Isis: één van de belangrijkste godinnen uit Egypte – tekst van J. Slavenburg uit ‘Een reis langs de mysteriën’

BESTEL ‘EEN REIS LANGS DE MYSTERIËN’

Isis is de naam van één van de belangrijkste godinnen van mythen uit het Oude Egypte. Deze moedergodin speelt een essentiële rol in de Osiris-mythe, werd eerst vereerd in de Nijldelta, kreeg later onder andere een aan haar gewijde tempel op het eilandje Philae en is te herkennen in arcanum 2 van de tarot. Zij is de moeder van Horus en betoont haar tedere liefde van de moeder aan ongelukkigen in rampspoed. Ze vertoont diverse overeenkomsten met Maria, de moeder van Jezus, en madonnabeelden. De onderstaande tekst van Jacob Slavenburg over Isis en haar mysteriën komt uit zijn boek Een reis langs de mysteriën – Van het Oude Egypte tot Carl Gustav Jung.  

De zuster en gemalin van Osiris, Isis, heeft een uitstraling gekend over de hele antieke wereld. Van oorsprong puur Egyptisch verspreidde de Isisdienst zich in het Hellenistische tijdvak over Klein Azië en Griekenland en vanaf het midden van de tweede eeuw voor Christus ook in Italië. Aanvankelijk stuitte dit op verzet van de autoriteiten, maar in de eerste eeuw werd de religie volkomen geaccepteerd en vanaf die tijd vinden we ook Isis-tempels in het gehele Romeinse Rijk, zoals nog steeds duidelijk zichtbaar in Pompeï. Zelfs in Rome is er een heiligdom van Isis geweest. Over die Isis-mysteriën is niet heel veel bekend. Plutarchus schrijft daarover:

‘De zus van Osiris zou … de gevechten en worstelingen die zij had doorgemaakt niet zo maar voorbij hebben willen laten gaan, net zomin als haar zwerftochten en haar talrijke daden van moed en wijsheid door vergetelheid en stilte te accpteren. Nee, zij combineerde de allerheiligste mysterierituelen met beelden, suggesties en uitbeeldingen van de lotgevallen uit het verleden, waarmee zij voor mannen en vrouwen die onder soortgelijke omstandigheden leefden zowel een les in vroomheid als troost instelde.’

Zoals gebruikelijk in de oude mysteriereligies legden de deelnemers van de mysteriën een eed van strikte geheimhouding af van de hoogste inwijdingen. Een van de weinige uitzonderingen op deze geheimhouding vinden we in een werk van Apuleius; hij tilt een tipje van de sluier op.

Wie was deze Apuleius? Hij werd rond 124 na. Chr. geboren in Madaurus, een Romeinse kolonie in het huidige Algerije. Op volwassen leeftijd trok hij naar Carthago. Vandaar reisde hij naar Athene, waar hij filosofie studeerde en vervolgens naar Rome, waar hij een tijdlang als retor (leraar in welsprekendheid) werkte. 

Apuleius heeft ons een boek nagelaten dat nog steeds tot de absolute wereldliteratuur behoort: ‘Metamorphosen’ (veranderingen, gedaanteverwisselingen), ook wel ‘De gouden ezel’ genoemd. Lucius, een levenslustige jongeman, verandert namelijk door een verkeerd uitgepakte magische proef in een ezel. Maar wel een ezel met een menselijk verstand en menselijke gevoelens. Dat levert hilarische passages op. Maar daar blijft het niet bij.

Naast de bonte avonturen van de ezel en het daarin opgenomen aangrijpende klassiek geworden verhaal over Eros en Psyche, behelst deze roman nog iets veel indrukwekkender: er wordt een tipje van de sluier over een uiterst geheim mysterie opgetild. Lucis’ smeekbeden aan de godin Isis worden namelijk verhoord. Isis verschijnt hem in een droom en openbaart hem hoe hij zich kan bevrijden van zijn dierlijke gestalte. Als dat geschied is, laat Lucius zich inwijden in de mysteriën van Isis. Apuleius beschrijft het als volgt:

‘Bij de dag dan ook nam het verlangen meer en meer toe om de inwijding te ontvangen en ik had mij dikwijls gewend tot de hogepriester met de dringende bede mij eindelijk in te wijden in de geheimen van de heilige nacht. Maar hij, een ernstig man, die bekend stond om het in acht nemen van een ingetogen godsverering, vertraagde mild en vriendelijk mijn aandrang, zoals ouders de onrijpe verlangens van hun kinderen plegen te matigen en bracht mijn angstig hart tot rust met de troost van een betere hoop. Want de godin, zo zei hij, wees door een teken de dag aan, waarop een ieder kon worden ingewijd en de priester die de heilige handeling moest verrichten werd eveneens door haar uitgekozen…

Dit alles, zo meende hij, moesten ook wij met onderworpen geduld dragen en ons vooral hoeden voor begerigheid en weerspannigheid en beide vergrijpen vermijden en geroepen niet dralen en niet geroepen niet haasten … Evenals de overige getrouwen moest ik mij reeds nu onthouden van profane en goddeloze spijzen om veiliger toegang te verkrijgen tot de verborgen geheimen van de reinste godsdienst.’

Lucius, die zo graag ingewijd wil worden na een uitnodigende droom daartoe van Isis, moet leren geduld te betrachten. De inwijding vindt niet plaats op commando. De in te wijden leerling, de myste, moet er rijp voor zijn; er als het ware naar toe leven. Hij moet niet alleen geduld betrachten, maar zich ook hoeden voor begerigheid, voor overhaasting of juist voor het tegenovergestelde, treuzelen. Zijn leefwijze moet zuiver zijn, zo ook zijn voedsel, en hij moet in godsvertrouwen durven te investeren in zijn toekomst. Dat alles wil zeggen: karaktervastheid kweken. Pas daarna is het mogelijk iets van het wondere mysterie van de wedergeboorte te ervaren. Zoals Apuleius het beschrijft:

‘De machtige godin placht hen, die na afloop van hun leven vlak staan voor de drempel die het einde betekent van het levenslicht, aan wie de grote geheimen van de dienst veilig kunnen worden toevertrouwd, tot zich te trekken en voor de door haar voorzienigheid in zekere zin wedergeborenen een nieuwe heilzame levensloop te openen.’

Want, ‘de inwijding zelf werd voltrokken als een vrijwillige dood en door genade verkregen redding’. Het is wel bijna zeker dat in de mysteriën de nederlegging van Osiris in de doodskist van zijn broer Seth werd nagespeeld. Als onderdeel van het ritueel hebben de inwijdelingen hoogstwaarschijnlijk deze proef ondergaan. 

Bron: Een reis langs de mysteriën – Van het Oude Egypte naar Carl Gustav Jung door Jacob Slavenburg

LEES MEER OVER ‘EEN REIS LANGS DE MYSTERIËN’

BESTEL ‘EEN REIS LANGS DE MYSTERIËN’