Spinoza over vrijheid van denken, vrijheid van meningsuiting en politieke vrijheid – filosofie in 50 sleutelwoorden

BESTEL SPINOZA, ZIJN  FILOSOFIE IN 50 SLEUTELWOORDEN

Maarten van Buren brengt de filosofie van Spinoza op een heel nieuwe manier voor het voetlicht. Van Buuren heeft de betekenis van vijftig sleutelwoorden in Spinoza’s werk vastgesteld aan de hand van een inventaris van alle passages waarin deze woorden voorkomen. Voor elk sleutelwoord tekenen zich uiteenlopende betekenissen af. In vijftig overzichtelijke, heldere en baanbrekende lemma’s worden deze sleutelbegrippen besproken en samengevat. Zo wordt de lezer deelgenoot gemaakt van het complexe gedachtegoed van Spinoza. Hieronder volgen gedeelten uit hoofdstuk 43 over vrijheid en de inhoudsopgave.

Vrijheid van meningsuiting

Spinoza zegt dat in de vrije staat iedereen vrij is om te denken wat hij wil en te zeggen wat hij denkt We zijn geneigd dit ‘en’ te lezen als een conjunctief ‘en’, dat wil zeggen als een ‘en dat twee gelijksoortige dingen samenvoegt. Denk aan uitdrukkingen als ‘Gratis en voor niks’ ‘Van Gendt en Loos’, ‘mijn echtgenote en ik’. Maar dat is niet de betekenis die Spinoza beoogt. Spinoza gebruikt een disconjunctief ‘en’ dat twee tegengestelde dingen uiteenzet. Denk aan uitdrukkingen als ‘wit en zwart’, ‘water en vuur’, mijn echtgenote en ik’ (het laatste voorbeeld verandert van betekenis wanneer het ‘en’ als een disjunctief, in plaats van een conjunctief ‘en’ wordt opgevat). Het disjunctieve ‘en’ maakt duidelijk dat de vrijheid om te denken wat je wilt en de vrijheid om te zeggen wat je denkt twee verschillende dingen zijn. 

Terwijl vrijheid van denken absoluut is, is vrijheid van meningsuiting betrekkelijk, dat wil zeggen, betrekking hebbend op de aard van de mening die wordt geuit en op de omstandigheden waarin deze mening geuit wordt. Hoewel Spinoza meent dat de vrijheid van meningsuiting in principe onbeperkt moet zijn, is hij ten aanzien van deze vrijheid een stuk voorzichtiger dan ten aanzien an de vrijheid van denken, omdat hij beseft dat als mensen hun mening openbaar maken zij de politieke ruimte betreden. In de openbare of politieke ruimte zijn burgers weliswaar in principe vrij om te zeggen wat ze denken, maar ze moeten zich onthouden van meningen die tweedracht of haat zaaien. Daar loopt de grens die aan vrijheid van meningsuiting is gesteld. Mensen die deze grens overschrijden zullen worden opgepakt, voor de rechter gebracht en veroordeeld. 

De vaststelling dat meningen in principe mogen worden geuit, maar dat dit niet meer geldt voor alle meningen in alle omstandigheden, dat er met andere woorden een grens bestaat die niet mag worden overschreden, maakt duidelijk dat hier eerder sprake is van een grijs gebied dan van een scherp getrokken grens. De vraag wáár deze grens moet worden getrokken, is onderwerp van voortdurend en verhit debat.

Vrijheid van denken 

Vrijheid van denken is ons niet van nature gegeven. We hebben van nature verstand gekregen, maar dat verstand werkt alleen als we het ontwikkelen en vervolmaken tijdens een levenslange training. Dat is de reden Waarom Spinoza zijn Verhandeling tot verbetering van het verstand schreef. De cruciale rol dei hij toekende aan het verstand mag hieruit blijken dat deze verhandeling zijn levenswerk had moeten worden. Tijdens het schrijven merkte hij dat de opzet van de verhandeling niet aan zijn bedoeling beantwoordde. Hij liet de ‘Verhandeling’ onafgemaakt en startte opnieuwe met zijn levenswerk dat hij ditmaal Ethica noemde. Het verstand staat in beide werken centraal en uit de titel ‘Verhandeling tot verbetering van het verstand’ blijkt al wel dat Spinoza zijn ethiek baseerde op het idee dat de mens zijn leven kan beteren en tot geluk kan komen door zijn verstand te verbeteren. 

Met verstand bedoelt Spinoza logisch denken. Hij meent dat logisch denken veel verder reikt dan het maken van sommetjes. Logisch denken betekent volgens Spinoza: kritisch denken. Kritisch denken onderscheidt zich van denken in het algemeen doordat bij kritisch denken de rede een kritisch oordeel velt over de indrukken en meningen waarover mensen in het dagelijks leven worden geconfronteerd. Terwijl het denken normaal gesproken wordt bepaald door de wirwar van indrukken die mensen overspoelen, verheft het kritische denken zich boven deze indrukken, verwerpt de meeste indrukken en meningen als onjuist, en corrigeert de overblijvende indrukken en meningen door ze in de juiste reeksen van oorzaak en gevolg te plaatsen. 

Het kritisch denken bestaat uit gedachten op een tweede niveau die zich kritisch buigen over gedachten op het eerste niveau. Spinoza’s opvatting over kritisch denken komt overeen met die van de stoïci. Epictetus (2e eeuw n. Chr.) vergeleek het kritisch denken met een nachtwacht die de stadspoort bewaakt. Als zich bezoekers melden bij de poort (waarmee Epictetus de indrukken bedoelde die zich voordoen aan de geest) zegt een wachter: ‘Wie bent u? Mag ik uw papieren even zien? Wat komt u hier doen?’ Het beeld dat de stoïci ook wel gebruiken ter omschrijving van het kritisch denken is dat van een rechter die elke indruk, elke mening aan een kritisch oordeel onderwerpt, de meeste indrukken en meningen veroordeelt en de overige indrukken en meningen corrigeert. 

Het kritisch denken is bovendien de plaats waar we vormgeven aan onze identiteit, waar we beitelen aan het beeld dat we van onszelf maken, de plaats waar we onze authenticiteit verwerven. Deze authenticiteit of waarachtigheid vormt volgens Spinoza de diepste zin en betekenis van het kritisch denken. Kritisch denken stelt ons in staat om tot waarachtigheid te komen in de dubbele zin van inzicht in de waarachtigheid van de dingen en de waarachtigheid (eigenheid) van onszelf. 

Politieke vrijheid 

De staat heeft als belangrijkste taak zijn burgers te beschermen tegen gevaren zoals lichamelijk geweld, moord en roof. In het ‘Politiek traktaat’ (of Staatkundige Verhandeling legt Spinoza de nadruk op vrijheid in de zin van veiligheid, zekerheid (securitas). Deze vrijheid onderscheidt zich als de vrijheid van iets (gevaar, dreining, angst) van de andere politieke vrijheden die vrijheden zijn tot iets (zelfbeschikking, vrijheid van denken, vrijheid van meningsuiting). 

Spinoza liet zich in het ‘Politiek traktaat’ inspireren door Machiavelli, dat wil zeggen door de Machiavelli van de ‘Discorsi’ (Betogen over de eerste tien boeken van Titus Livus, ogeveer 1515), niet door de Machiavelli van ‘De vorst’ (1513-1515). In ‘De vorst’ beschrijft Machiavelli het politieke bedrijf vanuit het standpunt van de vorst. Hij geeft aan welke middelen een vorst moet gebruiken om macht te verwerven en te behouden. In de ‘Discorsi’ kiest hij het standpunt van het volk en verdedigt hij dat de staat berust op de wens van het volk om vrij van angst te leven. 

Spinoza wijdt een hele paragraaf van het ‘Politiek traktaat’ (Politiek tractaat 5/7) aan de ‘zeer scherpe Machiavelli’. Hij benadrukt dat Machiavelli een voorstander was van vrijheid in de zin van de veiligheid die de staat geacht wordt te bieden aan het volk. 

In het werk van Spinoza doet zich een verschuiving voor in de relatie tussen machthebber en volk, die doet denken aan een gelijkaardige verschuiving in het werk van Machiavelli. In zijn vroege werk beschrijft Spinoza het volk als een kudde die in toom moet worden gehouden door de machthebber. In het ‘Politiek traktaat’ kiest hij het volk als uitgangspunt en stelt hij zich op het standpunt van de volkssoevereiniteit. 

Inhoud

Voorwoord

Ten geleide

1-2 AANDOENING-AFFECT
3 ADAM
4 ATTRIBUTEN: DENKEN – UITGEBREIDHEID
5 CHRISTUS
6 CONATUS
7 CONCENTRISCH LIHAAM
8 DEFINITIE
9 DESCARTES
10-11 DEUGD EN ONDEUGD
12-13 ESSENTIE – EXISTENTIE
14 GEEST
15 GOD
16 INTUÏTIE
17-18 LUST EN BEGEERTE
19-20 MACHTEN EN KRACHTEN
21 METAFYSICA
22 METHODE
23 MONISME
24 NATUUR
25-26 NATUURSITUATIE EN SAMENLEVING
27 NOODZAAK
28 OORZAAK
29 OVEREEENSTEMMING
30-31 RECHT EN WET
32 REDE
33 STAAT
34-35 SUBSTANTIE-VERSCHIJNINGSVORMEN
36-37 TAAL – ALGEMENE BEGRIPPEN
38 UTILITARISME
39 VERSTAND
40 VOLK
41 VOLMAAKTHEID
42 VOORSTELLING
43 VRIJHEID
44 VROOMHEID
45 VROUW
46 WAARHEID
47-48 WERKELIJKE DINGEN – DENKDINGEN
49 WERKELIJKHEID
50 WIL

Bron: Spinoza, zijn filosofie in 50 sleutelwoorden door Maarten van Buuren

BESTEL SPINOZA, ZIJN  FILOSOFIE IN 50 SLEUTELWOORDEN

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *