‘Buitenbijbelse bijbelboeken’ in de Gooische Bijbel met Henoch, Thomas, Maria Magdalena, Filippus en Judas

BESTEL DE GOOISCHE BIJBEL

De Gooische Bijbel bevat geschriften uit de bijbelse tijd die te wonderlijk of te onorthodox waren om geselecteerd te worden voor de Bijbel of de ‘deuterocanonieke boeken bij het Oude Testament’. Bijzonder interessant is bijvoorbeeld het boek Henoch met profetiën over ‘het einde der tijden’ waardoor de schrijver van de Openbaring van Johannes zich waarschijnlijk heeft laten inspireren. Daarnaast zijn er populaire en diepzinnige christelijke geschriften opgenomen in dit boek, waaronder het proto-evangelie van Jacobus, het Evangelie van Judas en de in Nag Hammadi gevonden gnostiek georiënteerde evangeliën zoals het Evangelie van Thomas, het Evangelie van Maria Magdalena, het Evangelie der Waarheid en het Evangelie van Filippus.

De vertaling is van Pieter Oussoren, in de stijl van de Naardense Bijbel: literair, dicht bij het origineel. De geschriften in De Gooische Bijbel liggen rondom de officiële canon, zoals Het Gooi de omgeving vormt van Naarden.

De Gooische Bijbel bestaat deels uit geschriften bij het Oude Testament. Twee daarvan – Psalm 151 en Psalmen van Salomo – maakten in de eeuwen voor Christus wél deel uit van de Joodse canon (toentertijd de Septuaginta), maar zijn daaruit later verbannen. Verder is onder meer opgenomen een deel van het in Qumran teruggevonden boek Henoch, waaruit in het Nieuwe Testament driemaal wordt geciteerd.

Geschriften bij het Nieuwe Testament zijn er in menigte, in het Grieks, Koptisch en Latijn. De belangrijkste ervan zijn opgenomen in De Gooische Bijbel, waaronder de evangeliën van respectievelijk Maria Magdalena, Judas, Thomas en Filippus, de Handelingen van respectievelijk Petrus, Johannes en Jakobus, en de Openbaring van Paulus.

VOORWOORD DOOR PIETER OUSSOREN EN RENATE DEKKER

De Statenvertaling heeft tussen 1637 en ± 1800 na Oude en Nieuwe Testament als een derde afdeling veertien ‘Apocryphe Boecken’ te lezen aangeboden, geschriften die in de Hebreeuwse Bijbel niet voorkomen. In de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw kwamen deze geschriften in Nederland alleen nog in oud-katholieke, rooms-katholieke en lutherse bijbeluitgaven voor. In de loop van de twintigste eeuw veranderde het tij: van die veertien uit de Statenbijbel zijn er inmiddels elf bijna kerkbreed erkend als ‘deuterocanonieke boeken van het Oude Testament’ die redelijk vaak in moderne bijbeluitgaven worden opgenomen. Vanaf 2017 ook in de Naardense Bijbel, nadat ze in 2008 in ons Buiten de vesting (nu uitverkocht) waren verschenen.

Behalve deze elf heeft de oorspronkelijke Statenvertaling de boeken 3 en 4 Ezra en 3 Makkabeeën; wij nemen in deze Gooische Bijbel 4 Ezra mee,- dat overigens anders dan tien van de elf, niet in de (Griekse) Septuaginta voorkomt maar wel in de (Latijnse) Vulgata. Met tien van de ijzeren elf is het extra van de Septuaginta nog niet geheel weergegeven: behalve tien van de elf kent de Septuaginta 3 en 4 Makkabeeën, de Oden, de Psalmen van Salomo en Psalm 151; in dit boek vertalen wij de Psalmen van Salomo en Psalm 151.

Tien van ‘De elf’ horen tot het gewone bestand van de Vulgata; het Gebed van Manasse, het elfde van de ijzeren elf, staat daar in een appendix, samen met 3 en 4 Ezra, Psalm 151 en de Brief aan de Laodicenzers. Psalm 151 hadden we al uit de Septuaginta (en uit de Dode Zeerollen); van het Vulgataextra vertalen we alleen 3 Ezra niet.

Uit de vondsten bij de Dode Zee (Qumran) vertalen we, behalve Psalm 151, ook de Psalmen 154 en 155, aangevuld met de Psalmen 152 en 153 uit de Syrische Bijbel. Het begin van de Henoch-boeken nemen we op,- maar het Oude Testament zou met nog heel veel meer uit Qumran uit te breiden zijn.

De Brief aan Laodicea hebben we uit de appendix van de Vulgata,- maar niet-canonieke geschriften bij het Nieuwe Testament zijn er verder buiten elke Bijbel om in menigte; onbegonnen werk om die in één boek op te nemen. Wij hebben ons beperkt tot een bloemlezing evangeliën en handelingen, gevolgd door één ‘apocalyps’ (die van Paulus) en fragmenten uit de Sibyllijnse Orakels. Leidraad voor de bloemlezing was: ‘(iets) meer over Jezus, de apostelen, Maria en Maria Magdalena’, en dat zowel uit (oudere?) Griekse als (jongere?) Koptische en Latijnse teksten.

De talen en de werkwoordstijden

Het is moeilijk dateren met die oude teksten: een Koptisch stuk uit de 5e eeuw kan drie eeuwen eerder in het Grieks geschreven zijn; een Latijnse tekst uit de 4e eeuw kan een vertaling zijn van Hebreeuws uit de 1e eeuw voor Christus. Duidelijker is hoe de talen vertaald willen worden. Hebreeuws e/o Aramees en Grieks laten het o.i. toe om, in navolging van André Chouraqui, de praefix-vormen en de aoristus te vertalen met een praesens historicum ofwel een tegenwoordige tijd. Maar na 400 n. Chr. lijkt er wel iets veranderd in de oude wereld: in Koptische en Latijnse teksten wordt verteld in geharnaste perfecta die alleen als voltooid tegenwoordige of verleden tijden te vertalen zijn,- en dat hebben we dan ook gedaan. Is er in de loop van de 4e eeuw zoiets geweest als ‘de ontdekking van het verleden’? Het zou kunnen. Het heeft er in elk geval alles van dat later in Europese talen alle bijbelvertalen het spoor van Hieronymus en de Vulgata is blijven volgen: in verleden tijden. Met Hebreeuwse/Aramese en Griekse teksten doen wij dat anders, met Koptische en Latijnse teksten volgen wij het spoor.

Verwijzingen naar de canonieke bijbeltekst

Natuurlijk verwijzen we bij Henoch 1,9 naar de verzen 14 en 15 van de canonieke Brief van Judas,- waar Henoch geciteerd wordt. Maar áls we al in niet-canonieke teksten elk citaat van en elke toespeling of zinspeling op canonieke teksten zouden kunnen herkennen, dan nog is het onbegonnen werk om er altijd een verwijzing van te maken en toch een leesbare tekst over te houden. Daarom doen we dat spaarzaam,- in het ene document nog wat minder dan in het andere.

‘Gaten’ in de grondtekst

Vaak moeten de wetenschappelijke tekstbezorgers ‘raden’ naar wat er gestaan kan hebben in een handschrift. Soms zijn woorden, zinnen of hele bladzijden helemaal zoek. Voor onze vertalingen hebben we de tekstuitgaven genomen zoals ze zijn: in de Nederlandse tekst werken we, om het ontbreken van de tekst aan te geven,wel met ‘…’, maar zelden
– voor conjecturen etc. – met hoekige of gebogen haken, accolades etc: in het algemeen geven wij NIET aan dat een woord(je) ergens NIET staat of een gissing is; ter wille van de leesbaarheid volgen we dan de waarschijnlijkheid.

Wat we willen met dit boek

Nu de elf algemeen erkende deuterocanonieken in de Naardense Bijbel zijn opgenomen bieden we in dít boek om te beginnen 4 Ezra, de Psalmen van Salomo, de Psalmen 151-155, het boek Henoch en de Brief aan Laodicea aan als ‘geschriften die óók in de Bijbel hadden kunnen staan maar het niet gehaald hebben’, om te laten zien dat de Bijbel niet altijd zo’n afgerond geheel is geweest als nu, en dat de geschriften die het niet hebben gehaald daarom nog niet on-bijbels laat staan verwerpelijk zijn. Iets verder af van canoniciteit staan de nieuwtestamentische apocriefen die we hebben vertaald. We willen laten zien dat ze in verschillende gradaties toch dicht bij de Bijbel staan en dat sommige in de Bijbel niet hadden misstaan.

Maar ook geschriften die om im- of expliciete ketterijen echt uit de toon vallen en wel buiten móeten blijven kunnen toch van grote schoonheid zijn. Beter gezegd: gedachten die in een systematische theologie misschien verwerpelijk zijn, kunnen in bijbelachtige teksten een grote bekoring hebben.

‘Ketterijen’ zijn er niet voor niets; ze zíjn er omdat ze zo aantrekkelijk zijn! We menen dat we in de personen van Auke Jelsma en Nico ter Linden de juiste mensen hebben gevonden om minder- en onorthodoxe bijbelboeken in te leiden: schone geschriften verdienen goede advocaten! Ten slotte, maar slechts ten slotte, hopen we dat onze vertaling van ‘populaire’ apocriefen als de evangeliën van Tomas, Judas, Filippus en Maria Magdalena ontnuchterend zal werken op de gedachte dat ‘de officiële kerk’ de mensheid een aantal grote geheimen heeft onthouden die in deze geschriften onthuld zouden worden; de aandachtige lezer zal merken dat er niet zoveel onthuld wordt en waarschijnlijk ook niet zoveel verborgen is. Er is meer ‘Bijbel’ dan er is, dat moge duidelijk zijn; God zegene dat.

Ds. Pieter Oussoren is emerituspredikant en vertaler van de Naardense Bijbel.
Dr. Renate Dekker is koptoloog en egyptoloog. Zij vertaalde de koptische geschriften naar het Nederlands. De twee auteurs hebben vervolgens samen de stijl van haar vertalingen in lijn gebracht met de overige vertalingen. Het gaat om de geschriften
Evangelie van Tomas t/m Evangelie van de Waarheid en de geschriften Handelingen van Paulus en Andreas t/m Handeling van Petrus aan zijn dochter alsmede vijf van de Oden van Salomo.

De auteurs danken Jacques van de Vliet, Pieter Willem van der Horst, Jaap de Jong en Geert-Jan Veldman voor hun inspiratie en hulp bij dit project, alsmede Nico ter Linden en Auke Jelsma voor hun bereidwilligheid om inleidingen te schrijven bij de hier aangeboden ‘buiten- bijbelse bijbelboeken.’

INHOUDSOPGAVE

Voorwoord – Pieter Oussoren en Renate Dekker

Inleiding op geschriften bij het Oude Testament: Er is nog zoveel meer dat óók in het Oude Testament had kunnen staan! – Nico ter Linden

Inleiding op geschriften bij het Nieuwe Testament: Kleurrijk Christendom – Auke Jelsma

geschriften bij het oude testament

Henoch
Psalmen 151-155
Psalmen van Salomo
Oden van Salomo
Ezra

Geschriften bij het nieuwe testament

Brief aan Laodicea
Voor-evangelie van Jakobus
Evangelie van pseudo-Matteüs
Evangelie van Tomas de Israëliet
Evangelie van de Ebionieten
Evangelie van Petrus
Evangelie van Nikodemus
Evangelie van Tomas
Evangelie van Maria Magdalena
Lofzang van Apatimoteüs
Evangelie van Judas
Evangelie van Filippus
Evangelie der Waarheid
Handelingen van Petrus
Handelingen van Paulus en Tekla
Martelaarsgetuigenis van Paulus
Handelingen van Johannes
Het heengaan van Maria
Handelingen van Paulus en Andreas
Handelingen van Jakobus
Handelingen van Petrus en de twaalf apostelen
De handeling van Petrus aan zijn dochter
Openbaring van Paulus

Quasi-heidense orakels

Sibyllijnse orakels

Bijlagen

Verklarende woordenlijst
Bronvermelding

Bron: De Gooische Bijbel 

BESTEL DE GOOISCHE BIJBEL

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *