De Geestesschool in openbaring – hoofdstuk 1 uit ‘Het Gouden Rozenkruis’ van Catharose de Petri

BESTEL HET GOUDEN ROZENKRUIS

Catharose de Petri (fakkeldrager van het Rozenkruis 22) maakt in het boekje ‘Het Gouden Rozenkruis’ – het vierde en laatste deel van de Rozenserie – duidelijk hoe de mens weer een levende bouwsteen kan worden in de Universele Tempel. In de fysieke tempels van de School van het Gouden Rozenkruis vindt daartoe een afstemming plaats van hart, oog, stem, hypofyse, medulla en de twaalf paar hersenzenuwen. Andere magnetische stromingen worden zo in de menselijke tempel aangetrokken. Nieuwe lichten worden ontstoken in het aurische wezen van de mens die daar bewust aan meewerkt door zelfovergave. Hieronder volgen de tekst van het eerste hoofdstuk en de inhoudsopgave. 

  1. DE GEESTESSCHIOOL IN OPENBARING

In iedere dag van openbaring zijn er tijdsgolven, waarin de verzonken mens de gelegenheid ontvangt op te staan uit de doodsnatuur. In iedere dag van openbaring nemen diverse sterrenjaren hun loop. In ieder sterrenjaar zijn er vele momenten die zich voor gnostieke activiteiten in het bijzonder lenen.

Iedere openbaringsdag heeft een begin en een einde, zoals duidelijk is, hoewel deze voor de momentele mens in openbaring niet te peilen zijn: ten eerste omdat de tijdmaten die hierbij optreden bijzonder lang zijn, en ten tweede omdat ‘tijd’ nimmer een constant verschijnsel is, doch aan relativiteit is onderworpen.

In den beginne van iedere dag van openbaring daalt de Gnosis alleen omlaag, in de hoop in deze openbaringsdag ontelbare malen met velen te kunnen opstijgen. Er wordt dus tijdens één openbaringsdag vele malen aan de mensheid de gelegenheid geschonken bij de oogst van de bevrijden te behoren.

Naarmate nu de wetmatige gang in een dag van openbaring, of in een sterrenjaar daarvan, zich voltrekt, komt steeds het einde in zicht. Dit einde van de dingen kan men bespeuren in de cultuurgang van de dialectiek. Zodra een cultuur gekomen is tot de kern van iedere levenswording, is de grens van het dialectische cultuurleven bereikt. Men kan zulk een einde bemerken aan de algemene versnelling van de levensritmen, alsof een grote koorts de gehele mensheid heeft aangegrepen. Men kan het bemerken aan de neiging van de mensheid de grondslagen van het bestaan op te sporen, deze vast in de hand te nemen, en zo haar toekomst te verzekeren.

De wereld biedt straks volgens de maatstaven van de gewone natuur geen levensmogelijkheden meer. Er zal eenmaal geen voedsel meer zijn en alle energieën zullen uitgeput raken. En daarmee wordt dan het grote gevaar van de atoomwetenschap ontketend.

De Gnosis heeft dit alles voorzien en werkt koortsachtig om bij het naderen van een dergelijk tijdstip haar oogst binnen te halen. De Gnosis werkt onpersoonlijk. De Gnosis werkt door een zevenvoudige Geestesschool als haar instrument, dat op haar beurt door zelfoffering een veld van leven heeft gecreëerd waarin en waardoor de bevrijde Broederschap kracht kan doen voor de scharen die uitzien naar verlossing.

Zulk een zevenvoudige Geestesschool existeert ook in deze onze tijd. Zij heeft gestaltenis gekregen in het Lectorium Rosicrucianum. Het grote instrument van de oogst is ook nu weer levend geworden. Wil een Geestesschool bevrijdend voor de mensheid kunnen werken, dan moet zij vijfvoudig van geopenbaarde structuur zijn. Viervoudig wordt de Geestesschool reeds in steeds toenemende mate bezield door de leerlingen van het Levende Lichaam. 

Doch willen Gnosis en Broederschap, vóór de snel naderende kosmische nacht intreedt, hun laatste oogst in het zesde kosmische gebied binnenhalen, dan dient ook met grote snelheid en dynamiek het vijfde aanzicht van het zevenvoudige Lichaam, dat van de innerlijke graden, met name het Gouden Hoofd, meer dan dit tot nu toe het geval is, bezield te worden en bewoond te worden door volwassen zielgeborenen. 

Deze zielgeborenen moeten oprijzen uit, en hun verbindingsschakel vinden in, het vierde aanzicht der Geestesschool, met name de Priesterlijke Schare. Zij dienen dit nieuwe astrale veld stralend en lichtend te maken door het grote blijde offer van hun daadwerkelijk betoonde redelijke godsdienst. Daarvan moeten zij die vrijwillig de kruisweg gaan, zich bewust worden.

Een lichaam zonder hoofd is dood, er kan geen ziel in wonen. Een lichaam met een hoofd waarin schimmen van het verleden ronddolen, of van het ik-wezen van nu, is een gespleten gestalte. Dit alles moeten zij die willen behoren tot de Geestesschool onderkennen, nu de tijden zich toespitsen en vol geworden zijn. 

De grote verwarring grijpt momenteel in de wereld overal om zich heen. Er is verwarring, omdat óf het hoofd, óf de voeten, of beide ontbreken. Hoofdloos is de mensheid, of gespleten van bewustzijn, wanneer er geen ware goddelijke rede is. Voetloos,omdat de redeloze leiding geen gefundeerde bodem vindt en daardoor geen volgelingen kan bezitten, zodat de verbreking volgen moet.

Dat de gnostieke Geestesschool deze ontredderingsgang niet volgen zal, is de voor ons liggende eis. Het Levende Lichaam van de jonge Gnosis moet een sprankelend Gouden Hoofd bezitten, waarvan bevrijdende leiding en kracht zullen kunnen uitgaan. Dan zal er ook een lange onafzienbare rij van volgelingen en naderenden zijn. Zo zal een lange vurige staart zich aftekenen tegen het donkere rood van de ondergang: de rij van hen die gered worden uit vele gevaren. Dat ieder het hart opene voor de Gnosis, tot reiniging.

INHOUDSOPGAVE

Woord vooraf

  1. De Geestesschool in openbaring
  2. Tempelorde
  3. De menselijke stem
  4. Het oog, de transformator van lichtkracht
  5. Waarlijk menszijn
  6. De zeven brandpunten
  7. Het licht van de oorspronkelijke zuivere natuurkracht
  8. De stroomkring der tegennatuur
  9. Het overkoepelingsveld van de nieuwe Aarde
  10. Het zal geschieden dat al wie de naam des Heren zal aanroepen, behouden zal worden
  11. De Medusa
  12. De zielemens in mij moet wassen, ik moet minder worden
  13. Verzoeking in de woestijn
  14. Een heilig priesterdom van de nieuwe levensstaat
  15. Het nieuwe astrale voertuig, de mantel der liefde
  16. Het verzegelen van het voorhoofd met het nieuwe teken
  17. De graanoogst en de wijnoogst
  18. De Gnosis roept ook u
  19. De fase der uitredding heeft reeds en aanvang genomen
  20. Terugkeer tot het hart van uw microkosmos
  21. Tempelsymboliek

Bron: Het Gouden Rozenkruis door Catharose de Petri, Rozenserie deel 4

BESTEL HET GOUDEN ROZENKRUIS

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *