Negen citaten uit commentaren van J. van Rijckenborgh op de drie manifesten van de rozenkruisers

J. van Rijckenborgh (1896-1968) publiceerde een moderne Nederlandse vertaling van de drie manifesten van de klassieke rozenkruisers en schreef daar uitgebreide commentaren bij. Het gaat om ‘De Roep van de Rozenkruisers Broederschap’ (Fama Fraternitaties R.C., gepubliceerd in 1614),  ‘De Belijdenis van de Rozenkruisers Broederschap (Confessio Fraternitatis R.C., gepubliceerd in 1615) en De Alchemische Bruiloft van Christiaan Rozenkruis (Die Chymische Hochzeit Christiani Rosencreutz Anno 1459, gepubliceerd in 1606).  De teksten en de commentaren zijn uitgegeven door Rozekruis Pers in de vierdelige boekenreeks ‘De geheimen der Rozenkruisers Broederschap.’ Hieronder volgen negen wat langere citaten uit de commentaren van Van Rijckenborgh die allemaal iets zeggen over de weg van geestelijke bewustwording en vernieuwing die de mens kan gaan.

1. De roos aan het kruis hechten
Wie was of beter wie is Christiaan Rozenkruis? Hij is het prototype van de ware, oorspronkelijk mens, van de nieuwe mens, de mens die waarlijk christen is; die Christus in zich vrijgemaakt heeft door het pad te gaan van het kruis, in de kracht van de roos. De weg die de dialectische mens op het pad van bevrijding te gaan heeft, is de weg van de vijfvoudige gnosis. En dat is de kruisweg. Het kruis is een ontmoeting tussen twee krachtlijnen. die diametraal tegenover elkaar staan. Het betekent een totale omzetting van krachten, een alchemische omzetting. 
De roos in ons moet verbonden worden met haar ware levensveld, het veld der onsterfelijkheid. De roos moet worden vrijgemaakt door de kruisweg van transfiguratie. Daarom spreken wij van Rozenkruis. Dat werk moet geschieden in Christus’ kracht, de kracht van het universele leven. Daarom is de mens die wezenlijk deze weg gaat en volbrengt, een Christiaan Rozenkruis.
Wij zijn rozenkruisers wanneer wij dat pad tot het einde toe bewandeld hebben. Wij worden rozenkruisers wanneer wij ermee aanvangen. En wie nu dit pad begint te gaan, beleeft natuurlijk ervaringen. Voor zo iemand zal het heel belangrijk zijn te weten of zijn ervaringen en de gevolgen daarvan, juist zijn, of zij kloppen me het pad; of zijn reacties van dag tot dag, bij het doen van de stappen, wel juist zijn. Welnu, alsof het een uiterst nauwkeurig verslag is van de eigen levensgang, vindt iedere leerling die het pad gaat, zijn ervaringen en de gevolgen daarvan, aangegeven in de alchemische bruiloft.
J. van Rijckenborgh, De alchemische bruiloft van Christiaan Rozenkruis deel 1, inleiding

2. De juiste weg kiezen
Wanneer een kandidaat op reis is naar de alchemische bruiloft, spreken er altijd twee stemmen in hem: de stemmen van twee naturen. De nieuw-wordende zielenatuur spreekt uit de gnosis, en de oude natuur spreekt vanuit het dialectische ik. Die twee zijn, u zult het verstaan, altijd met elkaar in conflict. Het is onmogelijk ze met elkaar in overeenstemming te brengen. En de strijd tussen beide zal duren tot de oude natuur is ondergegaan. 
Het is uitermate en in hoge mate verwarrend naar die twee stemmen te moeten luisteren. Wie dat probeert te doen, en een compromis zoekt, dus een middenweg tracht te kiezen, komt altijd verkeerd uit. Hij staat op een gegeven moment met lege handen, en erger dan dat. 
Wie dat ontdekt en ervaren heeft, soms met veel bitterheid, neemt het besluit nimmermeer naar de oudste stem te luisteren. Zo iemand zal dan altijd de zwarte raaf, het ik, de zelfhandhaver, negeren, en steeds de witte duif, de nieuwe zielenstaat, in bescherming nemen. (…)
Wanneer de leerling zich spontaan, van binnenuit, naar de zielenstem richt, wanneer hij dus de zwarte raaf in zich verjaagt en zijn innerlijke kwaliteit volledig wenst te handhaven en uit te dragen, slaat hij altijd direct de goede weg in, de weg die geheel in overeenstemming is met zijn bestemming. 
J. van Rijckenborgh, De alchemische bruiloft van Christiaan Rozenkruis deel 1, hoofdstuk 8

3. Gewogen worden
De volwaardige leerling, met de positieve innerlijke bewijzen van zijn staat-van-zijn, heeft de proef van de weegschaal volledig doorstaan. Hij werd met de zeven gewichten van het volmaakte geel gewogen en niet te licht bevonden. En de bewijzen daarvan staan niet ergens abstract geboekstaafd, doch hij toont ze door middel van een volstrekt bezit, door middel van waarden waarmee kan worden gearbeid; door middel van een kracht die iedere bezitter in staat stelt een werkelijke dienaar van God en mens te zijn, in de meest volstrekte betekenis van het woord.
De vier rozen van het vierkant van bouw staan dan niet meer, als teken van een doelgerichte reis, op de hoed, doch Christiaan rozenkruis draagt ze in de hand: hij is tot de daad gereed!
En aldus komt de Geest, in de persoon van page en maagd, tot hem ten einde deze wonderschone rozen van de daad in ontvangst te nemen. Een volwaardige kandidaat is de bruiloftsmaal binnengetreden en welkom geheten. Nu kan het alchemische proces, dat voert tot het koningschap van de geest, een aanvang nemen. 
J. van Rijckenborgh, De alchemische bruiloft van Christiaan Rozenkruis deel 1, hoofdstuk 17 

4. Het gulden vlies ontvangen
Wie gedronken heeft uit de bronwel van alle dingen, wie gedrenkt werd door de broeders van het Rozenkruis, zal leven. De kandidaat wast zich in dat levende water; hij drinkt van deze nectar uit de gouden kelk van de geest. Het is duidelijk waaromheen en ook op andere plaatsen in het verhaal het goud als symbool wordt gekozen. C.R.C. drinkt uit de gouden kelk, hij ontvangt een nieuw gewaad dat geheel van gouddraad is geweven en prachtig met bloemen is versierd. Daarop wordt hem een ander gulden vlies geschonken, dat met edelstenen bezet is. 
Aan dat gulden lies hangt een zware gouden penning waarop de Zon en de Maan tegenover elkaar zijn afgebeeld, met op de keerzijde de spreuk: ‘De maneschijn zal zijn als het licht van de zon, en het zonlicht zal zeven maal stralender zijn dan thans.’
Alle sieraden, door de kandidaten vroeger ontvangen, worden afgelegd en opgeborgen. Ze hebben nog slechts historische waarde. En zo toegerust bestijgen de kandidaten de koninklijke wenteltrap. 
J. van Rijckenborgh, De alchemische bruiloft van Christiaan Rozenkruis deel 2, hoofdstuk 7

5. De zeer oude ontmoeten
Wie roept u tot de nieuwe levensstaat? Wie roept u tot bevrijding? Dat is toch de geest zelf, die u aanraakt tot in uw innerlijke wezen! Dan weer in de ziel en dan weer in het stil genaakt ik-wezen. Ook het derde aanzicht, de geest, de koningskracht zelf, is dus bij u, om u en in u. De drie zijn evenwel niet verenigd, ze zijn niet tot één gemaakt. Er is dus in die situatie noch openbaring, noch vervulling, noch herstel mogelijk. Alleen maar voorbereiding. Totdat de grote reis naar het eiland wordt voltrokken. Dan ontmoet de kandidaat, dan wordt hij geconfronteerd met de zeer oude, waarin de geest, de koningskracht, in onaardse zin verbonden is met de moeder of mare, dat is de ziel of de koningin. 
In de zeer oude zijn, in onbescheidenheid, de geest en de ziel als godskracht aanwezig, waarin de idee, het wezen en het zaad van het door God bedoelde lichaam verborgen liggen. Zodat natuurlijk, natuurwetmatig een zoonschap zich zal kunnen openbaren. Het gaat dus om een goddelijke waarde, die een driegend, een drie-eenheid in zich bevat: vader moeder en zoon. (…)
Wie dus als kandidaat in de gnostieke mysteriën naar het vierkante eiland reist, zal in de toren de torenwachter met zijn helpers ontmoeten. Dat is de goddelijke drie-eenheid, die de drieheid, die drie beginselen van de kandidaat, tot één komt maken. De geest daalt in als een machtig vuur. Hij verbindt zich met de gereinigde ziel. Zo worden de koning en de koningin in wedergeboorte tot één gemaakt. En tezamen verwerkelijken zij het van god bedoelde zoonschap, de volwaardige God-menselijke persoonlijkheid. 
J. van Rijckenborgh, De alchemische bruiloft van Christiaan Rozenkruis deel 2, hoofdstuk 24

6. De toren bestijgen
Zodra enig leerling van de mysterieschool het slangenuur, zijn toren van Olympus , min of meer gaat beheersen, en, al naar krachten en vermogens, zo van stap tot stap verder gaat, staat en gaat hij op een pad van ontwikkeling, da nimmer eindigen zal. : hij zal steeds weer van heerlijkheid tot heerlijkheid treden. Hij is dan opgenomen in de directe leerschool van de planeetlogos. 
Wie het slangenuur gaat beheersen, in de zin van de geestziel-openbaring (want er is ook zoiets als een occulte slangenuur-ontwikkeling!) zal het ontwaken van het hoofdheiligdom, zoals wij dit voor u hebben uiteengezet, gaan beleven. Hij zal het pad van ontwikkeling bewandelen onder leiding van zijn heer en verlosser, zonder daarbij ook maar één detail over te slaan. Het is de veiligste weg die men zich maar kan voorstellen. (…)
Is enig leerling nog niet toe aan een volgende stap, dan kan noch hijzelf, noch iemand anders, hem daartoe forceren. Iedere kandidaat gaat in zijn eigen tempo het pad van de overwinning, van zielskracht tot zielekracht. 
J. van Rijckenborgh, De alchemische bruiloft van Christiaan Rozenkruis deel 2, slotwoord

7. Poortwachter zijn
Als ook u behoort tot hen die hunkeren naar bevrijding; als ook in u het verlangen is ontwaakt Christaan Rozenkruis te volgen op het pad van de alchemische bruiloft, wordt ook tot u gezegd: begin, ga, bidt en werk. Arbeid met volharding, en stel u, door nieuwe levenshouding, open voor de reinigende, helpende, stuwende, krachten van de gnosis. En u zult met volstrekte zekerheid kunnen voortgaan op die weg, stap voor stap, door alle fasen heen die wij aan de hand van de alchemische bruiloft van Christiaan Rozenkruis voor u hebben verklaard. U zult met zekerheid slagen!
Waarom? Omdat deze weg de vervulling is van de wil van de Logos, van God. Omdat u aldus terugkeert in de gehoorzaamheid aan de universele wet van het al, niets u zal kunnen weerhouden bij het bevrijden en openbaren van de ‘parel van grote waarde’, de rozenknop, die al een onvergelijkelijke schat in uw hartheiligdom besloten ligt. 
Wij hebben u, door het pad van Christian Rozenkruis te ontvouwen, tot het besef van dit alles willen wekken; u als in voorsmaak , als in een visioen, willen leiden tot het inzicht van deze onvoorstelbare heerlijkheid van het ware menszijn, waartoe ook u geroepen bent; dat dit de weg is die ieder mensenkind eens, vroeg of laat, zal moeten gaan. Want nogmaals: aldus wil het de Logos! 
J. van Rijckenborgh, De alchemische bruiloft van Christiaan Rozenkruis deel 2, hoofdstuk 31

8. Het plan begrijpen
Het pad is de basis, de gouden brug, tot het doel; en Christus en zijn dienaren werken aan de instandhouding van die brug, welke bij voortduring door zwartmagische krachten wordt bestookt. (…) Niet het pad is het doel, het leven zelf is het doel. In dit stuk van de eeuwige schepping, waarin wij als maagdelijke geesten een hoofdrol vervullen, gaat het om de bewustwording van de menselijke entiteiten. Dat is het grote drama dat wij al sedert miljoenen jaren me telkaar opvoeren. 
Zo ligt het mede in de ontwikkeling van de dingen dat ook de mysteriescholen, zoals wij die van voorheen kennen, worden opgeheven en totaal vernieuwd. (…) Zoals de brug-tot-het-bereiken nu wordt gevormd en in stand wordt weghouden door Christus en zijn helpers, zo moeten wij in de toekomst zelf de brug vormen voor onze medebroeders- en -zusters., die nog niet gekomen zijn  tot het pad. 
Daarom worden de bewusten, zij allen die de roepstemmen en de innerlijke roeping gehoord hebben, gedreven naar de heilige berg. In die berg worden zij omgevormd tot de gouden steen, de steen der wijzen, waarop deze stenen worden ingemetseld in de boog van de heer, in de gouden brug. 
J. van Rijckenborgh, De belijdenis der rozenkruisers broederschap, hoofdstuk 1

9. Werken vanuit de witte tempel
Er is een plan Gods met wereld en mensheid. Dat plan moet vervuld worden door mensenhanden, mensenhoofden en mensenharten. Wanneer de leerling in staat en bereid is van de primaire begeerte af te sterven, door in Christus onder te gaan, voltrekt zich een magisch wonder. Zodra dit proces genoegzaam is gevorderd, is hij door de Heilige Geest, in de Heilige Geest, wedergeboren.
Dat wil zeggen dat het plan Gods zich aan hem en in hem verwerkelijkt. En hij stelt in deze wereld het Onzichtbare Gebouw, terwijl de samenvoeging van het bereikte door allen die in de Heilige Geest glorieerden, op een wonderbaarlijk heerlijke wijze staat te stralen als de witte tempel.
U moet erop letten, dat deze witte tempel uit de aard van de zaak geen droomwereld is, geen lieflijk mystieke koestering van moegeworstelden. Deze witte tempel, deze grootse onzichtbare kathedraal, kan men meten met alle afmetingen: immers zijn kracht, zijn schoonheid, zijn dynamische onverzettelijkheid leeft in en bewijst zich door menselijke entiteiten. (…)
Hoe meer leerlingen de geschetste wordingsweg willen gaan, des te geweldiger en grootser de witte tempel, zodat eenmaal in dit vuur de duisternis vluchten zal. Dat is de methode van de Christus-hiërofanten. Deze methode is niet spectaculair, maar ze vormt een onneembare citadel.
J. van Rijckenborgh, De roep der Rozenkruisers Broederschap, hoofdstuk 36

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *