Ode aan het kruis uit De Handelingen van Andreas kruis

Gegroet, o kruis, ja, wees toch gegroet; ik weet heel goed dat ook jij hierna uitruist, want je bent nu moe nu je al lang opgericht bent en op mij wacht; ik ben bij jou gekomen die naar mij verlangt hebt; ik ken jou mysterie omwille waarvan je ook opgericht bent: je bent namelijk opgericht in de wereld om de onvaste dingen een vaste plaats te geven. 

Een deel van jou strekt zich uit naar de hemel, opdat je de hemelse Logos, het hoofd van alle dingen, aanduidt. En een deel van jou heeft zich uitgestrekt naar de rechter- en linkerzijde, opdat je de vreesaanjagende en vijandige macht op de vlucht jaagt en de wered bijeenbrengt. Weer een ander deel van jou is vastgezet in de aarde, bevestigd in de diepte, opdat je wat op de aarde en wat in het onderaardse is, verbindt met het hemelse. 

O kruis, heilswerktuig van de Hoogste; o kruis, trofee van de overwinning van Christus op de vijanden; o kruis, op aarde geplant en vruchtdragend in de hemel; o naam van het kruis geheel gevuld met alle dingen. Goed gedaan, o kruis, dat je de wereld in haar volle omvang gebonden hebt, goed gedaan dat je door je van verstand vervulde vorm de vormeloze aarde meegevormd hebt; goed gedaan, onzichtbare straf, die het wezen van de veel-goden-leer zwaar straft en haar uitvinder bij de mensheid vandaan jaagt; goed gedaan, o kruis, dat je de Heer aangetrokken hebt en de rover als vrucht hebt gedragen en de apostel tot bekering geroepen hebt en het je niet beeen je waarde geacht hebt ons op te nemen.

Maar hoe lang spreek ik nog spreek ik zo en omarm ik het kruis niet, opdat ik door het kruis levend gemaakt word, door het kruis de voor alle levende wezens gemeenschappeijke dood sterf. 

Bron: De Apocriefen van het Nieuwe Testament door A.F.J. Klijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *