Zeven fragmenten uit ‘De meester spreekt, woorden van Peter Deunov’

BESTEL DE MEESTER SPREEKT – WOORDEN VAN PETER DEUNOV

Hieronder volgen zeven gedeelten uit het boek De meester spreekt, woorden van Peter Deunov , uitgegeven door Rozenkruis pers. De volgorde waarin deze worden gepresenteerd is gebaseerd op zeven trefwoorden waarmee de wijsbegeerte van de rozenkruisers kan worden gekarakteriseerd: roos, connectie, regeneratie, universeel, christocentrisch, innerlijk weten en scholing. De wijsheid die Peter Deunov in zijn leven heeft uitgedragen is nauw verwant aan de wijsheid van de rozenkruisers.

1 Roos

Tot nu toe heeft de menselijke ziel zich ontwikkeld tot een knop. In ons tijdperk begint deze knop zich te openen. Dit opengaan van de ziel in de knop is een van de belangrijkste gebeurtenissen in de kosmos. Het wordt het ‘bloeien van de menselijke ziel’ genoemd.

Alle hogere wezens van de goddelijke wereld wachten vol verwachting op de bloei van de menselijke ziel. Zij weten dat alle manifestaties van God daarin opgetekend staan, dat daarin opgetekend staat alles wat vóór hen was, alles wat nu is en alles wat in de toekomst zal zijn. Zij weten dat de menselijke ziel een heilig boek is waarin God op een speciale, voor hen nog onbekende manier, de ontplooiing van de hele schepping heeft geschreven. Daarom zien zij de bloei van de menselijke ziel vol goddelijke verwachting tegemoet. De bloemknop van de ziel zal zich openen tot een bloem, die in al zijn schoonheid zal stralen en door God vervuld zal worden met zijn licht en zijn liefde.

De schoonheid van de menselijke ziel wordt door geen enkel ander levend wezen geëvenaard. Zij is van een onvergelijkbare schoonheid. Zelfs God verheugt zich wanneer hij kijkt naar de vorm van de menselijke ziel. Alle engelen, alle dienaren van God zullen komen wanneer de men­se­lijke ziel tot bloei is gekomen. Sinds mensenheugenis hebben zij gewacht op deze bloei om de nectar ervan te proeven. En wanneer zij komen, zullen zij de nieuwe cultuur brengen die ik de ‘cultuur van de liefde’ noem.

Uit: De meester spreekt, woorden van Peter Deunov
Hoofdstuk 2: De ziel

2 Connectie

Om te begrijpen wat de geest is, moet de ziel van de mens ontwaken. Alleen de ziel heeft een directe verbinding met de geest. Zonder de ziel kunnen we geen begrip hebben van de geest. Het kan gezegd worden dat de relatie van de menselijke ziel tot de goddelijke geest is als de relatie van het zaad tot de zon. De menselijke ziel ervaart een heilig ontzag in de aanwezigheid van de goddelijke geest, omdat haar groei en leven van hem afhankelijk is.

De ziel heeft haar ontwikkeling nog niet voltooid. Zij zal door miljoenen vormen heengaan. Wanneer zij haar ontwik­keling voltooit, zal zij zich verenigen met de geest en dan zullen de ziel en de geest niet langer gescheiden bestaan. Dan zal het eeuwige leven gemanifesteerd worden.

Uit: De meester spreekt, woorden van Peter Deunov
Hoofdstuk 9: De geest

3 Regeneratie

In oorsprong waren alle schepsels vrij geschapen. En als de vrijheid van de wereld is verdwenen, is het aan de mens zelf te wijten. Hij heeft zelf zijn oorspronkelijke verbinding met de oorspronkelijke bron afgesneden. En hij heeft vele andere banden gevormd die hem beperkt en misleid hebben. De goddelijke bron bevrijdt hem voortdurend van de beperkingen van de oude manier van leven, maar na een korte tijd begeeft de mens zich weer op de oude weg. Als de mens vrij wil zijn, kan hij slechts één verbinding hebben, met God; met alle andere wezens moet hij slechts een relatie hebben. Het enige wezen dat vrij is, is God. En het enige wezen dat een mens volledig vrij kan maken, is God.

God wil dat alle wezens vrij zijn, zoals hij vrij is. Ze moeten vrij zijn omdat ze deel zijn van het goddelijke organisme. Alleen wanneer de levende God van de waarheid in de mens begint te leven, alleen wanneer de goddelijke geest en kracht in hem beginnen te werken, zal de mens waarlijk vrij zijn; slechts dan zal de mens God leren kennen en door hem gekend worden. Alleen dan zal hij God vrij in geest en waarheid dienen.

Vrijheid vereist dat de mens op elk moment klaar is om te doen wat God van hem vraagt. En het is slechts de vrije mens die dit kan doen, omdat geen enkele andere band hem beperkt. Juist daarin ligt zijn vrijheid.

Tegenwoordig discussiëren de mensen erover of de mens een vrije wil heeft of niet. Alleen de mens die in die werkelijke, onveranderlijke wereld leeft waarin God leeft, alleen de mens die zijn wetten begrijpt en hem in geest en waarheid dient, alleen die mens is vrij en alleen hij heeft een vrije wil. Vrijheid ligt inderdaad in de wil van de mens. En vrijheid betekent altijd de intelligente wil, niet de eigen wil. Alleen de intelligent denkende mens kan vrij zijn. De levende natuur geeft vrijheid alleen aan de intelligente denkenden.

Uit: De meester spreekt, woorden van Peter Deunov
Hoofdstuk 11: Vrijheid

4 Universeel

Alle grote onsterfelijke zielen die uit God voortkomen, dragen het heilige vuur in zich. Waar ze ook naartoe gaan in het grenzeloze universum, zij functioneren met de hulp van dit vuur. En al deze zielen hebben er hetzelfde idee over: het heilige vuur is het vuur van de liefde. De liefde bevat het heilige vuur waarin het leven is verborgen. Waar het heilige vuur brandt, daar verschijnen de liefde en het onsterfelijke leven, en groeien de vruchten van de geest en worden rijp.

Dit vuur vervult de hele ruimte, omdat het datgene is wat de basis van het leven vormt. Het brandt ook in de mens. En zolang het in de mens brandt, is hij gezond en opgewekt. Alles in hem is in harmonie – de stofwisseling, de bloedsomloop en de ademhaling. Het gevoel is goed, het denken is goed en de daden zijn goed. Het heilige vuur schept een aangename warmte in de mens. Wanneer dat vuur brandt, heeft de mens een gevoel van welzijn; er heersen harmonie en vrede in hem. Als deze vrede uit de ziel van de mens verdwijnt, geeft dit aan dat hij het heilige vuur verloren heeft en dat hij het gewone vuur is binnengegaan. En het gewone vuur brandt en verschroeit; het vormt rook, roet en as.

Er is totaal geen rook in het heilige vuur. Het heilige vuur schept een aangename warmte, waaruit het leven stroomt. Wanneer daarom het heilige vuur in de mens brandt, verdwijnen ontevredenheid, twijfel en onderdrukking uit hem. Als de geringste ontevredenheid en onrust in de mens verschijnen, is dat een teken dat hij buiten het heilige vuur is. In het heilige vuur zijn werkelijk alle gedachten, alle gevoelens en verlangens in harmonie. Dan voelt de mens de zogenoemde hemelse gelukzaligheid.

En de mens kan inderdaad geen vrede in zichzelf ervaren zonder het heilige vuur. Zonder dat is het ondenkbaar voor de mens om in redelijkheid te leven. Zonder het heilige vuur zijn liefde, geloof, hoop, barmhartigheid en nederigheid ondenkbaar. Kortom, de manifestatie van welke deugd dan ook is onmogelijk zonder het heilige vuur. Alle deugden groeien en ontwikkelen zich binnen het heilige vuur. Niets kan groeien zonder dat vuur.

Uit: de meester spreekt, woorden van Peter Deunov
Hoofdstuk19: Het heilige vuur

5 Christocentrisch

Tegenwoordig verdelen de mensen Christus in aspecten als ‘historisch’, ‘kosmisch’, ‘mystiek’, enzovoort. Maar Christus is in zijn essentie één en ondeelbaar. Er is slechts één Christus – de levende Christus die de manifestatie is van God, de manifestatie van de liefde. Christus is God die zich aan de wereld openbaart.

Als een manifestatie van God kan Christus niet van hem gescheiden worden en hij kan niet als los van hem beschouwd worden. En wanneer ik over Christus spreek, bedoel ik niet een abstract principe, maar meer een feitelijke incarnatie van de liefde. De liefde is de grootste realiteit en niet een abstractie. Zij heeft vorm, inhoud en betekenis. Christus – welk idee de mensen ook over hem hebben als historisch, als kosmisch, als mystiek – gaf aan de aarde de meest volledige expressie van de liefde. Dit is zo omdat, als een historische persoonlijkheid, als een kosmische essentie en als een mystieke ervaring, Christus de meest volmaakte uitdrukking is en blijft van de liefde.

Werkelijk, geen enkel mens op aarde voor Christus bezat een grotere liefde dan hij. Er is noch in de kosmos buiten, noch in de mystieke diepten van de ziel in ons, een volledigere expressie van de liefde dan dat wat we in Christus verpersoonlijkt zien. Hoe moeten we daarom de woorden ‘historisch’,‘kosmisch’ en ‘mystiek’, begrijpen? Christus heeft zich op een bepaald historisch moment op aarde gemanifesteerd als ‘de ideale mens’, als een voorbeeld van de ware mens, en daarom is Christus ‘historisch’. En de tijden waarin hij leefde, vermelden hem en getuigen van hem: ‘Ziedaar de mens! Ziedaar de ware mens in wie de liefde, de wijsheid en de waarheid leven en die ze verwerkelijkt.’

Wanneer Christus ervaren wordt in de innerlijke diepten, is hij ‘mystiek’ en wanneer hij begrepen en gekend wordt als God, die zich in de wereld manifesteert, is hij ‘kosmisch’. De fysieke kant van Christus is de hele mensheid, verenigd in één lichaam. Alle menselijke zielen waarin Christus leeft, verenigd in één – dat is het fysieke aspect van Christus.

Alle engelen, verzameld in het hart van Christus, vertegenwoordigen zijn spirituele kant. En alle goddelijke wezens, verenigd in de geest van Christus, zijn zijn goddelijke kant. Dit is de kosmische Christus, God die zich in de wereld manifesteert. Daarom ziet de mysticus Christus overal – als de grote broeder van de mensheid, het archetype van de mens, de eerstgeborene in de wereld, het begin van het menselijke ras, het begin van de menselijke evolutie. De eerstgeborene die alle goddelijke deugden ontwikkelde en manifesteerde, die alle goddelijke wette toepaste.

Uit: de meester spreekt, woorden van Peter Deunov
Hoofdstuk 21: Christus

6 Innerlijk weten

De wijsheid is de wereld van eeuwige goddelijke vormen, die geweven zijn uit de liefde. De liefde is het wezen ervan en de wijsheid vertegenwoordigt de harmonieuze vormen die tot uitdrukking komen in muziek en poëzie. De wijsheid is de wereld waarin, vanaf het begin van de tijd, alle dingen verborgen zijn die God geschapen heeft, alle dingen die de hogere wezens geschapen hebben en alle dingen die de mensen op aarde geschapen hebben. Daarom staat de wereld van wijsheid ook voor ons open. Ware, wezenlijke kennis komt voort uit deze wereld.

En wanneer die kennis door de drie werelden stroomt – de goddelijke, de spirituele en de fysieke – en daarin vruchten voortbrengt, dan wordt die kennis voor ons werkelijkheid. Wanneer de wijsheid gloort in de menselijke ziel, valt alles in de menselijke geest op zijn plaats. Alle ideeën worden helder, duidelijk en harmonieus geordend. Dan opent de geest van de mens zich en hij ziet dat deze grote goddelijke wereld mooi is, dat daar harmonie en orde heersen, en dat wanneer wijsheid de overhand heeft, harmonie geen geweld wordt aangedaan. Hij ziet dat een enorm werkgebied aan zijn geest wordt geopenbaard. Dan begint hij te bouwen.

Uit: de meester spreekt, woorden van Peter Deunov
Hoofdstuk 5: Wijsheid

7 Scholing

Wanneer de mens eenmaal het pad van de leerling betreedt, neemt hij een nieuwe levensopvatting aan die totaal verschilt van de ideeën van de oudtestamentische en de nieuwtestamentische mensen en ook van de rechtvaardigen. Al deze mensen van deze drie categorieën leven alleen nog maar in de sfeer van het persoonlijke leven, zij leven nog niet voor het GEHEEL.

De oudtestamentische mensen zoeken rijkdom en bezit. Zij worden verbitterd door de moeilijkheden van het leven. De nieuwtestamentische mensen zoeken sympathie en tederheid. De moeilijkheden en het lijden van het leven maken hen onzeker, ontmoedigen hen en brengen hen in verzoeking. De rechtvaardigen zoeken eer en achting. Tegenspraak kwetst en krenkt hen. Zij zijn naar de hoogste toppen van het persoonlijke leven geklommen en daarom zijn zij zo gevoelig wat hun persoonlijke waardig­heid betreft. Zij zoeken in alles wat ze doen bevestiging en eer.

Alleen de leerling zoekt noch uiterlijke rijkdom, noch sympathie en steun, noch eer en achting. Alleen de leerling wordt niet verbitterd, gekrenkt of verleid. Hij accepteert blijmoedig de tegenstrijdigheden die hij in het leven ontmoet, omdat hij weet dat zij het onvermijdelijke gevolg zijn van de vier groepen van levensstromingen. Hij accepteert elke tegenstrijdigheid als een belangrijk probleem dat hij moet oplossen. Hij denkt en handelt op deze manier omdat hij door zelfverloochening is heengegaan. Hij is het pad van de leerling opgegaan nadat hij het leven van de oudtestamentische, de nieuwtestamentische mens en het leven van de rechtvaardigen achter zich heeft gelaten.

Daarom zeg ik jullie: alleen de leerling leert, de anderen houden zichzelf alleen maar bezig. Gewone mensen bevechten elkaar, bekritiseren elkaar, moraliseren met elkaar. De leerling bekritiseert nooit iemand, noch moraliseert hij met andere mensen. Hij houdt zich niet bezig met de fouten van anderen. Zij bestaan niet voor hem. Voor hem bestaat alleen maar de juiste manier van leven – het leven van de liefde.

Voor de leerling is God niet de Jehovah van het Oude Testament die de mensen veroordeelt en straft. Voor hem is God de god van de liefde, van het licht, van de vrede en van de vreugde. Dit zijn ook de kwaliteiten van een leerling. En als je mij vraagt wat het ideaal is van een leerling, dan antwoord ik: liefde, licht, vrede en vreugde voor alle zielen! Dit is niet een ideaal dat men pas in de eeuwigheid kan bereiken. Het kan zelfs in het heden bereikt worden. Ik spreek niet over de wijsheid en de waarheid – daar zal een ander tijdperk voor komen. Zij zijn niet voor het huidige tijdperk. In deze tijd hebben de leerlingen behoefte aan liefde, maar niet zonder licht; zij hebben licht nodig, maar niet zonder vrede; zij hebben vrede nodig, maar niet zonder vreugde. Zij hebben liefde nodig met licht, licht met vrede en vrede met vreugde. Deze zijn allemaal met elkaar verbonden.

Uit: de meester spreekt, woorden van Peter Deunov
Hoofdstuk 18: De leerling

BESTEL DE MEESTER SPREEKT – WOORDEN VAN PETER DEUNOV