Bestaan en God – artikel van Anneke Stokman in Logon 2021-4

DOWNLOAD LOGON 2021-4 (PDF)

BESTEL HET TIJDSCHRIFT LOGON 2021-4 OP PAPIER

NEEM EEN (PROEF)ABONNEMENT OP LOGON

‘Buurvrouw, geloof jij in God?’ Hij hangt boven uit het raam van zijn kamertje, ik ben in de tuin bezig.
‘Ja hoor, ik geloof in God.’ Hij gaat gerustgesteld weer spelen. Ik snap het wel, zijn ouders doen niets aan enig geloof, maar hebben hem wel op de katholieke basisschool gedaan want die is het dichtste bij. Tja, dan moet je het als kind wel gaan checken in je omgeving: hoe zit dat nou, wie gelooft er wel en wie gelooft er niet in God?

Achteraf denk ik dat ik me er wel gemakkelijk vanaf gemaakt heb. Je gelooft wel of je gelooft niet. Maar zo ja, wáár geloof je dan in? Dan ben je niet zo gauw klaar met je antwoord. Dan krijg je te maken met millennia theologische geschiedenis, martelaren, godsdienstoorlogen, kettervervolgingen, kerksplitsingen en daar weer afsplitsingen van… En ook: zo nee, waar geloof je dan niet in? Dan komt de hele wetenschap over je heen met verhandelingen over het (gebrek aan) bewijs van het Godsbestaan. Oeverloos…

Laat allemaal maar gaan, probeer alleen te formuleren waar jij ‘in gelooft’, denk je bij jezelf. Geloof is een term die in de menselijke opinie gekoppeld wordt aan instituten waarbinnen een geloof beleden wordt. Men houdt zich aan regels, wetten, voorschriften, aan een bepaalde vorm waarin over God gedacht en gesproken wordt, een bepaalde vorm van verering, een bepaalde vorm van omgang met ‘niet-gelovigen’. Allemaal vormen. En als je al die vormen nou eens niet wilt? Dan kom je uit bij het pure geloven in ‘iets dat groter is dan jij’, waar je op vertrouwt, waar je je aan wilt overgeven. Nu in het Westen de kerken leeglopen, is dat veel meer de trend geworden: geloven ‘dat er iets is’.

Het thema van deze LOGON is: de vele gezichten van God. Kijk, dat is positief. Het doet denken aan een uitspraak: God is alles in allen. Daar kun je wel even op kauwen. Als je dat diep tot je door laat dringen, kom je in de buurt van de grootsheid van deze gedachte. God is adem, is leven, is bewustzijn, is liefde, is in ieder atoom, is de schepper van al wat is, is nader dan handen en voeten. Laten we bij het begin beginnen. Het wonder dat leven is, heeft de wetenschap nog steeds niet ontraadseld. 

Dat een baby zodra hij geboren is zijn longen gaat gebruiken, adem gaat halen, adem móet halen tot aan zijn dood, dat is God. Ja, alles op aarde haalt adem. De oerwouden zijn de longen van de wereld. Hoe prachtig is dat niet geregeld, de mens gebruikt zuurstof en ademt koolzuur uit, bij de bomen en planten is het andersom. Een volmaakte kringloop, dat is God.

En wat doet de mens? Elke 5,67 seconde, jaar in jaar uit, wordt een ‘voetbalveld bomen’ geveld, wordt de ademhalingskringloop belemmerd. Is het dan gek dat de mensen door een pandemie geen adem meer krijgen? Ook de waterhuishouding op aarde: regen die naar de zeeën stroomt en verdampt tot wolken die elders weer als regen neerkomen, het is een volmaakte kringloop. Dat is God.

En wat doet de mens? Bouwt onvoorstelbaar grote stuwdammen: het stuwmeer voor de grootste krachtcentrale van Afrika in Ethiopië in de Nijl is na zes jaar (!) ten slotte volgelopen; het is nu 500 kilometer lang en 30 kilometer breed. Alles voor de elektriciteit. De landen stroomafwaarts krijgen nu veel te weinig water, het slib wordt niet meer afgezet en is vervangen door kunstmest. Het land verzilt en geeft veel minder opbrengst.

Ook hier is de ademhalingskringloop voor een groot deel tot staan gebracht. Is het dan gek dat er oorlog ontstaat om water! Nog veel meer gezichten heeft God. Lees (bijvoorbeeld bij Peter Wohlleben, Het verborgen leven van bomen) over hoe bomen in het bos feilloos ondergronds met elkaar communiceren, elkaar beschermen en hoe de sterken de zwakken steunen. Hoe water de drager is van emoties. Steeds meer wonderlijke ontdekkingen worden gedaan van het goddelijke in alles.

God en de mens. Het lijkt wel of de vele gezichten van God niet zichtbaar zijn voor de mens, die in eigenwilligheid zijn eigen plan blijft trekken, ook als het fout dreigt te gaan. Alle verbrandingsmotoren van de wereld op fossiele energie bij elkaar, te land, ter zee en in de lucht, alle elektriciteitscentrales, blijken de aarde toch te veel op te warmen; eilandjes in de oceaan zijn al verdwenen, en er komen maatregelen.

Maar intussen vragen datacentra, bitcoins, algoritmes, 5G-netwerken, steeds geavanceerdere telefoons, de cloud en hoe het allemaal heet, om steeds méér elektriciteit. De honger naar elektriciteit is onverzadigbaar. Dat ook hier elke verbranding zuurstof kost, wordt als onvermijdelijke factor gezien. Zuurstof is er toch genoeg op aarde? En de CO2 stoppen we onder de grond. De hele maatschappij blijft gericht op méér, méér. Steeds meer totale afhankelijkheid van elektriciteit.

Dat de mens tot de orde geroepen wordt om wat hij zelf heeft aangericht, is óók een gezicht van God. Het is door Gods liefde dat het bewustzijn van de mensheid wakker wordt geschud, nu hij van de aarde een onleefbare planeet aan het maken is.

Geloven ‘dat er iets is’, is een veel te magere formulering. Geloven dat ‘alles er is’ omdat God het gewild heeft, dát is het. Geloven dat de mensheid de aarde als leerschool heeft gekregen, dat het ervaren van de tegenstellingen, de halfheid en de beperkingen van deze stoffelijke wereld noodzakelijk is voor dit leerproces, dát is geloven in God, in het goddelijk bedoelen. Gods liefde geeft de mens steeds opnieuw kansen om zich tot die waarheid om te keren.

Geloven in God is geloven dat het ons gegeven is tot inzicht te komen: het inzicht dat het gaat om het navolgen van de goddelijke liefde, om zo uiteindelijk uit te stijgen boven de wereld van de tegenstellingen, terug te keren tot de wereld van de eenheid die we ooit uit eigenwilligheid verlaten hebben. Het is kiezen voor een oneindig veel hogere vorm van elektriciteit: de elektrische vuurether, die ons kan leiden naar een nieuwe staat van bewustzijn. Als die vuurether ons wezen kan doordringen, zullen we veranderen, zal de goddelijke kern in ons zich kunnen ontplooien.

Dan is er een intens innerlijk weten: God is alles in allen. Het ‘bestaan van God bewijzen’ hoeft dan niet meer. In wezen is er niets dan God. En dat ben jij.

Bron: Logon 2021-4, artikel van Anneke Stokman

DOWNLOAD LOGON 2021-4 (PDF)

BESTEL HET TIJDSCHRIFT LOGON 2021-4 OP PAPIER

NEEM EEN (PROEF)ABONNEMENT OP LOGON