Beschouwing 2

Spirituele Pasen 2: Door de poort gaan
Beschouwing voor maandagochtend voor Pasen

 

2 door de poort gaan

De mensheid van 2000 jaar geleden had een heel ander bewustzijn dan de mensheid van nu. Rond het begin van de jaartelling was het verstandelijke, lineaire denken veel minder ontwikkeld dan tegenwoordig. Mede daarom sprak Jezus tot de menigte in gelijkenissen. De discipelen van Jezus behoorden toen tot de weinigen die de gelijkenissen niet alleen mythisch, maar ook verstandelijk konden begrijpen.

Tegenwoordig wordt er vaak gedacht dat mythen er waren voor de mensen uit het verre verleden. In onze moderne tijd denken we die niet meer nodig te hebben omdat we vinden dat we nu een goed ontwikkeld verstand hebben waarmee we alles kunnen begrijpen en beredeneren. Mythen worden vaak gezien als producten van de fantasie van de zogenaamd primitieve mens.

Werkelijke mythen zijn echter geen fantasieën maar onthullingen van diepe waarheden vanuit levende ervaringen. Mythen vloeien voort uit het domein van de menselijke ziel, ook wel de wereld van de oertypen genoemd. Mensen die op basis van innerlijk verlangen hun bewustzijn tot dit gebied kunnen opheffen, ervaren daar universele waarheden op een wijze die het gewone denkvermogen te boven gaat.

Spirituele Pasen citaat.012

Als we mythen negeren en alles in het leven uitsluitend benaderen vanuit ons gewone gevoel en verstand, negeren we een wezenlijk deel van ons mens-zijn. Het verstandelijke bewustzijn vervangt het mythische bewustzijn niet, maar het komt erbij, zoals andere vormen van bewustzijn zich nog zullen ontwikkelen: de mens is nog niet af.

We kunnen pas een volledig door de geest bezielde mens zijn wanneer we op basis van een ontvankelijk hart open staan voor het mythische, voor het verstandelijke, voor het intuïtieve en voor nog andere vormen van bewustzijn die we nog niet kennen.

Steeds meer historici die onderzoek hebben gedaan naar het leven van Jezus, komen tot de conclusie dat de evangelieverhalen over Jezus vooral mythisch zijn en elementen bevatten van de mythische god-mens die onder verschillende namen in de oude  mysteriereligies worden aangetroffen.

In Egypte was de mythische god-mens Osiris, in Griekenland Dionysos, in Klein-Azië Attis, in Syrië Adonis, in Italië Bacchus, in Perzië Mithras. Het thema van het lijden, de dood en de opstanding werd al aangetroffen in bijvoorbeeld de oermythe van de Egyptische god Osiris.

Achter de verhalen over het leven van Jezus staat dan ook een universele waarheid. De verhalen prikkelen het beeldend vermogen om, met het eigen bewustzijn, door te dringen tot die wereld van de oertypen en van de universele waarheden, en de ware betekenis van de verhalen als eerstehands innerlijk weten te omvatten.

De schrijver van Het evangelie van Filippus stelt het zo:

De waarheid is niet naakt in de wereld gekomen, maar in symbolen en afbeeldingen, anders zou de wereld de waarheid niet kunnen ontvangen. Er is wedergeboorte en een afbeelding van wedergeboorte. Het is nodig dat men door de afbeelding tot wedergeboorte komt. Want wat is de opstanding en wat is haar afbeelding? Door de afbeelding wordt de opstanding bewerkstelligd.

Evangelie van Filippus 55

De evangeliën schetsen met woorden het beeld van de opstanding van de innerlijke mens. Dat universele kosmische beeld is als een blauwdruk en heeft door middel van de innerlijke mens een aanrakingspunt in de uiterlijke mens. Wanneer we in diep verlangen trachten dat alomtegenwoordige beeld te doorgronden en bereid zijn ons leven af te stemmen op wat ons vanuit de levende traditie en de levende ervaring wordt aangereikt, dan kan de opstanding in onszelf tot stand komen.

Die opstanding is van een andere aard dan je in eerste instantie zou denken wanneer je de evangeliën letterlijk neemt. De levende spirituele traditie benadert de evangeliën dan ook vanuit volkomen andere grondbeginselen.

Het primaire doel van alle werkelijke spiritualiteit is het tot stand brengen en onderhouden van een levende verbinding tussen de wereld waarin wij leven en de wereld van de ziel. Deze verbinding moet uitgaan van, moet verlangd worden door de op aarde levende mens, zowel individueel als collectief. Waarom? Omdat de mens en de mensheid alleen dan fundamenteel kunnen veranderen wanneer de mensheid zich weer bewust verbindt met de hoge goddelijke oorsprong waaruit zij is voortgekomen.

Citaten Spirituele Pasen met boek.023

Spirituele tradities leren dat de mens pas een levende verbinding kan vormen tussen  hemel en aarde wanneer er op basis van diep verlangen zuiveringen en veranderingen hebben plaatsgevonden en er een fijnstoffelijk, geestelijk lichaam is ontstaan dat ook wel wordt genoemd: zielekleed, gouden bruiloftskleed, hemels lichaam, verheerlijkt lichaam en opstandingslichaam. Het lied van de parel brengt dit prachtig in beeld.

Het christelijke inwijdingsmysterie, dat is het inwijdingssysteem voor de tijdsperiode waarin wij nu leven, stelt de mens voor de opdracht om de hoge energie van de Geest in zichzelf te laten incarneren, dus een nieuw lichaam aan te nemen. Deze kosmische spirituele kracht heeft daarvoor een aanrakingspunt in het menselijke hart en bouwt vanuit die kern een nieuw fijnstoffelijk lichaam, waarbij het grofstoffelijk lichaam van de mens vergeestelijkt.

Alleen zo is het mogelijk om goddelijke krachten verticaal te ontvangen, deze om te zetten en die vervolgens horizontaal uit te stralen. De mens die in staat is dat geestelijke werk te verrichten, wordt als een levend kruis dat de verticale dimensie van de goddelijke wereld verbindt met de horizontale dimensie van de materiële wereld.

De mens op het gnostieke christelijke pad is een navolger van Christus en gaat dus ook de weg van Bethlehem naar Golgotha. Er zijn echter wel grote verschillen. De Christus was een hoge geest die, met een uiterst belangrijke opdracht voor de gehele mensheid,  afdaalde tot de aarde en zich daar verbond met de mens Jezus. Als wij ervoor kiezen om die spirituele gnostieke weg ook te gaan, gaan wij die weg in zekere zin van beneden naar boven: door ons te verbinden met de atmosferische Christuskracht kunnen wij de innerlijke mens vanuit het  aardeveld opheffen tot in het zieleveld.

De weg tot bevrijding gaan citaat Spirituele Pasen met boek.035

Jezus ging deze weg tot opstanding als eerste mens op aarde en volbracht daarmee een kosmisch proces dat nog niet eerder had plaatsgevonden. Nu, in onze tijd, waar vooralsnog veel ruimte is voor ieders eigen levensovertuiging, kunnen we deze weg openlijk en met gelijkgezinden gaan. En daarnaast zal ieder mens die de eerste aarzelende schrede op het pad zet, de onzichtbare hulp ontvangen van allen die de bevrijdingsweg voor hem zijn gegaan.

Als het einde van het levenswerk van Jezus op aarde nadert, reist hij met zijn discipelen voor de laatste maal naar Jeruzalem om daar het Pascha te vieren, het feest ter ere van de ingang in het beloofde land. Alle vier de evangeliën in de Bijbel en hoofdstuk 67 van Het evangelie van de heilige twaalven vermelden dat Jezus op een ezel Jeruzalem binnengaat en dat hij daar door het volk als een koning wordt ontvangen, met gejuich en gewuif met palmtakken. Binnen de spirituele joodse traditie wordt dit gezien als de vervulling van een profetie van Zacharia, die eeuwen eerder schreef:

Juich Sion, Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde! Je koning is in aantocht, bekleed met gerechtigheid en zege. Nederig komt hij aanrijden op een ezel, op een hengstveulen, het jong van een ezelin. Ik zal de strijdwagens uit Efraïm verjagen en de paarden uit Jeruzalem; de bogen worden gebroken. Hij zal vrede stichten tussen de volken. Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee, van de Rivier tot de einden van de aarde.

Zacharia 9:9-10

Je koning is in aantocht Spirituele Pasen.027

Jeruzalem, de geestelijke hoofdstad, staat symbool voor het ‘koninkrijk van de ziel’, het koninkrijk van de ware eenheid en liefde. Jezus, de koninklijke kracht, wordt daar met grote vreugde en in dankbaarheid ontvangen omdat hij in spirituele zin ‘door de poort is gegaan’: het opstandingslichaam is gereed gekomen.

Gedurende de reis is het stoffelijke lichaam door de hoge geestelijke krachten vernieuwd, hetgeen wordt gesymboliseerd door het hengstveulen van een ezelin waarop Jezus de stad komt binnenrijden. In de joodse traditie staat de ezel symbool voor onder andere de planeet Saturnus en voor het stoffelijke lichaam. De kleren op het rijdier duiden erop dat er ook een nieuw fijnstoffelijk lichaam tot stand is gekomen, de basis van het geestelijke opstandingslichaam.

En de geciteerde profetie van Zacharia wijst er op dat de mens het spirituele pad nooit alleen gaat voor zichzelf, maar altijd voor alles en iedereen. Voor de aardse mens is het resultaat van het spirituele pad innerlijke vrede. Die vrede, die alle verstand te boven gaat, beperkt zich niet tot die ene mens maar heeft een wereldomvattende uitstraling die voor de gehele mensheid de weg opent om zich te verheffen tot een hoger plan van leven.

Als Jezus dan de geheel vernieuwde zijnstoestand heeft bereikt, kan hij in de tempel vanuit innerlijk weten onderwijzen. Hij leert dat de mens in wie de ziel is ontwaakt, dus de mens in wie de mensenzoon gekomen is, de schapen en de bokken in zichzelf zal moeten scheiden. De bokken staan symbool voor onze neigingen en gedragingen die de voortgang op het spirituele pad belemmeren. Als zij zijn herkend en erkend, worden zij in het ontstoken zielevuur verbrand.

De schapen staan symbool voor onze neigingen en gedragingen die de voortgang op het spirituele pad bevorderen. De uiterlijke mens die zich wijdt aan zijn innerlijke opdracht  bezoekt de innerlijke mens die in hem gevangen is. Hij voedt, laaft en kleedt die hongerige, dorstige en naakte innerlijke mens, zodat deze later voorbereid en toegerust kan gaan door de poort van Jeruzalem.

Bron: Spirituele Pasen en Pinksteren

Deze beschouwing is geïnspireerd op hoofdstuk 67 van Het evangelie van de heilige twaalven

 

4 gedachten over “Beschouwing 2

  1. Jes Jespers

    Het perspectief van waaruit je kijkt is bepalend voor je perceptie. We komen als een tabula rasa, een onbeschreven blad ter wereld, en daarmee met een open ontvankelijkheid. In onze opvoeding worden ons perspectieven aangereikt die zich in de geest als heilige overtuigingen nestelen. Daarnaast wordt ons oogkleppen opgezet in die zin dat ons geleerd wordt ons te identificeren met onze naam, ons geslacht, ons bezit, wat goed en kwaad is, etc etc. Dit alles vindt zijn nesteling in de geest en wordt medebepalend voor het perspectief van waaruit wij kunnen kijken. Niet voor niets zegt Christus in de bergrede dat we weer moeten worden als de kinderen en weer arm van geest moeten worden, als een tabula rasa moeten worden. Stoppen met de film van onze herinneringen en verwachtingen te projecteren op het beeldscherm van onze geest en deze illusie te verwarren en ervaren van wie we zouden zijn. Leven is de vervoeging van het werkwoord zijn en dat vindt plaats in het NU. Zijn in het Nu, zonder de bril van de geest op hebben, maakt je tot waarnemer, de ogen en oren van onze schepper, en tot de mensen waarvan bedoeld is zo te zijn. Spontaan en vrij van angsten en verlangens gelukkig zijn.

    Reageren
    1. André de Boer

      Dank je wel voor deze aanvulling Jes. Hieronder zal ik er nader op ingaan

      Het perspectief van waaruit je kijkt is bepalend voor je perceptie.

      Ja, en omgekeerd betekent dat ook dat onze perceptie verandert als we van perspectief te veranderen. Wie ervan uitgaat dat hij of zij een tijdelijke bewoner is in een onsterfelijke microkosmos ervaart de kosmos, de wereld en de mens anders dan de mens zie zich volledig identificeert met zijn of haar stoffelijke lichaam en persoonlijkheid.

      We komen als een tabula rasa, een onbeschreven blad ter wereld, en daarmee met een open ontvankelijkheid.

      Natuurlijk hebben babys, peuters, kleuters en oudere kinderen een grotere openheid dan de meeste volwassenen, maar het is zeer de vraag of ze als onbeschreven blad (tabula rasa) geboren worden. De wijze waarop ze zich uitdrukken wordt bepaald door met name hun karma, genen, opvoeding en cultuur.

      In onze opvoeding worden ons perspectieven aangereikt die zich in de geest als heilige overtuigingen nestelen. Daarnaast wordt ons oogkleppen opgezet in die zin dat ons geleerd wordt ons te identificeren met onze naam, ons geslacht, ons bezit, wat goed en kwaad is, etc etc. Dit alles vindt zijn nesteling in de geest en wordt medebepalend voor het perspectief van waaruit wij kunnen kijken.

      Ja, en tot op zekere hoogte is dat ook allemaal nodig om te kunnen opgroeien tot een stabiele persoonlijkheid waarin later mogelijk de geestvonk kan opvlammen. Natuurlijk neemt dit niet weg dat er in opvoeding en onderwijs nog heel wat verbeterd kan worden op basis van het door jou geformuleerde inzicht.

      Je gebruikt het begrip geest als synoniem voor ‘mind’ of denkvermogen. ‘Arm van geest worden’ kun je inderdaad juist interpreteren als het op basis van gewaarzijn loslaten van onjuiste gedachten en indentificaties met gedachten. Het betekent niet ‘stoppen met denken’, want juist het denken maakt ons als mens. Ons probleem is dat we ons denkvermogen meestal niet op de juiste wijze gebruiken, ons er zelfs mee identificeren (‘Wij zijn ons brein’) en denken dat het al ‘uitontwikkeld’ is. Persoonlijk interpreteer ik ‘arm van geest zijn’ liever als hunkeren naar de heilige Geest omdat zich op basis van dat verlangen, dat uitstijgt boven de persoonlijkheid, een vernieuwingsproces kan inzetten.

      Niet voor niets zegt Christus in de bergrede dat we weer moeten worden als de kinderen en weer arm van geest moeten worden, als een tabula rasa moeten worden. Stoppen met de film van onze herinneringen en verwachtingen te projecteren op het beeldscherm van onze geest en deze illusie te verwarren en ervaren van wie we zouden zijn. Leven is de vervoeging van het werkwoord zijn en dat vindt plaats in het NU. Zijn in het Nu, zonder de bril van de geest op hebben, maakt je tot waarnemer, de ogen en oren van onze schepper, en tot de mensen waarvan bedoeld is zo te zijn.

      Ja, goed dat je NU met een hoofdletter schrijft, want dat NU is meer dan het heden, het zich steeds verschuivende punt op de horizontale tijdlijn van verleden en toekomst. In het Nu met hoofdletters is er sprake van de levende verbinding zo belangrijke verticale dimensie van de eeuwigheid, het koninkrijk der hemelen.

      Spontaan en vrij van angsten en verlangens gelukkig zijn.

      Het gelukkigst is de mens die er het minst prijs op stelt om gelukkig te worden. Wie het geluk najaagt, ontloopt de rust en de innerlijke vrede. Geluk is een bijproduct. Het is mooi als het er is, maar als het er niet is, is het ook goed. In het gewone leven en ook op de spirituele weg is het onmogelijk om altijd gelukkig te zijn. Wie kiest voor een gnostieke weg, roept een noodzakelijk innerlijk conflict in zich op: er ontstaat een worsteling tussen de natuurmens en de zielemens in wording. Daarom zegt Jezus: ‘Meen niet dat ik gekomen ben om vrede te brengen, want ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard’.

      Reageren
  2. Jes Jespers

    Dag André, altijd weer fijn om met je van gedachten te wisselen. Zijn in het Nu, in een staat van aandacht, die stille staat voorbij het denken, is de staat waarvan Meiseter Eckhart zegt ‘ een bewust mens is hij die in Stilte verblijft’. Het denken kun je niet stilzetten en het is nodig voor het kunnen functioneren in dit tijdelijke verblijf. In een staat van aandacht kun je het mentale bewustzijn met zijn denken en voelen waarnemen en er voor kiezen geen aandacht te schenken aan de gedachtes waar je niet om gevraagd hebt en die een mens doet dagdromen. Arm van geest zijn is voor mij de stille staat waarin ik mij Waarnemende Aandacht weet.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *