Citaten en spreuken van Søren Kierkegaard aforismen en wijsheden

Ach, de deur van het geluk gaat niet naar binnen open, men kan ze niet openduwen door ertegenaan te stormen; zij gaat naar buiten open – daarom hoeft men maar weinig te doen.

Alles wat indruk op ons maakt, bevindt zich in onszelf.

Alle werkelijke hulp begint met deemoed: men moet willen dienen en niet imponeren. Men moet de geduldigste zijn en ook ongelijk kunnen aanvaarden, inzien dat men niet verstaan heeft wat de behoeftige al begrepen had.

Als men geheel binnengetreden is in het rijk der liefde wordt de wereld (hoe onvolkomen ook) rijk en schoon. Want het bestaat uit niets dan gelegenheden lief te hebben.

Christus heeft geen docenten aangesteld, maar om navolgers gevraagd.

Christus heeft nooit gewerkt met het onderscheid tussen orthodox en ketters, maar wel met het verschil in vruchten waaraan men beide kan kennen.

De autoriteit die men als denker heeft zal zich moeten bewijzen doordat het woord in je mond één heel duidelijke gedachte uitdrukt.

De grootheid van een mens hangt wezenlijk af van de sterkte van zijn Godsverhouding.

De hoogste opgave van het menselijk kennen is: te begrijpen dat hij niet begrijpen kan.

De meeste mensen jagen zo bezeten het geluk na, dat ze er aan voorbijlopen.

De leuze is tegenwoordig: ‘het menselijke en het christelijke zijn een en hetzelfde’. Dat is een heel juiste zegswijze voor het feit, dat het christendom afgeschaft is.

De opperste paradox van alle gedachten is de poging om iets te ontdekken dat gedachten niet kunnen denken.

De taal vervangt het concrete door het abstracte. Zo beeldt de mens zich onmiddellijk in dat hij datgene waarvoor hij het woord weet ook feitelijk kent.

De waarheid mededelen betekent dat je moet lijden; lijd je niet, dan spreek je ook de waarheid niet.

Geloven is dat je tot elke prijs aan een mogelijkheid vasthoudt.

God is geen uitwendige macht die met de vuist op tafel beukt en zegt: ‘Ho, nu zal ik je eens leren!’ Neen, God doet alsof Hij niet eens bestaat, zodat alles aan onszelf wordt overgelaten.

God laat zich slechts kennen naarmate de mens zichzelf wil kennen; dat stelt Hem voldoende veilig tegen alle wijsneuzen.

Grote genieën zijn eigenlijk niet in staat om een boek te lezen: tijdens het lezen vormen zij meer zichzelf dan dat zij de schrijver verstaan.

Het belangrijkste in een werkelijke gemeenschap is dat iedereen daarin enkeling durft te zijn.

Het christendom heeft elke generatie weer iemand nodig die onvoorwaardelijk-radiaal uitspreekt wat het christelijke is. Als het dan zijn lot wordt door alle dominees te worden uitgelachen en gehoond, dan staat vast dat heel die christenheid louter inbeelding is.

Het gebed is een dochter van het geloof, maar het is de dochter die de moeder moet onderhouden.

Het huwelijk blijft de belangrijkste ontdekkingstocht die de mens kan ondernemen.

Het is beter te geven dan te ontvangen; maar er is meer nederigheid nodig om te ontvangen dan om te geven.

Het is Socrates net als Jezus vergaan: allemaal bewonderaars en nauwelijks navolgers.

Het leven kan alleen achterwaarts begrepen worden, maar het moet voorwaarts worden geleefd.

Het talent verwekt sensatie, het genie roept tegenstand op.

Het vergaat de meeste systeem filosofen met hun systeem als de man die een groot kasteel gebouwd heeft en er zelf in het koetshuis naast gaat wonen.

Hoe meer men zich begrenst des te vindingrijker men wordt.

Iedere keer dat iemand de zaak werkelijk één duim vooruitbrengt, komt er onmiddellijk een stoet van docenten en sprekers die deze vooruitgang omzetten in een leer – dat wil zeggen: de zaak gaat weer achteruit.

Iedere verzoeking maakt de mens schoner.

In het begin was er geen enkele christen; toen werden we allemaal christen, met als gevolg dat er weer geen christenen zijn. Zo staan we weer aan het begin.

Ik ben zo overtuigd van de juistheid van mijn ideeën, dat ik er nooit ook maar in de verste verte aan gedacht heb een discussie uit te lokken…

Ik ontdekte dat ik minder en minder te zeggen had, tot ik uiteindelijk stil werd en begon te luisteren. En in die stilte hoorde ik de stem van God.

Ik praat het liefst met kinderen, want van hen kan men nog hopen, dat het eenmaal verstandige schepsels zullen worden. Maar die het geworden zijn -o jeminee!

In het publiek is de enkeling een nul, een nummer; in een ware gemeenschap mag hij zichzelf zijn en precies daar ligt zijn opdracht.

Loslaten, betekent tijdelijk het houvast verliezen. Niet loslaten betekent voor altijd het houvast verliezen.

Men heeft van het christendom een troost gemaakt en vergeten dat het een eis is; dat zal het steeds moeilijker maken om opnieuw het christendom te verkondigen.

Men zegt dat de ervaring de mensen wijs maakt. Dat is een kromme redenering. Als er niets hogers dan de ervaring zou bestaan, zou de mens krankzinnig worden.

Mensen eisen vrijheid van meningsuiting als compensatie voor de vrijheid van denken waar ze zelden gebruik van maken.

Om de waarheid te ontdekken wordt vereist: afzijdigheid van de kudde. En dat alleen al is genoeg om de mens banger te maken dan de dood. Want de mens is een kuddedier.

Op zich is ledigheid helemaal geen duivels oorkussen, integendeel het is gewoonweg een goddelijk leven zolang men zich niet verveelt.

Ook het verstand is een gave Gods, mits men het in vrees en beven gebruikt om de waarheid bloot te leggen.

Toen in Holland de specerijenprijzen eens kelderden, stortten de vele kooplui karrenvrachten in zee om zo de prijs weer op te schroeven. Iets dergelijks hebben we nodig in de wereld van de geest.

Veel mensen komen aan hun levenswijsheid als schooljongens, die het antwoord uit hun rekenboekje overschrijven zonder de berekening te hebben uitgevoerd.

Wie geleerd heeft dat er niets ontzettender is dan het bestaan als eenling, die zal ook kunnen beamen dat het het grootste is.

Zichzelf niet sparen en begrijpen dat alles maar scherts is, ja, dat is ernst.

Zoals de Paus zich veiligstelde met een verbod om het Nieuwe Testament te lezen, zo stelde het protestantisme zich later veilig met… geleerde exegese.