De herkomst van het sinterklaasfeest – het mysterie van Sinterklaas

In sprookjes en legenden komen we veel symboliek , oeroude beelden en archetypen tegen.
Het zijn symbolen die in vroegere tijden werden gebruikt om de mens bewust te maken van de zin van zijn bestaan en van zijn goddelijke oorsprong. In het Sinterklaasverhaal zijn veel van deze oude beelden bij elkaar gekomen.

Sint Nicolaas was weliswaar een bisschop, maar dat betekent niet dat het sinterklaasfeest stamt uit een katholieke traditie. De figuur van Sinterklaas ontleend aan de Germaanse oppergod Wodan of Odin. Hij werd meestal afgebeeld als een forse man met een lange baard, een lange mantel en een breedgerande hoed. Volgens de overleveringen vloog hij op zijn paard Sleipnir en met zijn knechten Eckhard en Oel door het luchtruim. Wodan had altijd een speer bij zich waarbij op de top een slang was afgebeeld. De twee zwarte raven Hugin (de gedachte) en Munin (het geheugen) vlogen met hem mee en informeerden de Oppergod over de mensen op aarde. 

Soms daalde Wodan af door de schoorstenen van de huizen en strooide zaden om vruchtbaarheid te bevorderen. De overeenkomsten met het sinterklaasfeest zijn duidelijk. De oude Sint Nicolaas met zijn lange baard, lange mantel en mijter rijdt met zijn paard over de daken en gooit pepernoten en cadeautjes door de schoorsteen. Zijn donkere knechten (pieten) houden Sinterklaas op de hoogte over stoute en goede kinderen. 

De staf en de roe staan voor respectievelijk waardigheid en vruchtbaarheid. De bisschoppelijke kleding die Sinterklaas draagt (waarvan de tabberd, mantel en mijter het meest in het oog springen) heeft ook diepe symbolische betekenissen. 

Wodan is alwetend en Sinterklaas heeft zijn boek waar alles in staat. Hierin kunnen we een verwijzing zien naar de wet van karma, de wet van oorzaak en gevolg die zegt dat we zullen maaien wat we zaaien. Ook de zak wordt in verband gebracht met karma: als mens worden we niet geboren als een onbeschreven blad, maar hebben een bagage bij ons die voorkomt uit vorige bestaans-toestanden. Op de tekening van de tarotkaart van de dwaas wordt dat uitgedrukt door de knapzak die de jongeman bij zich draagt. 

Er zijn meer parallellen tussen de verering van Wodan en het sinterklaasverhaal. In vele spirituele tradities wordt gesteld dat de letters en de taal geschenken zijn van God of de goden. Wodan schonk de mensheid de runen. Sinterklaas geeft chocoladeletters. Bij de Germanen was de dichtkunst gewijd aan Wodan. Bij het sinterklaasfeest schrijven de mensen gedichten voor elkaar. Wodan was de beschermheer van de schoenmakers. Voor Sinterklaas wordt de schoen gezet. De Germanen offerden gevlochten broden en broodkransen aan de goden. Dit doet denken aan de speculaaspoppen en taai taai bij het sinterklaasfeest. 

In West Europa werden er in de Middeleeuwen vele vruchtbaarheidsriten gehouden. De Griekse god Pan of zijn Romeinse variant Faunus, werd gezien als een personificatie van de natuur, en werd vooral vereerd op 5 december. Vertegenwoordigers van de Rooms Katholieke kerk hebben er van alles aan gedaan om heidense feesten en rituelen een halt toe te roepen. Toen ze daar niet in slaagden, heeft de toenmalige kerk heidense feesten gekerstend. Dat geldt voor bijvoorbeeld Kerst, Valentijnsdag, Pasen en allerzielen. De christenen mochten voortaan niet meer Wodan en Pan vereren, maar Sint Nicolaas, de vrijgevige bisschop uit Myra die stierf op 6 december 342. 

Symboliek van mijter en kleding van Sint Nicolaas

Bijna iedereen in Nederland en België weet dat Sinterklaas tijdens openbare optredens altijd een mijter draagt. De mijter is hét symbool voor Sinterklaas geworden. Bijna niemand weet dat de echte Sint Nicolaas nooit een mijter heeft gedragen. Er zijn weliswaar veel schilderijen en beelden van Sint Nicolaas met een mijter, maar die zijn allemaal gemaakt na het jaar 1000. Pas vanaf de elfde eeuw gingen bisschoppen geleidelijk mijters dragen. De heilige Nicolaas van Myra leefde in de derde en vierde eeuw. 

De mijter als hoofddeksel is afkomstig uit de voor-christelijke Mithras-cultus in het Romeinse rijk. In die cultus was de keizer de hoogste priester die de eretitel ‘Pontifex Maximus’ groeg. Eén van de eretekenen van dat hoge ambt was de zogeheten Mitra, de phrygische muts van de god Mithras, die tot in onze tijd doorleeft als de ‘mijter’. De moderne vorm bestaat uit twee stijve, gelijke delen met een (afgeronde) vijfhoekige vorm, uitlopend in een punt, samengenaaid aan de zijden en met twee flappen textiel aan weerszijden. 

Een mijter lijkt op een vissenbek. Daarom zien sommigen een verband tussen mijters en de hoofddeksels van de priesters van Dagan of Dogon die de vorm van een vissenbek hadden. Mogelijk verwijst dat naar het vissen tijdperk van de afgelopen tweeduizend jaar (momenteel staan we aan het begin van het waterman tijdperk). De klassieke liturgische kleding van bisschoppen in het algemeen, en Sinterklaas in het bijzonder, wordt daarom ook wel gezien als een symbool voor de ingewijden van het vissen tijdperk. Het is echter de vraag of de dragers van de die liturgische kleding werkelijk ingewijden waren. 

De kleuren wit, rood en goud, die kenmerkend zijn voor de kleding van Sint Nicolaas, kunnen worden gezien als symbool voor de stadia in een geestelijke weg die de mens kan gaan. Wit staat voor het ontwaken van het geestelijke beginsel nabij het hart van de mens. 

Van dit beginsel, dat ook wel wordt aangeduid als goddelijke vonk, geestvonk, oeratoom, roos of lotus, gaan impulsen uit die de mens oproepen te streven naar geestelijke heelwording en Zelfrealisatie (met een hoofletter). De kleur rood duidt erop dat de mens daar in zijn leven werkelijk rekening mee houdt, dat het idee van vernieuwing door geestelijke krachten bezield is en verankerd is in het bloed. De kleur goud verwijst naar de verwerkelijking. 

De witte onderjurk van Sinterklaas wordt naast tabberd ook albe genoemd.  Het symboliseert reinheid en zuiverheid. In de oude kerk droegen mensen die net gedoopt waren dit kledingstuk om hun  nieuw verworven zuiverheid te benadrukken en te versterken. In de zesde eeuw is de albe in gebruik genomen als een liturgisch kledingstuk. Daarvoor werd het uitsluitend gedragen door rijke burgers. Het koord waarmee de albe om het middel wordt vastgebonden, de klingel, en wijst de drager op zelfbeheersing en kuisheid. 

Het bisschopskruis op de borst van de goedheiligman benadrukt het grote belang van de werkzaamheid van de geestvonk nabij het hart. Het symbool van het kruis in de kleding van Sint Nicolaas komt ook terug op de mijter. Het latijnse kruis, dat de verhoudingen heeft van een opengevouwen kubus, is veel meer dan alleen een verwijzing naar het lijden van Jezus. Het wijst erop dat er in de mens een voordurend intensief contact kan zijn tussen de wereld van tijd en ruimte, de horizontale balk, en een volkomen andere dimensie buiten ruimte en tijd die wel wordt aangeduid als de eeuwigheid.

Symboliek van staf en roe

“Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe!” Deze regel uit het bekende sinterklaasliedje “Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan” van de Amsterdamse onderwijzer, dichter en auteur Jan Schenkman wordt als moraliserend gezien. Dat was waarschijnlijk ook de bedoeling: kinderen besef bijbrengen van goed en kwaad, en hen te bewegen gehoorzaam en lief te zijn. 

De kromstaf en de gesel werden al in aangetroffen in het oude Egypte. Daar had met de gesel een wat andere betekenis dan de roe in het klassieke sinterklaasverhaal. Op de foto staat een bronzen beeld van de Egyptische god Osiris. Hij is hier afgebeeld als koning van het hiernamaals en hij heeft een kromstaf en een gesel in zijn handen, attributen die blijkbaar horen bij zijn waardigheid. Het beeld is afkomstig uit het oude Thebe in Egypte en stamt uit de 6e of 7e eeuw voor Christus. Dit beeld staat in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden 

De roede of (tover)staf niet alleen een symbool van bovennatuurlijke kracht, maar ook een symbool voor een spirituele traditie waar ook heilige geschriften deel van uitmaken. De kromstaf werd in het oude Egypte gebruikt door nomadische herders en als attribuut bij Farao’s. De kromstaf is een herdersstaf waarmee je afgedwaalde dieren kunt vangen. Ingewijden kunnen dankzij hun uitstraling, zoals weergegeven in de gelijkenis van het verloren schaap, afgedwaalde dieren vangen en, als de dieren daaraan meewerken, weer terugbrengen naar de schuur. 

Hoe zit dat nu met de roe van Zwarte Piet? Die is te vergelijken met de gesel van de farao’s en de bezem van heksen. Zowel de gesel als de heksenbezem zijn symbolen voor vruchtbaarheid. Daarbij gaat het niet alleen om natuurlijke vruchtbaarheid die tot uitdrukking komt in akkerbouw, veeteelt en voortplanting van de menselijke soort, maar ook om vruchtbaarheid op geestelijk niveau: het huwelijk tussen de ziel en de geest. De gesel kan worden gezien als een werktuig om mensen mee te straffen, maar ook als een dorsvlegel. Bezems zijn bedoeld om te reinigen. 

Al met al kunnen we stellen dat het sinterklaasfeest zoals we dat nu kennen elementen bevat van vele culturen.

 

 

 

Een gedachte over “De herkomst van het sinterklaasfeest – het mysterie van Sinterklaas

  1. K. Wezepoel

    Wat een mooie uitleg van de symbolische betekenis van Sint Nicolaas. Als de Nederlandse bevolking deze teksten eens las dan zou de rust rondom Sinterklaas weer kunnen terug keren.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *