Videotoespraak: Rozenkruis en Christendom

Welkom bij deze toespraak van het Gouden Rozenkruis. Mensen die voor het eerst in contact komen met de School van het Gouden Rozenkruis zijn soms verbijsterd ward over wie we in essentie zijn en stellen de vraag: zijn jullie een kerk? Wanneer die vraag aan mij persoonlijk wordt gesteld, is het gewoonlijk mijn beurt om verbijsterd te zijn omdat het antwoord sterk afhankelijk is van wat de vragensteller verstaat onder kerk. Aangezien ik niet weet wie deze video bekijkt, blijft het dilemma. 

Als ik zeg ‘Ja, wij zijn een kerk’ dan zou ik me persoonlijk een leugenaar voelen. Waarom? Wordt de Bijbel, het boek der boeken, niet beschouwd als een heilig boek binnen het Gouden Rozenkruis? Jazeker, maar er is een wereld van verschil tussen de rol die dit boek speelt in onze bijeenkomsten en dagelijkse meditaties, en de manier waarop het wordt behandeld in de vele dominaties die zichzelf christelijke kerken noemen. 

Het lijkt erop dat er een volledig tegengesteld perspectief is ten opzichte van hetzelfde onderwerp. Perpectieven die door de eeuwen heen onverenigbaar bleken te zijn. De partijen lijken te leven in twee verschillende realiteiten, waarin alles wordt beschouwd vanuit een totaal verschillende logica. 

Het ene type mens baseert zich op het boek van de Bijbel zoals dit eens is opgeschreven, vertaald, herschreven en al of niet is gemoderniseerd met behulp van de wetenschap van de theologie. De andere partij, het gnostiek georiënteerde type, onder wie de meeste leven van het Gouden Rozenkruis, gaan uit van de visie dat er universele leringen bestaan, die van alle tijden zijn. En de documenten waaruit de Bijbel als boek is samengesteld, zijn slechts enkele van de vele geschriften die weerspiegelingen zijn van deze abstracte universele leringen. Een ander woord voor deze leringen is perennial philosophy of sophia perennis, want het omvat door alle eeuwen heen een coherent en consistente boodschap aan alle mensen. 

Aan ons, menselijke wezens, wordt gezegd: je bent niet het tijdelijke lichaam, je bent meer dan dat, ken jezelf, verwerf gnosis. Verwerf kennis over jezelf, dan zul je in staat zijn te ervaren en te beleven dat je een eeuwigheidswezen bent, dat er een oorspronkelijke goddelijke realiteit is waar je werkelijk toe behoort, dat er een pad is dat je kunt volgen in je leven om daar te komen. En het bijzondere van de Bijbel is dat deze kan worden gelezen als een wegenkaart, een wegenkaart die we kunnen gebruiken om dat pad naar de goddelijke werkelijkheid te gaan. 

Zijn wij dus gelovigen? Ja, dat zijn we, maar we geloven niet in een boek of een gepersonaliseerde God buiten ons. We geloven in wat we innerlijk ervaren als een kracht, de kracht van de Christus, of in boeddhistische termen: de heer van het hart. 

Zijn we filosofen? Ja, dat zijn we. Niet om voor onszelf mentale constructies te bouwen die mogelijk de verschijnselen in de wereld kunnen verklaren, maar om onze denkvermogens te gebruiken om door te dringen in het domein van de geest, in de multidimensianale realiteit die uitstijgt boven alle menselijke logica. 

Zijn we bouwers of vrijmetselaars? Ja, dat zijn we, maar niet om de woestijn-kant van het leven te verfraaien, maar om een onzichtbare tempel te bouwen. Eerst in onszelf als een nieuwe structuur van etherische lichamen die onsterfelijk zijn, en ten tweede als gezamenlijke inspanning om al die individuele tempels te verenigen als bouwstenen in één groot gebouw, een woning van God in de geest, zoals de Bijbel dat noemt. 

Dus dat waar wij over spreken iets iets totaal anders dan geloven in een verzameling gebeurtenissen die als historisch worden beschouwd en morele aanwijzingen zoals beschreven in het boek der boeken. Voor een gnosticus zijn deze dingen irrelevant, of erger nog: ze versluieren waar het werkelijk om gaat. Voor een gnosticus is het belangrijk dat er een innerlijk proces bestaat, waarin de het goddelijke element in de mens bevrijd wordt van egocentriciteit en alle vergankelijke aspecten van de persoonlijkheid. 

De term vertrouwen of faith, een woord dat veel gebruikt wordt in de Bijbel, verwijst naar een innerlijke ervaring, een ervaring van de God in het binnenste. Volgens deze definitie is vertrouwen of faith absoluut een essentiële eigenschap, want een andere essentieel concept in de gnostiek is dat e eigenschap is dat onze persoonlijke vermogen voor rationeel denken nooit in staat zal zijn de werkelijke betekenis te begrijpen van de aanwijzingen die worden gegeven aan de leerling op het pad, het pad dat leidt naar het koninkrijk van het licht, zoals het bij voorkeur wordt genoemd door de gnostici. 

Een nieuw soort bewustzijn met een nieuwe manier van denken dient zich te ontwikkelen een manier van denken die verder gaan dan de lage rationaliteit. Het is een manier van denken die gebaseerd is op twee fundamenten: niet alleen op het hoofd, maar ook op het hart. Dus als je in staat bent zowel je hart en je hoofd te betrekken bij het lezen van de boeken met universele wijsheid, dan zul je met een schok herkennen dat er vele hints en aanwijzingen in verborgen zijn. Dan zal er een nieuw bewustzijn zijn, en zal je ontdekken dat bijvoorbeeld de evangeliën verwijzen naar processen die in onszelf dienen plaats te vinden. 

In het Evangelie van Johannes lezen we bijvoorbeeld een converatie tussen Jezus en Nicodemus. Daar zegt Jezus tot Nicodemus: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien (Johannes 3:3). Dit lijkt zo’n simpele zin: ‘Als iemand niet opnieuw geboren wordt’. Maar deze woorden houden een groot mysterie in zich besloten. De innerlijke betekenis van dit proces van wedergeboorte wijst op de afbraak van de oude tempel van het ego, of op het endura zoals de katharen dat noemen, maar tegelijkertijd wordt de nieuwe goddelijke tempel opgericht. Voor iemand die het goddelijke ver boven zich heeft geplaatst, buiten ons, is het onmogelijk te begrijpen dat iemand zijn persoonlijke ego wil opgeven. 

Laten we nu proberen een andere inspanning te verrichten om te hen te begrijpen hoe die innerijk ervaren hebben dat er een koninkrijk van licht in hen is. Zij hebben een diepe innerlijke ervaring dat zij tweevoudige wezens zijn: deels sterfelijk, met een lichaam, en tegelijkertijd in zich dragende een onsterfelijk aspect dat geen vorm heeft omdat het geen dimensies heeft die wij kennen, en daardoor niet voor te stellen is. 

Dus opnieuw: wat is deze wedergeboorte? Misschien is het beter om eerst te verkennen wat het niet is. Het is niet dat we de goddelijke realiteit kunnen bereiken na de dood van het fysieke lichaam. Dat is een mystificatie die algemeen is in kerken. Nee, wij zeggen dat het lichaam een essentiele rol vervult in het proces van wedergeboorte. Het goddelijke wezen waarmee wij verbonden zijn, heeft een geincarneerde persoon met een fysiek lichaam nodig. Eerst voor het opdoen van ervaringen in de wereld, maar uiteindelijk heeft het volwaardige, gerijpte persoonlijkheid nodig die is staat is om ermee samen te werken. 

Het gaat dus om een persoon die kan luisteren naar de zachte fluiseringen van de goddelijke ziel, en die bereid is de andere in hem te dienen, in volledige zelfovergave. Het is de levenshouding die uitgedrukt wordt in de klassieke woorden: Uw wil geschiede. Dus niet het lichaam wordt geofferd, maar het ego, de egocentriciteit, het natuurgboren ik. In plaats van dat ego komt er een nieuw ik, een nieuw bewustzijnscentrum dat onze levens regeert. In de terminologie van het Evangelie van Johannes wordt het minder wordende ego gerepresenteerd door Johannes de Doper. Hij preekt in de woestijn. Hij maakt de paden recht voor zijn heer, voor de Andere in hem, gerepresenteerd door Jezus. 

Dus de eerste fase van het pad is consistent een levenshouding onderhouden waarin alle obstakels die de openbaring van het goddelijke leven in ons belemmeren worden opgeruimd. Deze levenshouding kan alleen worden gevoerd wanneer er sprake is van een diep ervaren van leven in een woestijn, in een onvruchtbare wereld. Dat houdt niet in dat onze wereld zo slecht is, maar het is het gevolg van de aanwezigheid van het goddelijke element in ons. Het element dat niet tastbaar is, maar dat zeker invloed uitoefent op de wijze waarop wij naar de wereld kijken. In feite is het het licht van de gnosis dat ons roept. 

Want wanneer een innerlijke impressie van het volmaakte in ons is ontstaan, dan begint een zekere onrust, een ondefinieerbaar hunkeren ons te doordringen. En die hunkering is de drijvende kracht die ons voorwaarts stuwt tot wedergeboorte, die ons beweegt van de zijnstoestand die we Johannes noemen naar een wedergeboorte als een Jezus-mens, een persoon in wie het nieuwe bewustzijn levend is, een persoon die de verbinding heeft gekregen met de goddelijke realiteit. Dat is de enige manier om werkelijk dienstbaar te zijn aan wereld en mensheid. 

Zo komen we tot slot terug op de vraag die we aan het begin van deze toespraak stelden: zijn wij een kerk. Na alles wat we hebben gezegd zul je mogelijk nu in staat zijn die vraag te beantwoorden. Onthoud alsjeblieft dat de werkelijke betekenis van het woord religie is: onszelf verbinden met het goddelijke, met de goddelijke essentie in ons, de geestvonk, die is Jezus de Christus. Dank je voor je aandacht. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *