Hoofdstuk 1 van ‘Zeven stemmen spreken’: een nieuw koningschap verwachten in het Patmos van zelfisolatie

BESTEL ZEVEN STEMMEN SPREKEN

Catharose de Petri (fakkeldrager van het Rozenkruis 22) schreef ‘Zeven stemmen spreken’ over onder andere de zeven stralen van de gnostieke volheid voor leerlingen van de School van het Rozenkruis. Iedere mens die het pad van bevrijding wil gaan zal dienen te leren op de juiste wijze op de stralen te reageren. Dit boekje bevat vele aanwijzingen die kunnen worden herkend in het Nieuwe Testament en die die de kandidaat tot grote zegen kunnen strekken. Hieronder volgen de tekst van het eerste hoofdstuk en de inhoudsopgave.

HOOFDSTUK 1

Wij willen uw aandacht vestigen op de verheven figuur van Johannes op Patmos, de mens die, door de transfiguratie van het endura heengaande, op een gegeven moment, op ‘zijn dag des Heren’, de levende ziele-mens voor zich ziet. In Openbaring 1 vers 9 lezen wij:

‘Ik, Johannes, uw broeder en deelgenoot in de verdrukking, in het koningschap, in de lijdzaamheid en in de gemeenschap met Jezus Christus, was op het eiland Patmos om het woord Gods en om de getuigenis van Jezus Christus.’

In deze woorden vinden wij een korte beschrijving van het waarachtige leerlingschap van een gnostieke Geestesschool. Laat ons deze omschrijving eens trachten te analyseren.

Allereerst treft ons de naam Johannes. Deze naam behoort niet slechts tot een in de historie geleefd hebbend mens, doch hij omvat de signatuur van een serieuze leerling. Deze naam beduidt namelijk dat wij te maken hebben met een mens die door de Heilige Geest in genadevolle zin is aangeraakt. Dat wil dus zeggen dat in deze mens, in deze Johannes op Patmos, het zesde aanzicht, de zesde cirkel van het aurische wezen tot werkzaamheid gekomen is.

Door de lipika van de zevende ring heen beginnen krachten en stromen van het zesde kosmische gebied het stelsel van deze mens binnen te breken. Dientengevolge is deze Johannesmens, mits deze Heiligende Geest van het rijk van de ziel ook reeds in ons werkzaam is, een broeder van ons allen. Hij behoort derhalve tot de grote menselijke broederschap, die zich vormt in de dreven van de aarde-aards; de broederschap die uit alle oorden van de wereld bijeen wordt gebracht, ongeacht land, aard, volk of ras.

Wanneer wij spreken van een broederschap, is het noodzakelijk dat de deelhebbers ervan elkaar op een gegeven moment ook volkomen zullen herkennen. Want een mens kan wel zeggen dat hij uw broeder is of zij uw zuster, doch vele malen bewijzen zij u volkomen het tegendeel. In al die gevallen is deze introductie slechts een middel om u in een bepaalde richting te drijven.

Daarom moet het broeder- of zusterschap naar-de-ordening-van-de-Heilige-Geest altijd op onpersoonlijke wijze bewezen worden, zo, dat zulk een bewijs voor geen twee uitleggingen vatbaar is. Bovendien moet dit bewijs steeds zevenvoudig van aard zijn naar de volgende kenmerken:

  1. ten eerste dienen allen deelgenoten in de verdrukking te zijn;
  2. ten tweede deelgenoten in het koningschap; 
  3. ten derde deelgenoten in de lijdzaamheid;
  4. ten vierde deelgenoten in de gemeenschap met Jezus Christus;
  5. ten vijfde zullen allen bewoners zijn van het eiland Patmos;
  6. ten zesde zullen zij daar zijn vanwege het woord Gods;
  7. ten zevende vanwege de getuigenis van Jezus Christus.

Wij zullen dit zevenvoudige bewijs van broeder- en zusterschap nu nader onderzoeken. Wie door de Heiligende Geest aangeraakt wordt en daarmee dus het bewijs levert van activiteit der zesde kandelaber van het aurische wezen, ondergaat vanaf dat moment de dialectiek in al haar aanzichten als een teistering, als een druk. Zo iemand zal van dat moment geen seconde meer van binnenuit, met heel zijn levensgerichtheid, zich wenden tot, uitgaan van de horizontale lijn van het leven. Deze mens weet zich van stonde aan een vreemdeling op aarde. Hij zal zich dienovereenkomstig gedragen en zal dan ook door zijn levenshouding overal herkend kunnen worden, omdat hij ‘medegenoot in de verdrukking is’.

Doch deze mens zal zeer zeker geen grauwe levenspessimist zijn; hij of zij zal zeer zeker niet behoren tot die bittere, door een leven van teleurstelling verzuurde mensen, die hun giftige bitterheid over alles en allen uitspuwen. Nee, een Johannesmens zal leven ‘in de verwachting van het koningschap’. Hij zal weten geroepen te zijn tot het levensveld van de ziel, waarvan de levenskracht liefde, rust en harmonie is. Daarom zal deze verwachting van het koningschap in alle dagen van zijn vreemdelingschap van hem lichten als een zon. Dit licht zal altijd de straling ener merkbare blijmoedigheid van hem doen uitgaan, ondanks en dwars door alle eventuele teisteringen heen.

Hij zal, zoals vanzelf spreekt, ook gesigneerd worden door lijdzaamheid, verdraagzaamheid, zachtmoedigheid, door liefde die alles weet te verdragen. Aldus zal hij ‘deelgenoot in de lijdzaamheid’ zijn.

Vele, vele mensen zijn er, die een nieuw koningschap verwachten en om die reden van grote blijmoedigheid doortinteld worden en lijdzaamheid weten te betrachten. Doch het enige koningschap dat zin heeft, dat eeuwigheidswaarden bezit, is het koningschap van Jezus Christus, het opgaan als zielemens in de zielewereld van het zesde kosmische gebied. 

De Johannesmens zal dan ook Jezus Christus belijden in gnostieke zin en hem niet louter en alleen zien als een historische figuur, en als een verheven godheid volgens theologisch inzicht, doch als degene die in ons geboren moet worden. Kortom, de Johannesmens in de Patmosfase zal staan ‘in de gemeenschap met Jezus Christus’.

Vervolgens zal hij ‘bewoner zijn, zich bewoner tonen van het eiland Patmos’. Dit wil zeggen: hij zal zoveel mogelijk zonder opzien te verwekken en rekening houdend met al zijn burgerlijke plichten, in de zelfisolatie staan. Indien het ook maar enigszins kan, zal hij zich duidelijk aan de wereldgelijkvormigheid onttrekken en zoveel mogelijk om zich heen een van de gewone wereld isolerende ring trekken.

Hij zal dit doen ‘vanwege het woord Gods’, vanwege zijn doorgronding van de Universele Leer, waaruit hij met kennis van zaken alle richtlijnen voor zijn gerichte levenshouding trekt. Voorts zal hij zich onophoudelijk het ‘getuigenisvolle, dat is het bewijsrijke leven van Jezus Christus ten voorbeeld kiezen’. Hij zal de voetstappen drukken van allen die het pad gegaan zijn, het pad van de Gnosis, en daarvan overvloedig het bewijs leveren.

Welnu, zulk een broeder was deze Johannes van Patmos. Hij verbijzonderde uit heel zijn wezen, uit al zijn daden het zevenvoudige bewijs ener waarlijk gnostieke gezindheid. Hij was een waarlijke broeder in de volle zin. Laten wij ons aan zijn voorbeeld laven en sterken tot navolging.

INHOUD VAN ‘ZEVEN STEMMEN SPREKEN’

Woord vooraf 

  1. Het zevenvoudige bewijs van broeder- en zusterschap
  2. De getuigenis van Jezus is de geest der profetie
  3. De stem van de School en de stem van de ziel
  4. Jesus mihi omnia
  5. Chrestos – de zielegeboorte, Christos – de overwinning van de ziel
  6. De adem des levens
  7. De Trigonum Igneum
  8. De stralingswerkzaamheid van de School der jonge Gnosis
  9. De zeven genezende zielestromen
  10. De levende tempel
  11. De drie universele lichamen
  12. De ene bron van het leven
  13. De astrale levensatmosfeer
  14. Geloof – hoop – liefde
  15. De verborgen omgang met God
  16. Geopenbaarde waarheid
  17. De glutenfactor van de persoonlijkheid
  18. Het lezen van de Rota
  19. Het oprichten van de tafel
  20. De tien sefiroth
  21. Iedere ziel heeft deel aan de opstanding Christi
  22. Het prototype der nieuwe zieleopenbaring

Bron: Zeven stemmen spreken van Catharose de Petri, Rozenserie 3

BESTEL ZEVEN STEMMEN SPREKEN

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *