Alleen met het hart denk je goed – Claudia Törpel over het begrip van het lichaam bij de oude Egyptenaren

BESTEL ALLEEN MET HET HART DENK JE GOED

In het boek ‘Alleen met het hart denk je goed’ beschrijft Claudia Törpel de kennis van het lichaam en de functies van de organen zoals de oude Egyptenaren dit zagen. Daarbij vullen overgeleverd geschreven materiaal over de geneeskunst en beschouwingen uit de mythologie elkaar aan. De schrijfster maakt duidelijk dat de vergevorderde kunst van het mummificeren de basis vormt van ons wetenschappelijke denken. Tegelijk wijst zij er onomwonden op dat dit wetenschappelijke denken in onze tijd een diepgaande metamorfose behoeft.

De Oud-Egyptische samenleving heeft op onvermoede wijze en in veel opzichten de basis gevormd voor de tijd waarin wij nu leven. De schrijfster leert ons de oude Egyptenaren kennen alsof ze er zelf één was, en wel speciaal hoe de gewone inwoners ervan hebben gedacht, gevoeld en gehandeld. De nadruk ligt daarbij steeds op het hart: dit was bij de Egyptenaren niet alleen maar een fysiek orgaan maar ook middelpunt van de ziel en de geestelijke kern van de mens.

Claudia Törpel laat met talrijke voorbeelden uit de mythologie, sprookjes en ook het Egyptische Dodenboek zien welke relatie de mens van die tijd had met zijn goden en met zijn leven. Ook toont ze ons de oorsprong van het symbool van de esculaap of de Mercuriusstaf, de slangenstaf van Hermes Trismegistus. In het oude Egypte vormde de farao het hart van de samenleving en als ‘zoon van Horus‘ was hij tevens de verbinding met de wereld van Isis en Osiris. In de filosofie van de oude Egyptenaren was zijn hart direct verbonden met het hart van alle mensen. Zo konden de invloeden van de goden, vanuit de hemelwereld, doorwerken in het gehele land, en bleef het zo boven, zo beneden inderdaad geen loze kreet.

Bij de Egyptenaren was het ik, het ego, nog niet ontwikkeld, men leefde als een deel van een organisme met het hart als het middelpunt. Het hart bepaalde de activiteiten van de mens. In het groot bepaalde de farao – immers het hart van het land – de activiteiten van de Egyptische samenleving. In onze tijd bepaalt het ik, het ego, de activiteiten van de mens, gebaseerd op het verstandelijke denken. Het streven van de huidige mens kan zich volgens Claudia Törpel in de nieuwe tijd evenwel beter richten op het ‘denken met het hart’, zodat er tussen hart en (ongeconditioneerd) denkvermogen een eenheid, een synthese vorm krijgt. Fascinerend is de wijze waarop zij laat zien hoe we daarmee afscheid nemen van het mechanistische wereldbeeld en onze belevingswereld weer aansluiten bij de impulsen uit een werkelijkheid waarin een levende samenhang heerst tussen alles en iedereen.

Claudia Törpel (1965, Mannheim) studeerde landbouwkunde en werkte in het Institut für biologischdynamische Forschung te Darmstadt. Daarna volgde ze een opleiding voor kunstzinnige therapie in Ottersberg en studeerde af als gezondheidsconsulente. Al vanaf 1995 verdiept ze zich in de spirituele aspecten van de oude cultuur van Egypte. Zij is werkzaam als freelance schrijfster en momenteel als redacteur verbonden aan het tijdschrift Der Merkurstab, gevestigd in Berlijn.

VOORWOORD

Wie iets wil leren van de oude Egyptische cultuur moet eraan denken dat de Egyptenaren de dingen anders ondergingen. Zij voelden, dachten en handelden op een geheel andere wijze. De egyptoloog Frank Teichmann maakt dit op indrukkende wijze duidelijk in zijn boek ‘Der Mensch und sein Tempel – Ägypten’ (De mens en zijn tempel – Egypte) als hij de lezer door de binnenste ruimten van de Egyptische architectuur voert en hem getuige maakt van een heel andere belevingswereld.

Een andere zielenhouding ligt ten grondslag aan deze uiterlijke vormgeving. Dit houdt verband met de bewustzijnsontwikkeling van de mens die hier in samenhang met de Oudegyptische zienswijze van het hart moeten worden beschouwd. Wij moeten immers uitgaan van de oude Egyptische belevingswereld om de tijd van toen, en daardoor de huidige, te kunnen begrijpen, in plaats van de hedendaagse manier van denken en ervaren op de vroegere te projecteren.

Dit boek is een poging om de kennis over het lichaam en de organen van de oude Egyptenaren op het spoor te komen, waarbij overgeleverd geschreven materiaal over de geneeskunst en beschouwingen uit de mythologie elkaar aan moeten vullen. Veel kan hier alleen maar worden aangeduid en veel, bijvoorbeeld de beschrijving van ziekten en geneesmiddelen, wacht nog op een evaluatie van de kant van een geneeskunst die alle aspecten van de mens, ook de onzienlijke, in haar analyses meeneemt.

Nog opgemerkt dient te worden dat de goden zoals zij in de mythen voorkomen geen wezens zijn die voorgeschreven functies kennen. Zij nemen in een veranderende context ook andere gedaanten aan en tonen dan een ander gedrag. Dikwijls zijn hun namen verwisselbaar, zoals bijvoorbeeld Isis en Hathor. Bovendien laten de mythen niet slechts één uitleg toe maar zij bestaan steeds uit verschillende niveaus en kunnen op verschillende manieren uitgelegd worden. De lezer moet daarom geen vaste indeling verwachten maar zich instellen op de beweeglijkheid en veranderlijkheid van de Egyptische godenwereld. Ook de hier aangegeven verklaringen die steeds alleen maar bepaalde aspecten belichten, kunnen en moeten slechts benaderingen zijn op de zoektocht naar aanknopingspunten die het Egyptische wereldbeeld transparant voor ons maken.

Aan de publicaties van Frank Teichmann heb ik veel te danken. Vooral wil ik verwijzen naar zijn boek ‘Die ägyptischen Mysterien’ (De Egyptische mysteriën) dat van fundamenteel belang is voor het begrip van de Oudegyptische geestesgesteldheid.

INLEIDING

‘Bedenk, wordt ergens het leven intenser geleefd
als in de beelden van je dromen? En dichter bij je?
Je slaapt alleen. De deur is afgesloten.
Niets kan gebeuren. En toch, door jou gespiegeld,
werkt in en door je een vreemde wereld.’

(R.M. Rilke)

‘Het verleden is nooit dood, het is niet eens voorbij.’ Deze spreuk van Ramses II kan als aanleiding gezien worden de Oud-Egyptische cultuur met het oog op de huidige tijd te onderzoeken. Al in de Egyptische periode, zeggen onderzoekers op het spirituele vlak, is de basis gelegd voor veel van wat er heden aan impulsen, tendensen, vaardigheden, idealen als ook wereld- en mensbeelden rondwaart. Men zegt zelfs dat deze periode zich spiegelt in de huidige cultuurperiode. Dat betekent dat het voor de hedendaagse mens van groot nut kan zijn, zijn Egyptische ‘erfenis’ te begrijpen om zo het heden, onze tijd, met zijn vele mogelijkheden en kansen bewust te kunnen ervaren.

Als voorbeeld voor genoemde spiegeling kunnen we bijvoorbeeld het darwinisme zien. We kunnen het verklaren als herinnering aan oude Egyptische kennis: men herinnert zich dat de menselijke voorouders dierlijke gedaanten hadden. Men heeft echter vergeten dat deze figuren verheven geestelijke wezens waren toen zij door de Egyptenaren vereerd werden. Men ervaart dus een herinnering die echter uiterlijk geworden is. En de geestelijke achtergrond die aan de gebeurtenissen ten grondslag ligt, ziet of kent men niet.

In de geneeskunst treft men hetzelfde aan. De heden algemeen gebruikelijke vorm van erkende medische wetenschap schijnt in eerste instantie in veel opzichten gelijk te zijn aan de toenmalige – de praktische aanwijzingen in de overgeleverde geneeskundige teksten in aanmerking genomen. Als men echter de spirituele uitgangspunten onderzoekt, stuit men op een grote kennis van de verbanden tussen het menselijke lichaam en de geestelijke krachten in de natuur en kosmos. En dringt men helemaal door in het ‘hart’ van deze oude cultuur – in letterlijke zin door een onderzoek van het Egyptische begrip van het hart, kan men zich ertoe geroepen voelen, het beschouwen van het hart als een ‘pomp’, dat heden zo wijdverbreid is, radicaal opnieuw te overdenken.

‘Als de mens alleen met het verstand begrijpt, wat zijn zintuigen waarnemen, zal er voor de gezondheid van de mens iets anders volgen, dan wanneer hij in dat wat hij ondergaat de zintuiglijke uitdrukking van iets geestelijks ziet.’

1 OVER DE BRONNEN

Het oude Egypte, van oudsher bekend als de bron van wijsheid, leidt ons naar de wortels van de geneeskunde in het Westen. De geneeskundige kennis van de Egyptenaren werd al door de oude Grieken als buitengewoon beschouwd. In de Odyssee wordt gezegd: ‘daar is iedereen arts en overtreft aan ervaring alle mensen.’Herodotus wijst op het grote aanzien dat deze artsen, speciaal oogartsen, in het buitenland genoten. Dioskurides, Galenus en Plinius noemen de talrijke geneesmiddelen en genezende planten die werden gebruikt. Klaarblijkelijk had de Oudegyptische geneeskunde een vormende invloed op die van de Grieken.

Veel van de oude schatten van de Egyptische cultuur zijn voorgoed verloren gegaan. Ten tijde van de vernietiging van de Alexandrijnse bibliotheek moeten er bijvoorbeeld meer dan vijfhonderdduizend papyrusrollen zijn geweest. Clemens van Alexandrië stelt vast dat van de tweeënveertig heilige boeken die de god Thot als oerbron van alle kennis aan de mensen heeft gegeven, er zes boeken waren die over geneeskundige onderwerpen gingen:

  1. De bouw van het lichaam
  2. De ziekten
  3. De apparaten (van de artsen)
  4. De geneesmiddelen
  5. De ogen (ziekten)
  6. De aandoeningen van de vrouwen

Men heeft in de behouden gebleven papyrusrollen: de Kahun papyrus, de Edwin Smith papyrus, de Ebers-papyrus en andere – naast gegevens over de apparatuur en de geneesmiddelen – over alle genoemde onderwerpen iets aangetroffen. In hoeverre dit echter de volledigheid benadert die Clemens Alexandrinus bedoelt, kan niet worden gezegd. Daarbij komt het probleem dat het bij de overgeleverde geschriften bijna uitsluitend gaat om afschriften van oudere originelen en dat bij het overschrijven fouten zijn gemaakt. Vaak kan niet vastgesteld worden, hoe ingrijpend het origineel door het kopiëren werd vervalst. Ook is het moeilijk de tijd te vast te stellen waarin de originelen werden geschreven.

Opvallend is bij deze teksten de monotone, bijna slaapverwekkende vorm van schrijven met talrijke herhalingen. Optellingen en starre voorschriften van de handelwijze staan op de voorgrond, men mist de verklaringen voor de opgestelde regels. Aansporende vormen zoals: ‘dan moet je…’ of ‘dan zul je…’ en onpersoonlijke lijdende vormen als ‘er wordt gemengd…’ of ‘er wordt gedronken…’ vormen de boventoon. Ondanks dat getuigen de teksten van een verhoudingsgewijs grote kennis, zeker als men bedenkt dat de Egyptenaren, vergeleken met ons, slechts eenvoudige middelen tot hun beschikking hadden voor het uiterlijke onderzoek van het lichaam. Men kan zich derhalve afvragen, hoe de Egyptenaren dit niveau konden bereiken.

Met betrekking tot de architectuur kan dezelfde vraag gesteld worden: hoe is het mensen gelukt zonder uitgekiende technische hulpmiddelen de buitengewoon exact berekende en geconstrueerde piramiden te bouwen? Imhotep, die als god van de geneeskunst in Egypte werd vereerd, was zowel vertrouwd met de architectuur als met de geneeskunde. Wij zullen ons in het komende hoofdstuk met hem bezighouden.

INHOUDSOPGAVE

Voorwoord
Inleiding

I De oorsprong van ziekte in mythe en geneeskunst

    1. Over de bronnen
    2. Imhotep, Thot en de Egyptische Mercuriusstaf
    3. Geneeskunde als geheime kunst
    4. De mythe van de zieke zonnegod
    5. De betekenis van de naam
    6. De val van Osiris
    7. Het giftige zaad van Seth
    8. Het vaatstelsel
    9. Toestanden van het hart
    10. Geneeskunde en magie
    11. Geneesmiddelen
    12. De drie aspecten van ziekte

II Het hart – de betekenis ervan in het oude Egypte

  1. Het hart als zetel van het denken, voelen en willen
  2. Het hart in de cultuur van de gewaarwordingsziel
  3. Het hart bij het dodengericht
  4. Het hart en het fysieke lichaam
  5. Het hart en het etherlichaam (ka)
  6. Het hart en het astraallichaam (ba)
  7. Het hart en de geest (ach)
  8. De vier zonen van Horus
  9. Het dubbele hart van de farao

III De ontwikkeling van het bewustzijn van het hart

  1. De lering van het hart
  2. Het gesprek van de mens die levensmoe is met zijn ba
  3. Het conflict tussen hoofd en lichaam
  4. Het hart als orgaan van het ik
  5. Het hart in het sprookje over de twee broeders
  6. Mysteriën van het lichaam
  7. Isis of de ziel van Egypte 135

IV  Het hart in de spiegel van de cultuurperioden – het Oude Egypte en heden

  1. De betekenis van het mummificeren
  2. De Egyptische kennis van de mysteriën – kiemen van de huidige wetenschap
  3. Het verinnerlijkte Egypte
  4. De terugkeer van de Egyptische impulsen
  5. Het koude hart van Wilhelm Hauff
  6. Over het etherische hart
  7. Oude mysteriewijsheid en graalstroming
  8. Oorsprong en toekomst van het hart – over de betekenis van de lotusbloem
  9. Het hart als zonneorgaan
  10. Het hart als orgaan van het lot
  11. De sterrenwijsheid bij Novalis – het sprookje van eros en fabel, a De Apocalyps in het sprookje,  b De Michaëlsgedachte, c Zwaard en slang
  12. Het hart als orgaan van het geweten
  13. Het hart als sociaal waarnemingsorgaan

Slotwoord: het geheim van de piramide
Persoonlijk slotwoord

Literatuuropgave

Noten

Illustraties

BESTEL ALLEEN MET HET HART DENK JE GOED

LEES MEER OVER DE BOVENSTAANDE VIJF BOEKEN OVER HET OUDE EGYPTE