De vier emanaties of zonnepaarden van Abraxas: liefde, wijsheid, wil en werkzaamheid

De alopenbaring wordt geregeerd door een universele wet. He zevende kosmische gebied, de tuin der goden of de grote alchemische werkplaats, wordt beheerst door een grondgedachte, een basisformule. In ieder atoom van de oersubstantie van het zevende kosmische gebied ligt de grondgedachte verzonken. Het is dus duidelijk waarom de hermetische gnosis terzake van de universele zon van Abraxas spreekt. Het is de universele zon die alles beheerst, die aan alles leven geeft en die tenslotte alles bestuurt.

Van dit oerprincipe van de substantie gaan vier emanaties uit, vier aanzichten, vier krachten vloeien uit het universele licht. Men noemt ze de vier heren van het lot of de vier heilige dieren of de vier zonnepaarden van de evangelisten. De vier zonnepaarden van Abraxas stellen in alles verzonken vier uitvloeiingen of emanaties voor van de eeuwige wil-wijsheid-werkzaamheid en boven alles: de liefde, die de meeste is, de krachtigste, het zonnepaard dat als het vitaalste en het meest dynamische wordt voorgesteld.

U zult zich kunnen voorstellen dat in het godsplan niets besloten kan liggen dat niet uit de universele bron Abraxas en zijn vier emanaties zal dienen op te waken. De grote werkplaats die wij de tuin der goden noemen is het potentiële paradijs, waarin de ware godenzoon uitgaat om het godsplan te realiseren. Ieder kind Gods zal daarbij moeten uitgaan van de vier emanaties, in volkomen evenwicht en harmonische beweging: liefde, wijsheid, wil en werkzaamheid.

Veel mensen zijn zeer wijs. Anderen bezitten een machtige wil, sterk als een orkaanstoot. Nog anderen dragen de signatuur van een grote werkzaamheid en zijn altijd bezig. Maar ligt aan alles wat u bedenkt in uw wijsgerigheid, aan alles wat u wilt in uw dynamische onverzettelijkheid, aan alles wat u doet in uw arbeidzaamheid, wel volledig de liefde ten grondslag? Indien de liefde, als het hoogste en het meeste ontbreekt, of als zij ten dele is, of scheiding maakt, indien zij niet alles en allen omvat, dan breekt alles u bij de handen af, dan zult u nergens in slagen of het zal u weer ontnomen worden. Dan maakt u, met ontelbare anderen, de tuin der goden tot een wildernis, tot een mestvaalt, tot een pestbuil, zoals de Bijbel zegt. En dát is in de loop der eeuwen geschied.

De vier heren van het lot, de vier heren van úw lot, gaan altijd samen. Er is in een dialectische mens, hoe geschonden en gebroken en verknoeid en vervuild ook, altijd “liefde”, bijvoorbeeld als een laaiende begeerte naar bezit en materie, of liefde als een machtige trots, liefde eventueel als een brandende haat.

Wist u dat haat een uiting van liefde is? De ontzettend gruwelijke haat is een uiting, een vulkanische eruptie van de eerste emanatie van de oersubstantie, doch uit zijn orde gestoten. Het is een liefde die geen raad meer weet, geen wijsheid bezit, een machtige hunkering, die uitbreekt als een hellegloed om te verteren en te vernietigen. Als u deze kracht der liefde, de eerste emanatie van Abraxas, niet op de juiste wijze weet te ordenen, als u daaraan niet geheel kunt beantwoorden, dan blijft de tuin der goden een wildernis, een oceaan van laaiend vuur. Zover telescopen in de ruimte kunnen reiken, zien zij dan en zullen zij blijven zien: vlammengolven!

Uw spontaner reactie op deze woorden is natuurlijk een klacht: “Wat schiet ik dan hopeloos te kort! Wat zal er van mij worden?”
“Niets”, is het antwoord. Want het vuur der tegennatuur verbrandt u. Niemand is goed, allen zijn afgeweken van den beginne. Daarom dient u terug te keren tot het begin, namelijk tot het begin van de levende zielestaat.

Als dát begin bereikt is, zult u in staat zijn Abraxas met zijn vier zonnepaarden in u zelf tot evenwicht te brengen en uit dat evenwicht de ware beweging te doen voortkomen. Dan zult u de ware vrijmakende arbeid in de tuin der goden kunnen verrichten met de volle viervoudige kracht van liefde, wijsheid, wil en werkzaamheid. Eerst dan zult u liefde gaan kennen in haar volle werkelijkheid.

U zult haar ondergaan en u zult haar uitstralen en dan zult u niet spreken: “O God, hoe dank ik u verlost te zijn uit de poel der tranen, uit de mesthoop; vrijgemaakt te zijn van deze vervloekte en boze wereld,” doch u zult, door liefde gedwongen, omlaag schieten als een meteoor, zelfs tot in de diepste diepten der hellekrochten, om allen die verloren liggen in het revolterende vuur der vier emanaties te omvatten met uw medelijden en hen met het geordende, tot evenwicht gebrachte vuur te helpen en te stuwen tot het pad.

Als u dáár iets van zult hebben, als u dáár iets van zult verstaan, dan zult u geen onderscheid meer maken tussen vriend en vijand, naar de een uitzendend uw liefde en naar de ander uw haat of uw verontwaardiging of uw vlammend protest, want u zult verstaan dat állen afgeweken zijn. Dat allen onder gelijke omstandigheden gelijk zullen handelen en daarvan in de wereldgeschiedenis ook overvloedig blijk hebben gegeven. Daarom zult u tot die allen uw liefdekracht zenden, als het vitaalste paard van Abraxas.

Bron: Het Nuctemeron van Apollonius van Tyana (het negende uur), door Jan van Rijckenborgh.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *