Prof. Gilles Quispel over de Gnosis, de derde component van de Europese cultuurtraditie

Quispelquote 1

De kerken verkondigen het geloof. Dat geloof gaat terug op Golgotha en de Sinaï.

Onze wijsgeren gaan uit van de rede. Volgens hen kan alleen het verstand de waarheid kennen. Van Oxford tot Berkley heerst in Academia het logisch positivisme, een vorm van rationalisme. Van Berlijn tot Wladiwostok heerst een andere vorm van rationalisme. Deze eredienst der rede heeft in het Westen altijd bestaan, ook in de middeleeuwen. Hij gaat terug op Athene en Ionië. De Grieken hebben de logos ontdekt.

Naast deze twee heeft altijd een derde stroming in het Westen bestaan, de gnosis. De Gnosis ontstond in Alexandrië omtrent het begin van onze jaartelling. Soms werd zij verkapt als filosofie, soms gemaskerd als geloof, maar meestal beschouwd als afwijking en geestesziekte.

In werkelijkheid gaat de gnosis altijd uit van de innerlijke ervaring en drukt zij zich in beelden uit. Zij noemt dat: ‘kennisse des harten’. Zo staat het in het gnostische Evangelie der Waarheid, 150 jaar na Christus in Rome geschreven: ‘Jullie zijn de kinderen van de kennisse des harten’ .

Pascal heeft gezegd: ‘Le coeur a ses raisons que la raisons ne connaît pas’. De historicus zal daaraan toe moeten voegen: ‘Het hart heeft zijn redenen, die het geloof niet kent’.

De tegenstanders van de gnosis, die in de afgelopen zestig jaar zeer talrijk waren, wisten alle mogelijke schendverhalen over deze gnostici te vertellen, die door de oude ketterjagers werden overgeleverd. Dat kan nu niet meer.

In 1945 zijn in de buurt van het Egyptische Nag Hammadi een dertiental boeken, codices, gevonden omtrent tweeënvijftig voor het grootste gedeelte onbekende gnostische geschriften. Nu vernemen wij de stem van die mensen zelf. En die zeggen iets anders dan de kerkvaders doen geloven.

En toch gaat de strijd tegen de Gnosis onverdroten voort, zonder kennis van de nieuwe bronnen. Men bedenke daarbij, dat geen gnosticus of manicheeër in de Oudheid, geen kathaar of bogomiel in de middeleeuwen, geen aanhanger van de gnosticus Jakob Boehme in de Nieuwe Tijd ooit een gelovige of wijsgeer heeft vermoord.

Anderzijds is er onder invloed van de nieuwe vondsten een nieuwe wetenschap ontstaan: de ketterkunde. Beoefenaars van die wetenschap congresseren in vrijwel ieder beschaafd land, Canada, de Verenigde Staten, Italië, Frankrijk, Engeland, België, Zweden. Het eerste congres in Nederland werd in 1986 in De Kosmos in Amsterdam georganiseerd.

De twee openbare instellingen van wetenschap hier ter stede hebben tot dusver de nieuwe ontdekkingen alleen maar bestreden, dikwijls op zeer persoonlijke wijze. He gevolg is dat deze instellingen niet over één deskundige beschikken, die over Nag Hammadi kan meepraten. Ondertussen waren elders in den lande wel plusminus vijftien experts te vinden, die bereid waren met de stukken aan te tonen dat de Gnosis van alle tijden is.

In de zeventiende eeuw hebben Voetius en de zijnen door hun woeste polemiek tegen Descartes bewerkt, dat de natuurwetenschappen eeuwenlang van de universiteit werden gebannen. De gezagsdragers mogen wel oppassen dat dit niet weer gebeurt, ditmaal met de veelbelovende en veelomvattende wetenschap der ketterkunde.

Jeruzalem, Athene en Alexandrië, deze drie zijn de steden die onze cultuur hebben bepaald. Maar de meest miskende van de stromingen die daar ontstonden is de Alexandrijnse. Van nu af aan dient men te weten dat deze gnosis er altijd is geweest en nog bestaat.

De minister van onderwijs en de colleges van bestuur van onze universiteiten moeten er zorg voor dragen, dat dit verschijnsel grondig wordt bestudeerd, want veel mensen van onze tijd kunnen door dit inzicht worden verrijkt en verdiept. Het geeft een nieuwe dimensie aan het bestaan.

Inleiding uit: Gnosis, de derde component van de Europese cultuurtraditie, redactie G. Quispel

Quispelquote 2

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *