De betrekkelijkheid der stof – strofe 24 van de Tao Teh King en een berijming door C. van Dijk

BESTEL TAO EN TEH

LEES MEER EN DOWNLOAD HET GRATIS GEDEELTE VAN TAO EN TEH

BEZINNINGSBIJEENKOMST IN 10 PLAATSEN: DE TIJDLOZE WIJSHEID VAN LAO TSE

Hieronder volgt strofe 24 van de Daodejing van Lao Zi in de vertaling van E.J. Welz en parafrasen op door C. van Dijk.

Wie op zijn tenen staat, zal niet lang overeind blijven;
wie zichzelf een vuurbaken acht, straalt niet ver;
wie voldaan is over zichzelf, voldoet anderen slecht;
wie met zichzelf te koop loopt, vindt weinig kopers;
wie zichzelf roemt, is niet beroemd.
Toets zulks aan Tao, en ge zult een gelijkenis ontwaren
met onsmakelijke etensresten en walgelijke gezwellen.
Hij, die Tao heeft, gaat er zich niet aan te buiten.

Betrekkelijkheid der stof – Vier en twintigste Spreuk

220

Wie op de beenen rust, vindt tijd’lijk evenwicht.
Maar als het rustpunt wijkt, gaat ‘t evenwicht verloren.
Wie in zichzelven staat, in het innerlijk’ licht
Die staat onwankelbaar, en niets kan hem verstoren.

221

De beenen spreiden, is niet voorwaarts gaan.
In gang zijn is: de Geest in werking stellen.
Ons voortbewegend, zien wij alles aan,
Waarachtig gaan, is aan de bron ontwellen.

222

Het uiterlijke licht, bestraalt ‘t door stof omhulde.
Zich plaatsen in dat licht, is slaaf zijn van de stof.
Stof zelf is schaduwbeeld van ‘t eeuwig onvervulde.
Het Geest’lijk licht is ijl, het aarde licht is grof.

223

Wat heet: het doel bereiken in het aardsche leven?
Bij het hoogste punt van stijging, vangt weer daling aan.
Het voedsel wordt verbruikt de aarde weêrgegeven.
Zoo is het doel slechts middel tot eind’loos voortbestaan.

224

Wie zich een houding geeft, is onderdaan.
Slaaf van ‘t instinct, wil hij de wet verwringen.
Een bloem kan bloeien – welken – en vergaan,
Maar niet het liedje van den vogel zingen.

225

Aldus: wie hoog zich plaatst daalt af.
Wat hoog is – moet in ‘diepte’ stijgen.
Wie hoog zich plaatst – graaft zich een graf.
De hoogste roem is – need’rig zwijgen.

226

Zoo neemt de mensch, het hem geschonken leven,
Uit handen van de onvolprezen macht.
Ontleedt en scheurt – in plaats het voort te weven.
Keert zich van ‘t licht, en wentelt zich in nacht.

227

En achter ‘t eens geschapen waanbeeld jagend,
Is zijn bestaan op zinsbedrog gebouwd.
Zoo tast hij rond, steeds onvoldaan en klagend,
Terwijl hij zelfs zijn schaduw niet vertrouwt.

228

Maar wie geworteld is in ‘t eigen wezen,
Met alle poriën naar het licht gewend,
Kan in ‘t verborgen boek der Schepping lezen,
Zoodat hij schijn – van waarheid onderkent.

Bron: Tao, Universeel bewustzijn – Teh, Universeele bewustwording van E.J. Welz en C. van Dijk

BELUISTER OF LEES COMMENTAREN OP STROFE 24 UIT

DE CHINESE GNOSIS: 24-1 , 14-2 , 24-3

BESTEL TAO EN TEH

BEZINNINGSBIJEENKOMST DE TIJDLOZE WIJSHEID VAN LAO TSE