het handelsnetwerk van de Hanze. Maar inmiddels was het economisch zwaartepunt verplaatst. 

Een economisch zwaartepunt ligt nooit stil, we zien in de huidige tijd dat het economisch zwaartepunt naar Zuidoost-Azië verschuift. In de tijd van Jacob verschoof het naar het westen. De Atlantische handel was na de ontdekking door Columbus van Amerika verschoven naar het westen. De Atlantische handel bloeide op en eerst was Antwerpen daardoor heel erg gegroeid, maar door oorlog – weer de grote fragmentator – was dat economische zwaartepunt verschoven naar Amsterdam. Je zou kunnen zeggen dat Amsterdam een hele zware klap heeft toegebracht aan het handelsnetwerk van de Hanze en dus ook indirect aan die plaats waar Jacob Böhme een groot deel van zijn leven heeft gewoond. 

In het Amsterdam van die tijd vond in diezelfde tijd een demografische explosie plaats. Vanaf het begin van de 16e eeuw had het 30.000 inwoners, het groeide in de loop van de 16e eeuw naar 100.000, om door te exploderen naar 200.000 in de 17e eeuw. Vergelijken we dat met Berlijn, dat in de 17e eeuw zo’n 30.000 inwoners had, dan ziet u wat een enorm schaalverschil hier speelt. Bij dat schaalverschil heb je een achterland met nog veel grotere verschillen, ik kom daar zo meteen nog op. Waar zoveel mensen bij elkaar komen zijn zogeheten pullfactoren werkzaam: daar valt voor heel veel mensen veel te halen. In de vroegmoderne tijd groeiden steden niet door het geboorte overschot maar louter door migratie. Dus groeide jij als stad dan had je erg veel te bieden. 

Ik ga naar een volgend contrast: twee portretten naast elkaar (blz 14 en 15) die we als twee symbolen kunnen zien; personen die staan voor het contrast tussen de twee plekken die ik heb laten zien. Eerst de Midden-Europeaan Jacob Böhme, daarna de Amsterdammer Coenraad van Beuningen, een ongetwijfeld minder bekend gezicht. Zij bieden zicht op een contrast tussen onveiligheid en veiligheid, armoe en rijkdom, tolerantie en fanatisme. Ongetwijfeld kent u het portret links: de held van vandaag Jacob Böhme, theologisch vernieuwer, ziener, bouwer van een eigen kosmologie. Maar ook de man die de kost verdiende als schoenmaker. 

Het is gemaakt na zijn dood, ik weet niet hoe lang na zijn dood, misschien 50 jaar. Gelukkig maakt het voor mijn verhaal niet zoveel uit want ik wilde het portret gebruiken om te laten zien waar Böhme in zijn samenleving stond en ook hoe elementair die materiële samenleving ervoor stond. 

Jacob Böhme werd geboren in 1575 in de wintermaand en hij zou 49 jaar later in de winter van november zijn laatste adem uitblazen. 1624 – de dertigjarige oorlog was toen net uit de startblokken gekomen – en we kijken naar de man zelf: eenvoudig qua kleding, een jasje van grof laken in de onbestemde kleur bruin. In de standensamenleving van Midden-Duitsland bestempelde dit hem onmiskenbaar tot de smalle burgerij. 

Die standensamenleving bestond uit ongeveer zeven lagen, met onderaan de paupers, de mensen die niks hadden en samendromden bij de ingang van de kerk om te bedelen. Daarboven de dagloners, mensen zonder opleiding of diploma die het moesten hebben
van een baantje hier of daar onder het bestaansminimum. Daarboven de eenvoudige handwerkslieden en alleenstaande gezellen en daarboven de ambachtslieden met een gezel oftewel een leerling in een bedrijf en met een eigen gezin. Daarboven weer de ambachtslieden met een dure nering zoals een edelsmid of een wapensmid. Daarboven de koopman, de stadspredikant, de schout en de burgemeester en helemaal bovenin had je dan de adel. 

Als getrouwde ambachtsman zat Jacob Böhme in de vierde laag van onder, dus net boven het midden van de piramide van de standensamenleving. We kunnen het een beetje aflezen aan zijn kledij, onder zijn jasje, kijk maar, komt een wit hemd naar boven. In zijn kleerkast zal Jacob Böhme waarschijnlijk niet meer dan een hemd of vier hebben gehad. 

Ik heb veel inventarissen van kledingkasten van 16e en 17e eeuwers bekeken en een rijk iemand had zo’n tien hemden. Ik schat Jacob Böhme in op een hemdje of vier. Kijken we naar zijn haardracht. Géén pruik, dames en heren. Wat op zijn hoofd groeide was bijna bijkomstig als onkruid. Er zijn echter twee dingen die wel degelijk op verzorging en op maatschappelijk bewustzijn wijzen: allereerst kijken we naar dat snorretje. De mode van die tijd, de vroege 17e eeuw, de bovenlip was bloot geschoren en dan krijg je hier zo’n boogje langs de plooien van de neusvleugels zo naar je mondhoek. Een behaard poortje voor de mond. Jacob Böhme en het woord. 

Een ander teken van zelfbewustzijn: de rij met knopen. Het is moeilijk te zien of die knopen van ivoor zijn, of dat die knopen gemaakt zijn van horens van koeien of van het gewei van een hert of dat ze gemaakt zijn van metaal. Maar zowel ivoor als metaal waren in de 16e en 17e eeuw kostbare materialen, vooral in Midden-Europa en kijken we naar de hoeveelheid knopen dan is het bijna alsof hier een Sovjet-generaal staat met zijn medailles. Ik denk dat dat hele jasje bij mekaar zo’n knoop of twintig zal hebben geteld. Er is een ander portret van Böhme en daarop is de afstand tussen de knopen nog veel dichter: een teken van materiële welstand. Ook zijn alle knopen dicht, want je zit wèl voor een portretmaker. Het wijst er allemaal op dat Jacob Böhme oog had voor de maatschappelijke proporties van zijn tijd. 

Jacob Böhme was geen woestijnvader, hij was geen van de wereld afgekeerde heremiet zoals hij hier voor ons zit, maar iemand die zijn bijdrage leverde aan de samenleving: een volwaardig radertje in de maatschappelijke machinerie. We weten inderdaad ook dat Jacob Böhme zich heeft ingespannen als lid van het Schoenmakersgilde, dus hij was betrokken bij zijn samenleving. 

Naast Böhme, als contrast, zien we het portret van Coenraad van Beuningen, van wie tot kort werd gedacht dat hij in Nederland tot de enthousiaste aanhangers van Jacob Böhme hoorde, maar dat in het tijdens deze bijeenkomst gepresenteerde boek van Govert Bonnie Snoek – Handschriften en vrienden van Jacob Böhme in Leiden en Amsterdam – met argumenten wordt weersproken. 

Maar het moet gezegd: hij had makkelijk aanhanger van Böhme kunnen zijn. Voordat hij full-time bestuurder werd, bezocht hij bijeenkomsten van de collegianten in een dorpje even buiten Amsterdam. Tijdens deze bijeenkomsten ervoer hij direct contact met hemelse sferen. 

Net als Böhme vond hij dat godsdiensten moesten ophouden elkaar naar de keel te vliegen; in wezen ging het iedereen om hetzelfde, namelijk het vinden van de ware God. Reden genoeg om Van Beuningen even naast de hoofdpersoon van vandaag te zetten. Hij en Böhme waren nog net tijdgenoten van elkaar: Van Beuningen werd geboren twee jaar voor de dood van Böhme en zou met zijn leeftijd van 71 jaar meer dan 20 jaar ouder worden. Zoals hij hier staat is hij een representant van de allerrijksten van de Nederlandse Republiek en de Nederlandse Republiek gold al als het allerrijkste landje in Europa. 

Kijken we eventjes naar zijn weelderige haardos: een pruik van de bovenste plank, dames en heren. Vol gecoiffeerde krullen en kijk, net als Böhme een snorretje, want ook Van Beuningen was een man van het woord; zijn mantel niet bruin maar zwart, de duurste kleur waarmee je je kleren maar kunt kleuren, omdat er verschillende kleuren door elkaar moesten worden gebruikt om dat echte diepe zwart te verkrijgen. De mantel zelf is van zijde en heeft dus een half jaar in het ruim van een schip gezeten van de Verenigde Oost-Indische Compagnie voordat de zijde de kleermaker van Koenraad van Beuningen kon bereiken. 

Blikvangers op dit portret zijn verder het hemd eronder: heel anders dan het hemd van Jacob Böhme heeft het hemd van Coenraad van Beuningen een kanten kraag en niet zomaar kant, maar dit is het duurste kant wat je maar kon krijgen. Uit Venetië, het ingewikkeldste textiel wat je maar kon kopen, ontzettend duur, de manchetten ook van Venetiaans kant. Kijken we naar zijn linkerhand: die rust op een in leer gebonden boek. Van Beuningen en boeken. Hij bezat een enorm grote bibliotheek en was berucht om zijn parate kennis. 

Naast het grote verschil in rijkdom en de vele kilometers die Van Beuningen en Böhme van elkaar scheidden, bestond tussen hun een overeenkomst in de heftigheid van hun religieuze ervaring. Bij de Collegianten had Van Beuningen korte visioenen, flitsen van goddelijke inspiratie die hem deden hunkeren naar meer van zulke flitsen. Hij had graag gekozen voor een levenspad dat omhoog kronkelde naar de regionen van de geest en van de liefde; naar een universum waar de gebrokenheid van de wereld niet bestond. 

Hij had graag veel en veel meer werk van zijn geloof willen maken maar hij had de pech terecht gekomen te zijn in een nest van regenten en burgemeesters, dus zijn ouders wilden dat hij carrière ging maken net als zijn vader. Daarbij kwam dat Van Beuningen ook uitgelezen talenten had om carrière te maken in de wereld van geld en macht. Hij bezat een fabelachtig snel brein, een geheugen als een VOC- pakhuis en hij kon zo goed en veel praten dat tegenstanders uit pure vermoeidheid de handdoek in de ring wierpen. 

Ik sluit niet uit dat Van Beuningen, die een poos de machtigste regent naast raadpensionaris Johan de Wit was, het liefst het leven van Jacob Böhme had willen leiden. Waar Böhme een innerlijk kompas had, daar was de meervoudig burgemeester van Amsterdam innerlijk verscheurd. Van Beuningen werd steen- en steenrijk maar hij verloor zijn rijkdom tijdens de eerste beurskrach in de wereldgeschiedenis en dit, gevoegd bij zijn onvervulde verlangen naar het hogere, maakte dat zijn ingebouwde labiliteit de overhand zou krijgen en hij zou sterven als een gek geworden bankroetier. Achtervolgd door angstwanen, uitgelachen door zijn personeel. Böhme daarentegen stierf vervuld van en in zijn geloof. 

Terug naar Böhme. We zoomen in op de omgeving van onze held van vandaag. De afbeelding toont de stad Görlitz, gezien vanaf het Oosten, dus vanaf de kant van Polen. Een stadsgezicht gemaakt door Frans Hogenberg en toevallig vervaardigd in 1575, het geboortejaar van Jacob Böhme. Het is een mooi plaatje waar we de rivier de Neisse zien. Wat was de loyaliteit van de stad van dat moment? 

Bovenaan op deze afbeelding zien we de tweekoppige adelaar van het huis van Habsburg. De heersers van Habsburg waren keizer over het heilige roomse Duitse Rijk en daar viel Görlitz onder. Het had in de loop der eeuwen stadsrechten verworven. Dat was vechten tegen de bierkaai, maar als je eeuw na eeuw ijverige regenten hebt zoals in Görlitz het geval was, dan weet je toch in de loop der jaren de nodige stadsrechten te verwerven. In de tijd van Böhme had Görlitz de status van zelfstandige rijksstad weten te verkrijgen. 

Voor een klein stadje had Görlitz met zijn vier kerken bepaald geen gebrek aan Godshuizen, in de achtergrond zien we ook de torenspitsen van kerken in de omgeving. Voor en na de reformatie vertoonde het geloof in Görlitz typische middeleeuwse trekken. Ik heb het al gehad over de incidentele pogroms, maar ook vonden er heksenprocessen plaats waarbij een paar mannen en vrouwen levend op de brandstapel waren gezet. 

Zichtbaar op dit plaatje zijn ook de laatste moderniseringen aan de vestingwerken. Die waren erg belangrijk: bijna om de 150 jaar werden in Görlitz de vestingwerken verhoogd, verbreed, vernieuwd en de gracht uitgediept en verbreed, want anders was jouw bestaan als zelfstandige stad niet verzekerd. Stadsmuren waren hoog gebouwd uit hetzelfde materiaal als de toren van Babel maar niet zo hoog. Ze waren essentieel voor het overleven, vooral in tijden waar Jacob Böhme naartoe koerste: het ontstaan van de Dertigjarige Oorlog. De vestingwerken zouden inderdaad ernstig nodig zijn, want Görlitz werd meegesleurd in een religieuze Babylonische geloofsverwarring die zou resulteren in de grootste oorlog van de vroegmoderne tijd. 

Voordat we aan het krijgsgeweld toe komen, richten we ons op de religieuze kant van de Babylonische verwarring. Op pagina 18 zien we Maarten Luther die net is veroordeeld door de paus vanwege al zijn geschriften tegen de katholieke kerk. Luther staat op een keukentrapje de 95 stellingen op de deur van de slotkapel in Wittenberg te timmeren. Dat was een effectieve spijker die daar het kerkelijke hout werd in gedreven. Met deze 95 stellingen begon de reformatie. Luther begon een eigen geloof, het Lutherdom, en dat Lutherdom ontwikkelde zich heel snel tot een echte eigenstandige kerk met een eigen orthodoxie en een eigen loyaliteit.

We weten allemaal dat Jacob Böhme in zijn leven erg veel last heeft gehad van de Lutherse predikant Georg Richter. De taal die Richter hanteerde tegen Jacob Böhme zou je visueel kunnen begrijpen als je bovenstaand plaatje tot je laat doordringen. Het is een typisch plaatje uit de Lutherse polemiek. Dit is de Babylonische hoer zoals Luther het altijd over het pausdom had. Die zit met zijn blote kont op een geschrift met allerlei zegels eraan, zijn linkervoet steekt in een wijwatervat, het heilige water van de katholieke kerk.

Dit is de manier waarop de lutheranen gewend waren met tegenstanders om te gaan en dit is ook de stijlfiguur die Georg Richter losliet op de subtiele, fijngevoelige en hoogvliegende Jacob Böhme. De reformatie leidde tot de grote splitsing in Europa van een protes- tants deel en een katholiek deel en in Midden-Europa, in dat grote Duitse Rijk begon de katholieke tegenbeweging.

Onweerstaanbaar volgde op de reformatie de Dertigjarige Oorlog. De Habsburgse keizer, we hebben zijn dubbele adelaar al in het wapenschild boven Görlitz zien zweven, begon een groot offensief tegen het opkomend protestantisme in zijn katholieke rijk. Görlitz moest partij kiezen en koos uiteindelijk voor het protestantisme. Görlitz en Wittenberg, waar de reformatie begon, liggen zo’n 100 km van elkaar dus Görlitz lag in de protestantse invloedssfeer. Tijdens de Dertigjarige Oorlog heeft Görlitz de nodige klappen geïncasseerd: het stadje is een keer belegerd geweest en het is veroverd geweest en het is geplunderd geweest – gelukkig voor Jacob Böhme zes jaar na zijn dood. 

Böhme heeft wel het uitbreken van de grote oorlog meegemaakt. Wat maakte die dertigjarige oorlog zo rampzalig? De haat en de angst die katholieken en protestanten voor elkaar koesterden was een belangrijke oorzaak. Twee geloven die door de hitte van de oorlog fundamentalistisch werden en een enorme moordzucht op elkaar loslieten. Verder de ongeorganiseerdheid van de legers,waardoor er nooit voedsel of soldij was voor de soldaten zodat die moesten plunderen om aan de kost te komen. En dit zorgde voor enorme bloedbaden onder de burgerlijke bevolking. 

Complete steden werden uitgemoord. Er ontstonden ziekten door voedselgebrek, misoogsten, en de voortgaande moord en doodslag ontstonden ziekten die epidemische vormen aannamen. Door al deze samenwerkende rampen slonk de Duitse bevolking in het bestek van 30 jaar van 16 miljoen naar 10 miljoen zielen. Hiernaast ziet u een heel berucht plaatje over de dertigjarige oorlog, want hoorde je bij het verkeerde kamp en werd je overwonnen, dan kon het zomaar zijn dat alle mannelijke bewoners van een dorp of stad werden opgeknoopt. Kortom verpaupering en kaalslag in het Duitse Rijk en ook in de regio van Görlitz. 

Het is tijd om naar de Nederlandse Republiek te gaan, want onze situatie verschilde sterk met die van Böhme. In Nederland was de 80-jarige oorlog gaan haperen en sputteren
en zou die een nachtkaars uitgaan met de Vrede van Munster (1648). In tegenstelling tot Midden-Europa hadden de oorlogsjaren in Nederland welvaart gebracht en hadden macht en rijkdom kans gezien zich te consolideren en stabiliteit te krijgen. 

Hiernaast ziet u de dame Vrede, de vrouwelijke belichaming van vrede. In haar hoofd heeft zij een speer met daar bovenop de vrijheidshoed. Iedereen die een klassieke opleiding had gehad wist dat in de Romeinse tijd slaven die de vrijheid hadden verkregen een hoed kregen, zij kregen het recht om een hoed te dragen. In de Nederlandse iconografie komt men vaak de vrijheidshoed tegen. Maar zeker zo belangrijk is hieronder de Hollandse of Nederlandse Leeuw met het zwaard van weerbaarheid, hier in het wapen van Amsterdam, de rijkste stad van de Nederlandse Republiek. 

Wij gaan naar de Nederlandse Republiek zelf toe: de Hollandse Tuin (hierboven), een idylle van orde en rust waarin ieder zijn plaats kent en de ander zijn plaats gunt. De ronde haag van gevlochten rietstengels is de ‘tuin’, een 17e eeuws woord voor schutting of heg. De Republiek is de tuin en alles wat zij omsluit. De Republiek biedt de Nederlanders veiligheid, het enige dat we horen zijn de schepjes waarmee de neergeknielde regeerders in de aarde wroeten om in de moestuin van het algemeen welzijn het onkruid uit te graven. 

Waar Görlitz de hele tijd werd omgeven door protestantse en dan weer katholieke troepen, daar had in de Nederlands Republiek een zodanige vorm van staatvorming plaatsgevonden dat er veilige grenzen waren waarachter de Nederlanders handel konden bedrijven en ook een economie konden opbouwen. Op pagina 23 ziet u het wonder van de Nederlandse Republiek en van Amsterdam: het in de jaren ‘50 van de 17e eeuw opgeleverde stadhuis en u ziet ook dat het in zijn hoogte de nabijgelegen Nieuwe Kerk naar de kroon stak: welvaart en geloof waren in de Nederlandse Republiek even groot zou je kunnen zeggen. 

In de Nederlandse Republiek was weliswaar een calvinistisch regime maar de calvinisten, de gereformeerde kerk heeft nooit een zodanige monopoliepositie gekregen als de katholieke kerk van vroeger of het Lutherdom in landen van de Lutherse orthodoxie. Verschillende geloven bestonden naast elkaar en die vrijheid in geloof was belangrijk voor de Nederlanders want het moest vrede blijven. Alleen als er tolerantie was kon de economie doorgaan en konden de mensen in vrede naast elkaar leven. Die vrijheid van de wil vind je ook terug bij Jacob Böhme en ik denk zelf dat dat een van de redenen is geweest dat Jacob Böhme zo populair kon worden in de Nederlandse Republiek.

Ik kom bij het laatste plaatje; een boekwinkel. Nergens vond je zoveel drukkerijen, drukpersen als in de Nederlandse Republiek. Alleen al in Amsterdam had je 90 uitgevers die vochten onder elkaar om werken uit te geven, over geloof vooral. In Nederland was een enorm publiek met een brede honger naar stichtende teksten. In de Republiek werden bijbels aangeboden in alle soorten en maten. Men kocht commentaren op de bijbel en commentaren op commentaren. Men had de keuze uit vertalingen van de Joodse Torah en van de Koran. In de boekenwinkel zien we hoe mooi pragmatisme en tolerantie in optima forma tot een rijk resultaat komen. In dit aanbod was Jacob Böhme meer dan welkom. 

Zo zijn we dan tot een laatste setje van contrasten aangekomen tussen Van Beuningen en de hoofdpersoon van vandaag. De onvrijheid die Böhme aan den lijve ondervond staat inderdaad haaks op de vrijheid die zijn werk, dankzij de vele kilometers, heeft weten te vinden. Waar Van Beuningen in diezelfde vrijheid niet wist te gedijen, daar is Böhme beklemd door alle onvrijheid van Görlitz met glans geslaagd. Het kan raar lopen in het leven. 

BESTEL LEER JACOB BÖHME KENNEN

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *