J.A. Comenius, een brandend hart, een helder hoofd, een aantoonbare daad

BESTEL SYMPOSIONREEKS 16: J.A. COMENIUS

Comenius (1592-1670, fakkeldrager van het Rozenkruis 9) is een uitgesproken figuur geweest, die de wereld wilde verbeteren door de mens op te voeden tot een vrij wezen dat zelf beslissingen neemt, en vrijwillig kiest voor het goede. Met zijn idealen streefde hij naar een wereld waar oorlog en onderdrukking plaats zouden maken voor vrede en gerechtigheid. Daarbij is hij een hervormer van de pedagogiek en schreef verschillende leerboeken.

Comenius is bij uitstek een universeel denker. De wereld is vanuit zijn goddelijke oorsprong en in al zijn openbaringen een harmonisch organisme. In zijn ogen schuilt er een groot gevaar in een fragmentarische, geïsoleerde abstracte wetenschap, die de mens deformeert en geen oog heeft voor de totaliteit. Hier richtte hij zich onder meer tegen Descartes, die hij op kasteel Endegeest bij Leiden ontmoette en met wie hij vier uur lang discussieerde zonder tot overeenstemming te komen. Volgens Comenius moet men het geheel in het oog houden en juist de grenzen overschrijden, die worden getrokken tussen wetenschap en geloof – exact het streven ook van de Fraternitas Rosae Crucis, de klassieke rozenkruisers, die hij uit de geschriften van Johann Valentin Andreae (fakkeldrager van het Rozenkruis 8) had leren kennen.

In alles wat hij doet en schrijft (Comenius heeft meer dan 200 boeken geschreven poogt hij de idealen van de eerste Rozenkruis-broeders voort te zetten en uit te bouwen. Zijn filosofie sluit ook nauw aan bij Cusanus, bij het renaissance-ideaal dat de mens ervaart als een microkosmos, die alle aspecten van het universum in zich omvat. Veelal is de mens dit vergeten; en het is in zijn ogen het doel van opvoeding, onderwijs, wetenschap en religie dit grootse beeld te herstellen of in ieder geval naderbij te brengen.

De mens vindt zijn bijzondere waarde, als hij inderdaad ‘Gods evenbeeld’ openbaart. Deze God-mens staat in absolute vrijheid. In zijn ‘Panorthosia’ schrijft Comenius: ‘Wij moeten er zonder voorbehoud naar streven, dat de vrijheid naar het mensengeslacht terugkeert, de vrijheid van denken, de religieuze burgerlijke vrijheid. Vrijheid, verklaar ik, is het prachtigste menselijke goed, waarmee de mens geschapen is en niet van hem te scheiden…’.

Ook in praktische zin streefde hij in alles naar ‘de verbetering van de menselijke omstandigheden’. In zijn ogen was het doel van de mens de (kleine) wereld op orde te brengen in het perspectief van de wederkomst Christi. De voornaamste bron voor deze reformatie was volgens hem de pansofie, dat wil zeggen de allesomvattende, universele wijsheid, waarin het verloren evenwicht tussen de theologie en de nieuwe natuurfilosofie is hersteld. Deze pansofie heeft tot doel ‘alle mensen alles grondig te leren’ en daarmee de mensheid wijsheid, deugd en geloof te geven.

In politiek opzicht werden deze opvattingen vertaald door zijn streven naar wereldgemeenschap, een wereldtaal en bovenal naar vrede. Toen in 1667 in Breda de vredesonderhandelingen na de Tweede Engelse Oorlog begonnen, ondernam Comenius een vredes- missie en overhandigde de diplomatieke vertegenwoordigers van Nederland, Engeland, Frankrijk en Zweden zijn ‘Angelus pacis’ (De engel des vredes). Comenius kan beschouwd worden als één van de geestelijke vaders van de oecumenische gedachte en ook van de UNESCO, die verschillende geschriften van en over hem liet publiceren.

Comenius pleit voor één universele godsdienst, één universeel mens- en wereldbeeld, één universele wetenschap en één systeem om begrippen te gebruiken voor het stichten van een hechte broederschap onder de mensen. Maar ook voor de individuele mens heeft hij wijze raadgevingen. 

Hij stelt: ‘Drie wegen leiden tot een eerzaam leven. De eerste weg is dat de mens noch tegen zich zelf nog tegen anderen noch tegen enige zaak iets oneerlijks doet. De tweede weg is dat hij niet alleen goed tracht te schijnen, maar het ook is. Langs de derde weg gaande richt hij zijn blik niet zozeer op de mensen, maar op God, de beschermer van de waarheid, en op zijn geweten dat in zijn innerlijk getuigenis aflegt.’

Hiermee is duidelijk hoe klip en klaar de filosofie van Comenius, de weg tot het ware geluk, is: met ons zelf, met God en in God één zijn en ons niet meer door zaken die buiten ons liggen laten afleiden; of dat wij wanneer iets noodzakelijk blijkt, ons daarin niet verder begeven dan noodzakelijk. Want de mens streeft er van nature naar, aan God gelijk te worden. Elk mens streeft ernaar zich te verheffen en volmaakt te worden. Zo stelt Comenius: ‘Wat Satan hem valselijk aanbood, schenkt Christus in werkelijkheid; hij geeft de mens de macht een kind Gods te worden.’

Peter Huijs

INHOUDSOPGAVE

  • Woord vooraf 
  • Comenius, fakkeldrager van bewustwording, Hans Peter Knevel
  • Tien pansofische stellingen (vrij naar Jan Amos Komensky)
  • Het belang van een goede jeugd, Hanneke van Alderwegen
  • De Moravische Broeder-uniteit, Peter Huijs
  • Het College van het Licht, Rachel Ritman
  • Jan Amos Komensky (Comenius), Levensloop
  • Tentoonstelling Bibliotheca Philosophica Hermetica, Theodor Harmsen

Bron: J.A. Comenius, een brandend hart, een helder hoofd, een aantoonbare daadSymposionreeks 16

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *