Jacob Slavenburg over Gilles Quispel, een eminent kenner van de gnostiek

Gilles Quispel is heel belangrijk geweest in mijn leven. In Utrecht studeerde ik geschiedenis, met als bijvakken kunst- en godsdienstgeschiedenis. Voor dat laatste studeerde ik af bij Roel van den Broek in de gnostiek, zoals het zo feestelijk op mijn bul prijkt.

Bij de presentatie in de schouwburg van Tilburg van een boek dat ik over de gnosis had geschreven, ontmoette ik Gilles Quispel. Het verwonderde mij dat zo’n eminent kenner van de gnostiek daarbij als toeschouwer aanwezig was. Het was het begin van een lange vriendschap. Gilles vertelde mij dat hij erin geïnteresseerd was hoe mensen die met de gnosis bezig waren dat in lezingen en seminars overbrachten op anderen.

Ik was er in het begin wat verlegen mee, want Gilles was zelf een van de boeiendste sprekers die ik in mijn lange leven heb meegemaakt. Maar ik bemerkte ook dat bij hem meer was dan het beoefenen van de wetenschap over dit soort boeiende zaken. Hij was zelf een aangeraakte.

Zo vertelde hij me diverse malen over zijn ontdekking van het Thomas-evangelie. Wetenschappelijk van groot belang, maar ik merkte aan hem dat hij nog steeds, vele jaren later, geroerd was als hij daar iets over vertelde en de openingswoorden van dat bijzondere evangelie las: ‘Dit zijn de geheime woorden die Jezus sprak en Didimus Judas Thomas optekende. En ieder die de betekenis van deze woorden leert kennen, zal de dood niet smaken.’

In een televisie-uitzending over de vondst bij Nag Hammadi ontmoette Quispel de de vinder van de kruik, Mohammed al Samman (bloedwreker). Tegen de ongeletterde man sprak hij: ‘Het doet mij genoegen kennis met u te maken. Uw ontdekking zal het denken van miljoenen mensen veranderen.’

Dat was een vast geloof van Gilles. Buiten de wetenschappelijk consequenties van het onsluiten van de schat van Nag Hammadi – Quispel was in de eerste plaats een wetenschapper – was hij ook persoonlijk geraakt door de inhoud. Kennis van het hart. Daarom interesserde het hem hoe juist die kant van de gnosis werd overgebracht door zijn leerlingen en leerlingen daarvan, zoals ik, en in zijn laatste levensjaren bijvoorbeeld ook door Bram Moerland, die hij zeer waardeerde.

Zelfkennis als de basis van alle kennis. Dat is het hart van de gnosis. Daarvoor is een lange weg te gaan in een open levenshouding. In mijn vriendschap met Gilles vertelde hij soms over zijn eigen leven als een lange ‘weg naar het hart’. In één van zijn laatste televisie-interviews vraagt een journalist hem waarom het zolang duurt voordat inzicht tot de harten van mensen doorklinkt. Gilles keek de man strak aan en gaf een typisch Quispeliaans antwoord: ‘Dear friend, there is no shortcut to enlightment and no instant-nirwana.’

Een lange weg. Dag Hammarskjöld schreef daar eens over: ‘Wat is de weg lang, maar al die tijd, hoezeer heb ik die nodig gehad om te weten waar hij mij voorbij voert.’

Is er een verandering in de samenleving merkbaar door de ontdekking van de vondst bij Nag Hammadi? Eerdere sprekers hebben al gerept over de ontwikkelingen in het wetenschappelijk onderzoek. Ik wil me hier beperken tot de innerlijke kant van de gnosis. Ik maak hierbij onderscheid tussen gnosis – kennis – beleving, openbaring – en gnostiek/gnosticisme als theologisch systeem.

De meest geciteerde geschriften uit de kruik in Nag Hammadi zijn het Evangelie van de waarheid uit de tweede eeuw, een prachtige homilie van de mysticus Valentinus; het Evangelie van Thomas met 114 uitspraken die aan Jezus zijn toegeschreven en het Evangelie van Filippus, een valentiniaanse tekst uit de tweede eeuw. Opbouw en samenstelling van dit evangelie doen vermoeden dat het spreuken bevat die gebruikt werden in het christelijk onderwijs. De literatuur toont aan dat er in het vroege christendom sprake was van catechetenscholen, waarin aspirant-christenen werden ingewijd in de leringen van Christus. Een vergelijking met de hermetische cirkels in de oudheid dringt zich op.

In de vroege kerk kende men nog geen uitgebreide hiërarchie van gezagsdragers. Paulus heeft het over drie ambten: apostel, leraar en profeet. Profeten en prefetessen openbaarden boodschappen die ze doorkregen uit hogere sferen, leraren en leraressen begeidden de aspiranten op hun weg naar inwijding. In het Evangelie van Filippus lezen we dat ‘de heer alles in één mysterie (sacrament) voltrekt: doopsel, zalving, eucharistie, verlossingh en bruidsvertrek’. Ik zou deze teksten, de evangeliën der Waarheid, van Thomas en van Filipppus, de gnostische highlights willen noemen.

Er zijn echter ook andere geschriften in de Nag Hamadi-vondst die de gelovige, de gnosticus, oproepen tot zuiverheid door middel van ascese en door het verachten van de aardse wereld en werkelijkheid. Want is de mens niet een product van de boze demiurg en zijn trawanten? Dat is karakteristiek voor het merendeel van de teksten die uit de kruik tevoorschijn kwamen. Het is een boodschap die de moderne mens van deze tijd minder aanspreekt. Wat dat betreft sluiten de hermetische teksten in meerderheid beter aan bij de gemoedsgesteldheid van de zoekende mens van deze tijd.

Wie zoekt zal vinden; wie op de deur klopt, zal worden opengedaan en de geheimen zullen hem worden geopenbaard. Daar is echter rijpheid van geest en vooral zelfkennis voor nodig. Het is de lange weg.

Bron: God is geestig – Gilles Quispel: een eerbetoon aan de hermetische Gnosis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *