Gilles Quispel: koningin Juliana zorgde ervoor dat gnostische teksten werden vrijgegeven

Koningin Juliana heeft destijds een essentiële bemiddelende rol gespeeld bij het beschikbaar komen van gnostische geschriften uit de Nag Hammadi bibliotheek die in 1945 is gevonden in Egypte. In de onderstaande tekst wordt dat uitgebreid toegelicht. 

In 1952 geeft professor Gilles Quispel (1916-2006), hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht, een reeks lezingen aan ‘ziele-artsen’ over de gnosis. een zekere Philip Metman vertelt hem daar dat hij binnenkort een uitnodiging krijgt voor een bijeenkomst op Het Loo bij Apeldoorn. Volgens Quispel was deze Philip Metman een spion. Hij krijgt inderdaad een uitnodiging en geeft op vermoedelijk 29 mei 1954 een lezing voor koningin Juliana en de kring aanwezig op Het Loo:

‘We troffen daar een heel gezelschap aan: de bankier Pierson met zijn lieve vrouw, een deftige verzekeraar met echtgenote, een dokter Fenter van Vlissingen, baron Van Heeckeren van Molecate en zijn vrouw, alsmede zijn moeder die over de lakeien als ‘die kerels’ sprak. Verder de heer Kaiser, oud-secretaris van de directie van de Maatschappij Nederland, een opgewonden standje met een knappe vrouw, koningin Juliana en juffrouw Hofmans die niets zei. Onder de buitenlandse sprekers bevond zich luchtmaarschalk Lord Dowding, leider van de Battle of Brittain. Dowding hield een toespraak over de landing op de aarde van buitenaardse mensen, waarin hij vast geloofde, ofschoon hij niet verklaren kon waarom die wezens Engels spraken.’

Na Quispels deelname aan deze bijeenkomst ontstaat er een ruzie met Marianne Tellegen, de directeur van het Kabinet van de Koningin, een verzetsheldin en curator van de Utrechtse universiteit. Het gaat over geld. Opvallend in dit verband is wat Quispel aan Meier schrijft over een later bezoek aan Juliana:

‘Sie war vielleicht en wenig entäuscht, dass wir keine finanzielle Hilfe brauchen.’

Behalve naar de bijeenkomst op Het Loo gaat Quispel naar bijeenkomsten op paleis Soestdijk. Eén van deze bezoeken vond plaats op 14 juni 1954. Deze bijeenkomsten hadden een ander karakter. 

‘Daar kwam de grote kenner van de joodse mystiek Gershom Scholem vertellen over de rollen van de Dode Zee en hoe hij kippenvel kreeg van de moorddadige “Strijd van de Kinderen des Lichts en de Kinderen der Duisternis”, één van die rollen. En toen de kenner van de gnosis Henri Charles Puech in 1956 in Utrecht een eredoctoraat kreeg, moest hij met zijn vrouw op het paleis komen vertellen over Nag Hammadi. Daarbij viel mij op dat de koningin slecht Frans sprak. En dat Greet Hofmans, zoals altijd, niets zei.’

Volgens NRC Handelsblad organiseerde Quispel twee bijeenkomsten en nodigde hij Gershom Scholem uit. Aanwezig waren veel rijke mensen uit Baarn, vaak lid van de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap aldaar. Over politiek werd, volgens Quispel, niet gesproken. 

Bij de presentatie van zijn nieuwe commentaar, op zaterdag 2 oktober 2004, heeft Quispel over de rol van koningin Juliana gesproken. Vooral de kop in De Telegraaf is veelzeggend: ‘Uitgave gnostische teksten blijkt aan Juliana te danken’. Trouw spreekt over de ‘cruciale rol’ van koningin Juliana:  ‘Zonder haar bemiddeling (zou het Thomas-evangelie) nu nog in een koffer in Caïro liggen. De Haagse Courant is specifieker:  ‘Koningin Juliana (zette) zich in om publicatie te bevorderen van de Codex Jung’. De Jung Codex was gekocht van Albert Eid en kon gepubliceerd worden door Peuch en Quispel. Er ontbraken echter 40 pagina’s van die codex. Quispel had de hoop dat deze pagina’s in de koffer in het Koptisch museum zaten. Het Evangelie van Thomas behoorde niet tot de Jung Codex. De berichten in De Telegraaf en Trouw geven de indruk dat Juliana zich ingezet heeft voor de publicatie van de hele Nag Hammadi-vondst, de Haagse Courant dat zij alleen heeft geholpen bij de publicatie van de Jung Codex. 

Ook in het NCRV programma Schepper & Co van 7 februari 2005 brengt Quispel deze relatie tussen Juliana en het Evangelie van Thomas naar voren. De kop van de Telegraaf brengt echter geen nieuws, in de NCRV serie De Verliezers uit 1981 legt een voice-over al de relatie tussen Juliana eh het Evangelie van Thomas:

‘Door bemiddeling van (toen) koningin Juliana en het Nederlandse Ministerie van buitenlandse Zaken weet Quispel een fotokopie van dat Evangelie te krijgen.’

Dit gegeven komt vanaf 2003 uitvoeriger aan bod in publicaties van Quispel. In het nawoord van Quispels Valentinus de gnosticus en zijn Evangelie der waarheid staat:

‘Om een lang verhaal kort te maken: op 10 mei 1952 kocht in in Brussel de codex. In 1955 ging ik met hulp van koningin Juliana naar Caïro …’

Dit is veel duidelijker dan de formulering van 1991:

‘Door ingrijpen van hogerhand kon ik in 1955 naar Egypte reizen.’

Lang is niet over de invloed van Juliana geschreven maar sinds 2003 spreekt Quispel hier openlijk over. In Trouw, in een interview met Cokky van Limpt van 26 juli, zegt hij hierover:

‘Koningin Juliana kreeg in 1955 een keer haar minister van buitenlandse zaken Beyen op bezoek, en die heeft ze toen uren beziggehouden over de ontdekking van Nog Hammadi, waar de goede man helemaal niets van wist. Ze droeg hem op voor mij bij de Egyptische autoriteiten toegang tot de handschriften te krijgen. Op het ministerie van buitenlandse zaken heb ik later de correspondentie mogen inzien over Nog Hammadi. In een brief die Beyen destijds verstuurd heeft aan onze ambassadeur in Caïro, Cnoop Koopmans, staat: “Deze zaak interesseert Hare Majesteit zeer en mij ook”.

Juliana was me er eentje, hoor, Ze is een geestige en diep vrome vrouw. En ze heeft veel betekend voor de wetenschap, dat mag ook wel eens gezegd. Ik kan u verzekeren dat als Juliana er niet was geweest, de Nag Hammadi-codices inclusief het Thomasevangelie, nu nog in die koffer lagen in het Koptisch museum, althans wat er dan nog van over zou zijn.’

In het tijdschrift Prana van augustus/september 2003 komt ditzelfde verhaal over de rol van Juliana bij de openbaarmaking van de Dag Hammadi codices naar voren. Hier wordt ook gesproken over wat er gebeurd was voordat minister Beyen op bezoek kwam. :

‘Op een gegeven ogenblik kwam men op de gedachte iets te doen om te bevorderen, dat de gnostische codices die in 1945 bij Nog Hammadi gevonden waren en die nog altijd in een koffer in het Koptisch museum in Caïro zaten, nu eindelijk eens zouden worden uitgegeven. De koningin drong er op aan, dat de constitutionele weg zou worden bewandeld. Enige leden van de Koninklijke Academie richtten zich tot haar met het verzoek of zij iets terzake kon doen. Daarna besprak zij het geval met haar minister van buitenlandse zaken Beyer. deze gaf instructies aan zijn ambassadeur te Caïro, die op zijn beurt de Egyptische autoriteiten benaderde. Die gaven toestemming. Zo zijn uiteindelijk de geschriften ter beschikking van de wetenschap gekomen. Dat is geen gering verdienste van Hare Majesteit en haar kring van Het Oude Loo.’

De nieuwe informatie hier is dat het idee oorspronkelijk van de groep komt die bijeenkomsten hield op het Oude Loo. Het gaat hier niet meer om toegang tot de manuscripten, maar om de uitgave van de Tano-collectie. Daarnaast is er nu sprake van het bewandelen van de constitutionele weg en wordt een plan opgezet dat enige leden van de Koninklijke Academie een brief aan Juliana schrijven.

In dezelfde tijd als deze twee bronnen over de gebeurtenissen aan het hof verschijnt er een soortgelijk verhaal in het blad Bres. Nagenoeg hetzelfde verslag verschijnt in een oplage van 26 exemplaren als boekje met herinneringen van Quispel over zijn leven. Hierin staan nog een aantal opvallende gegevens. 

‘Toen bedacht die kring dat zij iets moesten doen om die handschriften van Nag Hammadi, die in 1945 waren gevonden eenmaal bleven liggen in het Koptisch museum in Cairo, los te krijgen. Greet Hofmans kwam daarvoor eenkeer bij mij thuis, waarom weet ik niet meer. En Juliana bedacht een krijgslist. Wim van Unnik, hoogleraar in Utrecht en lid van de Koninklijke Academie, charterde een aantal geleerden als H. Wagenvoort en A.W. Bijvank om een verzoekschrift te richten tot Hare Majesteit met de vraag of zij iets aan de publicatie van de papyrusboeken van Nog Hammadi kon doen. Toen de toenmalige minister van buitenlandse zaken H.C. Beyen bij haar op audiëntie kwam, sprak zij hem urenlang over die vondsten. Hij wist daar niets van, maar bracht het verzoek over aan de ambassadeur in Caïro, Cnoop Koopmans. In de marge van zijn brief schreef deze wit-wit: ‘Deze zaak interesseert H.M. zeer en mij ook’. En zo kon ik in 1955 naar Caïro gaan met het voorstel dat de Jung Codex zou worden vrijgegeven. Dat gebeurde. En zo heeft de Koningin der Nederlanden, geïnspireerd door haar vrienden en vriendinnen, de wetenschap een grote dienst bewezen.’

Bron: Waar haalden de gnostici hun wijsheid vandaan? door A.P. Bos

2 gedachten over “Gilles Quispel: koningin Juliana zorgde ervoor dat gnostische teksten werden vrijgegeven

  1. P.J. Baars

    Wellicht dat e.e.a. aanleiding kan zijn om de zwijgende (wetende?) Mejuffrouw Greet Hofmans eindelijk recht te doen en haar te rehabiliteren. Zij zal met haar theosofische achtergrond beslist een van de drijvende krachten binnen de kring op het Oude Loo geweest zijn om de geschriften van Nag Hammadi te verkrijgen.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *