beschouwing 1

Mysteriën van de ziel, week 1

Leven vanuit eenheid, beschouwing week 1

1 zon

BESCHOUWING GEBASEERD OP SPIRITUELE TEKST 1

Als mens ben je veel meer dan een complex biologisch organisme met intelligentie. Je bent ook veel meer dan een psychologisch individu met persoonlijke gedachten, gevoelens en wilswerkingen. In diepste wezen ben je puur bewustzijn. In diepste wezen ben je ziel, een potentiële levende verbinding tussen de eenheid en de veelheid, tussen het eeuwige en het tijdelijke, tussen het Heilige en je persoonlijkheid. Die verbinding ervaren is grote vreugde, is de opperste gelukzaligheid. Ieder mens is uitgenodigd om zich van waan te bevrijden, blijvend vredig te zijn en zich innerlijk te verheugen.

Dit alles lijkt misschien heel ver weg van hoe je jezelf, je leven en de wereld op dit moment ervaart. Dat komt omdat je leeft in een zelfgeschapen gevangenis van begoocheling die ontstaan is doordat je uiterlijkheden boven jezelf hebt geplaatst, omdat je je identificeert met vergankelijke vormen. Deze woorden zijn allesbehalve complimenteus. De auteur van ‘Ashtavakra’s zang’ formuleerde ze zeer zeker niet om je iets te verwijten, maar om je op te roepen aandacht te schenken aan wie je in wezen bent: getuige van onthullingen van een grandioze werkelijkheid, aldoordringend en volmaakt.

De stichters van bewegingen die uitgroeiden tot wereldreligies stimuleerden hun volgelingen om zich niet meer te vereenzelvigen met hun sterfelijke persoonlijkheid en op te gaan in hoger zieleleven om zo een door de geest bezielde persoon te worden en te zijn.

In veel religies en wereldbeschouwingen zijn de begrippen ‘bewustzijn’ en ‘ziel’ essentieel. Tussen wereldgodsdiensten bestaan enorme verschillen, en ook binnen de afzonderlijke wereldreligies is een breed spectrum van leringen en groeperingen te ontdekken.

Als we echter kijken naar de meer esoterische en contemplatieve tradities binnen religies, ontdekken we talloze overeenkomsten. Dat is logisch want esoterie en contemplatie gaan over de levende ervaring van een realiteit die haaks staat op de zintuiglijk waarneembare wereld en de psychisch ervaarbare wereld, en daardoor niet zomaar door iedereen kan worden begrepen, maar alleen door degenen die in zekere zin zijn ‘ingewijd’ in de andere realiteit.

De structuur van de levende ervaring van de mens is universeel, zoals ook de anatomie van het menselijk lichaam bij de mensen hetzelfde is, maar het vereist een zekere scholing om toegang
te krijgen tot die levende ervaring. In dit online-programma ‘Mysteriën en symbolen van de ziel’ verkennen we het aspect van onszelf dat bekend staat als ziel, Zelf, innerlijke mens, en bewustzijn. Die ziel is een mysterie voor ons gewone verstand. Zij is geen object en geen subject, maar kan wel worden ervaren. Zij heeft geen vorm en stijgt ver uit buiten ruimte en tijd, maar kan wel in ons groeien.

Als we de begrippen bewustzijn en ziel aan elkaar verbinden, bedoelen we in feite jezelf bewust zijn van je bewustzijn, iets dat kenmerkend is voor de mens. Het is goed om dat te beseffen, want volgens het spirituele uitgangspunt ligt bewustzijn ten grondslag aan alles wat zich manifesteert. In een bekend soefi-gezegde wordt dat idee geformuleerd als ‘God slaapt in de rots, droomt in de plant, beweegt in het dier en ontwaakt in de mens’.

We kunnen de levende ervaring van de ziel alleen maar benoemen en begrijpen aan de hand van universele symbolen, analogieën en mythen, die allemaal deel uitmaken van de ervaringswereld van de ziel. Ons rationele denkvermogen is een groot geschenk dat we hard nodig hebben om in de zintuiglijk waarneembare wereld te kunnen leven. Het is echter niet de bedoeling dat we daarbij blijven staan of ons uitsluitend in die richting verder ontwikkelen.

Als mens moeten we niet terug naar het mythische bewustzijn van onze verre voorouders, en we mogen ook niet blijven steken in ons verstandelijke hersenbewustzijn dat nog oneindig kan worden uitgebreid. We dienen vooruit te gaan naar het gnostieke ziele-bewustzijn, naar de ervaringswereld van de ziel, naar het domein van de oertypen, want daartoe wordt ieder mens innerlijk geroepen.

Dit online-programma heet ‘Mysteriën van de ziel’ en bestaat uit negen klassieke spirituele teksten en negen beschouwingen daarover. De geselecteerde spirituele teksten komen uit negen verschillende tradities, achtereenvolgens: advaita vedanta, hermetisme, kabbalah, gnostiek christendom, raja yoga, jodendom, boeddhisme, zoroastrisme en paulinisch christendom.

Er zijn vele symbolen die verwijzen naar de menselijke ziel. Aan de negen beschouwingen van dit online-programma verbinden we negen symbolen van de ziel die in het boek ‘Mysteriën en symbolen van de ziel verder worden uitgewerkt.

Het doel van dit programma is je bewust te maken van het leven van de ziel en je ontvankelijkheid voor de invloeden die van haar uitgaan te vergroten zodat je ervaringen veranderen. Niet van jouw ziel, want je hebt geen ziel. De ziel heeft jou, en zij kan zich nog maar heel beperkt in je uitdrukken. Jij vormt zelf de barrière waardoor de ziel zich niet of nauwelijks kan manifesteren. Deze opmerking is natuurlijk niet persoonlijk bedoeld want zij is van toepassing op vrijwel alle mensen op aarde.

Je mag hier zijn in deze wereld. Sterker nog: je moet hier zijn! En je kunt transparant worden voor het licht van waarheid dat straalt in onvergankelijke glans. Je kunt innerlijk vernieuwen en
groot geluk beleven. Je kunt in vreugde meewerken aan het verwerkelijken van het goddelijke scheppingsplan, maar daarvoor is het wel noodzakelijk dat je eerst een diepgaand transformatieproces ondergaat.

Heilige geschriften spelen een belangrijke rol in veel religieuze en esoterische tradities. Zij vinden hun oorsprong in de wereld van de ziel. Dat komt vaak tot uitdrukking in een onderliggende getalsmatige structuur die er niet bewust is ingelegd. Doorgaans betreft het dan ook geen proza, maar poëzie die bestemd is om voor te dragen of te zingen. Onder de heilige teksten die gekozen zijn voor dit programma bevinden zich in ieder geval drie gezangen: Ashtavakra’s zang, het lied van de parel en een hymne van Zarathoestra.

Bij het vertalen van de oorspronkelijke heilige teksten in een andere taal gaat de bijzondere getalstructuur voor een belangrijk deel verloren, maar dat neemt niet weg dat ze je dan nog wel de mogelijkheid bieden om je te verbinden met het hoge, lichtende bewustzijnsniveau van waaruit ze zijn ontstaan. Dat geldt overigens ook voor bijvoorbeeld beeldende kunst en muziek. Kunstzinnige scheppingen die geïnspireerd zijn vanuit de ervaringswereld van de ziel beschikken over het vermogen het bewustzijn tijdelijk op te heffen tot in de zielewereld. Zij kunnen daarom worden ervaren als voeding voor de ziel.

In dit programma gaan we de gekozen teksten niet heel uitgebreid verklaren. Niet alleen omdat we daar geen ruimte voor hebben binnen de gekozen opzet, maar vooral ook omdat dit weinig zin heeft. Als we zin na zin en vers na vers zouden toelichten – even aangenomen dat we daartoe in staat zouden zijn – zou je die informatie in je hersenen verwerken op een manier waarop je ook andere informatie verwerkt. Daarmee vergroot je weliswaar je kennis, maar je wordt er geen nieuw mens door.

Heilige geschriften kun je zien als geschenken die je uitnodigen om met hen te gaan werken. Want alleen wanneer je innerlijk aan de slag gaat met heilige teksten, kan er een transformerende invloed van uit gaan. Binnen spirituele tradities worden bepaalde heilige teksten herhaald uitgesproken of gezongen, als mantra’s, waardoor deze diep worden gegrift in het onderbewustzijn van de betrokkenen. Zo ontstaan er niet alleen nieuwe krachtige neurale verbindingen in hun brein, maar nemen zij ook krachten in zich op uit het domein van de ziel – uit de ervaringswereld van de oertypen – energieën die de levende ervaring veranderen en die reinigen en vernieuwen tot op het niveau van het fysieke lichaam.

In de zen-traditie wordt er veel gewerkt met zogeheten koans. De zen-meester geeft dan een koan – dat is een soort raadsel – aan de leerling. Het is de taak van de zen-leerling om die koan te ‘kraken’, om te komen tot begrip en het juiste antwoord te vinden. Uiteindelijk gaat het niet primair om het antwoord waarmee de leerling komt, maar om de inspanningen die hij of zij zich getroost om tot een juist antwoord te komen, want alleen de inspanning werkt transformerend, het antwoord als zodanig niet. De inspanning is nodig om het gewone denken te overstijgen.

Innerlijke vernieuwing is geen verdienste, maar een gevolg van genade, van hemelse krachten die worden geschonken. Als gevolg van aspiratie, dat is je verlangen en inspanning om innerlijk te vernieuwen en beter te kunnen dienen, kun je de goddelijke genade ontvangen, kan de alomvattende liefde zich mededelen en komen geleidelijk nieuwe vermogens tot ontwikkeling. Als je jezelf zou beschouwen als de bron of oorzaak van spirituele groei die je in jezelf ervaart, zou je ten prooi vallen aan vereenzelviging, en vorm je geen levende verbinding tussen hemel en aarde.

Ashtavakra’s zang kunnen we, evenals vele andere heilige teksten, zien als een grote verzameling koans. Elk vers houdt wijsheden in zich besloten waarin we dieper kunnen doordringen. Het geschrift begint met een oprechte en diepzinnige vraag die koning Janaka stelt aan de wijze Ashtavakra. Janaka is een machtige en invloedrijke persoonlijkheid die zich bewust geworden is dat hij niet in de waarheid leeft en gebonden is. Daarom verlangt hij naar bevrijding en onthechting. Ashtavakra zegt tot hem, en ook tot ons:

Vriend, is jouw levensdoel bevrijding, mijd dan al wat de zinnen roert, en koester onbaatzuchtigheid, eenvoud, mededogen, gemoedsrust en oprechtheid. Jij bent niet aarde, niet water, lucht, vuur, of ether. Weet dat jij het Zelf bent, getuige van dit alles en in niets eraan verwant. Dat is de weg naar vrijheid. Vereenzelvig niets met vorm, en vestig jouw gewaarzijnsrust. Je zult je innerlijk verheugen, blijvend vredig, van waan bevrijd.

Hier spoort Ashtavakra Janaka aan om zijn fascinatie voor de zintuiglijk waarneembare wereld op te geven waardoor zielekwaliteiten als onbaatzuchtigheid, eenvoud, mededogen, gemoedsrust en oprechtheid zich kunnen manifesteren. Ook raadt hij Janaka aan om zich niet te vereenzelvigen met alle vormen die in zijn bewustzijn verschijnen, maar er getuige van te zijn, want als hij een neutrale getuige is, is hij van nature blij, harmonieus en vrij van begoocheling.

In feite adviseert Ashtavakra hier de mens om dat te beoefenen wat mindfulness wordt genoemd, iets wat in de laatste decennia een grote vlucht heeft genomen en door de esoterische leraar George Gurdieff zelfherinnering werd genoemd. Dit is één aspect van het achtvoudige pad dat geformuleerd is door Boeddha: juiste indachtigheid.

Iemand die mindful is, is aandachtig in het hier-en-nu aanwezig, is opmerkzaam zonder oordelen en accepteert dat wat er is. Doordat oordeel ontbreekt en de situatie helemaal wordt geaccepteerd zoals deze is, is er in zekere zin sprake van eenheid of non-dualiteit. Leven vanuit die eenheid van de ziel brengt grote voordelen met zich mee. Talrijke wetenschappelijke onderzoeken hebben de heilzame effecten van juist beoefende mindfulness aangetoond.

In de samenleving wordt mindfulness vooral ingezet als middel om stress te reduceren en lichamelijke en psychische klachten te bestrijden en te voorkomen, waardoor de persoonlijkheid beter kan functioneren. In spirituele tradities staat niet het lichaam of de persoonlijkheid centraal, maar de ziel. Binnen het boeddhisme wordt gesproken over liefdevolle vriendelijkheid, een zielekwaliteit die tegenwoordig ook wel wordt aangeduid met heartfulness of compassie. Bij werkelijke spiritualiteit gaat het om een nieuwe wording op basis van de ziel, die Ashtavakra ‘gewaarzijn’ noemt. Hij zegt:

Goed en kwaad, plezier en pijn: alles is werking van het denkvermogen, jouw Zelf hangt er niet mee samen. Dader noch slachtoffer, ben jij in oorsprong vrij. Aan alles geef jij zelf betekenis: daarin ligt jouw vrijheid. Plaats uiterlijkheden boven jezelf en je schept een gevangenis van begoocheling.

Volgens Asthtavakra brengt het denkvermogen dus onderscheidingen aan en geeft het betekenis aan gebeurtenissen. Dat wordt niet uitsluitend erkend binnen spirituele tradities, maar tot op zekere hoogte ook binnen de psychologie. Zo wordt aan mensen in een therapeutische setting wel geleerd dat zij zich ervan bewust moeten worden hoe de realiteit die zij ervaren wordt bepaald door hun denken omdat er sprake is van een bepaalde volgorde waarin iets tot uitdrukking komt.

Als je een bepaalde gebeurtenis ervaart, roept dat een bepaalde gedachte in je op. Die gedachte leidt vervolgens tot een bepaald gevoel, en dat gevoel resulteert in een bepaald gedrag. Tenslotte leidt het gedrag tot bepaalde gevolgen. Dus als je bepaalde gevolgen in je leven ervaart die je niet wilt, moet je volgens dit zogeheten g-denken dus beginnen met het veranderen van de gebeurtenissen. Dat kan natuurlijk niet altijd, want je kunt je leven niet helemaal naar je hand zetten. Wel kun je de gedachten over een gebeurtenis grotendeels zelf bepalen. Als je daarmee begint, heeft dat invloed op je gevoel, je gedrag en daarmee ook op het gevolg.

Op een spirituele weg komt de mens door innerlijke onthechting geleidelijk vrij uit de gevangenis van begoocheling, waardoor hij zich kan wijden aan zijn eigenlijke opdracht: onthullingen van de werkelijkheid betekenissen geven die in overeenstemming zijn met het domein van de ziel, met de ervaringswereld van de oertypen. Dat komt erop neer dat hij gaat denken, voelen en handelen vanuit de wereld van de ziel. Wanneer aardse vormen op deze wijze worden verbonden met hemelse structuren, komt werkelijke bevrijding in het verschiet, voor de betrokkene zelf en tegelijkertijd ook voor de gehele mensheid en andere levensgolven.

In de aardse dimensie ervaren we vooral veelvuldigheid, gebondenheid en angst. Als we toegang krijgen tot de dimensie van de ziel, is er de ervaring van eenheid, vrijheid en liefde. Dit houdt in dat we voor de mensheid veel meer kunnen betekenen wanneer we niet meer alleen leven vanuit onze op zelfbehoud gerichte persoonlijkheid, maar juist vanuit de ziel, want de ontwikkeling van de ziel komt ten goede aan alles en allen.

In Ashtavakra’s zang klinkt het:

Het universum is van jou doordrongen, zoals het tevens jou doordringt. Luister: van nature ben jij onvoorwaardelijk gewaar. Elk ander zicht benauwt je hart. Jij bent vrij van werking: ongemoeid en kalm, zonder vorm of afmeting, onverstoorbaar. Jouw aard is grenzeloos gewaarzijn: bewustzijnsstaat ben jij. Weet: al wat vorm heeft is onwerkelijk, het vormeloze is jouw ware Zelf. Uit dit weten ontspruit nieuwe wording.

22 gedachten over “beschouwing 1

  1. Jes Jespers

    Gewaardeerde André,

    Ouspensky, een leerling van Gurdieff, zet in zijn boek Op zoek naar het wonderbaarlijke uiteen dat ‘het denken’ vele malen trager werkt dan de emotionele of bewegingsfunctie. Eerst gedaan en dan gedacht….. zo zegt ook ons spreekwoord. De psyche werkt dus anders dan beschreven.

    Het denken is ook niet het geschikte instrument om wijzer over de ziel te worden, wel het juiste gereedschap daarvoor is de aandacht. Er valt een vergelijking met het fysieke licht te trekken. Licht is van zichzelf niet zichtbaar, het wordt pas zichtbaar in kleur als het ergens op valt.

    Aandacht is van zichZelf zuiver bewustzijn en als zodanig niet waarneembaar. Als ergens aandacht aan geschonken wordt werkt het als verlichting. De ziel is van zichZelf aandacht, bewust zijn. Onze persoonlijkheid is toegerust met een mentaal bewustzijn. Via aandachtige waarneming zal de persoonlijkheid ontmaskerd kunnen worden tot je een niemand bent. Wat realiseer je dan in dit ‘voorgeborgte’?

    Identiteit is realiteit en realiteit zegt alles over je identiteit. De waarnemer in je mag zijn aandacht (aandacht is hetzelfde als zijn) niet laten vangen door wat het subject, de persoonlijkheid, aan vergankelijkheid waarneemt , gebeurt dat wel dan is het subject meteen de identiteit met bijbehorende realiteit. Het vraagt veel oefening om arm van geest op zielsniveau te verblijven en niet telkens weer alle aandacht aan wat op mentaal bewustzijnsniveau plaatsvindt weg te schenken. Het leren beheersen van de aandacht waarmee wij onze realiteit scheppen is de kunst die we moeten leren beoefenen.

    Reageren
    1. André de Boer

      Waarde Jes,

      Hartelijk dank voor je reactie. Die vind ik heel waardevol omdat je niet zomaar aanneemt wat er staat. Vooral als het gaat om spiritualiteit is dat een juiste houding.

      Er zijn niet zoveel absolute waarheden. Veel uitspraken zijn alleen maar waar voor een specifieke context. Zodra de context verandert kloppen ze niet meer.

      Je hebt helemaal gelijk als je schrijft dat de emotionele of bewegingsfunctie veel sneller is dan de denkfunctie. Als mens nemen we vooral beslissingen op basis van onze instincten en emoties (en soms ook intuïties) en achteraf verzinnen we er een verhaal bij met argumenten die heel logisch klinken, maar gewoon bedacht zijn.

      Als het goed is spelen de spelers van een voetbalwedstrijd vooral vanuit hun bewegingsfunctie. Als ze eerst alles zouden beredeneren zijn ze te laat. Bij nabeschouwingen over mooie doelpunten wordt de speler die heeft gescoord wel eens gevraagd om commentaar terwijl de opname van het doelpunt vertraagd wordt weergegeven. Soms zeggen ze wat ze op een bepaald moment dachten. Meestal klopt dat niet omdat ze helemaal niet in hun denken zaten. De spelers waren aandachtig en deden gewoon wat ze moesten doen.

      Het beschreven model van het g-denken is tot stand gekomen binnen faalangstreductietrainingen en bewijst in die context goede diensten. Leerlingen en studenten die heel bang zijn voor toetsen, tentamens en examens blijken in de praktijk hun angst aanzienlijk te kunnen verminderen aan de hand van het g-denken. Dat g-denken kan geïllustreerd worden aan de hand van deelname aan het online-programma ‘Mysteriën van de ziel’. Bij een deelnemer kan bijvoorbeeld het volgende proces op gang komen.

      Gebeurtenis: ‘Ik heb de eerste spirituele tekst en de eerste beschouwing beluisterd. Ik begrijp er weinig van en het is niet in overeenstemming met zoals ik het geleerd heb en zoals ik het zie.
      Gedachte: ‘Dit online-programma is niets voor mij want er klopt niets van.’
      Gevoel: ‘Ik voel boosheid omdat er beweerd wordt dat ik in begoocheling leef en frustratie omdat ik er geen snars van snap.’
      Gedrag: ‘Ik schrijf me uit voor de gratis e-mails want met deze onzin wil ik niets te maken hebben.’
      Gevolg: ‘Ik blijf zoals ik ben’.

      Als de gedachte na de gebeurtenis anders is, kan het hele proces veranderen.

      Gebeurtenis: ‘Ik heb de eerste spirituele tekst en de eerste beschouwing beluisterd. Ik begrijp er weinig van en het is niet in overeenstemming met zoals ik het geleerd heb en zoals ik het zie.
      Gedachte: ‘Misschien is mijn visie beperkt en doe ik er goed aan om te proberen te begrijpen wat ze bedoelen en te onderzoeken of het klopt.’
      Gevoel: ‘Ik sta open voor het nieuwe en ben blij dat ik nu misschien iets gevonden heb dat werkelijk waardevol is.’
      Gedrag: ‘Ik ga de teksten nog een paar keer beluisteren en laat deze op me inwerken.
      Gevolg: ‘Ik merk dat ik op een andere manier in het leven kom te staan omdat ik iets begin te begrijpen van dat waar het in het leven echt om gaat.’

      Je schrijft dat het denken niet het geschikte instrument is om wijzer over de ziel te worden. Die opmerking is waar in een specifieke context. Met intellectuele modelletjes die door mensen bedacht zijn of die je zelf verzint kom je inderdaad niet veel verder. Het wordt anders wanneer je je met je gewone denken diepgaand bezint op onthullingen van de werkelijkheid die hun oorsprong vinden in het domein van de ziel. Dan biedt het verstandelijke denken mogelijkheden om onderscheidingsvermogen te ontwikkelen en de aandacht te concentreren waardoor er een bepaalde ontvankelijkheid ontstaat voor het ervaren van iets van het domein van de ziel. Het denken is dan een opstapje naar een hoger niveau of een hogere dimensie.

      De geconcentreerde aandacht die ik hierboven noemde, wordt ook wel convergente aandacht genoemd. Daarnaast is er ook zoiets als divergente aandacht, waarbij er sprake is van gewaarzijn zonder dat de aandacht zich op iets specifieks richt. Voor geestelijke bewustwording en vernieuwing zijn beide nodig.

      Ik vind het lastig om n.a.v. je reactie niet vooruit te lopen op de komende acht beschouwingen. Op dit moment volsta ik met de mededeling dat er sprake kan zijn van denken binnen drie dimensies van de mens: de persoonlijkheid, de ziel en de geestziel. Het centrum van de deze drie dimensie wordt gevormd door zelfbewustijn (ik), Zelfbewustzijn (niet-ik) en ZELFBEWUSTZIJN (IK BEN). In de derde spirituele tekst en beschouwing van dit online-programma gaan we daar dieper op in.

      Reageren
    1. André de Boer

      Graag gedaan Inge, het is een oeroud inzicht dat in vele heilige geschriften herkend kan worden, en voortdurend levend moet worden gehouden om vereenzelviging en de daarmee gepaard gaande gevolgen te voorkomen.

      Reageren
  2. Jes Jespers

    In de inleiding wordt gesteld dat het doel is om ‘een door de geest bezielde persoon te worden’. Naar mijn inzichten gaat het er juist om om ‘een door de ziel begeesterde persoon te worden’. De geest is het projectiescherm waarop de persoon de film van zijn subjectieve realiteit projecteert. De lichtbron van de ziel is de zuivere aandacht. Ashtavakra stelt terecht dat aandacht schenken aan al het vergankelijke (het beeld dat op het scherm geprojecteerd wordt) beter achterwege gelaten kan worden en dat je ermee identificeren helemaal uit den boze is. Wil je vrede bereiken dan zal je onnodig beelden vanuit het denken projecteren op het scherm van je geest moeten afleren. Je zal arm van geest moeten worden, om vanuit het stille onvergankelijke bewustzijn van de ziel mede getuige en waarnemer te mogen zijn.

    Reageren
    1. André de Boer

      Jes, ik ben weer blij met je opmerkingen, want daarmee maak je duidelijk dat het belangrijk is om eerst goed af te spreken wat er wordt verstaan onder ziel en onder geest. Veel sprekers en auteurs gebruiken die begrippen, maar in de samenleving bestaat er geen consensus over wat daarmee precies wordt bedoeld. Misschien komt dat nog eens, maar dat gaan jij en ik niet meer meemaken.

      Binnen bepaalde esoterische en spirituele tradities is het onderscheid tussen ziel en geest glashelder. Met de geest bedoelen we in dit programma niet het denken, hoewel denken er wel deel van uitmaakt.

      Een ondertitel die nauwkeuriger is zou kunnen luiden: ‘een door de geestziel bezielde persoonlijkheidsziel worden’, maar dat klinkt bij de meeste mensen heel vreemd in de oren.

      Een andere ondertitel, die ook nauwkeurig is, zou kunnen luiden ‘Een door de heilige geest bezielde mens worden’, maar dat schrikt mensen af die door persoonlijke negatieve ervaringen allergisch zijn geworden voor christelijke terminologie.

      Het onderscheid tussen persoonlijkheidsziel, ziel en geestziel wordt uitgelegd in de derde beschouwing. In hoofdstuk 16 van het boek (de ziel als zevenvoud) wordt het een en ander verder verfijnd via 28-voudig mensbeeld (het zevenvoudige lichaam en drie zevenkringen van de ziel) dat gebaseerd is op de kabbalah.

      Je schrijft dat het voor het bereiken van vrede noodzakelijk is af te leren om beelden vanuit het denken te projecteren. Naar mij idee is die uitspraak alleen van toepassing voor bepaalde beelden. Als mens kunnen we niet zonder beelden. In het dagelijkse leven niet en op een spirituele weg ook niet. Problemen ontstaan wanneer die beelden als dé waarheid worden beschouwd terwijl ze op zijn best afspiegelingen zijn. Als een mens beseft dat alle beelden beperkt zijn is hij minder vatbaar voor begoocheling. De mens dient het beeldende bewustzijn inderdaad te overstijgen, maar dat kan niet voordat er ruime ervaring is opgedaan met het beeldende bewustzijn.

      Als Jezus in zijn bergrede zegt ‘Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het koninkrijk van de hemelen’ bedoelt hij daar volgens de gnostieke traditie niet mee dat degenen die niet denken gelukzalig zijn. Een nauwkeuriger weergave zou kunnen zijn: ‘Zalig zijn zij die ervaren arm te zijn aan heilige geest, want daardoor zijn zij ontvankelijk voor de krachten uit het koninkrijk van de hemelen die hen herscheppen’.

      Reageren
  3. Jes Jespers

    Meister Eckhart schrijft in zijn ‘Boek der wijsheid’: een bewust mens is hij die in stilte verblijft. Bijna al ons denken is slechts dagdromerij, mechanisch ongecontroleerd denken. Zodra er sprake is van zelfherinnering om Gurdieff aan te halen, ben je je bewust van alle denken en voelen dat er in je mentale bewustzijn opkomt en zal je er voor kunnen kiezen geen aandacht aan de inhoud van het denken en voelen te schenken doch in de stilte te verblijven. Arm van geest zijn zogezegd.

    Reageren
  4. Gijs Bos

    Beste André,

    In je beschouwing lees ik dat het voor de spirituele ontwikkeling, waar de brontekst vanuit gaat, nodig is dat je de fascinatie voor de zintuigelijk waarneembare wereld opgeeft.
    Voor mij vormt de schoonheid van de mij omringende wereld, de bomen, het gras, het uitspansel, de regen, het geruis van de bladeren, de vrouwen, de kinderen, de mannen, het licht …….., de aanzet tot een vermoeden dat er zich een groot mysterie manifesteert. Voor mij is de schoonheid van de wereld waarin ik leef het begin van een spirituele weg. Het maakt dat ik me gelukkig voel dat ik leef. Het lijkt dat dit diametraal tegenover de esoterische visie staat die jij beschrijft.

    Reageren
    1. André de Boer

      Goed dat je dit naar voren brengt Gijs, want het lijkt misschien dat we hier met een tegenstelling te maken hebben, maar dat is niet zo. Met het opgeven van de fascinatie voor de zintuiglijke wereld wordt beslist niet bedoeld dat we de schoonheid van de natuur niet meer mogen ervaren, integendeel. Het getuigt juist van zielekwaliteit om grote bewondering te ervaren voor de natuur en het leven, en die ook ook lief te hebben. De stoffelijke werkelijkheid is een van de vele manifestaties van het goddelijke.

      Het ervaren van de schoonheid van de zintuiglijke wereld is inderdaad een goed vertrekpunt voor een spirituele weg. Dan gaat het om spiritualiteit die goed geaard is. Dat is belangrijk omdat de mens op de weg van geestelijke bewustwording en vernieuwing een brug wordt tussen aarde en hemel. We moeten dus aandacht schenken aan de zintuiglijk waarneembare aardse werkelijkheid. Het risico is dat al onze aandacht daarop gericht is en er geen ruimte overblijft voor innerlijke ontwikkeling.

      Met fascinatie voor de zintuiglijke wereld wordt dus bedoeld alle levensenergie richten op dat wat zich aandient via de zintuigen en daardoor een arm innerlijk leven hebben. In de volgende beschouwingen zal het een en ander waarschijnlijk duidelijker worden.

      Reageren
      1. Gijs Bos

        André, in je beschouwing stel je dat “…… esoterie en contemplatie over de levende ervaring van een realiteit gaan, die haaks staat op de zintuiglijk waarneembare wereld”. Dat gaat verder dan alleen een fascinatie voor de zintuiglijke wereld. Wanneer je nu erkent dat het ervaren van schoonheid in de zintuiglijk waarneembare wereld een goed vertrekpunt is voor een spirituele weg, dan vind ik dat verwarrend.

        Het je open stellen voor de schoonheid van de wereld waarin we leven kan liefde voor het leven met zich mee brengen. Er is dan geen tegenstelling tussen het zintuiglijk waarneembare en een innerlijke spirituele ontwikkeling. Het tegendeel is het geval. Het voedt elkaar.

        Mij spreekt een levenshouding aan waarin het gaat om de juiste maatvoering. Je uitsluitend identificeren met uiterlijke vormen -een verleiding die in onze huidige cultuur sterk aanwezig is – spreekt mij niet aan. Maar datzelfde geldt voor een weg van innerlijk contemplatie die kan leiden tot een wereldvreemde en zelfs egocentrische levenshouding.

        Is het pad van de Rozenkruiser – via teksten en gesprekken -vooral verbaal gericht?

        Reageren
        1. André de Boer

          Gijs, het gaat hier inderdaad om de juiste maatvoering. In dit verband wordt ook wel gesproken over het gaan van de weg van het midden, waarbij er zowel aandacht is voor de horizontale werkelijkheid (de zintuiglijke en psychische wereld) als de verticale werkelijkheid (de geestelijke wereld). De verticale werkelijkheid staat loodrecht op de horizontale realiteit. Daarom wordt in de beschouwing het begrip ‘haaks’ gebruikt, niet in de zin van tegengesteld, maar in de zin van transcendent, het aardse overstijgend. Dit is één van de vele duidingen van het kruissymbool. Voor een dieper begrip hiervan verwijs ik graag naar de paaslezing Het kruis van licht van Daniël van Egmond.

          Binnen de School van het rozenkruis spelen het geschreven en het gesproken woord inderdaad een belangrijke rol. Maar teksten en gesprekken zijn alleen maar een hulpmiddelen, geen doel op zich. Het doel is innerlijke vernieuwing, een door de geest bezielde mens worden. Kennis is belangrijk, maar niet voldoende. Liefde en daad zijn ook essentieel. Dat komt tot uitdrukking is de volgende zin uit de tweede beschouwing:

          De mens kan wonen in ‘de wereld boven’ en tegelijkertijd vol kennis, liefde en daadkracht werken in ‘de wereld beneden’. Die mens is dan een levende verbinding. Die mens is als een boom die stevig geworteld is in de aarde en tegelijkertijd zijn kroon uitstrekt tot in de hemel.

          Reageren
  5. Jes Jespers

    Voor mij is’ arm van geest zijn’ de geestelijke staat van beheerste aandacht. Het woord aandacht in zijn letterlijke betekenis, dus ‘voorbij het denken’ zijn zoals Tolle dat in De kracht van het Nu noemt. Je aandacht door waakzaam te zijn niet laten vangen door wat er om je aandacht vraagt, je lijf, je denken, alle illusies die op je afkomen.

    Je aandacht is de manifestatie van de ziel in je subjectieve wereld en waar je je aandacht aan schenkt maakt wat jouw realiteit zal zijn. Slechts door je aandacht te beheersen blijf je in verbinding met je ziel, doe je dat niet dan wordt je geboeid door het object van waarneming. In beheerste aandacht blijf je waarnemend getuige en blijf je de beschikking over de keuze waar je je aandacht aan wil schenken behouden. Je blijft ‘horende horen en ziende zien’, ‘je bent niet van de wereld maar in de wereld’

    Reageren
    1. Karel

      Beste,
      In de staat van divergente aandacht is dit niet zo. Dat verschil is, in mijn beleving, wezenlijk. Als gehechtheid overstegen is dan is gerichte aandacht overbodig, tenzij je “iets wilt doen”.
      Karel.

      Reageren
  6. Jose

    Beste André,

    Als we de begrippen bewustzijn en ziel aan elkaar verbinden, bedoelen we in feite jezelf bewust zijn van je bewustzijn, iets dat kenmerkend is voor de mens.

    Als ik bovenstaande lees is er volgens mij nog sprake van dualiteit. Wellicht klinkt het duidelijker als …. Het bewustzijn dat je bent , bewust wordt van zichzelf?

    Reageren
    1. André de Boer

      Ja, dat klopt Jose! Als het gaat om het bewustzijn van de ziel is er geen tegenstelling, maar ook geen volledige eenheid. Dat is de paradox, een schijnbare tegenstrijdigheid. Daarom wordt er in dit verband veel gesproken over non-dualiteit.

      Reageren
  7. Jes Jespers

    Waarde André, ik wil nog even terugkomen op wat je zegt over de onduidelijkheid t.a.v . ziel en geest. De insteek van deze beschouwing is de benadering vanuit de Advaita Vedanta. In de Advaita is volgens mij de ziel het goddelijke bewustzijnsbeginsel waarin het goddelijke zich in de schepping uitdrukt. In een mens is dit beginsel zijn ziel, in Rozenkruisterminologie zou je kunnen zeggen dat dit het christusbewustzijn in de mens is.

    Dit is het subtielste niveau, iets grover komt dan de natuur van de mens met zijn kosmische blauwddruk nog wat grover volgt dan de geest met zijn denken en voelen en zijn mentale bewustzijn. En de grofste en buitenste schil is dan het fysieke lichaam van de mens. Het fijnere kan wel doordringen in het grovere doch het grovere niet in het fijnere. Zo kan de natuur wel in de geest en het lichaam doordringen doch de geest niet in de natuur of het godsbeginsel.

    Om gnosis in de geest te kunnen ontvangen zal de geest ontvankelijk gemaakt moeten worden zoals door jou ook betoogd, en in mijn terminologie doe je dat door bewust en arm van geest te zijn. In de hele schepping is dit de ordening en via onze oorsprong zijn we in eenheid non duaal verbonden met de gehele schepping. IK BEN is de schepping en aan ons te leren zeggen ‘niet mijn wil doch Uw wil geschiede!’

    Reageren
    1. André de Boer

      Dat vind ik een mooie en heldere invulling van het begrip non-duaal, Jes. Dank je wel! Interessant om vast te stellen dat twee verschillende tradities (hier de advaita vedanta die ontstaan is en een hindoe-cultuur en het rozenkruis dat nadrukkelijk christocentrisch is) dezelfde woorden gebruiken, maar daar iets anders onder verstaan, terwijl na een tamelijk intensieve uitwisseling (in andere online-programma’s zijn we daarover ook in gesprek geweest), blijkt dat zij uitgaan van het hetzelfde innerlijke begrip.

      Reageren
  8. Geronimo

    Namaste, mijn Ziel groet uw Ziel,

    De kernboodschap van Asthtavakra zit in zijn eigen naam besloten, wat acht deformiteiten betekent, namelijk 2 voeten, 2 knieën, 2 handen, een borst en een hoofd. Hiermee wil de wijze Asthtavakra zeggen dat de mens noch de dader (doener), noch het voelen en noch het denken is. Deze functies zijn louter inerte stoffelijke omhulsels, die pas tot leven komen met de inspiratie van de Ene Ziel, het Zelf. Zo wordt in China gezegd: Een pond veren vliegt niet als er geen vogel in zit!

    De Vedanta filosofie is gebaseerd op de vier grote declaraties (Mahavakyas), namelijk ‘Bewustzijn is Brahma, Dat zijt gij, Het Zelf is Brahma en ik ben Brahma’. Alles is doordrongen van het eeuwige Ene; er is niets anders buiten het Ene, wat zuiver Bewustzijn is. Alles is bezield en alles is Bewustzijn. Al het andere is geconditioneerd bewustzijn, tijdelijk, een illusie. Zoals een spin zijn web voor zich uit projecteert en het vervolgens weer intrekt, zo projecteert Brahman de wereld en neemt het vervolgens weer in zich op. Of zoals de oceaan van het bewustzijn golven produceert, die zich later weer met de oceaan verenigen.

    Analoog hieraan projecteert het immanente Zelf zijn licht op de prisma van het intellect, de mind (denken en voelen) en het lichaam, waar het in de kleuren van de regenboog naar buiten treedt als de fenomenale wereld. Het Zelf wordt vaak vergeleken met de zon, zuiver bewustzijn, en de prisma, het geconditioneerde bewustzijn, gepaard met de identificatie van het ‘ik’ met de fenomenale wereld der objecten. In de kabbala is Tifferet de zon en Yesod, de maan respectievelijk het ‘ik’. Maar de maan, die het licht van de zon ontleent, is de zon niet; evenmin de waterdruppel die het zonlicht weerkaatst. Het ‘ik’ is louter een gedachte, waaruit alle andere gedachten ontspringen; tezamen vormen zij de mind. Arm van geest zijn, wil dus zeggen een geest zonder ik-gedachte zijn. Immers, een mens minus ik-gedachte is God. Zijn ware natuur ondervindt hij daarom in de diepe droomloze slaap: zonder conditionering, louter blanco bewustzijn, als Asthtavakra.

    Reageren
    1. André de Boer

      Hartelijk dank voor deze prachtige toelichting Geronimo. We hebben ervoor gekozen om in de beschouwingen niet in te gaan op de auteurs en de historische achtergronden van de geselecteerde spirituele teksten. De beschouwingen zouden anders naar ons idee te lang worden en zouden de aandacht kunnen afleiden van waar het in de teksten om gaat. Mooi dat er via jouw reactie in toch iets van de spirituele en culturele context in dit online-programma aan de orde komt!

      Het onderscheid tussen noumenaal (behorend tot de ideeënwereld) en fenomenaal (behorend tot de wereld van de verschijnselen) is essentieel. In dit online-programma gebruiken we daarvoor andere termen. Ook de levensboom van de kabbalah wordt als zodanig niet genoemd, maar de beschouwingen zijn wel voor een belangrijk deel geschreven vanuit kennis over dit samengestelde abstracte symbool. De boom des levens komt wel aan bod in met name twee essays in het boek ‘Mysteriën en symbolen van de ziel: ‘de ziel als boom’ (hoofdstuk 11) en ‘de ziel als zevenvoud’ (hoofdstuk 16).

      Je opmerking ‘de mens minus ik-gedachte is God’ is naar mijn idee niet helemaal in overeenstemming met dat wat authentieke spirituele tradities leren. Het is de opdracht van de mens om een verbinding te worden tussen het noumenale en het fenomenale. Het opheffen van identificaties met de vele ‘ikken’ is daarvoor noodzakelijk, maar niet voldoende. Er dient eerst nog een innerlijke transformatie plaats te vinden, een transfiguratie op basis van een ontvankelijkheid voor de geest, voor hogere energieën die reinigen en vernieuwen. Dat komt erop neer dat de mens wordt herschapen naar het beeld en gelijkenis van God, of de Elohim, zoals in Genesis 1 wordt beschreven. In de zesde beschouwing ‘Vernieuwen door de zes emanaties’ gaan we daar dieper op in.

      Reageren
  9. Chris van Hoorn

    Beste André,
    Mindfulness vind ik prima maar tesamen met heartfulness. Het nadeel van enkel mindfulness is dat mensen plotseling uit hun rol kunnen vallen wat een werking is van het ongereinigde onderbewustzijn. Tempeldiensten en conferenties bezoeken en dan wie je tegenspreekt uiutkafferen, bedreigen en beledigen is niet het Pad. Mindfulness+heartfulnesss vond ik in Scientology en Dianetics, de Dianetica, waarbij je geen stap overslaat en waar dan de handen het werk uitvoeren zoals hier op het toetsenbord. Jaren heb ik in het Rozenkruis het gehoorde niet uitgevoerd in de praktijk; met Dianetische kennis, die dus hart en hoofd betreft, en die begint met elk woord te leren begrijpen, zijn Rozenkruisteksten, en zeker dezen, een openbaring en nu wel toepasbaar. Graag vraag ik je ter woordbegrip het volgende te lezen en te kijken: http://www.scientology.nl/courses/study/overview.html
    Voorts deed ik onderzoek naar de zuiverheid der bronnen dezes; die zijn gnostiek.

    Schrijven betekent een mate van zwijgen, zoals Ghandi dat ook deed door te antwoorden met briefjes in vergaderingen; opmerkelijk maar toepasselijk waar !

    Jouw antwoorden liggen zo dicht bij die van Ghandi en o.a. Ron Hubbard, Krishnamurti en Inayat Khan, wat enkel kan van Binnenuit, en wat elkaar herkent.

    Het Kruis, met in haar hart de Roos die andere vorm kent: Die met de Windroos, waarvan Aeolus, de God der wind, gekend is.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *