De kosmos zelf te kennen als weg – drie gedichten van Walt Whitman uit ‘Licht en tegenlicht’, symposionreeks 27

De kosmos zelf te kennen als weg,
als vele wegen voor reizende zielen,
alles moet wijken voor de voortgang der zielen.
Alle religies, alle tastbare dingen, kunst, regering;
alles wat op deze of op welke wereld ook zichtbaar was of is,
treedt terug in nissen en gewelven
voor de voortgang der zielen
langs de verheven wegen van het heelal.
Van de progressie van de zielen van mannen en vrouwen
langs de wegen van het heelal vormt iedere andere voortgang
alleen het benodigde symbool. 
Altijd levend, altijd voorwaarts:
statig, plechtig, droef, terughoudend,
verbijsterd, waanzinnig, onstuimig, zwak,
onvoldaan, wanhopig, trots, teder, ziek,
verworpen of aanvaard door de mensen.
Zij gaan! Zij gaan!
Ik weet dat zij gaan,
maar ik weet niet waarheen,
Maar ik weet dat zij zich naar het beste begeven;
naar iets verhevens. Wie je ook bent, kom mee!
Man of vrouw, kom mee!

Walt Whitman

===

Ik weet, vast en gaaf ben ik,
over mij giet het universum altijddurend zijn stralen uit.
De eeuwige wijsheid is in die stralen geschreven,
en ik behoor te weten wat dat schrift zegt. 
Ik weet: ik ben onsterfelijk.
Ik weet: mijn kringloop kan niet worden omlijnd door de passer van de timmerman.
Ik weet: ik zal niet heengaan als de ademtocht van een kind.
Ik weet: ik ben verheven,
ik zal mijn geest niet vermoeien om me te rechtvaardigen of te doen verstaan,
ik zie dat de elementaire wetten zich nooit verdedigen
ten slotte ben ik niet hoger dan de grond waarop ik mijn huis zet. […]<
Mijn voet sluit in het graniet van de eeuwen als de pen in het hout.
Ik lach om wat jij ontbinding noemt.
Ik ken de volheid van de tijd.

Walt Whitman

===

Snel rees gij op, mijn ziel,
en verspreidde om mij heen vrede en gaf mij
de kennis die alle redenen van de mensen te boven gaat.
En ik weet, dat Gods hand de belofte is van mijn eigen hand.
En ik weet, dat God de broeder is van mijn eigen geest.
En dat alle mannen ooit geboren
mijn broeder zijn en de vrouwen
de zusters die mij liefhebben,
en dat de levensvonk van de schepping liefde is.

Walt Whitman

===

Bron: Licht en tegenlicht – de onmetelijke mens herkent zich in het goddelijke, symposionreeks 27, Haarlem, Rozenkruis Pers, 2012

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *