Wie gelijk is aan Tao, verkrijgt ook Tao, strofe 23 van de Daodejing en een commentaar

Daodejing.023

Wie weinig spreekt is vanzelf natuurlijk (Tsz’ Jan).
Wat is het, dat maakt dat een strenge wind geen gehele morgen duurt,
en een hevige regen geen gehele dag?
(De actie van) Hemel en Aarde.
Als de Hemel en de Aarde niet lang kunnen duren, hoeveel te minder dan de mens!

Daarom de mens die al zijne daden regelt naar Tao, zal gelijk aan Tao worden;
degenen die zich regelen naar de Deugd zullen gelijk aan de Deugd worden;
die zich regelt naar de Misdaad zal gelijk aan de Misdaad worden.

Wie gelijk aan Tao is verkrijgt ook Tao,
wie gelijk aan de Deugd is verkrijgt ook de Deugd,
wie gelijk aan de Misdaad is verkrijgt ook de Misdaad.
Niet genoeg geloof hebben is géén geloof hebben.

Daarom, wie in Tao leven, houden zich er niet mede op.

Bron: Mysteriën van Tao en de Daodejing

Hoewel wij allen leven in hetzelfde ademveld, in dezelfde atmosfeer, bezitten wij niettemin een zeer particulier ademveld. Ieder mens is afhankelijk van en wordt volkomen beheerst door zijn of haar astrale gesteldheid. Dit drukt zich in heel zijn wezen uit en tevens om hem heen. Gedachten of begeerten die van hoofd of hart uitgaan, projecteren zich in de astrale substantie die ons aan alle zijden omringt. Deze projecties worden terug gekaatst en houden zo onze fundamentele astrale aard binnen een bepaald raam besloten.

Door spraak worden de in het levenssysteem circulerende en opgeroepen astrale krachten ´werkzaam´ gemaakt en in het ademsysteem ingebracht. Als u inademt, treedt de astrale substantie in uw ademveld het hoofd binnen en drijft u tot de een of andere mentale arbeid. Als u nu uitademt, laat u uw stem klinken en door het spreken maakt u het beeld, de kracht, de vibratie die de ademsubstantie tot u droeg ´tegenwoordig´, en zet u astrale waarden om in een levende werkelijkheid. Spraak is een scheppende energie.

Alle klankbeelden vinden hun oergrond in het astrale. De oergrond wordt aldus door de magie van de spraak opgeroepen, belevendigd, vrijgemaakt, werkzaam gemaakt. Deze magie heeft natuurlijk uitkomsten, zij schept haar directe gevolgen. Het kunnen gevolgen zijn van helpende en bevrijdende aard, maar ook van zeer inkapselende en beschadigende aard, zowel voor de zender als de ontvanger.

Omdat spraak een scheppend vermogen is, geraakt de mens tot grote moeilijkheden en spanningen als hij dit vermogen aanwendt. Want al zijn gepraat is één grote onreinheid.
De astrale gevolgen verpesten de gehele levenssfeer van de mensheid. Het hogere scheppingsorganisme van de mens moet vrijkomen en op de juiste manier worden aangewend. De interkosmische stralingen, die zich momenteel aan heel het aardeveld opdringen, drijven allen tot een oplossing. Deze oplossing dient aan te vangen met het weinig spreken. Wie weinig spreekt, wie zich op dat punt steeds volkomen bewust is, die blijft volkomen vanzelf en is volkomen natuurlijk!

Als het woord van de Gnosis tot u spreekt, u aanraakt en uw ademveld beroert, wordt door die ademwerkzaamheid uw gehele natuurlijke stelsel aangetast. Want u wordt aangegrepen door een astrale lichtkracht die niet, of nog niet, de uwe is. Gedachten en gevoelens van vreemde aard zullen u verwarren. Uiteraard ontstaat er dan spanning in u, want uw natuurlijke astrale basis verzet zich spontaan…. tenzij u ´vanzelf natuurlijk´ wordt.

De opdracht luidt: gelijk worden aan Tao, gelijk worden aan de deugd. Binnentredend in het niet-doen, in de innerlijke stilte, de zelfovergave en het grote zwijgen, wordt u verbonden met wat Lao Zi ´de deugd´ noemt en staat u op het pad dat tot Tao voert. Wie gelijk is aan Tao, verkrijgt Tao. Wie gelijk is aan de deugd, verkrijgt de deugd. Wie daarin niet treedt, verwerkelijkt de misdaad. Denk bij het woord misdaad niet aan vreselijke misdragingen, doch besef dat iedere daad, iedere levenshouding die u van de Gnosis afvoert en die u in uw natuurgeboren staat handhaaft, volkomen ´mis´ is.

Lao Zi zegt: `Niet voldoende geloof hebben is geen geloof hebben`. De gelijk-wording aan Tao moet worden bewerkstelligd door de kracht, de vibratie van het geloof. Als een mens een krachtig geloof bezit in de werkelijkheid en de waarheid van de Gnosis en er tegelijkertijd een intense hunkering aanwezig is om deel te krijgen aan die hoge werkelijkheid, dan zal iedere belemmering tussen hem en zijn doel doorbroken kunnen worden.

Waartoe is het geloof in staat?
In het hart geboren, waarlijk verlangen naar het levende heil dat in de Gnosis gelegen is, zal zijn invloed openbaren in het hoofd. Naast het verlangen plaatsen zich dan begrip en wil. De mens zal begrijpen dat een nieuwe levenshouding vereist wordt die de deugd nadert, een nieuwe levensdaad die afscheid neemt van de misdaad.
Er ontwikkelt zich in hem een grote verandering, als voorbode van de transfiguratie. De zeven chakra´s van het astrale lichaam zijn opengegaan voor het licht van de Gnosis en gaan tegengesteld aan hun natuurgeboren aard roteren. Zielenkracht wordt in het etherlichaam verzameld. De vier heilige spijzen beroeren heel het stoffelijke stelsel.
Na deze voorbereiding wordt op zeker moment in de levensgang het werkelijke geloof geboren, dat zich aankondigt als een machtige tinteling door heel het wezen, een nieuwe astrale kracht, de lichtkracht van de Gnosis. Die kracht kan door het daartoe geoefende wezen met het hogere scheppingsorganisme magisch worden aangewend, tot heil voor de mensheid.

Bron: hoofdstuk 23 van De Chinese Gnosis van J. van Rijckenborgh en Catharose de Petri

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *