Symboliek van ganzen en ganzenbord, gedeelte uit hoofdstuk 13 van Mysteriën en symbolen van de ziel

ganzenbord mysterien en symbolen van de ziel

Het spirituele pad is een weg naar binnen, want je nadert de goddelijke kern van de microkosmos, de geestvonk. Dat komt op een bijzondere wijze tot uitdrukking in de symboliek van een klassiek bordspel: ganzenbord. Ganzenbord bestaat al sinds de veertiende eeuw en is meer dan alleen een kinderspelletje, het is te zien als een wijsheidsspel waarin de levensweg van de mens in vele symbolen wordt verbeeld.

De spelers van het ganzenbord gaan hun levensweg met een reiskameraad: de gans. In veel culturen staat deze watervogel, die kan opstijgen en neerdalen als hij dat wil, symbool voor de menselijke ziel. Ganzen worden ook in verband gebracht met ziele-kwaliteiten als waakzaamheid, liefde en trouw. Bij onraad beginnen ze namelijk meteen te gakken en een ganzenpaartje blijft levenslang bij elkaar.

De Grieken brachten de gans in verband met Hera, Apollo, Eros en met Hermes (de boodschapper van de goden). In het oude Egypte was de gans de vogel die het legendarische kosmische ei legde. De wilde gans was het vervoermiddel door de lucht van Aziatische sjamanen, van de hindoe-god Brahma en van het jongetje Niels in het beroemde boek “Niels Holgersons wonderbare reis” uit 1906 van de Zweedse schrijfster Selma Lagerlöf. Bij de oude Indianen staat de gans symbool voor de trektocht die leidt naar innerlijke verandering. En in het oude India staat de gans voor het verlangen van de ziel om bevrijd te worden van samsara, van het wiel van geboorte en dood, van reïncarnatie en karma.

De grondvorm van de meeste ganzenborden is een ovale voorstelling van een opgerolde spiraal die begint in de linker beneden-hoek en tegen de klok in draait met twee of drie toeren naar binnen toe. Het middenveld, waarin aanvankelijk de spelregels stonden, blijft open. Door de eeuwen heen zijn ganzenborden steeds volgens min of meer dezelfde structuur samengesteld. Een bord telt 63 velden met nummers, waarvan 62 zich bevinden in van elkaar gescheiden vakken. Nummer 63 is het einddoel: de speler die dit als eerste bereikt, heeft gewonnen.

De nummers op het ganzenbord kunnen we zien als een verwijzing naar de leeftijd of een signatuur van de mens die wordt weergegeven door het betreffende aantal levensjaren. Het getal 63 geeft aardig weer welke leeftijd mensen destijds ongeveer bereikten en is tegelijkertijd symbolisch omdat het negen maal zeven jaren be- treft. Negen is het grootste ééncijferige getal en drukt dus een volheid uit. Zeven is een heilig getal en verwijst onder andere naar de cycli van 7 jaar die in de ontwikkeling van de persoonlijkheidsziel kunnen worden onderscheiden.

In de leeftijdsperiode van 0 tot 7 jaar van een mensenkind wordt er vooral gewerkt aan de ontwikkeling van het fysieke lichaam. Deze eerste levensperiode eindigt met de tandenwisseling. Aan het etherlichaam, dat verband houdt met levensprocessen wordt vooral gewerkt in de leeftijd van 7 tot 14 jaar. Het kind kan zijn lichaam dan beter besturen en geslachtsrijpheid ontstaat. Van 14 t/m 21 jaar komt vooral het astrale lichaam, dat betrekking heeft op gevoelens en verlangens, tot ontwikkeling. Dan wordt de opgroeiende mens ook sterker verbonden met het karma van de microkosmos waarin hij woont.

Aan het mentale lichaam wordt vooral gewerkt in de periode van 21 t/m 28 jaar. Volgens de wet zijn mensen al op hun 18e jaar volwassen, maar uit onderzoek blijkt dat de hersenen pas zijn uitgerijpt tussen het 24e en 30e levensjaar. Totdat het brein is volgroeid is er bij veel jong volwassenen nog geen optimaal functioneren van zogeheten executieve functies zoals beginnen, impulsen remmen, organiseren, plannen, aandacht richten en doorzetten.

Worden als een kind 

Op grond van al het voorgaande zou je misschien denken dat het laatste veld van het ganzenbord, nummer 63, staat voor de dood omdat de dood het definitieve einde is van het stoffelijke lichaam. Ganzenbord gaat echter over de wisselwerking tussen de persoonlijkheidsziel en de ziel, en de ziel kan niet sterven omdat zij deel uitmaakt van de eeuwigheid. Het middenveld gaat niet over de dood, maar over de overwinning.

Op het oudhollands ganzenbord van Jumbo zien we in het midden een jong meisje dat op haar knieën bij twee ganzen zit en de voorste gans voert (zie afbeelding). Het jonge meisje kunnen we zien als de wedergeboren persoonlijkheidsziel, de voorste gans die gevoerd wordt als de ziel, en de andere gans als de geestziel. In het jonge meisje kunnen we overgave van de persoonlijkheidsziel aan de ziel herkennen.

Ook kunnen we een verband leggen met het feit dat mensen in wie de ziel krachtig werkzaam is op kinderen lijken omdat ze open, onschuldig en leergierig zijn, en zich kunnen verwonderen en ver- heugen over alledaagse dingen. Dit doet denken aan de uitspraak van Jezus: ‘Wanneer gij u niet bekeert en wordt als de kinderen, zult gij het koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan. Wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk der hemelen.’ (Matteüs 18:4-5)

Bekering houdt in dat als gevolg van een innerlijke ommekeer het oude dat niet in overeenstemming is met het spirituele pad sterft. Op het ganzenbord staat de dood in vakje 58. Een speler die op dat nummer komt, moet helemaal opnieuw beginnen. Als de oude persoonlijkheidsziel niet al tijdens het leven gestorven is, sterft deze vrij snel na de dood van het stoffelijke lichaam. In de betrokken microkosmos moet dan, volgens het principe van reïncarnatie, na verloop van tijd een nieuw stoffelijk lichaam geboren worden en een nieuwe persoonlijkheidsziel worden opgebouwd.

In de vakjes 1 t/m 62 is er wel wisselwerking tussen de persoonlijkheidsziel en de ziel, maar veel minder intens dan in het middenveld, het veld van de overwinning. Op de vakjes met een veelvoud van negen en een veelvoud van negen minus vier staan ganzen. Die vakjes symboliseren momenten waarop er een vrucht- bare interactie is tussen persoonlijkheidsziel en de ziel. Een speler die op zo’n vakje komt groeit sneller en mag het zelfde aantal vakjes verder als hij ogen heeft gegooid.

Een jong kind staat nog in contact met de wereld van de ziel, maar omstreeks het zesde levensjaar verzwakt die verbinding. Dat moet ook omdat het kind een persoonlijkheid moet opbouwen. Daarom staat op vakje zes de brug. Een speler die op de brug komt is gegroeid en mag verder naar vakje 12.

Het volgende vak met een speciale betekenis is de herberg op nummer 19. De jonge mens maakt zich los van het ouderlijk huis en gaat nieuwe sociale contacten aan in de herberg. Daarbij ontstaat nogal eens een fascinatie voor plezier en genot waardoor de ziel zich nog moeilijker in de persoonlijkheid kan uitdrukken. Dit werkt vertragend op de innerlijke ontwikkeling en daarom moet de speler die in de herberg komt een beurt overslaan.

Is dit alles 

Wanneer iemand de leeftijd van dertig jaar net is gepasseerd is hij of zij meestal behoorlijk gesetteld met een levenspartner, kinderen, baan en bezit. Het is dan een flinke klus om alles in goede banen te leiden, zeker als er naast de drukte en de stress ook nog sprake is van emotioneel geladen conflicten.

Belangrijke keuzes zijn gemaakt en er is begrip ontstaan over hoe de uiterlijke wereld in elkaar zit en werkt. Dan kan er een onbehaaglijk gevoel ontstaan dat treffend wordt verwoord in het lied ‘Is dit alles?’ van de Nederlandse band Doe Maar:

Ga zitten want ik wil eens met je praten
Ik ben allang niet meer zo blij als toen
Nee, schrik maar niet ik wil je niet verlaten, nee-hee Er is iets en ik kan er niks aan doen 

We komen niets tekort, we hebben alles
Een kind, een huis, een auto en elkaar
Maar weet je lieve schat wat het geval is, aha Ik zoek iets meer ik weet alleen niet wat 

Is dit alles (oeh oeh oeh oeh) Is dit alles
Is dit alles wat er is 

De ziel begint zich nu kenbaar te maken. Er is een dorst naar het levende water, naar de inspiratie van de ziel. Die dorst kan worden gelest bij de waterput op nummer 31. Het is belangrijk dat de reiziger op de levensweg daar de tijd voor neemt, en ook dat hij beseft dat hij zijn probleem niet zelf kan oplossen en dus hulp van anderen moet aanvaarden. Daarom mag hij pas weer verder als er een medereiziger bij de put komt.

Rond het 42ste levensjaar kan er zich een nieuwe crisis voordoen, een crisis die tegelijkertijd een kans is. De reiziger heeft het gevoel verstrikt te zijn geraakt in een doornstruik of een doolhof. Hij of zij ervaart wegen te hebben bewandeld die weinig voldoening meer schenken. Dan is het raadzaam om een paar stappen terug te doen, na te gaan waar het diepste verlangen naar uitgaat en daar aandacht aan te schenken. De reiziger die arriveert op vakje 42 met de doornstruik moet daarom terug naar vakje 39.

Tien jaar later, op vakje 52, kan de benauwenis die wordt ervaren in het uiterlijke leven zo groot zijn, dat de reiziger snakt naar bevrijding uit die gevangenis zodat de ziel weer vrij kan ademen. Hij staat dan open voor externe hulp in de vorm van bijvoorbeeld, boeken, lezingen, symposia, cursussen, verdiepingskringen en online-programma’s. De reiziger op dit vakje kan pas verder als hij door een andere reiziger is verlost.

De dood overwinnen 

Vanaf dat moment is het essentieel dat de reiziger zich voortdurend bewust is van zijn sterfelijkheid, dat hij zijn levenskunst baseert op het adagium ‘memento mori’ of ‘gedenk te sterven’ om het ware leven te winnen, in overeenstemming met de dichtregels van de mysticus Angelus Silesius:

‘Als gij niet leeft in God, houdt dit dan vast voor waar: dan zijt en blijft ge dood, al leeft ge duizend jaar.
‘k Erken u niet, o dood, – sterf ik te aller stonden,
zo wordt het ware leven pas door mij gevonden.’ 

De reiziger die innerlijk gestorven is, en dus vakje 58 (de dood) van het ganzenbord is gepasseerd, kan werken aan de wording van het opstandingslichaam, aan het weven van het gouden bruiloftskleed. Zo wordt de dood in spirituele zin overwonnen.

Bron: Mysteriën en symbolen van de ziel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *