Bach en het getal, Christiaan Rozenkruis en de grafspreuk over de samenvatting van het heelal

 

In het boek Bach en het getal is geprobeerd aan te tonen dat Bach in de getalstructuren van zijn composities veelvuldig gebruik heeft gemaakt van rozenkruiserssymbolen, Door middel van vele voorbeelden wordt duidelijk dat hij in ieder geval de naam Christian Rosencreutz en de Latijnse spreuk op diens gratrombe – ACRC Hoc universi compendium vivus mihi sepulchrum – in zijn composities heeft verwerkt.

Vooral dit laatate is een bijzonder en opvallend gegeven; het betekent dat Bach de Fama Fraternitatis R.C. , het eerste manifest van de rozenkruisers, gekend moet hebben. De grafspreuk is namelijk allen in dit geschrift te vinden. Op de een of andere manier heeft Johann Sebastian zich aan de broederschap verbinden (gevoeld) en vond hij het blijkbaar waardevol de mystieke, esoterische spreuk getalsmatig in zijn werk aan te brengen. Historisch is echter niets over een verbinding van Bach met de rozenkruisers bekend en in Bachs manuscripten noch in zijn nagelaten bibliotheek zijn er aanwijzingen omtrent zo’n verbinding te vinden.

Het enige houvast bieden de getalstructuren in Bachs composities, waarvoor enige vakkennis is vereist. Er is echter één structuur die aan iedereen is uit te leggen omdat er geen enkele muzikale analyse aan te pas komt. Het betreft de structuur van de 30 Inventiones en Sinfoniae voor klavecimbel. De getalssymbolen ontvouwen zich hier simpel vanuit de maattotalen van de dertig onderdelen van deze cyclus. […]

Hoe Bachs verhouding tot de rozenkruisers precies geweest is zullen we waarschijnlijk nooit weten, maar kennelijk heeft hij het om de een of andere reden de moeite waard, ja zelfs belangrijk gevonden, om symbolen van de broederschap, zoals de naam van de magische stichter en de spreuk op diens graf, in zijn composities te verbergen. Dat kan niet anders betekenen dan dat hij minimaal affiniteit en een bepaalde geestelijke verbondenheid met de filosofie van de broederschap moet hebben gehad.

Mijns inziens moet ook in Bachs eigen geloofovertuiging de persoonlijke beleving van de diepste christelijke waarden verre de voorkeur hebben gehad boven de uiterijke vormgeving, met louter plichtplegingen, regels en wetten. In zijn hart moet Bach zich in hoge mate bewust zijn geweest van de betrekkelijkheid van alle uiterlijke vormen en regels en voelde hij haarfijn de essentiële kern aan waar het eigenlijk om ging: de persoonlijke verbinding en relatie van de mens met God. En de onderlinge intellectuele strijd tussen de verschillende christelijke godsdiensten over allerlei bijkomstige theologische zaken moet hem danig gestoord hebben.

Wanneer we de diepe intentie van de Hohe Messe als maatgevend mogen en durven zien voor het grote, mystieke geheim van Bachs totale oeuvre, kunnen we misschien wat gemakkelijker ons hart openen en tot het stille, onroerende besef komen dat Johann Sebastian Bach het nageslacht muziek heeft nagelaten van een onmetelijke schoonheid, muziek die zich heeft losgemaakt van alle materiële, stoffelijke beperkingen en die in spiritueel opzicht de grenzen van plaats en tijd doorbreekt, een verzoening mogelijk maakt tussen alle schijnbare tegendelen en de poort opent naar een ultieme beleving van de alles omvattende geestelijke eenheid achter alle stoffelijke verschijnselen. 

Proeven we hier niet dezelfde mentale geesteshouding die zo eigen is aan de rozenkruisers? Ook de rozenkruisers streefden immers naar een verzoening van de schijnbaar onverenigbare tegendelen, een verzoening van de lutherse theologie met de natuurwetenschappen, de mystiek en de esoterie, een verzoening die het mogelijk maakte te komen tot één grote synthese tussen enerzijds het vasthouden aan de grote geloofsdogma’s en anderzijds de innerlijke vrijheid van de mens om zelf na te denken over alle levensverschijnselen, deze te onderzoeken, erover te mediteren en heel persoonlijk met deze geloofswaarden om te gaan.

Net als Bach met zijn universele muziek de mens dicht bij zijn oerbron brengt en hem confronteert met de meest essentiële religieuze waarden in de schepping, zo proberen ook de rozenkruisers vanuit een breed, universeel perspectief de religieuze oerbron van het bestaan te vinden en te komen tot een hoger bewustzijn en een ervaring van de alles omvattende geestelijke eenheid achter alle stoffelijke verschijnselen. Zo beschouwd zou je de universele Bach een echte rozenkruiser kunnen noemen!

Bron: De klank van de idee, het beeld van de inspiratie, symposionreeks 33, voordracht ‘Johann Sebastian Bach en zijn samenvatting van het heelal’ door Kees van Houten

Kees van Houten is organist, dus uitvoerend musicus, en schrijver van boeken over Bach – onder andere Bach en het getal en De universele Bach. Van Bach zegt hij: ‘Ik ken niemand anders dan bij wie hart en hoofd, gevoel en verstand, zo in evenwicht zijn. Bach is zowel een rationele wetenschapper als een spiritueel mens. Ja, en dan zijn muziek. Zo rijk aan symboliek, zo helder en zo diep en dan nog eens de verbijsterende combinatie tussen tekst en muziek.  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *