Het kompas – podcast 3 van Olette Luitwieler over je ware wil in gedicht uit ‘Zonder mij’

 

DOWNLOAD HET GRATIS GEDEELTE VAN ‘ZONDER MIJ’ (PDF)

BESTEL ‘ZONDER MIJ’

HET KOMPAS

Je wil
is het kompas
naar je zijn.

Maar je zijn
komt pas
als je niets
meer wilt.

Dit gaat over jouw ware wil en te gaan zien dat die ware wil van jou één is met de wil van God, of met de ene levenswil zou je kunnen zeggen. Dus je wil is het kompas naar je zijn. Dus er zit in jou een verlangen om jezelf te zijn. 

We zijn als het ware in de wereld gaan leven met een masker op. En we zijn allerlei rollen gaan spelen waar we ons mee geïdentificeerd of vereenzelvigd hebben. We hebben ons in zekere zin vereenzelvigd met ons lichaam, met onze naam, met onze afkomst, met ons beroep, met onze vrienden en met alles wat we ons zogenaamd eigen hebben gemaakt. En dat noemen we onze persoonlijkheid of identiteit. Maar dat is niet wie we werkelijk zijn.

Als je dus leeft met je masker in allerlei rollen heb je misschien het gevoel dat je wordt geleefd, dat je doet alsof. Dat je denkt: dit is het niet helemaal. Dan ga je zoeken. Dan ga je denken: wie ben ik nu eigenlijk? En als je dat verlangen volgt, dan is dat het verlangen naar huis en het verlangen naar huis is het verlangen naar jouw ware wezen, naar jouw zijn.

En dan is er een tweede stukje dat er staat: Maar je zijn komt pas als je niets meer wilt. In dit tweede gedeelte, zou je kunnen zeggen, dat de wil van het niets meer willen gaat over de wil van je ikje. De wil van je ik is altijd een egoïstische en egocentrische wil, want het is de wil van het ego in jou. Het ego in jou wil iemand zijn, wil iemand worden en iets worden en heel wat worden. En daar hangt het zijn geluk zogenaamd aan op, aan het iemand zijn en iemand worden: een onafhankelijk, autonoom individu, uniek en het liefst ook nog bijzonder. 

Dat is waar het ikje mee bezig is. Maar door daarmee bezig te zijn kom je niet bij wie je werkelijk bent, omdat de wil van jouw ikje je afhoudt van wie je werkelijk bent. Daarom staat hier: Maar je zijn komt pas als je niets meer wilt. Als je dus niets meer wilt van of voor jouw ikje. Als jij dus de egoïstische en egocentrische neiging van dat ik gaat loslaten. Als je daaraan ontstijgt en denkt: nee, daar ligt het geluk niet. Het geluk ligt niet in de bevrediging van mijn wensen en behoeften. En ook niet in de bevrediging met alles wat met lichamelijke en wereldse dingen te maken heeft. Daar ligt niet het geluk. Daar kom je op een gegeven moment achter.

Je wil moet dus een soort shift maken van de persoonlijke, egoïstische, egocentrische wil naar het willen van jouw ware wezen. En dat komt neer op het willen van één zijn met God. Het willen één zijn, de wil van God willen. Want in wezen heb je God als oorzaak en jij bent zijn wil. Ten diepste ben jij de wil van God. Maar God heeft geen weet van egocentrische, egoïstische ikjes.

Gods wil is eenheid. Gods wil is dat jij gaat zien dat jij zijn kind bent, dat jij één met God bent, en dat je die vreugde van het één zijn mag vieren, ook op aarde. Je mag het één zijn vieren. Je mag gaan ervaren dat jij één bent met God, en dat jij niet een persoontje bent met allerlei wensen en behoeften die altijd op jezelf gericht zijn, op het bevredigen van jezelf en op je eigen welbehagen en welzijn. Maar dat staat juist – als je daarop gefocust bent – de weg naar het zijn in de weg. Dus het zijn komt pas als je niets meer wilt. Dan ontdek je je ware wil. Je ware wil is terugkeren naar God.

Tekst: Olette Luitwieler
Gedicht: Uit ‘Zonder mij’ van Olette Luitwieler

DOWNLOAD HET GRATIS GEDEELTE VAN ‘ZONDER MIJ’ (PDF)

BESTEL ‘ZONDER MIJ’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *